RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/336472 / HA ZA 24-523 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van [eisende partij] , wonend te [plaats] (België), eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , advocaat: mr. M. van Sintmaartensdijk, tegen de naamloze vennootschap naar het recht van Luxemburg SAREV INVEST AG, gevestigd te Beiler (Luxemburg), gedaagde partij, hierna te noemen: Sarev Invest, advocaat: mr. F.H.I. Hundscheid. 1Het verdere verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 december 2025;- de akte van [eisende partij] ;- de akte van Sarev Invest. 1.2. Ten slotte is wederom vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.1. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een aangekondigd deskundigenonderzoek, te weten over de persoon en het aantal te benoemen deskundigen, de aan deze(
- n)voor te leggen vragen en de maximaal aanvaardbare hoogte van het voorschot. Het deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen. 2.2. Mede gelet op het debat tussen partijen over het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de deskundige(
- n)en de aan de deskundige(
- n)te stellen vragen, zal de rechtbank de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. 2.3. Sarev Invest heeft in haar akte nog voorgesteld een aanvullende vraag aan de deskundige voor te leggen, luidende: “Is het document dat aan u ter onderzoek is voorgelegd daadwerkelijk een origineel document?” Nu de rechtbank deze vraag relevant voorkomt, zal zij deze vraag eveneens aan de deskundige voorleggen. De deskundige heeft desgevraagd verklaard dat de aanvullende vraag ook tot de reguliere werkzaamheden bij een authenticiteitsonderzoek behoort. Daarvoor hoeft geen aparte deskundige te worden benoemd, maar die vraag zal worden beantwoord door inschakeling van een gespecialiseerde derde onder de verantwoordelijkheid van de deskundige. 2.4. De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 4.687,50 (exclusief btw). In zijn akte heeft [eisende partij] aangegeven een voorschot van maximaal € 7.500,-- exclusief btw acceptabel te achten. Sarev Invest heeft, hoewel daartoe in het tussenvonnis uitgenodigd, geen bedrag genoemd in haar akte. 2.5. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 5.671,87 (inclusief btw). In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald. 2.6. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.7. Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken. 2.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De rechtbank: 3.1. beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen: Is de handtekening onder het originele document, waarvan een kopie als productie 3 bij dagvaarding in het geding is gebracht, van de heer Kelm en, zo ja, welke mate van waarschijnlijkheid verbindt u aan uw conclusie? Is het document dat aan u ter onderzoek is voorgelegd daadwerkelijk een origineel document? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling? 3.2. benoemt tot deskundige: De heer [deskundige] , correspondentieadres: [adres] , telefoon: [telefoonnummer] , e-mailadres: [e-mailadres] 3.3. bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden; het voorschot 3.4. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 5.671,87 (inclusief btw); 3.5. bepaalt dat [eisende partij] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak; 3.6. draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot; het onderzoek 3.7. bepaalt dat [eisende partij] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen; 3.8. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats; 3.9. wijst de deskundige erop dat: - de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl); - de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot; - de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn; - de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken; 3.10. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten; het schriftelijk rapport 3.11. draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie; 3.12. wijst de deskundige erop dat: - uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd; - de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden; 3.13. bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren; overige bepalingen 3.14. draagt de griffier op om de zaak op de rol te plaatsen: - als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of - na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen op een termijn van vier weken; 3.15. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Noelmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken.