← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2026:1459

RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/311495 / HA ZA 22-507 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van [eisende partij] , te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , advocaat: mr. L.L.M.A.A. de Vor, tegen [gedaagde partij] , H.O.D.N. [bedrijf 1], te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , advocaat: mr. H.E.C.A. Vlasman. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 22 oktober 2025- de akte van [eisende partij] van 19 november 2025- de akte van [gedaagde partij] van 19 november 2025 - de kostenbegroting van de deskundige voor het aanvullend deskundigenonderzoek - de akte van [eisende partij] van 7 januari 2026 - de akte van [gedaagde partij] van 7 januari
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
  4. De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 22 oktober
  5. 2.
  6. In voornoemd tussenvonnis is – kort samengevat – overwogen dat de deskundige op basis van een aanvullend deskundigenonderzoek uitsluitsel kan geven over de vraag of er al dan niet sprake is van door [gedaagde partij] uitgevoerde montagewerkzaamheden (conform offerte 4) en/of schilderwerkzaamheden (conform offerte 3) buiten de offerte van [naam] om alsmede ten aanzien van de vraag of die werkzaamheden, indien daarvan sprake is, voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk. 2.
  7. De rechtbank heeft de deskundige inmiddels verzocht om een kostenbegroting voor een aanvullend deskundigenonderzoek zoals hiervoor bedoeld. De kostenbegroting is reeds aan partijen toegestuurd en zij zijn in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. 2.
  8. [eisende partij] kan zich vinden in het aanvullend deskundigenonderzoek, maar stelt dat, zoals zij al bij haar eerdere akte het standpunt heeft ingenomen, de onderzoeksvragen al onderdeel waren van de aanvankelijke opdracht aan de deskundige zodat een aanvullend voorschot nu niet aan de orde is. 2.
  9. [gedaagde partij] heeft bij akte medegedeeld zich niet (althans niet geheel) te kunnen vinden in het aanvullend deskundigenonderzoek. De deskundige heeft volgens [gedaagde partij] al het totaal van de werkzaamheden in ogenschouw genomen, zodat een nadere toelichting niet bij zal dragen aan een oplossing van het geschil zoals door [eisende partij] in deze procedure is gevorderd dan wel een minnelijke regeling. Reden waarom [eisende partij] het (aanvullend) voorschot op de kosten van de deskundige dient te betalen, aldus [gedaagde partij] . 2.
  10. Al in het tussenvonnis van 22 oktober 2025 heeft de rechtbank overwogen dat uit het verzoek tot aanpassing onder 6) van de reactie van [eisende partij] op het conceptrapport en de reactie daarop van de deskundige onder punt 4.7.
  11. van het definitieve rapport blijkt dat de deskundige deze vraag niet heeft beantwoord en dat hiervoor een extra voorschot is vereist. Ter beoordeling van het onderhavige geschil is van belang om duidelijkheid te krijgen over de vraag wat de omvang is van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst en wat daarvan al dan niet al is uitgevoerd. De stelling van [gedaagde partij] dat een nadere toelichting van de deskundige niet aan een oplossing van het geschil dan wel minnelijke regeling zal bijdragen, kan de rechtbank dan ook niet volgen. 2.
  12. De rechtbank heeft partijen in het tussenvonnis van 22 oktober 2025 in overweging gegeven dat zij er rekening mee moeten houden dat het dossier onoverzichtelijk is door de hoeveelheid en wirwar aan offertes en facturen die overigens ook niet altijd herleidbaar zijn. Dat betekent dat, ook als de deskundige met die vragen bij het eerste deskundigenonderzoek al rekening had gehouden, een verzoek tot aanvulling van het voorschot door de deskundige in de rede had gelegen. Met andere woorden, of deze onderzoeksvragen al onderdeel waren van de initiële opdracht aan de deskundige doet niet ter zake bij de vraag of een aanvullend voorschot hier aan de orde is. De rechtbank passeert daarom het bezwaar van [eisende partij] . 2.
  13. De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. 2.
  14. De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 2.420,00 (inclusief btw). Partijen hebben tegen de hoogte an sich geen bezwaar gemaakt. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een (afgerond) bedrag van € 2.500,00 (inclusief btw). 2.
  15. De rechtbank ziet aanleiding om te bepalen dat het voorschot op de kosten van de deskundige ten behoeve van dit aanvullend deskundigenonderzoek ook door beide partijen bij helfte wordt betaald. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen. 2.
  16. De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn. Na overleg met partijen aanvaardt de rechtbank dit voorbehoud voor zover deze algemene voorwaarden voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de rechtbank en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat deze aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is op de verhouding tussen de deskundige en partijen. 2.
  17. Partijen verzoeken de rechtbank tot slot om een nieuwe mondelinge behandeling. De rechtbank zal dit verzoek inwilligen en bepalen dat, nadat het aanvullend rapport is uitgebracht en de conclusies na deskundigenrapporten zijn ingediend, de verhinderdata bij partijen zullen worden opgevraagd om een nieuwe mondelinge behandeling te houden. 2.
  18. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De rechtbank 3.
  19. benoemt tot deskundige: de heer Ir. [deskundige ] , bouwkundige hij [bedrijf 2] B.V. [adres] telefoonnummer: [telefoonnummer] e-mailadres: [e-mailadres] ter beantwoording van de navolgende (aanvullende) onderzoeksvragen: Kunt u beoordelen of er montagewerkzaamheden zijn verricht en zo ja, van welke omvang – afgezet tegen het in offerte 4 opgenomen bedrag en aantal uur dat daarvoor is geoffreerd? Kunt u aangeven en onderbouwen of het hiervoor bedoelde montagewerk voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk? Kunt u beoordelen of er schilderwerkzaamheden zijn verricht – buiten de offerte van [naam] om – en zo ja, van welke omvang – afgezet tegen het in offerte 3 opgenomen bedrag en aantal uur dat daarvoor is geoffreerd? Kunt u beoordelen en onderbouwen of het hiervoor bedoelde schilderwerk voldoet aan de eisen van goed en deugdelijke werk? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? het voorschot 3.
  20. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 2.500,00 (inclusief btw), 3.
  21. bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak, 3.
  22. draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot, het schriftelijk rapport 3.
  23. draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, overige bepalingen 3.
  24. bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 17 juni 2026, 3.
  25. draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen: - als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of - na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen op een termijn van vier weken, 3.
  26. verwijst voor het overige naar de beslissingen in het tussenvonnis in deze zaak van 22 oktober 2025, 3.
  27. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.