RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11947844 \ CV EXPL 25-4469 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van STICHTING WELLER WONEN, te Heerlen, eisende partij, hierna te noemen: Weller, gemachtigde: [gemachtigde], tegen 1 [huurder 1] , te [plaats] ,
- [huurder 2], te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [huurders] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het exploot van dagvaarding van 22 oktober 2025 met producties 1 tot en met 10; - de schriftelijke weergave van het antwoord van [huurders] .;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de op 6 januari 2026 door Weller ten behoeve van de mondelinge behandeling in het geding gebrachte ongenummerde producties; - de op 16 januari 2026 door Weller ten behoeve van de mondelinge behandeling in het geding gebrachte ongenummerde producties; - de mondelinge behandeling van 19 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Weller verhuurt met ingang van 15 september 2017 aan [huurders] . de woonruimte met aanhorigheden aan de [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt thans € 760,21 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen huurovereenkomst woonruimte conform het ROZ-model van 30 juli 2003 (hierna: de algemene bepalingen) van toepassing. 2.
- [huurders] . hebben een huurachterstand laten ontstaan. 2.
- Op 3 december 2024, 7 januari 2025 en 5 februari 2025 heeft (de gemachtigde van) Weller [huurders] . schriftelijk aangemaand om de betalingsachterstand te voldoen. 2.
- ( De gemachtigde van) Weller heeft betalingsregelingen met [huurders] . getroffen, welke door [huurders] . niet correct dan wel niet volledig zijn nagekomen. 2.
- [huurders] . hebben een bedrag van € 1.250,00 betaald aan de gemachtigde van Weller. Hiervan is een bedrag van € 650,00 door de gemachtigde van Weller al doorgestort naar Weller en verrekend met de openstaande huurachterstand. 3Het geschil 3.
- Weller vordert - samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van [huurders] . tot betaling van € 923,37 (bestaande uit € 1.187,58 aan huurachterstand, € 333,52 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 2,27 aan rente, waarop het door [huurders] . betaalde bedrag van € 600,00 in mindering strekt) vermeerderd met de wettelijke rente alsmede de proceskosten. 3.
- Weller legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurders] . zijn in hun verplichtingen als huurders tekortgeschoten, door niet (volledig) aan hun betalingsverplichting te voldoen. 3.
- [huurders] . erkennen het bestaan en de hoogte van de huurachterstand. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Ambtshalve toetsen algemene voorwaarden 4.
- De huurovereenkomst is gesloten met twee consumenten. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). 4.
- Op de huurovereenkomst zijn de hiervoor onder 2.
- genoemde algemene bepalingen van toepassing, die te beschouwen zijn als algemene voorwaarden. Deze voorwaarden bevatten immers een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in meerdere overeenkomsten te worden opgenomen en waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. 4.
- Weller vordert betaling van achterstallige huur, rente en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet ambtshalve vaststellen of in de algemene bepalingen afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Huurachterstand 4.
- Op de mondelinge behandeling is door Weller aan de hand van het actuele overzicht met huurbetalingen onbetwist gesteld dat de huurachterstand, berekend tot en met januari 2026 € 1.087,58 bedraagt en dat er bij de deurwaarder momenteel nog € 600,00 staat die op de voet van artikel 6:44 BW op alle door [huurders] . te betalen kosten in mindering kan worden gebracht. 4.
- [huurders] . erkennen dat er ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding een huurachterstand was en er nu nog steeds is. De bedragen zoals genoemd onder 4.
- hebben zij niet weersproken. 4.
- De kantonrechter heeft beoordeeld of in voormelde algemene bepalingen ten aanzien van deze hoofdsom bedingen zijn opgenomen die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval. Dat betekent dat de huurachterstand wordt vastgesteld op een bedrag van € 487,58 (€ 1.087,58 - € 600,00). Dit bedrag moeten [huurders] . nog aan Weller betalen. Buitengerechtelijke incassokosten 4.
- De kantonrechter stelt vast dat artikel 20.4 van de algemene bepalingen een beding bevat op grond waarvan Weller aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. De bedongen vergoeding is namelijk niet begrensd in omvang, bedraagt altijd ten minste 15% van de hoofdsom en is ten minste € 125,00 en daarmee dus hoger dan (het minimumbedrag van) de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 333,52 wordt afgewezen. Rente 4.
- De kantonrechter stelt verder vast dat artikel 20.2 van de algemene bepalingen een beding bevat op grond waarvan Weller aanspraak kan maken op vergoeding van contractuele rente van 1% per maand. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. De in dit beding overeengekomen contractuele rente was ten tijde van het sluiten van de overeenkomst namelijk hoger dan de op dat moment geldende wettelijke rente. Een rechtvaardiging hiervoor heeft Weller niet gegeven. Het beding wordt daarom vernietigd. Als gevolg daarvan wordt de gevorderde vergoeding voor wettelijke rente van € 2,27 afgewezen. Proceskosten 4.
- [huurders] . zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom volgens de in artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering neergelegde regel de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. 4.
- [huurders] . voeren aan dat zij een betalingsregeling hadden met (de incassogemachtigde van) Weller, die weliswaar niet helemaal correct is nagekomen, maar waarmee zij de huurachterstand wel flink hebben ingelopen. Als zij nog twee keer conform de betalingsregeling hadden betaald, dan waren zij van hun huurschuld af geweest. Zij verwijten het Weller dat die gekozen heeft om een dagvaarding uit te brengen, waardoor er weer heel veel kosten bijkomen en zij nog langer bezig zijn met het betalen van hun schuld aan Weller. De kantonrechter begrijpt uit deze stellingen dat [huurders] . vinden dat zij niet in de proceskosten moeten worden veroordeeld. 4.
- De kantonrechter begrijpt dat een proceskostenveroordeling tot gevolg heeft dat [huurders] . weer een nieuwe schuld bij Weller krijgen en dat dit voor [huurders] . erg vervelend is, omdat ook deze schuld weer afbetaald moet worden. Daar is weinig aan te doen: [huurders] . hadden een betalingsregeling, maar kwamen die niet altijd correct na en verder betalen zij ook de lopende huurtermijnen niet altijd stipt op tijd. Dat Weller er dan voor kiest om tóch een dagvaarding uit te brengen, is gelet op die omstandigheden te billijken. Voor zover [huurders] . bedoelen dat Weller misbruik van procesrecht maakt, door tot dagvaarding over te gaan, wordt dit door de kantonrechter niet gevolgd. De kantonrechter ziet dan ook onvoldoende redenen om van de hoofdregel (dat de verliezende partij de proceskosten moet betalen) af te wijken. 4.
- Wel ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te berekenen op basis van het toegewezen bedrag. Dat betekent dat het voor het griffierecht een lager bedrag wordt toegewezen dan door Weller is betaald en ook wat betreft het gemachtigdensalaris wordt aangesloten bij het toegewezen bedrag. De proceskosten van Weller worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 147,81 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 174,00 (2 punten × € 87,00) - nakosten € 43,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 500,31 Hoofdelijke veroordeling 4.
- De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [huurders] . hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Weller te betalen een bedrag van € 487,58, 5.
- veroordeelt [huurders] . hoofdelijk in de proceskosten van € 500,31, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurders] . niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 18 februari
- Dit volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971).