← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2026:225

RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/348418 / HA ZA 26-5 Vonnis in incident van 4 februari 2026 in de zaak van 1 [verkoper 1] ,

  1. [verkoper 2], bieden wonend te [plaats 1], eisende partijen in de hoofdzaak, verwerende partijen in het incident, hierna samen te noemen: [verkopers A] , advocaat: mr. A.V. Mostert, tegen [koper] , zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen of buiten Nederland, gedaagde partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: [koper] , niet verschenen, en 1 [verkoper 3] ,
  2. [verkoper 4], beiden wonend te [plaats 1], advocaat: mr. J.M. Remijn, eisende partijen in het incident, hierna samen te noemen: [verkopers B] 1De procedure 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 t/m 8, de incidentele conclusie tot voeging ex artikel 217 Rv met producties 1 en 2 aan de zijde van [verkopers B] , op de rolzitting van 7 januari 2026 is tegen de niet verschenen [koper] verstek verleend. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De feiten 2.
  5. [verkopers A] en [verkopers B] hebben hun woningen aan de [adres 1] respectievelijk [adres 2] te [plaats 1] gezamenlijk te koop gezet om in één koop te worden afgenomen. 2.
  6. Op 19 juni 2025 zijn [verkopers A] en [verkopers B] met [koper] een koopovereenkomst aangegaan betreffende de (ver)koop van de woningen (producties 1 bij dagvaarding). 3Het geschil in de hoofdzaak 3.
  7. [verkopers A] stellen dat [koper] tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. Daarop hebben [verkopers A] de koopovereenkomst ontbonden. [verkopers A] vorderen (samengevat) dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: zal verklaren dat [verkopers A] de koopovereenkomst rechtsgeldig hebben ontbonden, althans deze zal ontbinden; [koper] zal veroordelen tot betaling van € 94.000,00 te vermeerderen met wettelijke rente; [koper] zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.715,00 te vermeerderen met wettelijke rente; [koper] zal veroordelen in de kosten van deze procedure. in het incident 3.
  8. [verkopers B] vorderen dat het hen is toegestaan om zich in de hoofdzaak aan de zijde van [verkopers A] , als oorspronkelijk eisende partijen, te voegen. Als onderbouwing stellen zij dat zij gezamenlijk eigenaren van de woning aan de [adres 1] zijn en daarmee partij bij dezelfde koopovereenkomst als [verkopers A] De uitkomst van de hoofdzaak heeft directe gevolgen voor [verkopers B] , nu de vordering tot betaling van de boete en ontbinding van de koopovereenkomst ook hun rechtspositie betreft, aldus [verkopers B] 3.
  9. [verkopers A] hebben reeds in punt 56 van de dagvaarding opgemerkt geen bezwaar te hebben tegen een mogelijke vordering van [verkopers B] tot voeging. 4De beoordeling in het incident 4.
  10. De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. [verkopers B] hebben voldoende onderbouwd dat zij belang hebben bij de uitkomst van de procedure. De vordering van [verkopers B] tot voeging zal dan ook worden toegewezen. 4.
  11. Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing De rechtbank in het incident 5.
  12. staat [verkopers B] toe om zich in de hoofdzaak aan de zijde van [verkopers A] te voegen, 5.
  13. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 5.
  14. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 maart 2026 voor vonnis. Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn en in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.