RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11509316 \ CV EXPL 25-569 Vonnis van 23 juli 2025 in de zaak van de stichting STICHTING WOONPUNT, gevestigd te Maastricht, eisende partij, hierna te noemen: Woonpunt, gemachtigde: Flanderijn, tegen [gedaagde] , wonende [adres] , [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De verdere procedure 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 30 april 2025- de akte van Woonpunt- de aantekening van de griffier op de rol van 25 juni 2025 dat [gedaagde] geen antwoordakte heeft genomen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling Huurachterstand 2.
- [gedaagde] heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering ten aanzien van de huurachterstand staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen. Ontbinding en ontruiming 2.
- De huurachterstand vormt een tekortkoming die de onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde rechtvaardigen. Die vorderingen zullen dan ook worden toegewezen. Gebruiksvergoeding 2.
- Woonpunt vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de huurbedragen waarop zij recht had bij nakoming van de overeenkomst voor iedere ingegane maand vanaf 1 januari 2025 tot het tijdstip van ontruiming. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen. Rente 2.
- Ook de vordering ten aanzien van de wettelijke rente ligt als niet weersproken voor toewijzing gereed. Buitengerechtelijke incassokosten 2.
- Bij tussenvonnis van 30 april 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter Woonpunt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bepaalde bedingen uit de toepasselijke algemene bepalingen van Woonpunt. Dit heeft zij gedaan bij akte van 28 mei 2025 (hierna: de akte). [gedaagde] heeft niet gereageerd. 2.
- In de akte stelt Woonpunt dat zij het niet eens is met de kwalificatie van de bedingen zoals verwoord in het tussenvonnis. Zij zal echter geen argumenten aandragen. Zij refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. 2.
- Nu de kantonrechter geen aanleiding ziet voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van het beding dan in het tussenvonnis, vernietigt zij de artikelen 14.
- en 14.
- van de algemene voorwaarden voor zover die zien op incassokosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. Conclusie 2.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom € 2.739,09 + - betalingen € 1.100,00 -/- Totaal € 1.639,09 Proceskosten 2.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonpunt worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 137,38 - griffierecht € 385,00 - salaris gemachtigde € 204,00 (1 punt × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 828,38 3De beslissing De kantonrechter 3.
- ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] , [adres] , 3.
- veroordeelt [gedaagde] , om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Woonpunt te stellen, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Woonpunt te betalen een bedrag van € 1.639,09, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 december 2024, tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Woonpunt, te betalen een vergoeding gelijk aan de huurbedragen waarop Woonpunt recht had bij nakoming van de overeenkomst voor elke ingegane maand met ingang van 1 januari 2025 tot en met de maand waarin [gedaagde] het gehuurde heeft ontruimd, deze vergoeding bij gebreke van betaling voor de eerste van de maand waarop het betrekking heeft telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf die eerste dag van de maand tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 828,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 23 juli
- type: JEC