← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2025:7475

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/4157 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, Svb (gemachtigde: mr. A.F.L.B. Metz). Procesverloop

  1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor kinderbijslag. De Svb heeft deze aanvraag met het besluit van 14 juni 2024 gedeeltelijk afgewezen. Met het bestreden besluit van 25 juli 2024 op het bezwaar van eiseres is de Svb bij de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.
  2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Svb heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. 1.
  3. De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiseres en de gemachtigde van de Svb. Het oordeel van de rechtbank
  4. Eiseres heeft op 5 april 2024 een aanvraag ingediend om kinderbijslag voor haar twee dochters.
  5. De Svb heeft de aanvraag afgewezen op 14 juni
  6. Besloten is dat de vader van de kinderen, de ex-partner van eiseres, de aanvrager blijft van de kinderbijslag voor de jongste dochter omdat hij niet akkoord gaat met een wisseling van aanvrager. Verder is besloten dat eiseres geen aanspraak kan maken op kinderbijslag voor het oudste kind omdat zij bij haar vader verblijft. Wel ontvangt eiseres ingaande het tweede kwartaal 2024 de helft van de kinderbijslag voor het jongste kind, omdat dat de helft van de tijd bij eiseres verblijft.
  7. In de beslissing op bezwaar heeft de Svb haar standpunt gehandhaafd. Daarbij is opgemerkt dat de oudste dochter bij de grootouders woont maar dat daar ook de vader woont. Zij woont dus bij haar vader en daarom heeft de vader met voorrang recht op de kinderbijslag. Voor de jongste dochter is er sprake van co-ouderschap. Er is geen verdeling vastgesteld van de kinderbijslag, daarom krijgen beide ouders 50% van de kinderbijslag. De Svb wisselt alleen van aanvrager als er een door beide co-ouders ondertekende verklaring of een ouderschapsplan, convenant of rechterlijke uitspraak is waaruit blijkt dat er afspraken zijn gemaakt over wie de aanvrager van de kinderbijslag moet zijn. De Svb houdt verder geen rekening met de feitelijke uitgaven, alleen met de kosten die samenhangen met het verblijf bij elke ouder. Als eiseres de verblijfsoverstijgende kosten voor de oudste dochter betaalt, kan ze vragen om een hogere kinderalimentatie.
  8. Eiseres stelt dat de Svb er ten onrechte vanuit gaat dat de oudste dochter bij de vader woont. Zij verwijst in dat verband naar de beschikking van de rechtbank Limburg van 7 december 2023 in een voorlopige voorzieningenprocedure waarin is bepaald dat de beide kinderen worden toevertrouwd aan de moeder alsmede naar een beschikking van 24 april 2024 in een tweede procedure, waarin is geconstateerd dat de oudste feitelijk bij de ouders van de man verblijft. Eiseres heeft haars inziens recht op de volledige kinderbijslag voor beide kinderen, omdat ze voor de jongste dochter alle woon- en leefkosten betaalt en voor de oudste de verblijfsoverstijgende kosten moet betalen. Eiseres vraagt verder om de hoogte van de kinderbijslag opnieuw te bepalen aangezien de vader in augustus 2024 is geëmigreerd naar de Verenigde Staten en de beide kinderen thans bij eiseres wonen. Beoordeling door de rechtbank
  9. De rechtbank moet beoordelen of de Svb terecht heeft geoordeeld dat eiseres ingaande het tweede kwartaal van 2024 geen recht heeft op kinderbijslag ten behoeve van de oudste dochter en verder recht heeft op de helft van de kinderbijslag ten behoeve van het jongste kind. Eiseres voert geen gronden aan tegen het besluit dat de vader voor de jongste dochter de aanvrager blijft.
  10. Voor zover er sprake zou zijn van wijzigingen in de situatie per augustus 2024 ligt het op de weg van eiseres om een nieuwe aanvraag in te dienen. De rechtbank overweegt als volgt.
  11. De oudste dochter verblijft feitelijk op het adres van de ouders van de vader, waar ook de vader zelf verblijft. De jongste dochter verblijft op basis van een feitelijke zorgregeling bij helfte afwisselend bij de vader en de moeder.
  12. Ingevolge artikel 18, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) wordt, indien twee of meer personen waaronder een persoon tot wiens huishouden het kind behoort, over eenzelfde tijdvak recht op kinderbijslag voor eenzelfde kind hebben, de kinderbijslag waarop degene recht heeft tot wiens huishouden dit kind niet behoort, niet betaald.
  13. De rechtbank is van oordeel dat de oudste dochter in het tweede kwartaal van 2024 behoort tot het huishouden van de vader. Vader en dochter verbleven toen immers feitelijk op hetzelfde adres, zijnde dat van de ouders van de vader. Dit betekent dat de Svb de kinderbijslag voor dit kind gelet op artikel 18, vierde lid, van de AKW terecht niet aan eiseres uitbetaalt.
  14. Artikel 10, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag bepaalt dat, indien twee personen die recht hebben op kinderbijslag voor eenzelfde kind, dit kind op basis van een overeenkomst of rechterlijke beschikking overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden zonder met elkaar een gemeenschappelijke huishouding te voeren, wordt, tenzij in de overeenkomst anders is overeengekomen of in de rechterlijke beschikking anders is bepaald, het recht van één van deze personen op de kinderbijslag gelijk verdeeld uitbetaald aan beide verzekerden en wordt het recht van de andere persoon niet uitbetaald.
  15. Vast staat dat er een feitelijke zorgregeling bestaat op basis waarvan de jongste dochter bij helfte wisselend bij de beide ouders verblijft. Nu verder beide ouders bijdragen in de kosten van haar levensonderhoud op de wijze zoals bepaald in de rechterlijke beschikkingen van december 2023 en april 2024, heeft de Svb, gelet op artikel 10, eerste lid, voormeld, terecht bepaald dat eiseres 50 % krijgt uitbetaald van de voor dit kind geldende kinderbijslag. Dat eiseres voor dit kind alle zorg- en leefkosten betaalt, zoals zij stelt, is niet juist; uit de overgelegde beschikkingen volgt dat de vader (voor beide kinderen) een kinderbijdrage verschuldigd is.
  16. Bovenstaande betekent dat de beroepsgronden van eiseres falen.
  17. Het beroep van eiseres op de door haar vermelde uitspraak van het Gerechtshof treft geen doel. Het betreft een overweging in een civiele zaak. Hier is aan de orde een besluit van de Svb. Dat besluit dient te worden getoetst aan de ter zake geldende regelgeving. Hierboven is de uitkomst daarvan weergegeven. Conclusie en gevolgen
  18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, rechter, in aanwezigheid van mr. S.K.M. Bohnen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2025 griffier rechter de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 29 juli 2025 Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.