← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:6431

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer: 03.039518.21 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 7 juli 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.J.H.M. de Crom, advocaat te Eindhoven. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 juni

  1. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op de zitting van 30 juni
  2. De rechtbank heeft bij vervroeging vonnis gewezen op 7 juli
  3. De zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachten [medeverdachte 1] onder parketnummer 03.159927.21 en [medeverdachte 2] onder parketnummer 03.116948.
  4. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er feitelijk weergegeven op neer dat de verdachte: Feit 1: (samen met anderen) [slachtoffer 1] wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd; Feit 2: (samen met anderen) heeft geprobeerd aan [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (primair), dan wel (samen met anderen) [slachtoffer 2] heeft mishandeld (subsidiair). 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. Zij acht het verhaal van aangeefster [slachtoffer 1] geloofwaardig, nu haar eerste drie verklaringen en haar laatste verklaring bij de rechter-commissaris in grote lijnen gelijkluidend zijn. De verdachte heeft verder samen met anderen gepoogd aangever [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door zich met zijn allen op hem te storten en hem meerdere klappen en schoppen te geven. Onder andere bij klappen en schoppen tegen het hoofd is de kans op ernstig letsel groot, nu het hoofd een kwetsbaar deel van het lichaam is. Door als groep met bivakmutsen op de woning van de aangever binnen te stormen heeft de verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat er door de groep geweld gebruikt zou worden en er bij aangever zwaar lichamelijk letsel zou kunnen ontstaan. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1, aangezien er onvoldoende bewijs is dat aangeefster [slachtoffer 1] tegen haar wil is mee moeten gaan. De verklaringen van [slachtoffer 1] dienen als onbetrouwbaar terzijde te worden geschoven, aangezien zij inconsistent en leugenachtig verklaart en daar ook een motief voor had. Het heeft er alle schijn van dat de aangifte die zij deed vals was, om geld af te persen van de verdachte. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak feit 1 De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] onvoldoende betrouwbaar zijn om als bewijs te kunnen worden gebruikt. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. De verklaringen van aangeefster kennen op essentiële onderdelen zodanige inconsistenties dat deze afbreuk doen aan de geloofwaardigheid ervan. Zij heeft op meerdere momenten verklaringen afgelegd die onderling op cruciale punten niet met elkaar in overeenstemming zijn. Deze inconsistenties betreffen niet slechts details, maar raken de kern van de beschuldiging. Voorts stelt de rechtbank vast dat uit de stukken blijkt dat er na 9 februari 2021 nog meerdere (indirecte) contactmomenten zijn geweest tussen aangeefster en verschillende betrokkenen, waaronder de verdachte. De aard en inhoud van deze contacten wekken bij de rechtbank de indruk dat de aangeefster niet steeds volledig en naar waarheid heeft verklaard over hetgeen zich die dag heeft afgespeeld. Ook dit tast de betrouwbaarheid van haar verklaringen aan. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van de aangeefster in hun huidige vorm niet de overtuiging kunnen dragen dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit feit. Feit 2 primair Bewijsmiddelen Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 10 februari 2021, onder meer inhoudende: Op 9 februari 2021 was ik in mijn woning in Heerlen. Ik opende de deur voor mijn vriendin. Meteen hierop stormen een viertal personen op mij af met bivakmutsen op. De vier personen namen mij meteen mee naar de keuken. In de keuken werd ik door alle personen met vuisten geslagen en werd ik ook meerdere keren geschopt. Ik voelde een hevige pijn toen ik werd geslagen en geschopt. Ik was aan het bloeden aan mijn hoofd, mond en oor. Het betrof de volgende personen: [medeverdachte 2] , zijn beste vriend [verdachte] , zeer gespierd en 120 kilogram, [naam] , dat is een Koerd die in Duitsland woont. De geneeskundige verklaring van 8 april 2021, onder meer inhoudende: Naam: [slachtoffer 2] Omschrijving van het letsel: Wond li wenkbrauw + zwelling Pijn nek Pijn borstkast Pijn bekken Bloeduitstorting Geschatte duur van de genezing: 3 weken Bewijsoverweging Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de aangever op 9 februari 2021 door een groep personen is belaagd en door hen is geslagen en geschopt. Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat hij onder meer verwondingen aan zijn hoofd had. Door zich met meerdere personen op dergelijke wijze op de aangever te storten en hem te slaan en schoppen, onder meer op een zo kwetsbaar deel van het lichaam als het hoofd, heeft de verdachte, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen, naar het oordeel van de rechtbank met vol opzet zwaar lichamelijk letsel willen toebrengen. De rechtbank acht het feit dan ook wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat sprake is van medeplegen, nu de verdachte in groepsverband de aangever heeft aangevallen en zelf eveneens geweld tegen de aangever heeft uitgeoefend. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat de verdachte Feit 2 primair op 9 februari 2021 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, (met kracht) tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft geslagen en geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: Feit 2 primair medeplegen van poging tot zware mishandeling. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De straf 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 336 dagen, met aftrek van het voorarrest. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte al langere tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht dan passend zou zijn voor het strafbare feit, temeer gelet op de omstandigheid dat de verdachte zich door zijn medeverdachte, een zeer goede vriend, heeft laten meeslepen. Bovendien heeft de verdachte op twee momenten de situatie tot bedaren gebracht toen deze nog verder uit de hand dreigde te lopen. De rechtbank dient eveneens rekening te houden met een forse overschrijding van de redelijke termijn, van maar liefst 2 jaren en 10 maanden. Verder wordt de verdachte op zeer korte termijn vader en heeft hij zijn leven gebeterd. Hij verricht meerdere malen in de maand vrijwilligerswerk en heeft afstand genomen van de medeverdachte met wie hij voorheen een zeer nauwe band had. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft samen met zijn medeverdachten een bekende opgezocht met wie zij een conflict hadden dat verband hield met drugs. Nadat het slachtoffer zijn woningdeur had geopend, zijn de mannen, met bivakmutsen op, de woning binnengestormd. De verdachte is daarbij meegegaan met zijn vriend, die een leidende rol had in de geweldsontplooiing. In plaats van afstand te nemen of zijn medeverdachte tot de orde te roepen, heeft verdachte actief bijgedragen aan de confrontatie. Het slachtoffer is in zijn eigen woning overrompeld en belaagd, waarbij hij nauwelijks kans had zich te verweren. Hij heeft door het geweld letsel opgelopen waarvoor een herstelperiode van enkele weken nodig was. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij heeft meegewerkt aan een gewelddadige en intimiderende actie in de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, waarbij doelbewust gebruik werd gemaakt van vermommingen en overweldigende overmacht. Gezien de ernst en samenhang van de gepleegde feiten zou de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden achten. De rechtbank constateert echter dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg in ernstige mate is overschreden. Sinds de aanvang van deze termijn zijn inmiddels ruim 52 maanden verstreken, terwijl de zaak binnen 16 maanden had moeten zijn afgedaan. Een dergelijke overschrijding kan niet anders dan tot een aanzienlijke strafvermindering leiden. Het spreekt in het voordeel van de verdachte dat hij zijn leven lijkt te hebben gebeterd. Daarbij komt dat hij een partner heeft waarmee hij op korte termijn een kindje verwacht, hij tijdens detentie het diploma van assistent personal trainer heeft behaald en hij regelmatig vrijwilligerswerk heeft verricht in een oudereninstelling. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, passend en zal de verdachte daartoe veroordelen. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 45, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht. 8De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt de verdachte vrij van het onder feit 1 ten laste gelegde; Bewezenverklaring verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven; spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven; verklaart de verdachte strafbaar; Straf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. C.P.W. van Well, voorzitter, mr. D. Osmić en mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H.R.G. van Kerkhof, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 juli
  5. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat Feit 1 hij op of omstreeks 9 februari 2021 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), - die [slachtoffer 1] enkele uren, althans langere tijd, tegen haar wil (aldaar) in een woning vastgehouden en/of opgesloten en/of - die [slachtoffer 1] geblinddoekt en/of - de (hand)tas, met daarin een telefoon, van die [slachtoffer 1] afgepakt en/of - de polsen van die [slachtoffer 1] vastgebonden en/of vastgemaakt en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in het gelaat en/of tegen het hoofd, althans tegen het lichaam geslagen en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen om het verblijfadres van [slachtoffer 2] te geven; Feit 2 primair hij op of omstreeks 9 februari 2021 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Feit 2 subsidiair hij op of omstreeks 9 februari 2021 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd, althans tegen lichaam, van die [slachtoffer 2] te slaan en/of te schoppen. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2437-2021020631, gesloten op 8 augustus 2021, digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 321 (deel I), pagina 1 tot en met pagina 324 (deel II) en pagina 1 tot en met pagina 329 (deel III). Dossierpagina’s 149 en
  6. Dossierpagina 159 (deel I)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.