RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03/129902-21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 juli 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortedatum 1] 1991, wonende te [adres 1] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. J. Verstegen, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 mei
- De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen de volgende medeverdachten: [naam medeverdachte 1] , met parketnummer 03/129939-21 (hierna: [naam medeverdachte 1] ); [naam medeverdachte 2] , met parketnummer 03/097919-21 (hierna: [naam medeverdachte 2] ); [naam medeverdachte 3] , met parketnummer 03/129965-21 (hierna: [naam medeverdachte 3] ). 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: in de periode van 28 oktober 2019 tot en met 16 december 2020 samen met anderen de productie van, handel in en import/export van cocaïne heeft voorbereid en/of bevorderd; Feit 2: in de periode van 2 april 2020 tot en met 17 mei 2021 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die als oogmerk had (grootschalige) productie van, handel in en import/export van hennep; Feit 3: op 17 mei 2021 samen met een ander 40.920 (37.920 + 3.000) gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad; Feit 4: op 17 mei 2021 een Mauser (38S) revolver en 6 patronen (GECO 38 Special) en 1 patroon kaliber .45 voorhanden heeft gehad; Feit 5: op 17 mei 2021 samen met een ander ter voorbereiding en/of bevordering van de productie van cocaïne en/of heroïne 8.000 gram versnijdingsmiddel (coffeïne) voorhanden heeft gehad. Ten gevolge van een kennelijke schrijffout wordt in de tenlastelegging van feit 5 als pleegdatum vermeld ‘17 mei 2017’. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier voldoende naar voren komt dat de pleegdatum 17 mei 2021 behoort te zijn, zoals deze ook luidt bij feit 3 en
- De rechtbank overweegt daartoe dat de politie in meerdere processen-verbaal heeft gerelateerd dat de doorzoeking van de verschillende woningen van de verdachten, alsook de garagebox aan de [adres 2] te Tegelen op 17 mei 2021 heeft plaatsgevonden. De rechtbank beschouwt de genoemde pleegdatum daarom als een kennelijke verschrijving en herstelt deze verschrijving. De verdachte wordt hierdoor niet in zijn belangen of verdediging geschaad. 3EncroChat en SkyECC verweren 3.1 Inleiding In het onderzoek Otus hebben de raadslieden van de verdachten [verdachte] , [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] verweren gevoerd met betrekking tot de verkrijging, overdracht, verwerking en betrouwbaarheid van de EncroChat- en SkyECC-data. Deze verweren dienen volgens de verdediging te leiden tot (meest verstrekkend) niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, dan wel bewijsuitsluiting, dan wel tot strafvermindering. De rechtbank zal de verweren gezamenlijk bespreken, omdat deze met elkaar samenhangen en om de leesbaarheid van het vonnis te bevorderen. Dit brengt met zich mee dat mogelijk in dit deel van het vonnis verweren worden besproken die niet uitdrukkelijk door de verdediging van de verdachte zijn gevoerd, maar door de verdediging van een medeverdachte. De gebruikte term verdediging zal in dat verband dus in dit hoofdstuk niet steeds betrekking hebben op de verdediging van de verdachte in deze zaak. De standpunten van de verdediging zullen hierna, voor zover van belang, nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken. Het openbaar ministerie heeft telkens gemotiveerd aangevoerd dat de verweren moeten worden verworpen. 3.2 Het oordeel van de rechtbank I. Notificatieplicht en rechtmatigheid interceptie De verdediging heeft betoogd dat de notificatieplicht uit artikel 31 van Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het onderzoeksbevel in strafzaken d.d. 1 mei 2014, L130/1 (hierna: Richtlijn 2014/41/EU) geschonden is. Het ontbreken van een dergelijke notificatie is in strijd met Richtlijn 2014/41/EU en levert een onherstelbaar vormverzuim op. De notificatie had door een Nederlandse rechter-commissaris op basis van de Nederlandse wetgeving beoordeeld moeten worden. De verdediging stelt dat de Franse autoriteiten, door deze notificatie achterwege te laten, in strijd hebben gehandeld met de EOB-richtlijn. Nu er volgens de verdediging geen sprake is van enige wettelijke grondslag voor de gedane intercepties, was de vastlegging van de EncroChat- en SkyECC-gegevens onrechtmatig en dient dit verzuim te leiden tot bewijsuitsluiting van de aldus uit die gegevens verkregen informatie en de berichten zelf. Arrest HvJ EU 30 april 2024, ECLI:EU:C:2024:372 In een zaak betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU (Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie), ingediend door het Landgericht Berlin (rechter in eerste aanleg Berlijn, Duitsland) in een strafprocedure heeft het Hof van Justitie bovengenoemd arrest gewezen. Er zijn door het Landgericht Berlin prejudiciële vragen gesteld over de toepassing van de Richtlijn 2014/41/EU. Uit dit arrest van het Hof (antwoord 3) volgt dat de EncroChat-data afkomstig uit het Franse onderzoek op zichzelf kunnen vallen onder de werking van deze EOB-Richtlijn. Omdat de SkyECC-data in dezelfde categorie gegevens vallen als de EncroChat-data en deze gegevens eveneens vanuit Frankrijk zijn gedeeld, geldt deze vaststelling onverkort ook voor de SkyECC-data. De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of de EncroChat- en SkyECC-data met Nederland zijn gedeeld in het kader van een EOB, en zo ja, of er om die reden een notificatieplicht ex artikel 31 Richtlijn 2014/41/EU jegens Nederland bestond. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. EncroChat: artikel 31 Richtlijn 2014/41/EU van toepassing? In navolging van het Gerechtshof Den Haag in haar arrest van 2 juli 2024 overweegt de rechtbank dat het toepassingsgebied van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) wordt bepaald in artikel 3 van Richtlijn 2014/41/EU. Dit artikel 3 luidt, voor zover thans van belang, als volgt: “Het EOB omvat alle onderzoeksmaatregelen met uitzondering van het instellen van een gemeenschappelijk onderzoeksteam en de bewijsgaring in het kader van een dergelijk onderzoeksteam zoals voorzien in artikel 13 van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen lidstaten van de Europese Unie en in Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad (…).” Dit betekent dat Richtlijn 2014/41/EU niet van toepassing is als het gaat om bewijsgaring en uitwisseling/overdracht van die bewijsgegevens tussen twee (of meerdere) lidstaten die een gemeenschappelijk onderzoeksteam (JIT) hebben gevormd. De rechtbank stelt, in navolging van de Hoge Raad in haar arrest van 13 juni 2023, vast dat Frankrijk en Nederland op 10 april 2020 een JIT-overeenkomst hebben gesloten inzake EncroChat. De bedoeling van een JIT is om gezamenlijk, onder verantwoordelijkheid van de leidende staat (in casu: Frankrijk) onderzoekshandelingen te verrichten en de resultaten daarvan vervolgens uit te wisselen. Als één van de twee JIT-leden was Nederland op de hoogte. Het dossier bevat geen enkele aanwijzing dat Frankrijk de EncroChat-data buiten het JIT om met Nederland zou hebben gedeeld. Er is dus sprake van opsporing en het delen van gegevens binnen het JIT. Voor zover de stelling is ingenomen dat de EncroChat-data niet als bewijs mogen worden gebruikt omdat niet zou zijn voldaan aan de notificatieverplichting, wordt deze verworpen. Richtlijn 2014/41/EU is, conform het bepaalde in artikel 3 van die Richtlijn, immers niet van toepassing vanwege het gevormde JIT. Voor zover de verdediging heeft betoogd dat de interceptie buiten het JIT heeft plaatsgevonden en dat daarom de EOB-richtlijn van toepassing is op de Nederlandse situatie is deze stelling in de context van deze voorafgaande aan de interceptie bestaande samenwerking niet begrijpelijk. De interceptie heeft binnen het JIT plaatsgevonden en Nederland was daarvan op de hoogte zodat in dit kader geen schending van Richtlijn 2014/41/EU heeft plaatsgevonden. Het verweer van de verdediging wordt verworpen. SkyECC: artikel 31 Richtlijn 2014/41/EU van toepassing? Onder verwijzing naar de brief van het Landelijk Parket van 30 oktober 2021 in de zaak Argus en het vonnis van rechtbank Den Haag van 12 september 2024 stelt de rechtbank vast dat er op 13 december 2019 een JIT-overeenkomst is gesloten tussen Frankrijk, België en Nederland. Het doel van het JIT was vanaf dat moment het gezamenlijk onderzoeken van de verdenkingen tegen SkyECC, haar bestuurders en werknemers, alsmede om onderzoek te verrichten naar criminele samenwerkingsverbanden die gebruik maken van SkyECC voor het plegen en/of voorbereiden van strafbare feiten. Vanuit het Nederlandse openbaar ministerie is daarbij het onderzoek Werl in het JIT ingebracht. Door Frankrijk zijn alle gegevens – verkregen door de inzet van de interceptietool – gedeeld binnen het JIT. Vanaf 15 februari 2021 is binnen het JIT gestart met het actueel meelezen van een deel van het berichtenverkeer tussen de gebruikers van SkyECC. De rechtbank stelt vast dat zowel de verkrijging als de verwerking van de SkyECC-data daarmee vallen onder de genoemde JIT-overeenkomst van 13 december
- Daaruit volgt, in navolging van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds ten aanzien van de EncroChat-data heeft overwogen dat artikel 31 Richtlijn 2014/41/EU ook niet van toepassing is op de SkyECC-data. De hiermee verband houdende verweren van de verdediging worden eveneens verworpen. Rechterlijke toets voorafgaand aan interceptie De ontsleuteling van de EncroChat- en SkyECC-data heeft pas plaatsgevonden nadat het JIT was gestart en nadat door het Openbaar Ministerie in de onderzoeken 26Lemont en Argus machtigingen waren gevorderd van de rechter-commissaris voor het geven van een bevel tot het opnemen van telecommunicatie (artikel 126t Sv). Dit is gebeurd voordat de Franse autoriteiten de (in Nederland ontwikkelde) techniek, die het ontsleutelen van het berichtenverkeer mogelijk maakt, operationeel hebben laten zijn. Tevens zijn vervolgens machtigingen gevorderd voor het geven van een bevel tot het binnendringen van en het doen van onderzoek in een geautomatiseerd werk (artikel 126uba Sv), welke machtigingen ook zijn afgegeven door de rechter-commissaris. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de interceptie van de EncroChat- en SkyECC-data op rechtmatige wijze heeft plaatsgevonden. Voor zover de verdediging in aanvulling op het voorgaande nog heeft betoogd dat in de zaak van de verdachte niet is voldaan aan de vereisten van de artikelen 126t en 126uba Sv, omdat geen sprake is van verdenking van een misdrijf als bedoeld in artikel 67 lid 2 Sv, gepleegd in georganiseerd verband dan wel misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, miskent dit verweer dat de bevoegdheden niet zijn ingezet in het onderzoek naar specifiek deze verdachte of in dit onderzoek (Otus). De rechtbank passeert derhalve dit verweer. Conclusie Nu bij genoemde cryptodiensten in Nederland geen sprake is van toepasselijkheid van Richtlijn 2014/41/EU, hoefde in beide situaties geen notificatie op basis van die richtlijn verzonden te worden. De interceptie van de EncroChat- en SkyECC-data heeft bovendien op rechtmatige wijze plaatsgevonden. Hierbij is geen sprake van enig vormverzuim. Van een inbreuk op fundamentele grondrechten, zoals door de verdediging is aangevoerd, is evenmin sprake. II. Interstatelijk vertrouwensbeginsel, machtigingen en ontbreken wettelijke basis Voor zover de verweren zien op de rechtmatigheid van de verkrijging van SkyECC-gegevens in Frankrijk, stuiten die naar het oordeel van de rechtbank af op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De verdediging heeft aangevoerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is voor wat betreft de verkregen EncroChat- en SkyECC-data, omdat Nederland (mede)verantwoordelijk was voor de verkrijging van voornoemde data. De in Frankrijk ingezette bevoegdheden hebben bovendien rechtsgevolg gehad op Nederlands grondgebied, omdat de communicatie van Nederlandse gebruikers is onderschept. Dat betekent dat de Nederlandse rechter zelfstandig dient te toetsen of de verkrijging van de gegevens in overeenstemming is met de nationale rechtsorde. Toetsingskader In zijn prejudiciële beslissing van 13 juni 2023 heeft de Hoge Raad vragen beantwoord over de rechtmatigheid van de vergaring en verwerking van EncroChat- en SkyECC-data. De Hoge Raad heeft zich onder meer uitgelaten over de betekenis van het internationaal vertrouwensbeginsel voor de beoordeling van de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met toepassing van opsporingsbevoegdheid door autoriteiten in een ander land dan Nederland, terwijl die bevoegdheid in dat andere land is toegepast, en de mogelijkheden voor een verdediging om de rechtmatigheid van de bewijsverkrijging te onderzoeken. De Hoge Raad heeft in deze beslissing overwogen dat het niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter behoort om te toetsen of de wijze waarop het onderzoek onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd in strijd is met de rechtsregels die gelden in het betreffende land voor het uitvoeren van dat onderzoek. De beslissingen van de buitenlandse autoriteiten, die aan het verrichte onderzoek ten grondslag liggen, dienen te worden gerespecteerd, waarbij ervan moet worden uitgegaan dat het onderzoek rechtmatig is verricht. Dat is uitsluitend anders als in het betreffende land onherroepelijk is komen vast te staan dat het onderzoek niet in overeenstemming met de daarvoor geldende rechtsregels is verricht. In dat geval beoordeelt de Nederlandse strafrechter, aan de hand van de in artikel 359a lid 2 Sv genoemde beoordelingsfactoren, of die onherroepelijke vaststelling aanleiding geeft tot het verbinden van een rechtsgevolg aan het betreffende verzuim. Volgens de Hoge Raad geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet alleen voor de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd, maar ook voor de beoordeling van de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van de resultaten (het bewijs) uit de onderzoeken. De Hoge Raad heeft deze overwegingen in zijn arrest van 13 februari 2024 herhaald. EncroChat: rechtsmacht Nederland? De rechtbank overweegt dat zij in de onderbouwing van de verweren van de verdediging onvoldoende argumenten ziet om af te wijken van het door de Hoge Raad ontwikkelde toetsingskader. De rechtbank acht het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing ten aanzien van de verkregen EncroChat-data in deze zaak. De rechtmatige toepassing van door autoriteiten van een andere lidstaat toegepaste bevoegdheden ligt dus niet ter toetsing aan de rechtbank voor. Wanneer in het buitenland een opsporingsonderzoek en het daaruit voortvloeiende (potentiële) bewijs onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten is verricht en vergaard, ligt dat anders. Daarvan is hier echter geen sprake, aangezien de interceptietool is ingezet door de Franse autoriteiten, op basis van Franse wettelijke bevoegdheden. Dat Nederland op de hoogte was van het inzetten van de respectievelijke tools en wist dat hierbij gegevens werden verworven die voor Nederlandse strafrechtelijke onderzoeken van belang zouden kunnen zijn, maakt dat niet anders. Ook wordt dit niet anders indien sprake is geweest van een nauwe samenwerking tussen Frankrijk en Nederland. De informatie-uitwisseling vindt immers plaats in het kader van de samenwerking binnen een JIT. Een en ander leidt niet tot verschuiving van de verantwoordelijkheid voor het inzetten van opsporingsbevoegdheden. Zelfs als ervan uitgegaan zou moeten worden dat Nederland inzake EncroChat (al dan niet voorafgaande aan de totstandkoming van het JIT) enige technische of tactische bijdrage heeft geleverd, kan daar volgens de rechtbank – in lijn met het arrest van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 26 september 2024 – evenmin uit volgen dat de inzet van de bevoegdheid in Frankrijk door Franse autoriteiten onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten heeft plaatsgevonden. De interceptie heeft namelijk plaatsgevonden door middel van de inzet van een tool op alle EncroChat-toestellen bij eindgebruikers. Zowel het kopiëren van EncroChat-data vanaf de server van EncroChat als het ‘live’ onderscheppen en kopiëren van EncroChat-data vond plaats door de Franse politie in/vanuit Frankrijk. Hoewel dit dus betekent dat de Franse politie ook is doorgedrongen tot de telefoons van Nederlandse gebruikers op Nederlands grondgebied en ook gegevens van die toestellen heeft verzameld en gekopieerd, leidt ook dit niet tot de conclusie dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing is. De rechtbank volgt de verdediging namelijk niet in haar stelling dat de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden ook in Nederland heeft plaatsgevonden. De tool is geïnstalleerd door de Franse politie en vanuit Frankrijk op de toestellen van individuele gebruikers geïnstalleerd. De aldus verkregen data zijn vervolgens verzameld en verzonden naar de Franse autoriteiten. De inzet van de interceptietool en de vergaring van data vonden aldus plaats in en vanuit Frankrijk, terwijl deze omstandigheid ook niet met zich mee brengt dat de verantwoordelijkheid voor de inzet van de interceptietool overgaat naar of mede komt te liggen bij de autoriteiten van het land waar de gebruiker van het toestel zich op dat moment bevindt. Er is geen aanwijzing dat Nederland de leiding heeft gehad over de Franse autoriteiten bij het binnendringen van de telefoons van gebruikers op Nederlands grondgebied. Het bedrijf EncroChat bood digitale diensten aan. Het is inherent aan een dergelijke dienstverlening dat deze over traditionele landsgrenzen heen gaat. In navolging van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch is de rechtbank daarmee van oordeel dat het binnendringen van telefoons van Nederlandse gebruikers op Nederlands grondgebied door de Franse autoriteiten niet kan worden beschouwd als een onderzoekshandeling waarvan de uitvoering (mede) onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten plaatsvond. De rechtbank volgt daarom niet de stelling van de verdediging dat Nederland met betrekking tot EncroChat rechtsmacht heeft inzake de interceptie van data op de telefoons van Nederlandse gebruikers op Nederlandse grondgebied en dat genoemde data derhalve onrechtmatig zijn vastgelegd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onverkort van toepassing is in deze zaak voor wat betreft de interceptie als ook de overdracht van de EncroChat-data. De rechtbank verwerpt dan ook de verweren die de verdediging dienaangaande heeft gevoerd. SkyECC: rechtsmacht Nederland? De rechtbank ziet ook ten aanzien van de SkyECC-data geen aanleiding om af te wijken van de lijn die door de Hoge Raad is bepaald. Op basis van de feitelijke gang van zaken rondom de SkyECC-tap gaat de rechtbank ervan uit dat sprake is geweest van een tap in Frankrijk, gedurende een Frans opsporingsonderzoek, onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten. Voorafgaand aan de aansluiting van de tap heeft een Franse rechter, op basis van het Franse recht, toestemming verleend voor interceptie, opname en transcriptie van de communicatie tussen de SkyECC-servers aldaar. Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter om te toetsen of de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd, onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten, strookt met de rechtsregels in Frankrijk. De rechtbank heeft bovendien geen aanwijzingen dat onherroepelijk is gebleken dat het buitenlandse onderzoek niet in overeenstemming zou zijn met de aldaar geldende rechtsregels. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is dus onverkort van toepassing. De omstandigheid dat een team van Nederlandse opsporingsambtenaren en technici bijstand heeft verleend aan een inbeslagneming in Frankrijk maakt niet dat sprake is van “uitoefening van opsporingsbevoegdheden op Nederlands grondgebied” in de zin van artikel 5.2.2 Sv, ook niet indien die bijstand van meer dan geringe betekenis is. De leiding en de verantwoordelijkheid van het onderzoek rust namelijk bij de Franse autoriteiten. Ook ten aanzien van de digitale dienstverlening van SkyECC geldt dat daaraan inherent is dat deze over traditionele landsgrenzen gaat. De rechtbank ziet in hetgeen door de verdediging is aangevoerd over de aard en intensiteit van de samenwerking tussen Frankrijk en Nederland onvoldoende reden om aan te nemen dat de samenwerking zodanig was dat (mogelijk) sprake zou zijn van een verschuiving van de (juridische) verantwoordelijkheid en dat daar nader onderzoek naar zou moeten worden gedaan. De conclusie van de verdediging dat ook een tactische samenwerking heeft plaatsgevonden op grond waarvan tot een ander oordeel zou moeten worden gekomen, deelt de rechtbank niet. Dat er SkyECC-data zijn uitgewisseld en door Nederlandse opsporingsambtenaren zijn geanalyseerd, betekent op zichzelf niet dat sprake was van een zodanige samenwerking tussen Nederlandse en buitenlandse autoriteiten bij de opsporing dat sprake was van een situatie dat het gezag in overwegende mate toekwam aan de Nederlandse autoriteiten. De verdediging wordt evenmin gevolgd in het standpunt dat de locatie van de opsporing (ook) in Nederland is geweest. Dat bij de interceptie gegevens zijn onderschept die (naar later blijkt) afkomstig zijn van telefoons die zich op Nederlands grondgebied bevonden, maakt dit niet anders. De rechtbank verwerpt daarom de stelling van de verdediging dat Nederland inzake SkyECC rechtsmacht heeft inzake de interceptie van gegevens op de telefoons van Nederlandse gebruikers op Nederlandse grondgebied en dat genoemde data derhalve onrechtmatig zijn vastgelegd. De verweren dienaangaande falen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onverkort van toepassing is in deze zaak, zowel voor wat betreft de interceptie als de overdracht van de SkyECC-data. Conclusie Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is onverkort van kracht inzake zowel EncroChat als SkyECC. In beide onderzoeken is het bewijsmateriaal afkomstig uit de toestellen verkregen onder leiding en verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten. Van opsporing onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten of op Nederlands grondgebied is geen sprake geweest. III. Fair trial De verdediging heeft betoogd dat sprake is van schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM), omdat de verdediging niet heeft kunnen controleren of de EncroChat-data en SkyECC-data op rechtmatige wijze zijn verkregen en verwerkt, nu zij geen inzage heeft gekregen in het onderliggende Franse strafdossier, de technische werking van de interceptietool of de exacte wijze van selectie, verwerking en overdracht van de data. Met andere woorden: het digitale bewijs is vergaard op een wijze die controle van de betrouwbaarheid, authenticiteit, volledigheid en integriteit van de data onmogelijk maakt. De betrouwbaarheid van de data wordt door de verdediging betwist in die zin dat die niet kan worden aangenomen zonder de gevraagde inzage in onder meer de metadata. Daarmee is gehandeld in strijd met het uit artikel 6 EVRM voortvloeiende beginsel van equality of arms, dat een recht omvat op kennisname van materiaal dat potentieel relevant is voor de verdediging. Verkrijging en betrouwbaarheid data De rechtbank stelt voorop dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel met zich brengt dat van de rechtmatigheid van de interceptie (en de daarop volgende verstrekking) van data moet worden uitgegaan. Het is niet de taak van de Nederlandse strafrechter om de rechtmatigheid van onderzoekshandelingen van buitenlandse autoriteiten (van een land dat is aangesloten bij het EVRM) te toetsen. De taak van de Nederlandse strafrechter is er toe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van deze data in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen schending oplevert van zijn recht op een eerlijk proces, zoals neergelegd in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Dat is uitsluitend anders indien in de betreffende staat, in dit geval Frankrijk, onherroepelijk is komen vast te staan dat het onderzoek niet in overeenstemming met de geldende rechtsregels is verricht. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de rechter in een strafzaak als uitgangspunt moet nemen dat onderzoek onder buitenlandse verantwoordelijkheid zodanig is verricht dat de door dat onderzoek verkregen resultaten betrouwbaar zijn. De rechtbank overweegt dat de verdediging in de onderbouwing van de verweren geen concrete aanwijzingen heeft aangevoerd voor het tegendeel. De verdediging stelt niet in staat te zijn tot effectieve controle. In dat verband acht de rechtbank van belang dat op basis van de onderzoeksrapportages van het NFI van 25 januari 2021 en 22 juni 2022 mag worden uitgegaan van de juistheid en betrouwbaarheid van de ontsleutelde EncroChat- en SkyECC-berichten. Het NFI heeft in deze rapportages geconcludeerd dat de weergave van de berichten en metadata correct is. Dit standpunt wordt breed gedeeld in de huidige jurisprudentie. De rechtbank ziet geen aanwijzingen waaruit zou kunnen blijken dat in het Franse onderzoek inzake EncroChat of SkyECC sprake is geweest van een evidente schending van artikel 6 EVRM, dan wel van een schending van artikel 8 EVRM, die zodanig ernstig is dat deze tevens een schending van artikel 6 EVRM oplevert. Er zijn ook geen aanwijzingen dat het onderzoek in Frankrijk op een wijze is uitgevoerd dat de resultaten onbetrouwbaar zijn. Om deze reden verwerpt de rechtbank de verweren voor zover die zien op de rechtmatigheid van de verkrijging van het bewijsmateriaal, afkomstig van de EncroChat- en SkyECC-toestellen. Verwerking data De rechtbank overweegt dat de verwerking van de EncroChat- en SkyECC-data valt onder de werkingssfeer van de Richtlijn 2016/680, die ziet op de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten ten behoeve van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen. Die vaststelling brengt mee dat Unierecht van toepassing is, waaronder de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest). Daarnaast geldt in dit verband artikel 8 EVRM. Uit de bepalingen uit het Handvest en artikel 8 EVRM volgt dat beperkingen op die rechten zijn toegestaan, mits ze bij wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De vraag die voorligt is of met het gebruik van de EncroChat- en SkyECC-data een inbreuk is gemaakt op het privéleven van de verdachte. De rechtbank wijst er in dit verband op dat, gelet op hetgeen de Hoge Raad in haar prejudiciële beslissing heeft overwogen, de machtigingen van de rechters-commissarissen inzake EncroChat en SkyECC juridisch onverplicht zijn gevorderd en verleend. Daarbij is aansluiting gezocht bij een vergelijkbaar beoordelingskader, te weten artikel 126uba Sv. Van belang is dat de rechters-commissarissen, die de relevante machtigingen hebben verleend, hebben toegelicht dat zij hebben meegewogen dat de informatie niet op een andere, minder ingrijpende manier kon worden verkregen en worden gebruikt. Daarbij komt dat zij in hun respectievelijke machtigingen voorwaarden hebben geformuleerd om de inbreuk zoveel mogelijk te beperken. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat in strijd met deze door de rechters-commissarissen gestelde voorwaarden is gehandeld. De rechtbank komt op grond hiervan tot het oordeel dat is voldaan aan de proportionaliteitseis en de subsidiariteitseis. In de zaak van de verdachte zijn er bovendien geen aanknopingspunten gegeven voor de stelling dat sprake is van een zeer ingrijpende inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. De verdachte heeft zich in politieverhoren en ter terechtzitting op zijn zwijgrecht beroepen. Dat een inbreuk op het privéleven van de verdachte is gemaakt, is door de verdediging slechts met algemeenheden, en niet met concrete feiten, onderbouwd. Gesteld noch gebleken is dat met de data enig – laat staan een min of meer volledig – beeld is verkregen van het privéleven van de verdachte. De rechtbank concludeert dat voor zover de verwerking van EncroChat- en SkyECC-data al een inbreuk op de artikelen 7 en 8 van het Handvest en/of artikel 8 EVRM oplevert, die inbreuk bij wet is voorzien met inachtneming van de in het Unierecht en het EVRM neergelegde waarborgen. De rechtbank is aldus van oordeel dat er geen vormverzuimen of andere onrechtmatigheden zijn gebleken bij de verwerking van de EncroChat- en SkyECC-data. De verwerking van deze data brengt dus geen schending van het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in artikel 6 EVRM met zich mee. Conclusie De rechtbank verwerpt de verweren van de verdediging inzake de verkrijging en verwerking van de EncroChat- en SkyECC-data. Zij ziet geen reden om de EncroChat- en SkyECC-data van het bewijs uit te sluiten. Op basis van voorgaande overwegingen en uitgaande van het vertrouwensbeginsel deelt de rechtbank het standpunt van de verdediging niet dat er onvoldoende mogelijkheden waren een effectieve verdediging te voeren waardoor er geen sprake zou zijn geweest van een eerlijk proces. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding om haar standpunt over herhaalde, reeds eerder afgewezen onderzoekswensen te herzien. IV. Bulkinterceptie De rechtbank volgt de verdediging ten slotte niet voor zover is bepleit dat sprake is van bulkinterceptie en daarmee van een algemene en ongedifferentieerde dataverzameling. Niet alleen geldt, zoals door de rechtbank reeds hiervoor is overwogen, dat het vertrouwensbeginsel in de weg staat aan de toets van de rechtmatigheid van de interceptie, het verweer slaagt ook om andere redenen niet. Het verkrijgen van de EncroChat- en SkyECC-data richt zich immers tot een afgebakende groep gebruikers, van specifieke telecomdiensten (namelijk EncroChat en SkyECC), waarbij sprake was van een concrete verdenking dat deze diensten met name gebruikt zouden worden door criminelen die zich (in georganiseerd verband) bezighielden met zeer ernstige strafbare feiten. Dat is een wezenlijk andere situatie dan bijvoorbeeld het bewaren van alle metadata van alle gebruikers van een (willekeurige) telecomprovider ten behoeve van toekomstige strafrechtelijke onderzoeken. Daarnaast is van groot belang dat de dataverzameling anoniem is geschied. Pas na verder opsporingsonderzoek kon (in sommige gevallen) een specifieke persoon gekoppeld worden aan een gebruikersaccount. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook geen sprake van een situatie zoals bedoeld in de door de verdediging aangehaalde arresten van het Hof van Justitie van de EU en het EHRM. Zoals hiervoor reeds uiteengezet, hebben de rechters-commissarissen die de machtigingen hebben verleend bovendien overwogen dat de informatie niet op een andere, effectieve en minder ingrijpende wijze kon worden verkregen en worden gebruikt en hebben de rechters-commissarissen vervolgens voorwaarden geformuleerd teneinde de privacy-schending zoveel mogelijk in te kaderen en zogenaamde ‘fishing expeditions’ te voorkomen. De geïndividualiseerde data zijn onderzocht en vervolgens op grond van de ‘combinatiemachtiging’, aan het dossier toegevoegd en gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat daarmee voldaan is aan de proportionaliteiteis en subsidiariteitseis. De rechtbank concludeert dat, voor zover er al sprake is of zou zijn van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, die inbreuk bij wet is voorzien met inachtneming van de in het Unierecht opgenomen waarborgen. De verweren hierover worden om die reden dan ook verworpen, ook voor zover dit verweer is gevoerd met betrekking tot de bewaring en verwerking van de EncroChat- en SkyECC-data. De stelling van de verdediging dat het doel van de interceptie is geweest om de volledige inhoud van alle berichten die op de servers aanwezig zijn geweest te verkrijgen, is niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd en kan de rechtbank ook niet afleiden uit het strafdossier. De rechtbank gaat daarom ook aan die stelling voorbij. Eindconclusie De rechtbank is van oordeel dat alle verweren inzake de EncroChat- en SkyECC-data van de verdediging falen. Er is geen aanleiding om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren of om op enige grond de EncroChat- of SkyECC-data van het bewijs uit te sluiten. Evenmin ziet de rechtbank hierin reden tot strafvermindering. De rechtbank verwerpt de verweren in al hun onderdelen. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Inleiding In de zomer van 2020 ontvangt het Team Criminele Inlichtingen van de Eenheid Limburg informatie uit een in Nederland onder leiding van een officier van justitie lopend opsporingsonderzoek, te weten 26Lemont, over een vermoedelijk transport van verdovende middelen vanuit Colombia met als deklading bananen. De ontvanger van de lading is een bedrijf genaamd Freshly B.V., met als ontvangstadres Beitel 15 te Heerlen. Naar aanleiding van deze informatie is een onderzoek ingesteld. Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier. Tijdens het onderzoek kwamen EncroChat-berichten en SkyECC-berichten ter beschikking van de politie. Op grond van de EncroChat- en SkyECC-berichten en de overige onderzoeksresultaten werden [naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 1] , [verdachte] , [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] als verdachten aangemerkt voor onder meer de betrokkenheid bij voorbereidingshandelingen ten behoeve van de import van cocaïne en/of deelname aan een criminele organisatie ten behoeve van de hennephandel, het bezit van verdovende middelen en/of wapenbezit. De rechtbank zal hierna per ten laste gelegd feit vermelden of zij dit feit bewezen acht. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zal de rechtbank ook per feit aangeven indien tot (partiële) vrijspraak wordt gekomen. 4.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. 4.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2, 3 en
- Subsidiair heeft zij ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat de pleegperiode moet worden ingekort. De standpunten van de verdediging zullen hierna, voor zover van belang, nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken. 4.4 Het oordeel van de rechtbank Voor de leesbaarheid heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, in bijlage II opgenomen. 4.4.1 Identificatie EncroChat- en SkyECC accounts Het dossier van het onderzoek Otus bevat vele chatberichten. Deze berichten werden uitgewisseld via encrypted PGP (zogenaamde Pretty Good Privacy)-telefoons met EncroChat- en SkyECC accounts. Voor de bewijsvoering komt het in belangrijke mate aan op de inhoud van het ter beschikking gekomen berichtenverkeer. De rechtbank is zich gedurende de beraadslaging steeds bewust geweest van het feit dat deze chats niet volledig zijn. Een groot aantal van de berichten is eenzijdig ontsleuteld. Bovendien ontbreken er chats. Het is niet bekend hoeveel chats er ontbreken. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat behoedzaamheid moet worden betracht bij het duiden van de betekenis en strekking van de inhoud van de gesprekken. De onvolledigheid betekent echter niet dat op basis van de chats in zijn geheel geen vaststellingen kunnen worden gedaan. Voor zover de rechtbank op basis van de chats bepaalde feiten en omstandigheden heeft vastgesteld, zal zij dit bij de hierna te bespreken feiten uiteen zetten. De politie heeft onderzoek gedaan naar de identiteit van de EncroChat- en SkyECC gebruikers en heeft onder meer in processen-verbaal van bevindingen de redengevende feiten en omstandigheden opgenomen op grond waarvan de verdachte aan een bepaald account kan worden gekoppeld. De rechtbank heeft op grond van de inhoud van de hiervoor vermelde processen-verbaal, in onderling verband en samenhang bezien, geen enkele reden om te twijfelen aan de conclusies die de politie daaruit trekt. De rechtbank leidt uit deze processen-verbaal het volgende af. Wovencider, Emupasta en 7OCM3K De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte [verdachte] als bijnaam ‘barman’ heeft en dat de EncroChat-accounts wovencider en emupasta en het SkyECC-account 7OCM3K aan hem toebehoorden. De rechtbank is – nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel – van oordeel dat [verdachte] ook daadwerkelijk de gebruiker was van deze accounts. Greypenguin en HC9OUB De rechtbank stelt vast dat de verdachte [naam medeverdachte 1] door de medeverdachten en andere gebruikers ‘bolle’ wordt genoemd. De rechtbank stelt daarnaast op basis van de bewijsmiddelen vast dat het EncroChat-account greypenguin en het SkyECC-account HC9OUB toebehoorden aan de verdachte [naam medeverdachte 1] en dat hij – nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel – ook daadwerkelijk de gebruiker was van deze accounts. Voor zover de verdediging de stelling heeft ingenomen dat op basis van het dossier onvoldoende kan worden vastgesteld dat met ‘bolle’ de verdachte [naam medeverdachte 1] wordt bedoeld, wordt deze stelling verworpen. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de inhoud en de context van de berichten – al dan niet in combinatie met andere (daaropvolgende) gesprekken – voldoende blijkt dat met de bijnaam ‘bolle’ in die gevallen steeds de verdachte [naam medeverdachte 1] wordt bedoeld. Bovendien blijkt uit de inhoud van de gesprekken dat de bijnaam ‘bolle’ ook door de verdachte [naam medeverdachte 1] zelf wordt gebruikt. Daar waar [naam medeverdachte 1] deelnam aan de gesprekken en de bijnaam ‘bolle’ voor een derde (dus een ander dan [naam medeverdachte 1] ) werd gebruikt, is ervan uitgegaan dat in die gevallen de medeverdachte [naam medeverdachte 3] werd bedoeld. Yellowostrich en VWEES2 De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte [naam medeverdachte 4] onder andere als bijnaam ‘piraat’ heeft en dat het EncroChat-account yellowostrich en het SkyECC-account VWEES2 aan hem toebehoorden. De rechtbank is – nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel – van oordeel dat [naam medeverdachte 4] ook daadwerkelijk de gebruiker was van deze accounts. Argostoli De rechtbank concludeert ten slotte op basis van de bewijsmiddelen dat de verdachte [naam medeverdachte 2] door de medeverdachten of andere gebruikers ‘rooie’, ‘rooije’, ‘rot’ of ‘rote’ werd genoemd en dat het EncroChat-account argostoli aan hem toebehoorde. Nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel kan de verdachte [naam medeverdachte 2] ook daadwerkelijk worden aangemerkt als de gebruiker van dit account. [naam medeverdachte 3] Op basis van het onderliggende dossier is de rechtbank ten slotte niet gebleken dat de verdachte [naam medeverdachte 3] over een PGP-telefoon beschikte en/of gebruikmaakte van de berichtendiensten EncroChat of SkyECC. 4.4.2 Feit 1: voorbereidingshandelingen handel en import cocaïne De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat de verdachte zich samen met zijn medeverdachten, gedurende de ten laste gelegde periode, schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden van de handel in en de invoer van cocaïne. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Op 28 oktober 2019 wordt door verdachte [naam medeverdachte 3] het bedrijf Freshly B.V. opgericht. Het bedrijf wordt bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als groothandel in groenten en fruit en op de website van Freshly B.V. worden onder meer bananen uit Colombia aangeboden. Het bedrijf huurt met ingang van 19 december 2019 een bedrijfspand aan het adres Beitel 15, unit 13, te Heerlen. Enkele weken later, op 13 januari 2020, wordt door verdachte [verdachte] een zesdaagse reis geboekt naar Colombia. Hij vertrekt een dag later en brengt volgens de gevorderde passagiersgegevens onder meer een bezoek aan Santa Marta in Colombia; de plek die in de zogenaamde ‘Bill of Lading’ staat genoteerd als ladingshaven en de plek waar ook de verzender van de container met 1000 dozen met bananen, te weten Expofrucol gevestigd is. Uit WhatsApp-berichten, aangetroffen op de telefoon van [naam medeverdachte 3] , blijkt dat [verdachte] op 29 en 30 juli 2020 informatie – afkomstig van ‘bolle’ – deelt over de aankomst van de ‘bak’. Op camerabeelden van de Beitel 15, unit 13, wordt waargenomen dat een persoon die grote gelijkenis vertoont met verdachte [verdachte] en die aan komt rijden in een Volkswagen Caddy die op naam staat van [verdachte] , op 29 juli 2020 – een dag voor de aankomst van de éérste container met bananen – op het terrein aanwezig is, kennelijk om een pompwagen in het bedrijfspand achter te laten. Op de camerabeelden van zowel 30 juli 2020 als 5 augustus 2020 wordt vervolgens waargenomen dat een vrachtwagen met trailer het laadperron op rijdt en op beide data worden (bananen)dozen (vanuit de vrachtwagen) naar het bedrijfspand verplaatst. Een persoon die grote gelijkenis vertoont met verdachte [verdachte] wordt op 5 augustus 2020 wederom op de camerabeelden waargenomen als degene die bananendozen verplaatst. Op 20 oktober 2020 vindt er vervolgens een ontmoeting plaats tussen de verdachten [verdachte] , [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] . Daarna wordt door de verdachte [naam medeverdachte 3] , op 28 oktober 2020, contact gelegd met een Colombiaans e-mailadres. Uit de e-mail blijkt dat hij op zoek is naar een leverancier van bananen voor de lange termijn en dat hij wekelijks één of twee containers naar de haven van Antwerpen wil laten verschepen, met min of meer onmiddellijke ingang. Uit het berichtenverkeer aangetroffen op de PGP-telefoons komt naar voren dat de verdachten [verdachte] , [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 4] zowel onderling als met andere gebruikers veelvuldig contact hebben gehad, onder meer over de twee containers met bananen uit Colombia bestemd voor Freshly B.V. in Nederland. In de berichten is verder te lezen dat er meermaals in verhullend taalgebruik wordt gesproken over ‘C’. Deze term wordt gebruikt in combinatie met aantallen, (kilo)grammen en bedragen. Er wordt gesproken over ‘colo/collo (in lockdown)’ en daarnaast worden er dingen gezegd als: ‘horeca dicht, daar wordt meeste gesnoven maat’, ‘beland uiteindelijk allemaal bij die snuuvers in de neus’ en ‘witte toei, wie noeme ze det vur te snuuve det grei’. De termen ‘C’ en ‘colo’ of ‘collo’ zijn gelet op het vorenstaande naar het oordeel van de rechtbank daarom uitsluitend aan te duiden als verhullend taalgebruik voor cocaïne en Colombia. Voorts blijkt uit dit berichtenverkeer dat er wordt gesproken over ‘containers’, ‘pallets’ en ‘bananen’. Door [naam medeverdachte 4] wordt gezegd ‘er wordt geen lege meer betaald’, dat ‘de bananen goed moeten zijn omdat ze de lading anders vernietigen met pakket en al’ en ‘wil volle achter elkaar sturen’. Ook zegt hij ‘wij hebben verstopt (…) als scanner komt die ziet niks’ en door [verdachte] worden foto’s gedeeld met [naam medeverdachte 1] van houten planken, voorzien van een holle ruimte waar zwarte blokken of pakketjes in verstopt zijn. Een dag later stuurt [naam medeverdachte 1] een foto met adresgegevens van Freshly B.V., te weten Beitel 15 te Heerlen, met daarbij de tekst ‘product of Colombia’ en ‘variety: Cavendisch’. Dit is een bananensoort, die ook vermeld staat op de eerder genoemde Bill of Lading en waar ook in het bericht van info@freshlyfruits.nl aan het Colombiaans e-mailadres van 28 oktober 2020 specifiek om wordt gevraagd. Op 11 juni 2020 stuurt [verdachte] ten slotte foto’s naar [naam medeverdachte 4] van etiketten met daarop de adresgegevens van Freshly B.V. en foto’s van bananendozen van het merk Expofrucol. Tevens wordt als exporteur op de etiketten genoemd: Expofrucol S.A.S. te Santa Marta, Colombia. Dit is de naam van het bedrijf waar blijkens de transactiegegevens van de bankrekening van Freshly B.V. op 12 mei 2020 en 5 juni 2020 ook betalingen aan zijn gedaan. De vestigingsplaats van Expofrucol S.A.S. is Santa Marta in Colombia, zijnde de bestemming van de reis van verdachte [verdachte] op 15 januari
- De rechtbank concludeert, gelet op het vorenstaande, dat de gesprekken betrekking hebben op het vervoeren en importeren van cocaïne vanuit Colombia naar Nederland, waarbij bananen als deklading werden gebruikt. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat de twee uiteindelijk bij Freshly B.V. geleverde containers waren bedoeld om de (toekomstige) transportlijn voor cocaïne uit te testen, waardoor sprake is van voorbereidingshandelingen. De rechtbank neemt bij dit alles tevens in aanmerking dat het berichtenverkeer heeft plaatsgevonden via EncroChat en SkyECC, berichtendiensten die veelal gebruikt worden in het kader van de handel in verdovende middelen, en de omstandigheid dat de import van cocaïne vanuit Zuid-Amerika veelal geschiedt door middel van het verhullen van de cocaïne tussen partijen verse of bederfelijke waar, zoals tropisch fruit. Daarnaast wordt cocaïne veelal in geperste blokken getransporteerd, hetgeen past bij de aangetroffen foto’s van de houten planken, die zijn voorzien van een holle ruimte. De gesprekken die toe te schrijven zijn aan [verdachte] , [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] zijn naar het oordeel van de rechtbank zeer specifiek en concreet, waarbij onder meer wordt gesproken over aantallen en kilo’s en waarbij afspraken worden gemaakt over de wijze van uitvoering, het verhullen van de cocaïne en de winstverdeling. Daarbij komt dat uit onderzoek aan de transactiegegevens, de verklaring van de verhuurder van het bedrijfspand aan het adres Beitel 15 te Heerlen, alsook uit het berichtenverkeer volgt dat er de gehele huurperiode tot en met 18 december 2020 geen bedrijfsmatige activiteiten zijn geweest en dat de transacties van Freshly B.V. enkel bestonden uit contante geldstortingen en (voornamelijk) huurbetalingen, waarbij de laatste transactie plaatsvond op 28 augustus
- Gelet op al het vorenstaande kan, in onderling verband en samenhang bezien, naar het oordeel van de rechtbank daarom wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake is geweest van het tezamen in vereniging met (deels) onbekende anderen plegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid, van de Opiumwet. De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen. 4.4.3 Feit 2: criminele organisatie gericht op hennephandel De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte heeft deelgenomen aan een samenwerkingsverband met medeverdachten [naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en een of meer anderen, dat als oogmerk had het plegen van misdrijven met betrekking tot hennep. Juridisch kader De rechtbank overweegt dat uit de jurisprudentie volgt dat een organisatie een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband is van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad. Hierbij is niet vereist dat de verdachte heeft samengewerkt of bekend was met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat het samenwerkingsverband steeds hetzelfde is. Van deelneming aan het samenwerkingsverband is sprake indien de verdachte daartoe behoort en een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Daarbij dient de verdachte in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van de betreffende misdrijven van de Opiumwet. In deze zaak ziet de verdenking op het deelnemen aan een organisatie met het oogmerk op het plegen van de grootschalige hennephandel. In de tenlastelegging zijn de volgende specifieke misdrijven opgenomen: het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of vervaardigen van softdrugs (artikel 11, derde lid, Opiumwet); het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een grote hoeveelheid) softdrugs (artikel 11, vierde en vijfde lid, Opiumwet). Conclusie Op basis van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een duurzaam en structureel samenwerkingsverband tussen [naam medeverdachte 4] , [verdachte] , [naam medeverdachte 1] en andere personen, waaronder [naam medeverdachte 2] . Dit leidt de rechtbank af uit het intensieve chatcontact tussen de verdachten, waarin van 2 april 2020 tot en met 1 oktober 2020 veelvuldig wordt gesproken over, onder meer, het inkopen van stekjes, het drogen van hennep, het knippen van hennep, het ophalen of wegbrengen van hennep, transport over de grens, het stashen van hennep en geld, wat de huidige stand van de voorraden is en waarin overzichten van de in- en uitgaande geldstromen worden gedeeld. Ook kenmerkt dit samenwerkingsverband zich door een zekere hiërarchische structuur, waarbij de daadwerkelijke uitvoerders, worden aangestuurd door degenen met een meer coördinerende en/of leidinggevende rol binnen de organisatie. Uit de inhoud van de chatgesprekken blijkt voldoende duidelijk dat het oogmerk van deze organisatie was gericht op de handel in hennep. Er worden talloze berichten gestuurd over onder meer het drogen en knippen van de hennep, over het verkopen en afleveren van de hennep en over het vervoeren van hennep. Daarbij wordt veelvuldig gesproken over de wijze van drogen en vervoeren, alsook over hoeveelheden, kilogrammen, klanten en opbrengsten. Uit het dossier en het berichtenverkeer volgt daarnaast dat de organisatie meerdere stashlocaties had. Op twee van deze stashlocaties worden tijdens de doorzoekingen op 17 mei 2021 (grote hoeveelheden) hennep(gruis) en attributen die in verband kunnen worden gebracht met een hennepkwekerij aangetroffen, zoals weegschalen, ventilatoren en droogrekken. De stashlocaties op de Antoniusstraat te Venlo en de Kaldenkerkerweg te Tegelen worden gehuurd door [naam medeverdachte 2] en bij zowel [naam medeverdachte 2] als [verdachte] worden ook sleutels van deze locaties aangetroffen. Ook worden zowel [verdachte] als [naam medeverdachte 2] op de camerabeelden van de stashlocatie aan de Antoniusstraat te Venlo waargenomen: [naam medeverdachte 2] op de camerabeelden van 7 november 2020 om een sleutel in ontvangst te nemen en [verdachte] op meerdere data tussen 24 oktober 2020 en 3 december 2020, terwijl hij met zijn auto de garage binnenrijdt, onbekende mannen (met of zonder auto) het pand betreden, er gesjouwd wordt met bigshoppers en deze bigshoppers of andere spullen in en uit auto’s worden geladen. Uit het berichtenverkeer blijkt verder dat de verschillende leden van de organisatie ieder een eigen taak en verantwoordelijkheid hadden met betrekking tot de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Daarbij vervulde verdachte [naam medeverdachte 4] een leidinggevende en coördinerende rol. Onder leiding van [naam medeverdachte 4] was verdachte [verdachte] verantwoordelijk voor het bereiden, bewerken en/of verwerken en het afleveren, verstrekken en/of vervoeren van de hennep. Uit het berichtenverkeer kan worden afgeleid dat [verdachte] de hennep droogde in het drooghok bij zijn woning en dat hij [naam medeverdachte 4] op de hoogte bracht van de aantallen en hoeveelheden. Ook blijkt dat hij verantwoordelijk was voor de kwaliteit, dat hij in opdracht van [naam medeverdachte 4] de gedroogde hennep afleverde bij de afnemers of aan verdachte [naam medeverdachte 2] en dat hij (onder leiding van [naam medeverdachte 4] ) het beheer had over het geld. [naam medeverdachte 4] onderhield daarnaast ook contact met andere gebruikers over de hennephandel. [naam medeverdachte 1] vervulde naast en/of onder [naam medeverdachte 4] ook een meer leidinggevende en coördinerende rol. Hij had onder meer het beheer over het kniphok in zijn tuin en hij had de leiding over de knippers van de hennep. Uit het berichtenverkeer blijkt dat hij daarnaast ook [verdachte] aanstuurde en hem opdracht gaf om bijvoorbeeld geld te komen brengen of benodigde attributen voor het kniphok (zoals hout om vuur te maken, om daarmee de geur van hennep te maskeren) te kopen. Ten slotte had ook medeverdachte [naam medeverdachte 2] een zodanig aandeel in de hennephandel dat hij als deelnemer van de criminele organisatie kan worden aangemerkt. Als koerier stond hij in contact met de afnemers van de organisatie en in opdracht van [naam medeverdachte 4] vervoerde hij de hennep, met name naar Duitsland. [naam medeverdachte 2] had daarbij meerdere malen contact met [verdachte] over het ophalen van de gedroogde hennep. [naam medeverdachte 2] kan daarnaast ook worden aangemerkt als huurder van zowel de stashlocatie aan de Antoniusstraat te Venlo als de Kaldenkerkerweg te Tegelen. Ten aanzien van het opzet van de verdachten op het deelnemen aan een organisatie met als oogmerk het plegen van softdrugsmisdrijven weegt de rechtbank mee dat de deelnemers van de organisatie met elkaar communiceerden via versleutelde berichten waarin werd gesproken over het ophalen/wegbrengen van aantallen, kilo’s, (tassen vol) hennep en hoeveelheden geld. Ook wijst de rechtbank op het heimelijke karakter van de gedragingen binnen de organisatie. Zo werden bij de overdracht van de hennep de rijroutes en de tijden zorgvuldig uitgekozen, werden rijroutes door middel van voorverkenningen gecontroleerd op de aanwezigheid van (grens)politie, werd bepaalde kledij gedragen en werden snelle auto’s gehuurd om de politie te snel of te slim af te zijn. Bovendien werden deze chatgesprekken wekelijks gewist. Aangezien alle verdachten op enig moment aan gesprekken over de handel deelnamen en/of bij de overdrachten betrokken waren, acht de rechtbank bewezen dat alle verdachten in zijn algemeenheid wisten dat de organisatie het telen, bereiden, bewerken, verwerken, invoeren, vervoeren, verkopen, verstrekken en aanwezig hebben van hennep als oogmerk had. Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen en de daaraan verbonden conclusies van de rechtbank, worden de bewijsverweren van de verdediging verworpen. Naast de EncroChat- en SkyECC-communicatie vloeit het bewijs voor het ten laste gelegde feit ook voort uit andere bronnen, zoals camerabeelden, reisbewegingen van telefoons en voertuigen, doorzoekingen en observaties van de politie en WhatsApp-communicatie. Op basis van al deze onderzoeksbevindingen blijkt voldoende duidelijk dat de verdachte heeft deelgenomen aan de criminele organisatie met als oogmerk de grootschalige hennephandel. 4.4.4 Feit 3 en 5: aantreffen hennep en coffeïne [adres 2] te Tegelen De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat op 17 mei 2021 in de garagebox aan de [adres 2] te Tegelen, in de gemeente Venlo, hennep en coffeïne zijn aangetroffen. Uit de verklaring van de verdachte [naam medeverdachte 2] en de getuigenverklaring van verhuurder Janssen volgt dat [naam medeverdachte 2] de huurder was van de garagebox aan de [adres 2] te Tegelen. De verhuurder heeft daarnaast verklaard dat elke huurder twee sleutels van hem kreeg. Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] werd een sleutelbos aangetroffen, met daaraan – zo bleek later – onder meer een sleutel van de rolpoort van de garagebox aan de [adres 2] . Ook werd de Renault Kangoo voorzien van kenteken [nummer kenteken 1] op naam van [verdachte] , die tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] werd aangetroffen en waarvan [verdachte] ook meerdere keren als bestuurder werd herkend, op verschillende data tussen 18 december 2020 en 14 mei 2021 bij voornoemde garagebox gesignaleerd. De henneptoppen werden aangetroffen in doorzichtige plastic zakken in de kofferbak en (zichtbaar) op de achterbank en op de bestuurdersstoel van een in de garagebox geparkeerde auto. De geperste hennep en coffeïne werden daarnaast aangetroffen onder een houten stellage en lagen eveneens in het zicht. Door verbalisanten werd bovendien vanaf de buitenkant van de garagebox de hen ambtshalve bekende geur van hennep geroken en verspreid over de gehele garagebox werden attributen aangetroffen voor een hennepkwekerij, zoals weegschalen, droogrekken en knipscharen. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier voldoende is komen vast te staan dat [verdachte] gedurende een lange periode voorafgaand aan het aantreffen van de hennep en coffeïne betrokken is geweest bij de voorbereidingshandelingen voor de handel in en invoer van cocaïne en een samenwerkingsverband ten behoeve van de grootschalige hennephandel, waar ook verdachte [naam medeverdachte 2] onderdeel van uitmaakte. In relatie tot drugs is coffeïne een versnijdingsmiddel voor onder andere cocaïne. Ten aanzien van de hennep blijkt naar het oordeel van de rechtbank daarnaast voldoende uit het dossier dat de organisatie meerdere stashplekken tot hun beschikking had, van waaruit hennep werd verstrekt. [verdachte] was daarbij de vaste droger en hij was ook degene die – samen met [naam medeverdachte 2] – de hennep vervolgens vervoerde en naar de afnemers bracht. Gelet op voornoemde omstandigheden, in combinatie met het feit dat het dossier voor het overige ook geen aanwijzingen bevat dat nog iemand anders – buiten [verdachte] en [naam medeverdachte 2] – beschikte over een sleutel van de garagebox of gebruikmaakte van de garagebox, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de hennep en de coffeïne en dat deze zich ook in zijn machtssfeer bevonden. Dat hierbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [naam medeverdachte 2] volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat beide verdachten toegang hadden tot de garagebox, uit het feit dat zij veelvuldig contact met elkaar hadden en uit het feit dat beiden structureel betrokken zijn geweest bij een criminele organisatie ten behoeve van de handel in softdrugs. Geperste hennepblokken De combinatie van de door de politie herkende samenstelling als plantvorm van de bruin/groenachtige geperste substantie van de blokken en de positieve uitslag van de MMC kleur-reactietest, alsmede de door de politie geroken hennepgeur bij de garagebox, de aangetroffen attributen voor de hennephandel en de aanwijzingen dat beide verdachten betrokken waren bij een samenwerkingsverband ten behoeve van de grootschalige hennephandel, heeft volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad voldoende bewijskracht om te dienen tot het bewijs dat sprake is van cannabis. Daarmee is er naar het oordeel van de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewijsmateriaal om te komen tot het bewijs dat de verdachte naast 37.920 gram henneptoppen ook 3.000 gram geperste hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad (feit 3). Hoeveelheid coffeïne Uit de bewijsmiddelen volgt dat het nettogewicht van de coffeïne 6.322 gram bedroeg, zodat de rechtbank van die hoeveelheid zal uitgaan in de bewezenverklaring van feit
- Conclusie De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met een ander opzettelijk in totaal 40.920 gram hennep aanwezig heeft gehad (feit 3) en dat hij samen met een ander 6.322 gram versnijdingsmiddel, te weten coffeïne, voorhanden heeft gehad, welk feit – in het licht van alle overige onderzoeksbevindingen in deze zaak – gekwalificeerd kan worden als strafbare voorbereidingshandelingen ten behoeve van het opzettelijk bewerken en/of verwerken van cocaïne (feit 5). Dat Tegelen in de gemeente Venlo ligt is een feit van algemene bekendheid en heeft ook niet ter discussie gestaan op zitting. 4.4.5 Feit 4: voorhanden hebben wapen en munitie De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat op 17 mei 2021 in de woning van de verdachte aan de [adres 1] , 5863 AJ te Blitterswijck 33a een vuurwapen in de vorm van een revolver (Mauser 38S) en zes GECO 38 Special patronen zijn aangetroffen. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een bewoner weet welke voorwerpen zich in zijn woning bevinden en dat hetgeen zich daar bevindt, zich ook in zijn machtssfeer bevindt. Het vuurwapen met daarin de munitie werd aangetroffen in een washandje achter de tv op de slaapkamer. Op het washandje werd DNA van de verdachte aangetroffen. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van het vuurwapen en munitie en dat deze zich ook in zijn machtssfeer bevonden. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een vuurwapen in de vorm van een revolver (Mauser 38S) en zes GECO 38 Special patronen voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal de verdachte vrijspreken ten aanzien van het tenlastegelegde voorhanden hebben van 1 patroon kaliber .45, omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van deze munitie, dan wel dat deze zich in zijn machtssfeer bevond. 4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte feit 1 in de periode van 28 oktober 2019 tot en met 16 december 2020 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Peel en Maas en/of de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden, - zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of heeft verschaft en/of - een of meer anderen getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte, en/of diens mededaders, tezamen en in vereniging met anderen, - een of meer PGP (zogenaamde Pretty Good Privacy) telefoons, aangeschaft en/of voorhanden gehad en/of (middels voornoemde telefoons) informatie over verdovende middelen (cocaïne) gedeeld via versleutelde berichten en/of - ( meermalen) met elkaar en/of met (een contactpersoon van) opdrachtgever(s) en/of afnemer(s) (telefonisch) contact gelegd en/of onderhouden en/of afspraken gemaakt en/of gemaakt en/of overleg gevoerd en/of gesproken met elkaar over de wijze van vervoer van de verdovende middelen (cocaïne) en/of het geven van instructies/aanwijzingen aan een mededader en/of - afspraken gemaakt en/of bemiddeld met betrekking tot de transporten van de verdovende middelen (cocaïne) en/of - het bedrijf Freshly B.V. opgericht en/of - een bedrijfspand aan de Beitel 15 te Heerlen gehuurd en/of ter beschikking gehad en/of gebruikt; feit 2 in de periode van 2 april 2020 tot en met 17 mei 2021 in de gemeente Venray en de gemeente Venlo en de gemeente Peel en Maas, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van verdachte [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet namelijk het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van (grote hoeveelheden) en/of het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; feit 3 op 17 mei 2021 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 40.920 (37.920 +3.000) gram, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; feit 4 op 17 mei 2021 in de gemeente Venray een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een wapen, van het merk Mauser (38S) zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en munitie van categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie te weten 6 patronen (GECO 38 Special), voorhanden heeft gehad; feit 5 op 17 mei 2021 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken en/of verwerken, van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden, 6.623 gram versnijdingsmiddel (te weten coffeïne), voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn medeverdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden, dat dat bestemd was tot het plegen van dat feit. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op: feit 1 medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde en/of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of daarbij behulpzaam te zijn, door zich of een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en door voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit; feit 2 deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde, vierde of vijfde lid van de Opiumwet; feit 3 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; feit 4 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; feit 5 medeplegen van het, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden door stoffen voorhanden te hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 6De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 7De straf en/of de maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van het voorarrest. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de straf van de verdachte aanzienlijk te matigen. Daartoe heeft zij onder andere gewezen op de beperkte hoeveelheid verdovende middelen waar feit 1 op ziet, de sterke mate van overlap in de feitelijke uitwerkingen van de verwijten van feit 1 en de (beperkte) mate van betrokkenheid en profijt van de verdachte bij feit 3 en
- De verdediging heeft daarnaast verzocht om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met een beperktere pleegperiode van feit 1 en
- Ten slotte dient volgens de verdediging rekening gehouden te worden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat de inmiddels bijna vier jaar durende schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte, op een misstap in december 2023 na, zonder problemen is verlopen. 7.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De aard en de ernst van de feiten De verdachte heeft zich samen met anderen, gedurende een periode van ruim een jaar, schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de invoer van en handel in cocaïne. Samen met zijn medeverdachten heeft de verdachte een zogeheten dekmantel opgezet in de vorm van een groothandel in groenten en fruit, om containers met bananen afkomstig uit Colombia in te laten voeren, zodat in de verpakking van de lading cocaïne kon worden verstopt. Uit de (versleutelde) berichten blijkt dat de verdachte contacten onderhield met de tussenpersoon in Colombia, dat hij informatie verstrekte over het verkrijgen van de containers met bananen vanuit Colombia en dat hij met zijn medeverdachten sprak over de verdeling van de opbrengst. Met zijn handelen is de verdachte een zeer belangrijke schakel geweest in de keten om de invoer en handel in cocaïne voor te bereiden. Ook heeft de verdachte gedurende een periode van ruim een jaar deelgenomen aan een criminele organisatie. Deze organisatie hield zich op grootschalig niveau bezig met het kweken van en de (internationale) handel in softdrugs. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte – die onder leiding van medeverdachte [naam medeverdachte 4] – werkte als vaste droger van de hennep, als degene die het geld verstopte/beheerde en als degene die de hennep vervoerde en naar de afnemers bracht, een belangrijke organiserende en uitvoerende rol heeft gehad binnen de criminele organisatie en dat zijn betrokkenheid een duidelijk onmisbare schakel is geweest bij het in stand houden daarvan. Dat de verdachte daarnaast samen met een ander meer dan 40 kilogram hennep en circa 6 kilogram versnijdingsmiddel (coffeïne) ter voorbereiding voor het bewerken en verwerken van cocaïne, in zijn bezit heeft gehad, onderstreept de actieve en veelzijdige rol die de verdachte heeft gespeeld binnen de drugsketen, zowel aan de voorkant (invoer) als in de verdere bewerking en verspreiding van drugs. Daarbij komt dat de verdachte een vuurwapen, te weten een revolver, met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad in zijn woning. Het bezit van een dergelijk wapen in de privésfeer, levert niet alleen een ernstig veiligheidsrisico op, maar past ook bij het beeld van georganiseerde criminaliteit, waarin geweld of bedreiging vaak een rol speelt. De verdachte heeft zich met het plegen van bovenstaande feiten schuldig gemaakt aan een reeks ernstige strafbare feiten, die in onderlinge samenhang een zorgwekkend beeld geven van zijn betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit. Het gaat om gedragingen die de rechtsorde ernstig aantasten en bijdragen aan de ontwrichting van de samenleving. De verdachte heeft zich begeven op het terrein van de (internationale) handel in hard- en softdrugs, waarmee hij een bijdrage heeft geleverd aan het criminele drugscircuit. De verspreiding van en handel in drugs gaan vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit. Het op de markt brengen van hard- en softdrugs vormt daarnaast een ernstige bedreiging van de volksgezondheid. De verdachte heeft geen oog gehad voor deze ongewenste effecten op de samenleving en hij was enkel uit op zijn eigen financiële gewin. De langdurige, gestructureerde en doelgerichte wijze waarop de verdachte daarbij te werk is gegaan, versterkt de ernst van zijn handelen. Persoonlijke omstandigheden en redelijke termijn Gezien de ernst van de feiten en het georganiseerde verband waarin de feiten deels zijn gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie in zijn eis de enige passende strafmodaliteit heeft gekozen, te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De persoonlijke omstandigheden zoals deze namens de verdachte naar voren zijn gebracht, maken niet dat de rechtbank komt tot een andersoortige straf. De rechtbank heeft daarbij tevens acht geslagen op het reclasseringsadvies van 8 mei
