← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2026:1248

RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/348130 / KG ZA 25-496 Vonnis in kort geding van 10 februari 2026 in de zaak van CREDITSAFE NEDERLAND B.V., te ’s-Gravenhage, eisende partij, hierna te noemen: Creditsafe, advocaat: mr. A. Robustella, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. B. Augustin. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de concept dagvaarding met producties 1 tot en met 10 de brief van 19 januari 2026 van Creditsafe met een usb-stick met daarop twee door [gedaagde] op social media (TikTok) geplaatste vlogs de brief van 28 januari 2026 van mr. Robustella de mondelinge behandeling van 29 januari 2026 de pleitnota van Creditsafe de pleitnota van [gedaagde] . 1.
  2. [gedaagde] is vrijwillig verschenen. 2De feiten 2.
  3. Creditsafe (tevens handelend onder de naam GraydonCreditsafe) voert een onderneming die zich richt op het verstrekken van online bedrijfsinformatie en kredietrapporten en het verrichten van handelingen die verband houden met genoemde diensten. 2.
  4. In 2023 heeft Creditsafe op verzoek van [gedaagde] bedrijfsinformatie betreffende het Ministerie van Financiën aan hem verstrekt. De bedrijfsinformatie bevat onder meer de volgende informatie (productie 2 Creditsafe): Bij “activiteitomschrijving” staat: “het bewaken van de schatkist en het werken aan een financieel gezond en welvarend Nederland”. 2.
  5. In 2023 heeft Creditsafe eveneens op verzoek van [gedaagde] bedrijfsinformatie betreffende Rechtbank Limburg aan hem verstrekt. De bedrijfsinformatie bevat onder meer de volgende informatie (productie 3 Creditsafe): [afbeelding geanonimiseerd] Bij “activiteitomschrijving” staat “rechtspreken en de administratieve ondersteuning daarvan; bedrijfsondersteuning op het gebied van financiën, personeel, facilitaire zaken”. 2.
  6. Bij e-mailbericht van 14 december 2025 (productie 4 Creditsafe) heeft [gedaagde] aan Creditsafe het volgende laten weten: “(...) Als betalende licentienemer (kosten circa € 3.300,- per jaar) maak ik gebruik van uw diensten in de veronderstelling dat u, zoals beloofd, accurate en rechtsgeldige bedrijfsinformatie levert. U verkoopt uw product als de “waarheid” in het economisch verkeer. Echter, ik constateer een ernstige, structurele fout in uw database die mij grote juridische en financiële schade heeft berokkend.
  7. De Misleiding (Het Ministerie/Rechtbank Dossier) In uw betaalde database staan het Ministerie van Financiën ( KvK 27365323 ) en de Rechtbank Limburg ( KvK 82942978 ) geregistreerd als “Publiekrechtelijke rechtspersonen” mét commerciële risicoscores (respectievelijk 80 en 43) en kredietlimieten (tot € 5.000.000,-). Op basis van uw informatie heb ik deze entiteiten in mijn juridische procedures behandeld als deelnemers aan het economisch verkeer (bedrijven/ondernemingen).
  8. De Schade & De Tegenstrijdigheid De betreffende overheidsorganen ontkennen nu in rechte dat zij als onderneming handelen. Zij beroepen zich op soevereine immuniteit. Dit brengt mij in een onhoudbare positie: Optie A: Uw informatie is correct. Dan moet u mij nu de juridische bewijsstukken leveren (onderbouwing van de kredietlimiet en risicoscore) waarmee ik de “bedrijfsstatus” van de overheid kan bewijzen in de rechtszaal. Optie B: Uw informatie is foutief. Dan verkoopt u voor duizenden euro's per jaar fictieve data en misleidt u uw klanten door soevereine staten onterecht als commerciële risicodragers te presenteren.
  9. Aansprakelijkstelling Bestuurders (WBTR) Ik stel u hierbij persoonlijk en als bestuurders aansprakelijk op grond van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) en onrechtmatige daad (6:162 BW). Het op grote schaal verkopen van data waarvan u weet (of behoort te weten) dat deze juridisch onjuist is (het bestempelen van de staat als krediet-risico bedrijf), kwalificeer ik als onbehoorlijk bestuur. U brengt uw klanten hiermee in direct gevaar in hun rechtspositie. (...)” Tot slot wordt Creditsafe gesommeerd om binnen 48 uur na dagtekening van het e-mailbericht schriftelijk te bevestigen op welke bronnen en feitelijke data de kredietlimiet van € 5.000.000,00 voor het Ministerie van Financiën en de risicoscore van Rechtbank Limburg is gebaseerd en dat Creditsafe bereid is te getuigen dat het Ministerie van Financiën en Rechtbank Limburg daadwerkelijk als onderneming deelnemen aan het economisch verkeer. Bij het uitblijven van een reactie van de zijde van Creditsafe heeft [gedaagde] een kort geding wegens wanprestatie in het vooruitzicht gesteld en zal hij publiekelijk onthullen dat de data van Creditsafe over de overheid onbetrouwbaar is. 2.
