← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2026:1403

RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/322924 / HA ZA 23-443 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van [eisende partij] , wonende te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , advocaat: mr. J.J.M.I. Kamsteeg, tegen 1DUTCH MODULAR SYSTEMS B.V., gevestigd te Herten, niet verschenen,2. A&D PARTNERS B.V., gevestigd te Maastricht, niet verschenen,3. GIG TUBRICK B.V., gevestigd te Roermond, niet verschenen,4. [gedaagde partij sub 4], wonende te [plaats 2] , advocaat: mr. A.L. van den Bergh, gedaagde partijen, hierna afzonderlijk te noemen: DMS, A&D, GIG en [gedaagde partij sub 4] en samen aan te duiden als DMS c.s. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 8 januari 2025, - het deskundigenrapport, bij de rechtbank ontvangen op 15 juli 2025, - de conclusies na deskundigenbericht van beide partijen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in haar eerdere tussenvonnissen. Bij tussenvonnis van 31 juli 2024 heeft de rechtbank kort samengevat geoordeeld dat DMS als aannemer verplicht is om de door [eisende partij] geleden schade door tekortschieten door DMS te vergoeden. Ook heeft de rechtbank daarin geoordeeld dat A&D, GIG een [gedaagde partij sub 4] als (feitelijk/middellijk) bestuurders op basis van bestuurdersaansprakelijkheid hoofdelijk door [eisende partij] kunnen worden aangesproken tot vergoeding van diezelfde schade. Verder is overwogen dat de vorderingen onder I en II kunnen worden toegewezen. De vorderingen onder III, IV en V: de (hoogte van

  1. de)schade De vordering onder III (voltooiing niet afgeronde-, en herstelwerkzaamheden) 2.2. Onder III vordert [eisende partij] een bedrag van € 77.805,25, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag. De hoogte van dit bedrag is door DMS bestreden. Dit bedrag is gebaseerd op een door [bedrijf] uitgebrachte offerte. Dit bedrag bedraagt bijna een zesvoud van het bedrag dat door gerechtelijk deskundige ( [deskundige] ) in 2021 is begroot. Op de mondelinge behandeling is op voorstel van de rechtbank en met instemming van [eisende partij] (die het aanvullende voorschot diende te voldoen) besloten om de offerte van [bedrijf] voor te leggen aan [deskundige] . Aldus is in het tussenvonnis van 31 juli 2024 besloten. 2.3. [eisende partij] heeft vervolgens bij akte een toelichting op de offerte van [bedrijf] overgelegd, waarna de offerte van [bedrijf] met toelichting aan de gerechtelijk deskundige is voorgelegd. Aan [deskundige] is daarbij de vraag voorgelegd om zijn visie te geven op de offerte met toelichting van [bedrijf] en om aan te geven of deze [deskundige] aanleiding geven om zijn herstelkostenbegroting bij te stellen. [deskundige] heeft in zijn rapport van 15 juli 2025 hierover, na twee verrichtte locatie-/werkbezoeken, aan de rechtbank gerapporteerd (hierna: het aanvullend rapport). 2.4. De rechtbank leidt uit het aanvullend rapport af dat [deskundige] op enkele punten aanleiding heeft gezien om zijn in 2021 gemaakte begroting enigszins naar boven bij te stellen. Omdat tijdens de locatie-/werkbezoeken enkele gebreken met betrekking tot de vloerverwarming in de werkkamer zijn verholpen, is bovendien de herstelpost die daarop betrekking had, komen te vervallen. De rechtbank stelt vast dat nog steeds sprake is van een zeer fors verschil tussen de door [deskundige] begrote herstelkosten en het door [bedrijf] geoffreerde bedrag voor herstel. Herstelkosten vloerverwarming werkkamer 2.5. Het grootste verschil zit in de kosten van herstel van de vloerverwarming in de werkkamer. [deskundige] had in zijn oorspronkelijke kostenraming van 12 februari 2021 onder a. een bedrag van € 2.219,79 inclusief btw voor herstel vloerverwarming (elektrisch) in de werkkamer opgenomen. [bedrijf] heeft in haar offerte onder 1. een bedrag van € 32.083,- opgenomen voor het functioneel maken van de elektrische verwarming. 