- De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het verweer van de verdediging dat sprake zou zijn van een schending van de privacy van de verdachte, nu zijn gegevensdragers uitgebreid zijn onderzocht en daarbij privacygevoelige informatie door de politie is bekeken, zonder een daaraan voorafgaande toestemming van de officier van justitie of betrokkenheid van de rechter-commissaris. Deze schending zou volgens de verdediging in de op te leggen straf tot uitdrukking moeten komen. De rechtbank is van oordeel dat het verweer onvoldoende is onderbouwd, nu door de verdediging niet is aangevoerd op welke manier de verdachte in zijn verdediging is geschaad of op welke manier hij nadeel heeft geleden. De rechtbank ziet daarin dan ook geen aanleiding tot enige strafvermindering. Wel zal de rechtbank een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie geëist, omdat zij de gevorderde straf – in verhouding tot straffen opgelegd in soortgelijke zaken – te fors acht. De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat de verdachte lange tijd op zijn berechting heeft moeten wachten. Bij de behandeling van de zaak is de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM met bijna twee jaar overschreden. In beginsel acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden passend voor de door de verdachte gepleegde strafbare feiten. Mede gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank aan de verdachte een lagere straf opleggen. Straf Alles overwegende zal de rechtbank de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering. 8Het beslag Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen met strafrechtelijke beslagtitel: 1 STK Wapen (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1415919 , Mauser) 6 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1415930) 1 STK Washandje (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1415932) 1 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1416531) 1 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1416538) 1 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1416541) 4 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1416544) 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-LBRAA20014_671409, Gruis hennep) 8.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft de onttrekking aan het verkeer van alle inbeslaggenomen goederen gevorderd. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over het beslag. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de inbeslaggenomen verdovende middelen, de wapens en munitie en het washandje onttrekken aan het verkeer. De rechtbank overweegt daartoe dat de feiten 2 en 4 met betrekking tot en met behulp van deze voorwerpen zijn begaan en ze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. 9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10, 10a, 11, 11b en 13a van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 10De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.5 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 54 maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Beslag - onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen: 1 STK Wapen (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1415919 , Mauser) 6 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1415930) 1 STK Washandje (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1415932) 1 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1416531) 1 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1416538) 1 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1416541) 4 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2020099540-G1416544) 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2300-LBRAA20014_671409, Gruis hennep). Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H. van den Hombergh, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. G.H. Hermanides, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H.C. van den Munckhof, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juli
- BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
- hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 oktober 2019 tot en met 16 december 2020 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Peel en Maas en/of de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/ofte bevorderen, (telkens) - zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of heeft verschaft en/of - een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of diens mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), hebbende hij, verdachte, en/of diens mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) - een of meer PGP (zogenaamde Pretty Good Privacy) telefoon(s), althans telefoon(s) voorzien en/of gebruik makend van de versleutelde berichtendienst Encrochat en/of SkyECC aangeschaft en/of voorhanden gehad en/of (middels voornoemde telefoons) informatie over verdovende middelen (cocaïne) gedeeld via versleutelde berichten en/of - ( meermalen) met elkaar en/of met (een contactpersoon van) opdrachtgever(s) en/of afnemer(s) (telefonisch) contact gelegd en/of onderhouden en/of afspraken gemaakt en/of overleg gevoerd en/of gesproken met elkaar over de wijze van vervoer van de verdovende middelen (cocaïne) en/of het geven van instructies/aanwijzingen aan een mededader en/of - afspraken gemaakt en/of bemiddeld met betrekking tot de transporten van de verdovende middelen (cocaïne) en/of - verdovende middelen (cocaïne) besteld, gekocht en/of betaald, en/of - het bedrijf Freshly B.V opgericht en/of - een bedrijfspand/loods aan de Beitel 15 te Heerlen gehuurd en/of ter beschikking gehad en/of gebruikt;
- hij in of omstreeks de periode van 2 april 2020 tot en met 17 mei 2021 in de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo en/of de gemeente Peel en Maas, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van verdachte en/of [naam medeverdachte 4] en/of [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet namelijk het (in de uitoefening van een bedrijf of beroep) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van het (van grote hoeveelheden) binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
- hij op of omstreeks 17 mei 2021 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 40.920 (37920 +3000) gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
- hij op of omstreeks 17 mei 2021 in de gemeente Venray en/of de gemeente Venlo een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een wapen, van het merk Mauser (38F) zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of munitie van categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie te weten 6 patronen (GECO 38 Special) en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 patroon kaliber .45 voorhanden heeft gehad;
- hij op 17 mei 2017 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/ofte bevorderen, 8000 gram, in elk geval een hoeveelheid van materialen bevattende versnijdingsmiddel (te weten caffeine), voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en); BIJLAGE II: De bewijsmiddelen Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit de processen-verbaal van de politie eenheid Limburg, dienst regionale recherche, team opsporing (LB), proces-verbaalnummer LBRAA20014, onderzoek OTUS / LBRAA
- Het onderzoek bestaat uit het algemeen dossier, de zaakdossiers, de beslagdossiers, de verschillende persoonsdossiers en de aanvullingen op het einddossier. Naar paginanummers van het algemeen dossier, gesloten d.d. 28 september 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 440, wordt verwezen met de afkorting “AD-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van zaaksdossier 1, gesloten d.d. 5 oktober 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 506, wordt verwezen met de afkorting “ZD1-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van zaaksdossier 2, gesloten d.d. 5 oktober 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 993, wordt verwezen met de afkorting “ZD2-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van zaaksdossier 3, gesloten d.d. 5 oktober 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 112, wordt verwezen met de afkorting “ZD3-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van zaaksdossier 4, gesloten d.d. 28 september 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 22, wordt verwezen met de afkorting “ZD4-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van het beslagdossier, gesloten d.d. 5 oktober 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 659, wordt verwezen met de afkorting “BD-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van het persoonsdossier van verdachte [naam medeverdachte 4] , gesloten d.d. 28 september 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 111, wordt verwezen met de afkorting “PD1-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van het persoonsdossier van verdachte [verdachte] , gesloten d.d. 28 september 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 143, wordt verwezen met de afkorting “PD2-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van het persoonsdossier van verdachte [naam medeverdachte 1] , gesloten d.d. 28 september 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 140, wordt verwezen met de afkorting “PD3-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van het persoonsdossier van verdachte [naam medeverdachte 3] , gesloten d.d. 28 september 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 92, wordt verwezen met de afkorting “PD4-” gevolgd door het paginanummer. Naar paginanummers van het persoonsdossier van verdachte [naam medeverdachte 2] , gesloten d.d. 6 oktober 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 175, wordt verwezen met de afkorting “PD5-” gevolgd door het paginanummer. De bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Ten behoeve van de leesbaarheid zijn tussenkopjes geplaatst. Dit wil echter niet zeggen dat de onder dat kopje genoemde bewijsmiddelen alleen betrekking hebben op dat bewezen verklaarde feit. Start onderzoek Otus Een verbalisant van het Team Criminele Inlichtingen heeft – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd: Uit een in Nederland onder leiding van een officier van justitie lopend opsporingsonderzoek heb ik de navolgende informatie ontvangen: “Momenteel is een transport van vermoedelijk verdovende middelen vanuit Colombia met als deklading bananen, onderweg naar Nederland. De ontvanger van de lading is een bedrijf genaamd FRESHLY BV met als ontvangstadres Beitel 15 te Heerlen, met het Emailadres: info@freshlyfruits.nl. bereikbaar onder telefoonnummer [nummer 1] . De lading is op 19 juni 2020 verscheept vanuit Colombia. [naam medeverdachte 4] , geboren [geboortedatum 2] .1989 te Meerlo Wanssum, wonende te Maasbree, (NL) [adres 3] , [verdachte] , geboren [geboortedatum 3] 1991 te Meerlo Wanssum, wonende [adres 4] , 5863AC Blitterswijck en een aantal vooralsnog onbekend gebleven personen hebben betrokkenheid bij de organisatie van dit transport.” Genoemde informatie is met toestemming van de betrokken officier van justitie op vrijdag 26 juni 2020 aan mij verstrekt om gebruikt te worden voor verdere opsporingsonderzoeken. Toeschrijving EncroChat- en SkyECC-accounts Een verbalisant van de politie heeft met betrekking tot de SkyECC-accounts – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: In een strafrechtelijk onderzoek naar de aanbieder van SkyECC, genaamd WERL, is informatie verkregen binnen een JIT-onderzoek met België en Frankrijk, dat zich richtte - en nog steeds richt - op mogelijke strafbare feiten gepleegd door de organisatie van het bedrijf SkyECC, alsmede onderzoek doet naar de criminele samenwerkingsverbanden die gebruik maken van SkyECC voor het plegen en/of voorbereiden van hun strafbare feiten. In het kader van dit onderzoek is vanuit WERL informatie gedeeld met het Titel V onderzoek ARGUS. Het onderzoek Argus richt zich op de criminele samenwerkingsverbanden van de NN-gebruikers van SkyECC en heeft onder meer tot doel om aan de hand van de inhoudelijke data de criminele samenwerkingsverbanden die gebruikmaken van cryptotelefoons van SkyECC in beeld te brengen en te analyseren. De rechter-commissaris heeft op 16 april 2021 aanvullend toestemming verleend om de voor onderzoek Otus relevante gegevens vanuit Argus te gebruiken. Het OM Argus heeft toestemming gebruik gegevens voor een ander doel afgegeven (art. 126dd, lid 1, Wetboek van Strafvordering). De beslissing van de rechter-commissaris behelst onderstaande Sky-ID nummers en de daarbij behorende kaders: Nr. Sky-ID IMEI Name (gebruikersnaam) Gegevens geïdentificeerde gebruiker
- VWEES2 35299098172022 Schrootboer Vermoedelijk in gebruik bij [naam medeverdachte 4] , [geboortedatum 2] -1989
- HC9OUB 35534308162034 Self, Bolle Vermoedelijk in gebruik bij [naam medeverdachte 1] Kornson , [geboortedatum 4] -1989
- 7OCM3K 35531908022816 Cor, Barman [verdachte] , [geboortedatum 1] -1991 Vermoedelijke identiteiten gebruikers onderhavige SkyECC: Sky-ID VWEES2 IMEI-nummer: 35299098172022 IMSI-nummer: 204080819662288 Nicknames: Schrootboer Inzet IMSI Op 6 augustus 2020 werd middels bijzondere vergaring nummergegevens een IMEI- nummer met IMSI-nummer vergaard, welke mogelijk in gebruik is bij [naam medeverdachte 4] . Door het observatieteam werd [naam medeverdachte 4] op 06-08-2020 tussen 08.00 uur en 12.00 uur, onder observatie gehouden. De positieve metingen werden verricht op de locaties: - Maasbree, Groesweg tussen 08.00 uur en 08.10 uur; - Sevenum, Middenpeelweg tussen 11.30 uur en 11.40 uur. De resultaten betroffen: Een IMEI-nummer 352999098172023 met hieraan gekoppeld een simkaart voorzien van het IMSI-nummer
- Gezien de afstand tussen de locaties waar de metingen hebben plaatsgevonden op de momenten dat [naam medeverdachte 4] op bovengenoemde locaties verbleef, is het aannemelijk dat bovengenoemd toestel met simkaart in nader te noemen periode in gebruik is geweest bij [naam medeverdachte 4] . Analyse aangestraalde masten [adres 5] Maasbree is de meest aangestraalde mast
(1082x). Daarna de [adres 6] in Swalmen
(323x)en de [adres 7]
(299x)in Grashoek. De woning van [naam medeverdachte 4] bevindt zich in Maasbree. Tevens is [naam medeverdachte 4] tijdens de onderzoeksperiode actief geweest bij een bedrijf in Swalmen. Sky-ID HC9OUB: IMEI-nummer: 355343081620341 IMSI-nummer: 204080819662233 Nicknames: Self, Bolle Inzet IMSI Op donderdag 8 oktober 2020 werd middels bijzondere vergaring nummergegevens IMEI-nummers met IMSI-nummers vergaard, die mogelijk in gebruik waren bij [naam medeverdachte 1] . Een van de nummers die door het observatieteam vergaard werd, was reeds bekend bij het onderzoeksteam, IMSI-nummer 204080819662233, vermoedelijk in gebruik bij verdachte [naam medeverdachte 1] . Uit verkregen printgegevens kwam het IMEI-nummer 355343081620343 naar voren. Vanaf 22 oktober 2020 werden op bevel van de Officier van Justitie, de toekomstige verkeersgegevens ex artikel 126n van het Wetboek van Strafvordering behorende bij het IMEI-nummer 355343081620343 geregistreerd. Uit deze gegevens bleek dat aan dit IMEI-nummer het telefoonnummer [nummer 2] was gekoppeld. Er kon worden vastgesteld dat genoemd communicatiemiddel zich verplaatst gezamenlijk met andere bij [naam medeverdachte 1] in gebruik zijnde communicatiemiddelen, namelijk het telefoonnummer [nummer gsm 1] . Uit de verkeersgegevens bleek dat voornoemd IMEI-nummer en het telefoonnummer [nummer gsm 1] zich gezamenlijk verplaatsten en in de avond- en nachtelijke uren vielen onder het bereik van de telecommunicatiezendmast staande in de omgeving van de Kruisstraat in Meijel. De woning van [naam medeverdachte 1] , [adres 8] in 5985NG Grashoek ligt ten zuidoosten van deze zendmast en valt ook onder genoemd bereik. Dit gebeurde onder meer op de volgende data: 28 en 29 oktober 2020; 2, 7 en 10 november
- Tevens bleek dat voornoemd IMEI-nummer en het telefoonnummer [nummer gsm 1] zich gezamenlijk verplaatsten en tijdens de uren overdag regelmatig vielen onder het bereik van de telecommunicatiezendmast staande in de omgeving van de Hoorslagweg in Maasbree. Het toenmalige vestigingsadres [adres 9] in Maasbree van JH Auto's, alwaar [naam medeverdachte 1] werkzaam is, ligt ten noordoosten van deze zendmast en valt ook onder genoemd bereik. Dit gebeurde onder meer op de volgende data: 22 en 29 oktober 2020; 3 november
- Het tegencontact van zowel VWEES2 en HC9OUB is 7OCM3K. Dit tegencontact bevindt zich in hetzelfde criminele netwerk en is geïdentificeerd. Deze identificatie zal hier nader worden toegelicht. Sky-ID 7OCM3K: IMEI-nummer: 355319080228161 IMSI-nummer: 204080819662234 Nicknames: Cor, Barman Inzet IMSI Door het observatieteam werd [verdachte] op 1 juli 2020 onder observatie gehouden. Er werden vervolgens op 1 juli 2020 middels bijzondere vergaring nummergegevens IMEI-nummers met IMSI- nummers vergaard, die mogelijk in gebruik zijn bij de verdachte [verdachte] . Er werden 3 telefoontoestellen gemeten, waaronder het IMEI-nummer 355319080228161, behorende bij een zogenaamd PGP-telefoontoestel met hieraan gekoppeld een simkaart voorzien van het IMSI-nummer
- De positieve metingen werden verricht op de locaties: Swalmen, nabij de [adres 10] Blitterswijck, nabij de [adres 11] Gezien de afstand tussen de locaties waar de metingen hebben plaatsgevonden op de momenten dat [verdachte] op bovengenoemde locaties verbleef, is het aannemelijk dat voornoemd telefoontoestel met simkaart in gebruik is bij [verdachte] . Historische verkeersgegevens IMEI-nummer
- Van het IMEI-nummer 355319080228161 zijn middels een vordering krachtens artikel 126n van het Wetboek van Strafvordering de historische verkeersgegevens opgevraagd over de periode 1 februari tot en met 1 juli
- Uit de ontvangen historische verkeersgegevens blijkt dat: er in de periode 13 juni 2020 tot en met 1 juli 2020 gebruik is gemaakt van genoemd IMEI-nummer; vanaf 13 juni 2020 gebruik gemaakt wordt van genoemd IMEI-nummer en hierbij gebruik gemaakt wordt van het mobiele data telefoonnummer + [nummer gsm 2] van de provider KPN. Uit het onderzoek blijkt verder dat dit telefoonnummer op meerdere datums en tijdstippen meereist met de overige communicatiemiddelen waarvan gebleken is dat deze in gebruik zijn bij verdachte [verdachte] . Binnen de EncroChats is [verdachte] geïdentificeerd op de EncroChat-accounts wovencider@encrochat.com en emupasta@encrochat.com. Hierbij werden de usernames wovencider, barman, barmann, emupasta, [verdachte] en [naam medeverdachte 4] Venlo gebruikt. De bovenstaande Sky-ID die gekoppeld wordt aan [verdachte] maakt ook gebruik van de naam Barman. [verdachte] was barman in een café in de binnenstad in Venlo. [verdachte] EncroChat-accounts Wovencider en Emupasta Een verbalisant van de politie heeft – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd: In een strafrechtelijk onderzoek genaamd 26Lemont is op basis van een JIT-overeenkomst met een derde Europees land onderzoek gedaan naar mogelijke strafbare feiten gepleegd door de organisatie van het bedrijf EncroChat. De informatie die van belang is gebleken voor andere onderzoeken is op basis van verleende toestemming van de officieren van justitie van onderzoek 26Lemont op basis van artikel 126dd verstrekt aan onderzoek LBRAA20014 Otus. Identificatie wovencider@encrochat.com / emupasta@encrochat.com Op 11 juni 2020 stuurt Yellowostrich@encrochat.com een bericht naar Wovencider@encrochat.com. In dat bericht staat een citaat van een chat tussen Yellowostrich@encrochat.com en Dustbranch@encrochat.com. Daarin zegt Yellowostrich@encrochat.com tegen Dustbranch@encrochat.com dat “ [verdachte] ” morgen er om 10:30 uur is. Wovencider antwoordt daarop dat hij om 11:00 uur gaat kijken. yellowostrich@encrochat.com yellowostrich: Amigoo tomorrow [verdachte] is 10,30 garage with the 20 is that oke the time ?? dustbranch: Oki Amigo wovencider@encrochat.com Ja 11 uur ga ik kijke Op 10 juni stuurt Yellowostrich@encrochat.com een bericht naar Greypenguin@encrochat.com. yellowostrich@encrochat.com App [verdachte] ef voor een zekering Kort daarna stuurt Wovencider@encrochat.com een bericht naar Yellowostrich@encrochat.com dat hij zekeringen heeft voor “BOLLE". wovencider@encrochat.com Heb van de ouwe zekeringen meegekregen Voor bolle Op 29 mei 2020 sturen Yellowostrich@.encrochat.com en Tietje@encrochat.com met elkaar de volgende berichten tietje@encrochat.com Hed [verdachte] nieuwe encro daddy yellowostrich@encrochat.com Ja daddt Heeft nieuwe Das de naam Wovencider Barman heeft je toegevoegd Uit bovenstaande berichten kan worden gerelateerd dat wovencider@encrochat.com: In gebruik is bij een persoon genaamd [verdachte] Ook de bijnaam Barman heeft De nieuwe EncroChat-ID van [verdachte] is In dit onderzoek is [naam medeverdachte 1] Kornson eveneens een persoon van interesse. Van hem is bekend dat hij woonachtig is op het adres [adres 12] te Venlo. Op dit adres is tevens voormalig [naam Cafe] gevestigd. Uit de politiesystemen is bekend dat in [naam Cafe] [verdachte] werkzaam is geweest en volgens eigen opgave de eigenaar van dit café te zijn. [verdachte] is geboren op [geboortedatum 1] -1991 te [plaatsnaam] ingeschreven bij zijn ouders op het adres [adres 13] te Blitterswijck. Hij is woonachtig op het adres [adres 11] te Blitterswijck en woont daar samen met zijn partner [naam partner] . Uit raadpleging van het Kadaster is gebleken dat [verdachte] (mede)eigenaar is van het pand aan de [adres 1] Blitterswijck. Uit de akte van levering is gebleken dat dit pand door [verdachte] en [naam partner] is gekocht van [naam 1] en [naam 2] . Op 6 april 2020 heeft Emupasta een gesprek met Tietje@encrochat.com: emupasta@encrochat.com Huis is getekend tietje@encrochat.com Okee toppy gefeliciteert hoest met [naam partner] emupasta@encrochat.com Ja gaat wel vorige week geoperreerd dus aan het herstellen Uit dit gesprek blijkt dat [verdachte] eveneens gebruik heeft gemaakt van de EncroChat ID emupasta@encrochat.com. Uit bovenstaande kan gerelateerd worden dat als gebruiker van de EncroChat ID wovencider@encrochat.com en emupasta@encrochat.com kan worden geïdentificeerd: Voornamen: [verdachte] Achternaam: [verdachte] Geboortedatum: [geboortedatum 1] 1991 Geboorteplaats: [plaatsnaam] Geboorteland: Nederland Geslacht: man Nationaliteit: Nederlandse Adres: [adres 4] Postcode: 5863AC Plaats: Blitterswijck Land: Nederland SkyECC account 7OCM3K Een verbalisant van de politie heeft – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd: Vanuit het onderzoeksteam is de vraag gesteld waar de gebruiker van SKY ID 7OCM3K kan wonen c.q. verblijven. SKY ID 7OCM3K zou gebruik maken van het IMEI-nummer 355319080228160 en de naam Cor, Barman. Vanuit het onderzoek is tevens de informatie bekend dat een vermoeden bestaat dat [verdachte] , wonende [adres 1] te Blitterswijck de gebruiker kan zijn van SKY ID 7OCM3K. In het onderzoek zijn ook de gegevens van bakens van auto’s en ANPR-registraties bekend. Het gaat om voertuigen met de kentekens [nummer kenteken 2] , [nummer kenteken 3] , [nummer kenteken 1] en [nummer kenteken 4] . De vraag is tevens of aan de hand van de baken/ANPR gegevens een indicatie kan zijn of er een relatie is met [verdachte] . ANTWOORD ONDERZOEKSVRAAG Met betrekking tot het IMEI-nummer 355319080228160 blijkt het navolgende: In de periode tussen 13 juni 2020 en 25 december 2020 zat in het toestel een simkaartje met telefoonnummer [nummer gsm 2] . De gebruiker van dit toestel verbleef in die periode hoofdzakelijk in onderstaand gebied met de blauwe cirkel, zijnde in de omgeving van Blitterswijck. In het betreffende bestand, met betrekking tot IMEI-nummer 355319080228160 staan Cell ID's die behoren tot zendmasten die op meerdere locaties staan rondom het door mij aangegeven blauwe gebied. Van elke zendmast stralen een of meerdere Cell ID's naar het aangegeven blauwe gebied en deze Cell ID’s overlappen elkaar deels. Op grond van deze gegevens is indicatief het blauwe gebied weergegeven alwaar de gebruiker van genoemd toestel kan hebben verbleven in de genoemde periode. Het adres [adres 1] te Blitterswijck ligt net onder het blauw omcirkelde gebied in Figuur 1, daar waar de rode cirkels elkaar kruisen. Met betrekking tot de baken/ANPR gegevens van de kentekens is het mogelijk dat alle 4 de kentekens aan [verdachte] te relateren zijn. Het genoemde telefoontoestel met IMEI-nummer 355319080228160 is minimaal éénmaal in deze voertuigen geweest, althans in hetzelfde gebied op een bepaald tijdstip. Hoofdzakelijk was dat in de auto met kenteken [nummer kenteken 4] , van dit kenteken zijn bijna 3000 gegevens, terwijl van de andere kentekens slechts enkele tientallen gegevens bekend zijn. SAMENVATTING De gebruiker van SKY ID 7OCM3K verblijft c.q. woont in een gebied dat is aangegeven in Figuur 1 met de blauwe cirkel doch dat is indicatief. Net onder deze cirkel is [verdachte] woonachtig zodat het mogelijk is dat dit de gebruiker kan zijn van het betreffende toestel. Ook is het mogelijk dat [verdachte] regelmatig zich verplaatst met een voertuig voorzien van het kenteken [nummer kenteken 4] . [naam medeverdachte 1] EncroChat-account Greypenguin Een verbalisant van de politie heeft – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd: Identificatie greypenguin@encrochat.com Uit de EncroChat data is gebleken dat greypenquin@encrochat.com de volgende bijnamen heeft: Bolle Niffo Bol Jesi Uit een gesprek (04-04-2020) tussen Greypenguin@encrochat.com met yellowostrich@encrochat.com wordt de vrouw van Greypenguin@encrochat.com “esh” genoemd: yellowostrich@encrochat.com Kun je esh bij jen zetten Jen is zwaar over de zeik gekoofd niet dwt Wegbmort bla bla nla Ik rijd zelf met golf bro greypenguin@encrochat.com Ja dan is toch beter dat je me ophaalt? yellowostrich@encrochat.com Ik had gexegd dat eerst alleen weg moest en erna jou zoi zien Beste toch als esh ook hiet komt maat Dan zitten vrouwen niet alleen en minder oorlog Uit een gesprek (07-05-2020) tussen Greypenguin@encrochat.com met emupasta@encrochat.com blijkt dat de vrouw/vriendin van Greypenguin@encrochat.com een woning in Weert heeft die zij als 2e woning aanhouden i.v.m. de uitkering: greypenguin@encrochat.com Weg maat emupasta@encrochat.com Haha ja miss vakje aanvragem daar en die erneer zetten altijd 2e woning toch greypenguin@encrochat.com Vrouwh zijn woning voor uitkering te trekken op adres in weert (…) Lekker esh daar ingeschreven Uit een gesprek (14-05-2020) tussen Greypenquin@encrochat.com met emupasta@encrochat.com blijkt dat de vrouw/vriendin van Greypenquin@encrochat.com waarschijnlijk zwanger is en op het punt van bevallen staat: emupasta@encrochat.com Geen weeen Vrouw vraagt dat greypenguin@encrochat.com Vanmorgen slijm.prop emupasta@encrochat.com Jou vrouw al even niet meer online greypenguin@encrochat.com Veelbbuik pijn maar wel goed emupasta@encrochat.com Ooh dan komt.die zondag greypenguin@encrochat.com Haha ja veel last heefr xe emupasta@encrochat.com Zelfde dag als.mijn vrouw haha greypenguin@encrochat.com Ja morgen moet ze naar genokoloog In dit onderzoek is [naam medeverdachte 4] (die gebruik maakt van Yellowostrich@encrochat.com) een van de verdachten. Van [naam medeverdachte 4] is bekend dat hij lid is geweest van de OMG No Surrender chapter Sablones. Een van de overige leden van dit chapter betrof [naam medeverdachte 1] Kornson , geboren op [geboortedatum 4] -1989 te Venlo. Uit de politiesystemen is gebleken dat [partner medeverdachte 1] de partner is van [naam medeverdachte 1] Kornson . [partner medeverdachte 1] is woonachtig op de [adres 14] te Weert. [partner medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 1] hebben op [geboortedatum 5] -2020 een zoon gekregen genaamd [zoon medeverdachte 1] . Uit bovenstaande kan gerelateerd worden dat Greypenquin@encrochat.com in gebruik is bij: Voornamen: [naam medeverdachte 1] Achternaam: [naam medeverdachte 1] Geboortedatum: [geboortedatum 4] 1989 Geboorteplaats: Venlo Geboorteland: Nederland Geslacht: man Nationaliteit: Nederlandse Adres: [adres 12] Postcode: 5911CE Plaats: Venlo Land: Nederland SkyECC-account HC9OUB Een verbalisant van de politie heeft – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd: Vanuit het onderzoeksteam is de vraag gesteld waar de gebruiker van SKY ID HC9OUB kan wonen c.q. verblijven. SKY ID HC9OUB zou gebruik maken van het IMEI-nummer 355343081620340 en de naam Self Bolle. Vanuit het onderzoek is tevens de informatie bekend dat een vermoeden bestaat dat [naam medeverdachte 1] , [adres 8] in Grashoek de gebruiker kan zijn van SKY ID HC9OUB. In het onderzoek zijn ook de gegevens van bakens van auto’s en ANPR-registraties bekend. Het gaat om een voertuig met het kenteken [nummer kenteken 5] . De vraag is tevens of aan de hand van de baken/ANPR gegevens een indicatie kan zijn of er een relatie is met [naam medeverdachte 1] . ANTWOORD ONDERZOEKSVRAAG Met betrekking tot het IMEI-nummer 355343081620340 blijkt het navolgende: In de periode tussen 13 juni 2020 en 9 november 2020 zat in het toestel een simkaartje met telefoonnummer [nummer 2] . Er zijn drie gebieden van belang:
- Maasbree: De gebruiker komt daar veel in de periode 14 juni 2020 tot en met 5 november
- Dit betreft hetzelfde gebied van Figuur 2 van [naam medeverdachte 4] , waarvan een afzonderlijk proces-verbaal is opgemaakt (pv 976). In Figuur 1 is dat gebied weergegeven.
- Swalmen: De gebruiker komt daar veel in de periode van 15 juni 2020 tot en met 7 augustus
- Hij komt dan in het noordoosten van Swalmen. Dit gebied is verder niet weergegeven.
- Grashoek: De gebruiker komt het vaakst in een gebied tussen Meijel-Beringe-Grashoek in de periode 15 juni 2020 tot en met 9 november 2020 (vaak in de nachtelijke uren). Dit betreft het gebied in Figuur 2 weergegeven met de rode cirkel, zijnde in de omgeving van Grashoek. In het betreffende bestand, met betrekking tot IMEI-nummer 355343081620340 staan Cell ID’s die behoren tot zendmasten die op meerdere locaties staan rondom het door mij aangegeven rode gebied. Van elke zendmast stralen een of meerdere Cell ID’s naar het aangegeven rode gebied en deze Cell ID’s overlappen elkaar deels. Op grond van deze gegevens is indicatief het rode gebied weergegeven alwaar de gebruiker van genoemd toestel kan hebben verbleven in de genoemde periode. Met betrekking tot punt 1, zoals hierboven genoemd, betreft dat het gebied aangegeven in Figuur
- Met betrekking tot punt 3, zoals hierboven genoemd, betreft dat het gebied aangegeven in Figuur
- Het adres [adres 8] in Grashoek ligt rechts in het rode gebied van Figuur
- Met betrekking tot de baken/ANPR gegevens van het kenteken is het mogelijk dat dit kenteken aan [naam medeverdachte 1] te relateren is. Het genoemde telefoontoestel met IMEI-nummer 355319080228160 is op 20 dagen van eind juli 2020 tot eind augustus 2020 vaak in de omgeving van camping “De Schatberg” in Sevenum. Dat betreft hetzelfde gebied als waar dan ook steeds de auto met het kenteken [nummer kenteken 5] is. Daarnaast zijn er nog 3 dagen waar het telefoontoestel met IMEI-nummer 355319080228160 in hetzelfde gebied is geweest, in een bepaalde tijdsperiode, als waar ook de auto met kenteken [nummer kenteken 5] is geweest. SAMENVATTING De gebruiker van SKY ID HC9OUB verblijft c.q. woont in een gebied dat is aangegeven in Figuur 2 met de rode cirkel doch dat is indicatief. Rechts in deze cirkel is [naam medeverdachte 1] woonachtig zodat het mogelijk is dat hij de gebruiker kan zijn van het betreffende toestel. Ook is het mogelijk dat [naam medeverdachte 1] regelmatig zich verplaatst met een voertuig voorzien van het kenteken [nummer kenteken 5] . [naam medeverdachte 2] EncroChat account Argostoli Een verbalisant van de politie heeft – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd: Identificatie argostoli@encrochat.com Uit de gesprekken van Argostoli@encrochat.com is gebleken dat deze gebruikt wordt in combinatie met het IMEI-nummer 35809809318196 en dat deze door andere gebruikers de volgende bijnamen krijgt: Rooije Rooie Rot Op 03-04-2020 vond er een gesprek plaats tussen Yellowostrich@encrochat.com en Argostoli@encrochat.com. In dit gesprek vraagt Yellowostrich@encrochat.com waar en hoe laat Argostoli@encrochat.com de handel aanpakt van Barman. Yellowostrich@encrochat.com vraagt verder of het daar neerzetten van een “Duitse” auto niet link is. Argostoli@encrochat.com zegt dat hij een automaat heeft en dat het een “530 station” is. Argostoli@encrochat.com zegt verder dat hij deze auto niet kan verlengen en maandag terug moet. 03-04-2020 betrof een vrijdag. De eerstvolgende maandag was maandag 06-04-
- yellowostrich@encrochat.com Maat Pak jii die habdel bij barman in dorp aan Of hoe doen we dat morgen on 05,30?? argostoli@encrochat.com Jo pik Nee dalijk ophalen yellowostrich@encrochat.com Oke oke maat argostoli@encrochat.com Kan die dalijk wel ophalen ja yellowostrich@encrochat.com Nee dalijj gaat niet argostoli@encrochat.com Toch? yellowostrich@encrochat.com Is morgen pas droog argostoli@encrochat.com Oh ja jij zegr dalijk haha yellowostrich@encrochat.com O tja vanabdn 12 uur droog argostoli@encrochat.com Oke oke yellowostrich@encrochat.com Maar is te laat vooe te rijden Beste 05,30 argostoli@encrochat.com Ja dan morgenvroeg yellowostrich@encrochat.com Is niet link duitse auto daar ?? Of gaat wel op dat tijdstip ? argostoli@encrochat.com Ja liefste niet nee yellowostrich@encrochat.com Anders moet barman naar jou beengen Ik app hen wel argostoli@encrochat.com Is allemaal Risico maja Dan 05:30 bij mij? yellowostrich@encrochat.com Iets voor 6 is die bii ie Anders is te vroeg met rijden risico Ik laat hem half 6 naar jou rijdenn Oke maat argostoli@encrochat.com Oke maat top argostoli@encrochat.com Hoeveel stuks eigenlijk maat? Heb automaat yellowostrich@encrochat.com 20 maat Maandag weer Allo argostoli@encrochat.com Oke maat Oke maandag kan maar moet vroeg want kan deze auto niet verlengen maat argostoli@encrochat.com Maar heb wel 530 station Op 04-04-2020 stuurt Yellowostrich@encrochat.com een bericht naar Argostoli@encrochat.com waarin Yellowostrich@encrochat.com vraagt hoeveel de BMW voor een maand kost: yellowostrich@encrochat.com Goedemoggel maat allies goed ?? Wat kost die BMW voor een maand las op internet ze gaan lastig doen met nederlandere bij de grens Vanaf volgende zaterdsg Morten we iederr week knippen Mischieb beter Dat we auto neersetten Op 04-04-2020 stuurt Argostoli@encrochat.com een bericht naar Yellowostrich@encrochat.com waarin hij een schermafbeelding van de website van Sixt.nl voor de huurperiode van een BMW voor 25 dagen: argostoli@encrochat.com Nu staat er 1600 Voor 25 dageb Incl alle km en volle verzekering yellowostrich@encrochat.com Wat ja argostoli@encrochat.com En dan borg van 500 yellowostrich@encrochat.com Voor doe BMW ??? Bests volgende week pakken DNA maat argostoli@encrochat.com Ja die klasse ja Op 17-04-2020 vond het volgende gesprek tussen Argostoli@encrochat.com en Yellowostrich@encrochat.com plaats. Hierin zegt Argostoli@encrochat.com dat hij een BMW 530 station heeft: argostoli@encrochat.com Hahaha argostoli@encrochat.com Heb bmw 530/station maat yellowostrich@encrochat.com Oke top maat super Uit de EncroChat gesprekken is gebleken dat door Argostoli@encrochat.com op verschillende momenten een auto is gehuurd bij Sixt. Uit bovenstaande gesprekken kan worden gerelateerd dat dit een BMW 530 station automaat betrof. Verder is het aannemelijk dat deze auto in Duitsland was gehuurd. Middels een Rechtshulpverzoek zijn bij de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland identificerende gegevens opgevraagd bij het bedrijf SIXT GMBH & CO. AUTOVERMIETUNG KG van de persoon die op de onderstaande dagen de beschikking had over een BMW 530 of een BMW 530 Touring, die gehuurd werd bij de filialen Sixt Weeze, Sixt Kevelaer, Sixt Kaldenkirchen, en/of Sixt Krefeld Duitsland: 04-04-2020 06-04-2020 18-04-2020 02-05-2020 04-05-2020 17-05 -2020 06-06-2020 Uit het ontvangen antwoord blijkt dat door [naam medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 6] -1986, op de volgende periodes een BMW 530 KOM BE AUT voorzien van het kenteken [nummer kenteken 6] bij SIXT te Kaldenkirchen Duitsland is gehuurd: Van tijd tot tijd 03-04-2020 16:30 06-04-2020 15:48 17-04-2020 16:48 21-04-2020 14:56 24-04-2020 16:27 05-05-2020 22:47 In het gesprek tussen Argostoli@encrochat.com en Yellowostrich@encrochat.com dat plaats vond op 03-04-2020, dat hierboven werd beschreven, werd gesproken over een maandag dat de auto terug gebracht diende te worden. Dit komt overeen met de eerste huurperiode van 03-04-2020 tot 06-04-
- De tweede huurperiode komt overeen met het gesprek dat Argostoli@encrochat.com en Yellowostrich@encrochat.com hebben op 17-04-2020, dat eveneens eerder werd beschreven. Uit de EncroChat gesprekken blijkt dat Argostoli@encrochat.com op verschillende data auto’s heeft gehuurd bij SIXT te Kaldenkirchen Duitsland. Uit de ontvangen identificerende gegevens van SIXT is gebleken dat op de dagen, die overeen komen met de EncroChat gesprekken, door [naam medeverdachte 2] een BMW 530 KOM BE AUT voorzien van het kenteken [nummer kenteken 6] werd gehuurd. In de politiesystemen bleek een foto van [naam medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 6] -198 (de rechtbank begrijpt: [geboortedatum 6] -1986) te zijn opgeslagen. Op deze foto, van 19-11-2020, is te zien dat [naam medeverdachte 2] , rood haar heeft. Derhalve kan gesteld worden dat Argostoli@encrochat.com gebruikt werd door: Naam : [naam medeverdachte 2] Voornamen : [naam medeverdachte 2] Geboortedatum : [geboortedatum 6] 1986 Geboorteplaats : Roermond Adres : [adres 15] Postcode : 5935VH Woonplaats : Tegelen (Steyl) Nationaliteit : Nederlandse [naam medeverdachte 4] EncroChat-account Yellowostrich Een verbalisant van de politie heeft – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd: Identificatie Yellowostrich@encrochat.com Uit de EncroChat data van yellowostrich@encrochat.com is gebleken dat deze de volgende bijnamen heeft: Vriend Venlo Venlo IJzerboer IJzerboer Elvis Kardanas Patser In een gesprek (12-06-2020) met Dustbranch@encrochat.com stuurt Yellowostrich@encrochat.com een foto van een pasgeboren kind. Yellowostrich@encrochat.com zegt dan dat ze 2 maanden oud is. yellowostrich@encrochat.com Me papa time hsha dustbranch@encrochat.com You have small baby??? How menu months ? Meny yellowostrich@encrochat.com Yes amigo 2 mounts she is know dustbranch@encrochat.com Gratulation In de chats tussen Tietje@encrochat.com en Yellowostrich@encrochat.com wordt Tietje@encrochat.com PA/daddy genoemd en naar hem gerefereerd als zijn ouwe. In deze chat wordt door Yellowostrich@encrochat.com uitspraken van Wovencider@encrochat.com geciteerd: yellowostrich@encrochat.com Daddyyyy hoe ist alles goed ??? wovencider: Pannekoek wovencider: Nee hij laat weten als die er is, reed er net met de scooter langs heeft hele stoep eruit gereden met zn vrachtwagen gister egt een lompe boer yellowostrich@encrochat.com [naam 3] stoep eruit gereden wat een lompe Boer is t ook he tietje@encrochat.com [verdachte] moet klage en zege dat hy het er niet mee eens is dat hy met nei aan de tafel wil Snappy yellowostrich@encrochat.com Ja ik zei ook Al heb je dat tegen pa gezegd nee zegt die wilt jou niet overall voor bellen steeds yellowostrich: Heb je dat wegen me ouwe gezegd wovencider: Nee, ga hem.niet steeds lastig vallen haha wovencider: Stoep gewoon een x opnieuw erin legge Uit de EncroChat data is verder gebleken dat Tietje@encrochat.com de bijnaam [naam medeverdachte 4] heeft. Uit bovenstaande kan gerelateerd worden dat; Yellowostrich@encrochat.com een dochter heeft die medio april 2020 geboren moet zijn Yellowostrich@encrochat.com mogelijk een ijzerhandelaar is in de omgeving van Venlo Zijn vader “ [naam medeverdachte 4] ” genoemd wordt Op basis van bovenstaande gegevens kan gesteld worden dat Yellowostrich@encrochat.com in gebruik is bij: Naam : [naam medeverdachte 4] Voornamen : [naam medeverdachte 4] Geboortedatum : [geboortedatum 2] 1989 Geboorteplaats : [plaatsnaam] Adres : [adres 3] Postcode : 5993 DZ Woonplaats : Maasbree Nationaliteit : Nederlandse [naam medeverdachte 4] heeft namelijk: een dochter die geboren is op 09-04-2020 een Metaal recycling bedrijf DMR, te Swalmen een stiefvader genaamd [naam 1] . SkyECC-account VWEES2 Een verbalisant van de politie heeft – zakelijk weergeven – het volgende gerelateerd: Vanuit het onderzoeksteam is de vraag gesteld waar de gebruiker van SKY ID VWEES2 kan wonen c.q. verblijven. SKY ID VWEES2 zou gebruik maken van het IMEI-nummer 352990981720220 en de naam Schrootboer. Vanuit het onderzoek is tevens de informatie bekend dat een vermoeden bestaat dat [naam medeverdachte 4] , wonende [adres 3] te Maasbree de gebruiker kan zijn van SKY ID VWEES
- In het onderzoek zijn ook de gegevens van bakens van auto’s en ANPR registraties bekend. Het gaat om voertuigen met de kentekens [nummer kenteken 7] en [nummer kenteken 8] . Deze gegevens werden mij beschikbaar gesteld. De vraag is tevens of aan de hand van de baken/ANPR gegevens een indicatie kan zijn of er een relatie is met [naam medeverdachte 4] . ANTWOORD ONDERZOEKSVRAAG Met betrekking tot het IMEI-nummer 352990981720220 blijkt het navolgende: In de periode tussen 15 juni 2020 en 30 oktober 2020 zat in het toestel een simkaartje met telefoonnummer [nummer 3] . Kijkende naar de gegevens dan zijn twee gebieden van belang:
- De gebruiker van dit toestel verbleef in de periode van juni 2020 tot en met halverwege augustus 2020 hoofdzakelijk in het gebied met de blauwe cirkel van Figuur
- In dit gebied is camping ‘‘De Schatberg” in Sevenum gelegen.
- Vanaf eind juli 2020 komt de gebruiker ook af en toen in het gebied van de rode cirkel van Figuur 2 en vanaf eind augustus 2020 tot en met oktober 2020 komt hij hoofdzakelijk in Maasbree, in het gebied van de rode cirkel in Figuur
- In het betreffende bestand, met betrekking tot IMEI-nummer 355319080228160 staan Cell ID’s die behoren tot zendmasten die op meerdere locaties staan rondom het door mij aangegeven blauwe gebied in Figuur
- Van elke zendmast stralen een of meerdere Cell ID’s naar het aangegeven blauwe gebied en deze Cell ID’s overlappen elkaar deels. Op grond van deze gegevens is indicatief het blauwe gebied weergegeven alwaar de gebruiker van genoemd toestel kan hebben verbleven in de genoemde periode. In het betreffende bestand, met betrekking tot IMEI-nummer 355319080228160 staan Cell ID’s die behoren tot zendmasten die op meerdere locaties staan rondom het door mij aangegeven rode gebied van Figuur
- Van elke zendmast stralen een of meerdere Cell ID’s naar het aangegeven rode gebied en deze Cell ID’s overlappen elkaar deels. Op grond van deze gegevens is indicatief het rode gebied weergegeven alwaar de gebruiker van genoemd toestel kan hebben verbleven in de genoemde periode. In dit rode gebied, ter hoogte waar de blauwe c