  10. Bij e-mailbericht van 15 december 2025 (productie 5 Creditsafe) heeft Creditsafe hierop als volgt gereageerd: “(...) Momenteel kunnen we u niet traceren als klant van GraydonCreditsafe. Ook wijzen we u erop, dat door het onherroepelijk worden van het vonnis zoals gepubliceerd via ECLI:NL:RBOVE:2025:3853, Rechtbank Overijssel, 84.240908-23 (P) u voor de periode van drie jaren geen bestuurder van enige rechtspersoon mag zijn, ingaande op 17 juni 2025 en eindigend op 17 juni
  11. Er zal door GraydonCreditsafe dan ook geen contract met u worden afgesloten noch met enigerlei rechtspersoon waar u betrokken bij bent. Tot slot geven wij u mee dat in onze rapport over het Ministerie van Financiën ( KvK# 27365323 ) and Rechtbank Limburg ( KvK#82942978 ) duidelijk staat vermeld dat dit publiekrechtelijke rechtspersonen zijn. Dit betekent niet dat het bedrijven zijn, maar organisaties die vanuit het publiekrecht. Het zijn dus geen privaatrechtelijke organisaties en daarmee geen bedrijven. Het zijn, zoals de rechtsvorm al aangeeft, publiekrechtelijke organisaties, die publieke taken uitvoeren. Een commercieel, zoals u dat noemt, bestaat in zulke gevallen niet. Wel nemen publiekrechtelijke organisaties soms deel aan het economisch verkeer, door bijvoorbeeld diensten of producten in te kopen. (...)” 2.
  12. Bij e-mailbericht van 15 december 2025 (productie 7 Creditsafe) met als onderwerp “BEWIJS OP BAND: Uw personeel spreekt u tegen (Ultimatum 17:00)” heeft [gedaagde] het volgende aan Creditsafe heeft laten weten: “(...) Uw e-mail van zojuist staat lijnrecht tegenover de realiteit die uw eigen medewerkers verkopen. U schrijft mij zwart-op-wit: Het zijn geen bedrijven [...] een commercieel risico bestaat niet.” Echter: Ik heb vandaag - alleen vandaag al - drie van uw collega's telefonisch gesproken en opgenomen. Op deze bandopnames wordt door uw medewerkers letterlijk bevestigd dat deze entiteiten in uw systeem WEL als bedrijven worden gezien en behandeld. De conclusie is vernietigend: Schriftelijk (U):Probeert u zich juridisch in te dekken door te stellen dat het geen bedrijven zijn en ergeen risico is. Mondeling (Uw collega's): Verkopen ze deze dossiers wel degelijk als bedrijven aan de klant. U spreekt uw eigen organisatie tegen. Dit bewijst dat Graydon/Creditsafe structureel misleidende informatie verstrekt. U verkoopt een product (“bedrijfsinformatie”) waarvan u nu zelf zegt dat de inhoud (“het is geen bedrijf”) niet klopt. Ik heb in totaal meer dan 10 opnames die uw e-mail tegenspreken. Ik ga deze tegenstrijdigheid - uw mail versus uw bellende collega's - groots publiekelijk maken. Ik zal aantonen dat uw bedrijf, dat pretendeert de “waarheid” te verkopen, intern complete chaos is en de klant misleidt. Ik vorder alle schade die door deze leugens is ontstaan. U bent gewaarschuwd. **Ik verwacht vóór 17:00 uur uw antwoord: Wie liegt er? U in de mail, of uw medewerkers aan de telefoon? ** (...)” 2.
  13. Bij e-mailbericht van 15 december 2025 heeft [gedaagde] zich gericht tot dhr. [naam] (CEO Creditsafe Group, productie 6 Creditsafe) waarin hij het volgende schreef: “(...) I am writing to you directly because the management of Creditsafe Netherlands is failing to address a critical issue of misrepresentation that has caused me immense personal and professional damage. The Issue: For my legal defense and business activities, I rely on accurate data. I specifically purchased your services because your sales team in the Netherlands explicitly confirmed—multiple times—that your system classifies I await your urgent response. (…)” 2.
  14. Bij e-mailbericht van 15 december 2025 heeft [gedaagde] zich voorts gericht tot (medewerkers van) de afdeling Customer Service (productie 8 Creditsafe) waarin hij het volgende schreef: “Whahahaha. Ik laat wel andere bellen en ik ga jullie helemaal plat gooien want als er 10 mensen bellen en i medewerkers bieden een systeem aan wat niet klopt ga jijjuridische hangen kerel Ik heb je naam dus wees gerust [gedaagde] stopt nooit En jullie bestuurder zal voor Misleidende informatie hangen Ik ga zo live en dan vraag ik mijm 2.5 miljoen volgers om een paar vragen op te stellen en dan u medewerkers de val in laten lopen Je hebt 10 min anders gaan jullie juridische veel problemen krijgen” 2.
  15. Bij e-mailbericht van 17 december 2025 (productie 9 Creditsafe) heeft de advocaat van Creditsafe aan [gedaagde] onder meer het volgende geschreven: “(...)
  16. De door cliënte met u gedeelde Informatie betreffende het Ministerie van Financiën en Rechtbank Limburg is (feitelijk) correct. Uw interpretatie van de Informatie respectievelijk de daaraan door u in door u gevoerde juridische procedures gegeven betekenissen komen voor uw rekening en risico.
  17. Cliënte wijst uw aansprakelijkstelling van haar bestuurders en uw claim tot vergoeding van door u geleden schade af. (...)
  18. Bij deze verzoekt en, voor zover nodig, sommeert cliënte u om uiterlijk 18 december 2025 vóór 16.00 uur schriftelijk te bevestigen dat: u zich, anders dan door tussenkomst van een advocaat, zult onthouden van het per telefoon, per e-mail en per post benaderen van cliënte en haar medewerkers; u de door u gemaakte audio-opnamen van telefoongesprekken met werknemers van cliënte zult vernietigen, zodat deze niet meer kunnen worden gedeeld met derden - zoals u op uw Facebook account heeft gedaan -; u alle door u over cliënte op social media, waaronder maar niet uitsluitend Facebook, gedane uitlatingen over cliënte en haar werknemers heeft verwijderd en verwijderd zult houden en geen nieuwe mededelingen op die social media zult plaatsen; u op die social media waarop post over cliënte zijn geplaatst een mededeling met de volgende inhoud zult achterlaten: “door mij over GraydonCreditsafe en/of Graydon en/of Creditsafe gedane mededelingen zijn door mij alle verwijderd, omdat die mededelingen onjuist zijn en niet hadden mogen worden gedaan.”.
  19. Voldoet u niet aan het verzoek respectievelijk de sommatie van cliënte, acht cliënte zich vrij u in kort geding aan te spreken ter verkrijging van een veroordeling tot het aan u opleggen van - onder meer - voornoemde ge- en verboden op straffe van een dwangsom. (...)” 2.
  20. [gedaagde] heeft in reactie op de voornoemde brief van 17 december 2025 van Creditsafe aan Creditsafe laten weten geen gevolg te zullen geven aan het verzoek respectievelijk de sommatie. 2.
  21. [gedaagde] heeft op niet nader geduid moment op het Facebook-account “geblockt door [gedaagde] en consorten” de volgende berichten geplaatst (productie 10 Creditsafe): “Zo Graydon Het acm zegt het is strafrecht misleidende informatie mijn vereniging ia door jullie kapot nu zijn jullie aan de beurt” en “Waarom zegt GraydonCreditsafe dat de staat een bedrijf is de site kost 3300 e per jaar was de informatie misleiding” en “Graydon het hoofkantoor in Engeland zal nu besluiten verkopen jullie onzin of de waarheid ik ben daar door veroordeeld” 2.
  22. Op eveneens niet nader geduide momenten heeft [gedaagde] een tweetal vlogs geplaatst op TikTok. Tijdens een van die vlogs belt hij met de klantenservice van Creditsafe en is zijn gesprek met de medewerker van Creditsafe te horen. In beide vlogs beweert [gedaagde] dat hij door Creditsafe onjuist is geinformeerd over – kort gezegd – de juridische status van het Ministerie van Financiën en de rechtbank Limburg. 2.
  23. In een door [gedaagde] op of omstreeks 29 december 2025 op Facebook geposte, maar inmiddels weer verwijderde post, had hij het volgende gepost: “GraydonCreditsafe waar blijft dat kort geding" 3Het geschil 3.
  24. Creditsafe vordert dat voorzieningenrechter Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagde] gebiedt om zich met onmiddellijke ingang - te weten onmiddellijk nadat vonnis is gewezen -, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen korte termijn, te onthouden van het per telefoon, per e-mail en per post benaderen van Creditsafe en haar medewerkers, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van dit gebod door [gedaagde] ; II. [gedaagde] gebiedt om binnen 24 uur, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen korte termijn, nadat vonnis is gewezen de door hem gemaakte audio-opnamen van telefoongesprekken met medewerkers van Creditsafe te vernietigen, zodat deze niet meer kunnen worden gedeeld met derden dan wel anderszins publiekelijk kenbaar kunnen worden gemaakt en van de vernietiging van de audio-opnamen binnen voornoemde termijn van 24 uur bewijs te verstrekken aan Creditsafe alsmede op social media geplaatste audio-opnamen binnen voornoemde termijn te verwijderen en verwijderd te houden, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag (waaronder een dagdeel is begrepen) dat [gedaagde] in gebreke blijft om aan het aan hem opgelegde geboden uitvoering te geven; III. [gedaagde] gebiedt om binnen 24 uur, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen korte termijn, nadat vonnis is gewezen alle over Creditsafe op social media – waaronder maar niet uitsluitend Facebook en TikTok – gedane uitlatingen (in woord als in beeld) en de verwijzingen naar die uitlatingen op social media op Google over Creditsafe en haar medewerkers te verwijderen en verwijderd te houden en geen nieuwe uitlatingen op de social media te doen onder verstrekking van bewijs van verwijdering van op social media geplaatste uitlatingen (in woord en beeld) aan Creditsafe binnen voornoemde termijn van 24 uur, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag (waaronder een dagdeel is begrepen) dat [gedaagde] in gebreke blijft om aan het aan hem opgelegde gebod uitvoering te geven; IV. [gedaagde] beveelt om binnen 24 uur, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen korte termijn, nadat vonnis is gewezen een rectificatie te plaatsen op de social media-accounts (in ieder geval Facebook en TikTok alsook andere accounts waarop negatieve berichten over Creditsafe zijn geplaatst) met de volgende inhoud: “DIT IS EEN RECTIFICATIE: in recente posts heb ik, [gedaagde] , negatieve mededelingen gedaan over GraydonCreditsafe en/of Graydon en/of Creditsafe, haar data en haar handelspraktijk. Die mededelingen waren alle onjuist en hadden niet mogen worden gedaan en om die reden zijn alle mededelingen verwijderd. Met de door mij over GraydonCreditsafe en/of Graydon en/of Creditsafe geplaatste posts heb ik de goede naam en reputatie van Creditsafe en haar data en diensten onnodig geschaad. De verplichting tot het plaatsen van deze rectificatie is mij door voorzieningenrechter Rechtbank Limburg, locatie Maastricht bij vonnis van ………. (datum vermelden) opgelegd.”, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag (waaronder een dagdeel is begrepen) dat [gedaagde] in gebreke blijft om aan het aan hem opgelegde gebod uitvoering te geven; V. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de proceskosten alsmede de nakosten. 3.
  25. [gedaagde] voert verweer. 3.
  26. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Spoedeisend belang 4.
  27. Creditsafe heeft gesteld dat het spoedeisend belang volgt uit de aard en de grondslagen van de zaak. Creditsafe wordt door de publiekelijk door [gedaagde] gedane mededelingen met betrekking tot haar data en handelspraktijk in negatieve zin geraakt aldus dat zij in haar goede naam en reputatie wordt aangetast. [gedaagde] heeft - kort gezegd - het spoedeisend belang betwist. 4.
  28. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak. Creditsafe stelt zich op het standpunt dat er een concreet gevaar is voor voortzetting van handelingen door [gedaagde] die volgens Creditsafe onrechtmatig ten opzichte van haar zijn. De vorderingen die ertoe strekken dat te voorkomen dienen daarmee een spoedeisend belang. Inhoudelijke beoordeling per vordering Vordering sub I – onthouden van contact 4.
  29. De voorzieningenrechter stelt voorop dat [gedaagde] - zoals hij ter zitting onweersproken heeft gesteld - sinds 17 december 2025 geen contact meer heeft gezocht met Creditsafe. [gedaagde] heeft ter zitting ook expliciet verklaard geen contact meer te zullen opnemen. Hij geeft aan dat hij in december 2025 drie dagen “op stoom” is geweest, maar dat hij er nu “helemaal klaar mee is”. Ondanks zijn mededeling op 17 december 2025 aan Creditsafe dat hij geen gevolg zou geven aan de (meeromvattende) sommatie, heeft [gedaagde] dat dus wel gedaan voor zover deze ziet op het onthouden van contact: hij heeft daadwerkelijk geen contact meer met Creditsafe opgenomen. Creditsafe heeft nog gewezen op het bericht op Facebook van 29 december 2025 (rov. 2.13), welk bericht overigens inmiddels is verwijderd, maar daaruit blijkt niet dat [gedaagde] alsnog contact met Creditsafe heeft opgenomen. 4.
  30. Gelet op het feit dat [gedaagde] dus feitelijk voldaan heeft aan de sommatie voor wat betreft het niet langer contacteren van Creditsafe, bestaat er onvoldoende aanleiding om te oordelen dat [gedaagde] in de toekomst alsnog tegen de wens van Creditsafe contact met haar zal opnemen. Onvoldoende aannemelijk is daarmee dat er sprake is van een zodanig concreet gevaar voor herhaling van het gestelde onrechtmatige gedrag, dat het gevorderde contactverbod kan worden toegewezen. Dit deel van het gevorderde zal om die reden worden afgewezen. Vordering sub II – vernietigen en verwijderen van audio opnames 4.
  31. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het maken van audio-opnames als deelnemer aan het gesprek zonder mededeling vooraf en/of zonder toestemming van de gesprekspartner in beginsel niet (civielrechtelijk) onrechtmatig is, zolang deze opnames enkel voor eigen gebruik zijn. Het kan echter onrechtmatig zijn op het moment dat een opname openbaar wordt gemaakt. In dat geval staat de vrijheid van meningsuiting tegenover het recht op privacy en dient in dat kader een belangenafweging te worden gemaakt, die afhankelijk is van alle omstandigheden van het geval. De kernvraag is dan of de privacy van de opgenomen gesprekspartner (in dit geval: een medewerker van Creditsafe) opweegt tegen het belang van de opnemende partij (in dit geval: [gedaagde] ) en/of er zwaarwichtige redenen van openbaar belang zijn die dit rechtvaardigen. 4.
  32. Hoewel vaststaat dat [gedaagde] een TikTok-vlog heeft geplaatst, waarin hij wél een opname publiekelijk heeft gedeeld, staat eveneens vast dat [gedaagde] die vlog naar aanleiding van de sommatie van Creditsafe op 17 december 2025 heeft verwijderd en verwijderd heeft gehouden. Verder heeft [gedaagde] ter zitting verklaard geen berichten gerelateerd aan Creditsafe op social media meer te plaatsen,. Al met al is de voorzieningenrechter van oordeel dat Creditsafe onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] door hem gemaakt audio-opnames in de toekomst (alsnog) openbaar zal maken. 4.
  33. Gelet op het verweer van [gedaagde] dat er mogelijk nog een bodemprocedure zal volgen, waarvoor hij de door hem gemaakte audio-opnames mogelijk als bewijs dienen voor zijn dan in te nemen stellingen, terwijl hij ter zitting heeft verklaard deze niet openbaar te zullen maken, bestaat er op dit moment ook geen aanleiding [gedaagde] te veroordelen de audio-opnames te vernietigen. 4.
  34. Gelet op het vooroverwogene zal het bij petitum sub II gevorderde worden afgewezen. Vordering sub III – verwijderen uitlatingen en verwijzingen daarnaar op social media 4.
  35. De voorzieningenrechter neemt als vaststaand aan dat [gedaagde] alle content op sociale media (al) heeft verwijderd en hij zijn profielen heeft gesloten. Dat heeft [gedaagde] namelijk gesteld en is door Creditsafe niet betwist. In zoverre is [gedaagde] al tegemoet gekomen aan hetgeen Creditsafe middels vordering III vordert. 4.
  36. De vordering van Creditsafe dat [gedaagde] “geen nieuwe uitlatingen op social media” mag doen, gaat in zijn algemeenheid te ver en is te onbepaald om te kunnen toewijzen. Voor zover Creditsafe heeft gedoeld op vergelijkbare uitlatingen zoals [gedaagde] eerder heeft gedaan, bestaat er onvoldoende concrete aanleiding om aan te nemen dat [gedaagde] hiertoe weer zal overgaan, nu [gedaagde] na de sommatie van 17 december 2025 van Creditsafe in zoverre gehoor heeft gegeven aan die sommatie en [gedaagde] ter zitting expliciet heeft verklaard de al verwijderde uitlatingen verwijderd te zullen houden. Gelet hierop zal dit deel van het gevorderde worden eveneens afgewezen. Vordering sub IV – plaatsen van een rectificatie 4.
  37. De voorzieningenrechter stelt voorop dat ingevolge art. 6:167 lid 1 BW een vordering tot rectificatie alleen toewijsbaar is als het daarbij gaat om “onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van feitelijke aard”. 4.
  38. In haar dagvaarding (randnummer 30) heeft Creditsafe het volgende gesteld: “ [gedaagde] beschuldigt Creditsafe er publiekelijk van dat Creditsafe hem betrekking tot het Ministerie van Financiën en Rechtbank Limburg misleidende en/of onjuiste informatie heeft verstrekt en zet zijn opvatting over deze handelwijze van Creditsafe kracht bij door zijn uitingen op, onder meer, zijn Facebook-pagina (terug te vinden op de Facebook pagina geblockt door [gedaagde] en consorten) en TikTok, althans voor zover Creditsafe heeft kunnen vaststellen, waarbij past de kanttekening dat niet is uitgesloten dat ook op andere dan genoemde social media verwijten en beschuldigingen aan het adres van Creditsafe zijn geuit.”. 4.
  39. De Facebook-berichten waar Creditsafe haar vordering tot rectificatie concreet op heeft gegrond zijn geciteerd in rov. 2.
  40. Het eerste bericht bestaat voor een deel uit een dreigement (“nu zijn jullie aan de beurt” ) en kan daarmee in zoverre als onrechtmatig jegens Creditsafe worden geduid. Het is echter geen verklaring die zich leent voor rectificatie, zodat het niet kan leiden tot toewijzing van vordering IV. Voor het overige zijn de berichten naar het oordeel van de voorzieningenrechter dusdanig onsamenhangend, dat hieruit niet is te concluderen dat - zoals Creditsafe heeft gesteld - de inhoud ervan negatief afstraalt op Creditsafe en het haar dus schaadt in haar relatie met haar (potentiële) clientèle. Gelet daarop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding [gedaagde] te veroordelen tot rectificatie. 4.
  41. De TikTok-vlogs (op door Creditsafe ingediende usb-sticks te zien en te beluisteren) geven naar het oordeel van de voorzieningenrechter de mening van [gedaagde] weer. [gedaagde] interpreteert de informatie die hij van Creditsafe kreeg op een bepaalde manier en daarvan uitgaand concludeert [gedaagde] vervolgens dat hij verkeerd door Creditsafe is voorgelicht. Hoewel de voorzieningenrechter die uitleg van [gedaagde] zonder meer onjuist acht, betekent dit niet dat zijn uitlatingen (enkel) om die reden onrechtmatig zijn. [gedaagde] stelt feitelijk dat de dienst die Creditsafe hem heeft geleverd niet correct is en hij uit zijn ontevredenheid daarover. Het betreft een opvatting over een contractuele prestatie die aan hem geleverd is. Met name gelet op deze aard van die uitlating, is deze niet dermate ernstig dat het onrechtmatig is en rectificatie behoeft. Kortom: [gedaagde] heeft in deze gebruik gemaakt van de vrijheid van meningsuiting, waarmee hij naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet een zodanige inbreuk op de eer en reputatie van Creditsafe maakt, dat hij daardoor onrechtmatig heeft gehandeld. Gelet hierop zal ook dit deel van het door Creditsafe gevorderde worden afgewezen. Dwangsommen 4.
  42. Nu de hoofdvorderingen zullen worden afgewezen, volgen de gevorderde dwangsommen hetzelfde lot. Proceskosten 4.
  43. Hoewel [gedaagde] zich heeft gehouden aan de sommatie van Creditsafe van 17 december 2025 – voor zover het betreft het niet langer contact opnemen met Creditsafe en het verwijderen en verwijderd houden van berichten op sociale media – heeft hij aan Creditsafe op voorhand laten weten zich daar niet aan te zullen houden. Gelet daarop is het niet onbegrijpelijk dat Creditsafe de onderhavige procedure is gestart. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  44. wijst de vorderingen af, 5.
  45. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.