2.6. Uit het aanvullend rapport van [deskundige] volgt dat de gebreken aan de vloerverwarming in de werkkamer lopende de procedure, tijdens een door [deskundige] samen met een adviseur van de [firma] , ten overstaan van partijen gehouden inspectie-/werkbezoek, zijn hersteld. Daarbij zijn ook het afdekplaatje van de schakelaar en de thermostaat hersteld. [eisende partij] kan daarom naar het oordeel van de rechtbank in deze procedure geen aanspraak meer maken op vervangende schadevergoeding in verband met kosten voor herstel van de vloerverwarming in de werkkamer. [deskundige] heeft in zijn aanvullend rapport in verband met herstel van de tegelvloer een post van € 1.045,44 inclusief btw geraamd tegen prijspeil heden. Dit bedrag is naar het oordeel van de rechtbank toewijsbaar. Het meerdere op dit punt gevorderde moet worden afgewezen. Herstel scheuren en schilderwerk 2.7. De rechtbank stelt vast dat het op twee na grootste verschil tussen de begroting van [deskundige] en de offerte van [bedrijf] zit in de kosten voor het herstel van de scheuren in de muren in de aanbouw en kosten voor schilderwerk. 2.7.1. [bedrijf] heeft een post van € 7.095,- exclusief btw geoffreerd voor het schilderen van de plafonds en van € 16.420,- exclusief btw voor herstel scheuren. In de op de offerte verstrekte toelichting heeft [bedrijf] opgemerkt dat de scheuren na verloop van tijd veel groter zijn geworden. Omdat de gehele constructie werkt door invloed van uitzetting door temperatuurinvloeden, is volgens [bedrijf] óók voor de wanden een toepassing met de mogelijkheid ter opvanging van spanningen rondom noodzakelijk. Vervanging van het geheel is volgens [bedrijf] daarom de enige oplossing om het geheel werkend te krijgen. Zodoende is volgens [bedrijf] op dit punt sprake van een enorm prijsverschil met de begroting van [deskundige] . 2.7.2. [deskundige] heeft in zijn aanvullende rapportage aangegeven dat een herstel middels het toepassen van (blijvend zichtbare) dilatatievoegen/profielen de hoogste kans geeft op een voor de toekomst blijvende correcte oplossing. Het vervangen van gipsplaten is met die uitvoering volgens [deskundige] niet aan de orde. [deskundige] raamt de kosten voor herstel exclusief de kosten van schilderwerk met prijspeil heden op € 3.277,27 inclusief btw. De rechtbank zal het oordeel van de deskundige volgen en de herstelkosten vaststellen op het bedrag dat hij daarvoor begroot. Het meer gevorderde zal worden afgewezen. 2.7.3. Meer algemeen merkt de rechtbank op dat zijzelf niet deskundig is op het gebied van bouwen. Dat is de reden dat in zaken waarover op bouwkundig gebied verschil van inzicht bestaat, een gerechtelijk deskundige wordt ingeschakeld. Omdat het een onafhankelijk deskundige betreft, is uitgangspunt dat het oordeel van die deskundige gevolgd wordt. Dat uitgangspunt kan uitzondering lijden indien de motivering ondeugdelijk is of indien er sprake is van andere zwaarwegende en steekhoudende bezwaren ten aanzien van de wijze van totstandkoming of de inhoud van het rapport. De rechtbank is van oordeel dat het rapport van [deskundige] deze toets kan doorstaan. Het rapport is dus in beginsel leidend voor de beoordeling van de herstelkosten. Het enkele feit dat [bedrijf] van mening is dat de enige oplossing om het geheel werkend te krijgen vervanging van het geheel is, is onvoldoende om de werkwijze van [deskundige] niet te volgen. De rechtbank volgt [deskundige] dan ook in de door hem geschetste werkwijze met bijbehorende (fors lagere) herstelkosten. Bovendien volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat de elektrische vloerverwarming uiteindelijk lopende deze procedure voor een bedrag van € 1.216,05 inclusief btw door [firma] is hersteld, terwijl [bedrijf] voor herstel daarvan een bedrag van € 32.083,- had begroot, dat het ook redelijk is om van die begroting van [deskundige] uit te gaan, in plaats van van de offerte van [bedrijf] . Overige posten 2.8. De rechtbank zal om diezelfde redenen ook voor wat betreft de overige posten de door [deskundige] geraamde kosten volgen. Partijen hebben in hun conclusies na deskundigenbericht beiden erop gewezen dat zij blijven bij hetgeen in hun reacties op het deskundigenbericht is opgenomen. De rechtbank overweegt dat de deskundige in zijn definitieve rapportage in afdoende mate heeft gereageerd op de opmerkingen van partijen op het concept-rapport. Ook de rechtbank ziet daarin geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Indexering 2.9. [deskundige] heeft in zijn aanvullende rapportage aangegeven dat de in het deskundigenrapport van januari 2021 opgenomen herstelbedragen in het kader van indexering met gemiddeld 20-25% kunnen worden verhoogd. De rechtbank begrijpt het rapport van [deskundige] aldus dat dit percentage - naar aanleiding van een door mr. Kamsteeg aangehaalde tabel outputprijsindex nieuwbouwwoningen bouwkosten – in het kader van een door de deskundige gegeven advies is bijbesteld naar 26,5%. De rechtbank is van oordeel dat de in het rapport van 2021 genoemde bedragen zoals door de deskundige (in rood weergegeven in zijn rapportage) voorgesteld moeten worden geïndexeerd. Herstelkosten 2.10. De rechtbank leidt uit de aanvullende rapportage van [deskundige] af dat zijn aangepaste begroting geïndexeerd naar prijspeil heden en inclusief btw (met in achtneming van de in het rood weergegeven bedragen) € 17.480,37 bedraagt: a. Vloerverwarming (elektrisch) in de werkkamer: € 1.045,44 b. Vloerverwarming in de bestaande bouw: N.v.t. c. Deurklink monteren: € 344,00 d. Rolluik bij raam werkkamer: € 926,42 e. Garagedeur sluitend maken: € 134,01 f. Schoonmaken dorpel + rubberen strippen (tuindeuren) € 174,70 g. Verlichting overkapping ontbreekt: € 1.045,14 h. Lichtstraat is niet correct geplaatst: € 1.220,90 i. Scheuren in muurwerk in aanbouw: € 3.277,27 j. Ophangen lijsten in woonkamer: € 103,10 k. Stucwerk tegen de lamellen 2 woonkamerramen € 234,03 l. Voegwerk bij hwa-pijp l+gaten bij pijpbeugels: € 100,77 m. Binnen schilderwerk slecht uitgevoerd: € 3.612,82 n. Vloertegel in kookgedeelte: € 0,- (meegenomen in post
  2. a)o. Kitwerk bij beglazing + vloer/pui-aansluiting: € 166,30 p. Schilderwerk bij aanrechtblad: € 0,- q. Aansluiten buitenlamp bij garagedeur: € 0,- (deze post vervalt) r. Laagspanningsinstallatie: € 2.984,77 s. Hardsteen dorpels/vensterbanken: € 0,- t. Niet in één lijn 2 stuks inbouwspots boven kookeiland: € 100,77 u. Hemelafvoerwater hoogdak achtergevel: € 0,- v. Met schroeven bevestigd klemprofiel: € 990,65 w. Kantpannen hoogdak ter plaatse van aanbouw: € 573,75 x. Boeiboord aan achtergevel uitbouw: € 445,53 Totaal: € 17.480,37 2.11. In de aanvullende rapportage van [deskundige] wordt bij de post schoonmaken dorpel + rubberen strippen (tuindeuren) een bedrag van € 134,01 inclusief btw vermeld. De rechtbank begrijpt dit aldus dat de deskundige hier per abuis het zelfde bedrag heeft vermeld als het bedrag behorend bij de onder e genoemde post (garagedeur sluitend maken). De rechtbank berekent het juiste bedrag na indexatie op: € 174,70 inclusief btw (€ 138,07 + 26,5%). [deskundige] heeft in zijn aanvullende rapportage weliswaar niet (opnieuw) de kosten voor herstel van de lichtstraat vermeld. Omdat uit de aanvullende rapportage niet volgt dat deze zijn komen te vervallen, heeft de rechtbank de in dit kader in het rapport uit 2021 begrote kosten van € 965,14, met toepassing van een indexering van 26,5% (€ 1.220,90) opgenomen in het hierboven vermelde staatje. 2.12. Dit leidt tot de conclusie dat de door [deskundige] begrote schade kan worden gesteld op een bedrag van € 17.480,37. 2.13. Al het voorgaande neemt niet weg dat de praktijk op dit moment is dat er meer werk is dan aannemers die het kunnen uitvoeren. Aannemers zijn mede daarom niet happig om andermans gebrekkig werk te herstellen; zij voeren liever mooie nieuwe werken uit. Deze omstandigheden leiden ertoe dat het bijvoorbeeld al niet eenvoudig is om een aannemer te vinden die voor een uurprijs van 45 euro werkt; velen hanteren 60 euro of meer. Deze omstandigheden leiden ertoe dat de rechtbank de door [deskundige] begrote schade ad € 17.480,37 met 40% zal verhogen (zijnde € 6.992,25), waardoor € 24.472,52 toegewezen zal worden. De wettelijke rente hierover kan zoals gevorderd vanaf datum dagvaarding worden toegewezen. De vordering onder IV (reeds uitgevoerde noodzakelijke herstelwerkzaamheden) 2.14. [eisende partij] stelt dat er reeds werkzaamheden zijn uitgevoerd aan de vloerverwarming (de rechtbank begrijpt: in de bestaande bouw) en de meterkast. De kosten hiervoor bedragen in totaal € 4.469,61 inclusief btw. € 2.036,43 daarvan ziet op kosten wegens het verhelpen van overbelasting in de meterkast door Maintain Elektro. Het overige bedrag van € 2.433,18 heeft betrekking op kosten wegens het verhelpen van een gebrek in de vloerverwarming door [bedrijf] . [gedaagde partij sub 4] heeft hier geen verweer tegen gevoerd. Deze kosten zijn toewijsbaar. Vordering V (onterecht teveel betaalde btw) 2.15. [eisende partij] stelt dat DMS c.s. haar een bedrag van € 1.019,53 verschuldigd is vanwege te veel betaalde btw over stuc en schilderwerk en kosten voor de door [eisende partij] aan DMS extra geleverde marmeren vloertegels. Omdat geen verweer is gevoerd tegen deze vordering, kan deze worden toegewezen. Vordering VI: kosten gerechtelijk deskundigenonderzoek en vooronderzoek [bedrijf] 2.16. Onder VI maakt [eisende partij] aanspraak op een bedrag van € 4.700,85 vanwege de gemaakte kosten gerechtelijk deskundigenonderzoek en vooronderzoek [bedrijf] . De rechtbank is van oordeel dat het hierbij gaat om in redelijkheid gemaakte kosten. Deze vordering kan worden toegewezen. Buitengerechtelijke incassokosten 2.17. DMS c.s. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De rechtbank berekent deze kosten op basis van het toegewezen bedrag aan hoofdsom (€ 22.969,51), conform de staffel, op een bedrag van € 1.004,70. Dit deel van de vordering wordt, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover, toegewezen. Het meerdere gevorderde wordt afgewezen. Proceskosten 2.18. DMS c.s. is in overwegende mate in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,44 - griffierecht € 1.301,00 - kosten deskundige € 4.916,05 - salaris advocaat € 3.035,00 (2,5 punten × € 1.214,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 9.565,49 Hoofdelijke veroordelingen 2.19. De veroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 3De beslissing De rechtbank 3.1. verklaart voor recht dat de vordering tot nakoming van de aanneemovereenkomst is omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding op 30 juni 2021, 3.2. verklaart voor recht dat [gedaagde partij sub 4] , GIG, en A&D onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eisende partij] en dat zij jegens [eisende partij] aansprakelijk en schadeplichtig zijn, 3.3. veroordeelt DMS c.s. hoofdelijk om bij wijze van vervangende schadevergoeding, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 24.472,52, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening, 3.4. veroordeelt DMS c.s. hoofdelijk aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 4.469,61, zijnde de kosten voor het noodzakelijke herstel van de gebreken aan de vloerverwarming en de meterkast, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening, 3.5. veroordeelt DMS c.s. hoofdelijk aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 1.019,53 (onterecht teveel betaalde btw en vergoeding voor de extra geleverde marmeren tegels), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening, 3.6. veroordeelt DMS c.s. hoofdelijk aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 4.700,85 (kosten gerechtelijk deskundigenonderzoek [deskundige] ad € 4.464,90 en kosten van het vooronderzoek uitgevoerd door [bedrijf] voor het uitbrengen van een offerte ad € 235,95,-) vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening, 3.7. veroordeelt DMS c.s. hoofdelijk aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 1.004,70 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag van algehele voldoening, 3.8. veroordeelt DMS c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 9.565,49, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als DMS c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.9. verklaart dit vonnis voor wat betreft de daarin opgenomen veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, 3.10. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Dethmers en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026. r.o. 5.3 t/m 5.5 r.o. 5.6 t/m 5.16 r.o. 5.5, r.o. 5.10 en r.o. 5.16 zie pagina 4 van het aanvullend rapport zie pagina 10 van het aanvullend rapport

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.