RECHTBANK LIMBURG Zaaknummer: 12023217 \ EZ VERZ 25-514 Beschikking van 13 januari 2026 in de zaak van 1 [verzoeker 1] ,
- [verzoeker 2], beiden wonende te [woonadres] , verzoekers, hierna samen te noemen: [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , procederend in persoon, in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2016, [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 2] 2019, [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3]
- 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met bijlagen, zoals ontvangen op 16 december 2025 1.
- Daarna is de beschikking bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- Op 31 mei 2025 is te [plaats 1] (België) overleden de heer [de overledene] , geboren te [geboorteplaats 3] (België) op [geboortedag 4] 1950 (hierna te noemen: de overledene). 2.
- De overledene is de vader van verzoeker sub
- Verzoeker sub 1 heeft op 18 november 2025 de nalatenschap van zijn vader verworpen. 3Het verzoek 3.
- Verzoekers vragen de kantonrechter op grond van artikel 4:193 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een machtiging te verlenen om de nalatenschap van de overledene namens hun minderjarige kinderen te mogen verwerpen. 3.
- Ter onderbouwing van het verzoek hebben verzoekers correspondentie overgelegd van [notaris] uit [plaats 2] (België) die aangeeft dat de nalatenschap van de overledene negatief is. Dat blijkt ook uit de door verzoekers ingevulde boedelbeschrijving en de daarbij gevoegde facturen. 4De beoordeling 4.
- Internationale kwestie 4.1.
- Uit de bij het verzoekschrift overgelegde akte van overlijden blijkt dat de overledene is geboren en gestorven in België. Daarmee heeft deze zaak een internationaal karakter. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of hij in internationale zin bevoegd is (rechtsmacht heeft) om van het verzoek kennis te nemen. Daarnaast moet worden vastgesteld met toepassing van welk rechtsstelsel het verzoek moet worden beoordeeld. 4.1.
- Bij de beantwoording van de vraag naar de rechtsmacht van de Nederlandse rechter dient allereerst vastgesteld te worden of het onderhavige verzoek van de ouders – voor internationaal privaatrechtelijke doeleinden – gekwalificeerd dient te worden als een kwestie van erfrecht dan wel als een kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid. Uit rechtspraak van het Europees Hof van Justitie volgt dat het verzoek gekwalificeerd dient te worden als een kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid. De verzochte machtiging strekt namelijk tot bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarigen die door de verwerping van hun vader, als erfgenaam worden geroepen tot de nalatenschap van de overledene. Daarmee valt het verzoek naar zijn aard binnen het materiële toepassingsgebied van de Brussel II bis-Verordening . In artikel 8 lid 1 van die verordening is bepaald dat ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd zijn de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Gelet hierop is in deze zaak de Nederlandse rechter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. 4.1.
- De kantonrechter gaat ervan uit dat de laatste woonplaats van de overledene [plaats 1] is. Dat blijkt niet uit de akte van overlijden maar wel uit de door de Belgische fiscus aan de notaris verstrekte informatie, alsook uit de notariële akte d.d. 18 november 2025 waarin de verwerping van de nalatenschap door verzoeker sub 1 is vastgelegd. De kantonrechter gaat er daarom ook van uit dat Belgisch recht van toepassing op de erfopvolging. Er is immers niet gebleken van een testament waarin een rechtskeuze is gedaan of omstandigheden waaruit zou blijken dat de overledene op het tijdstip van overlijden een kennelijk nauwere band had met een andere staat dan België . 4.
- Relatieve bevoegdheid 4.2.
- In een zaak als deze wordt de bevoegdheid van de kantonrechter om op het verzoek te beslissen niet gerelateerd aan de woonplaats van de overledene, maar aan de woonplaats van de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarigen. Uit het verzoekschrift volgt dat verzoekers woonplaats hebben in [plaats 3] zodat de kantonrechter in deze rechtbank, locatie Roermond, ook in relatieve zin bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- inhoudelijke beoordeling 4.3.
- Op grond van artikel 4:193 lid 1 BW kan een wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige erfgenaam voor deze niet zuiver aanvaarden en heeft hij om te kunnen verwerpen een machtiging van de kantonrechter nodig. De kantonrechter moet toetsen of verwerping van de nalatenschap in het belang van de minderjarige is. Het uitgangspunt is dat het verzoek tot verwerping van een nalatenschap enkel wordt toegewezen als het saldo van de nalatenschap negatief is. 4.3.
- Verzoeker sub 1 heeft zijn aandeel in de nalatenschap van zijn vader verworpen. Daardoor zijn zijn minderjarige kinderen naar Belgisch recht door plaatsvervulling erfgenaam geworden. Op basis van de overgelegde stukken is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een negatief nalatenschapssaldo. Daarvan uitgaande is het verlenen van de gevraagde machtiging in het belang van de minderjarige [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . 4.3.
- De kantonrechter wijst erop dat met het verlenen van de gevraagde machtiging het aandeel van deze minderjarigen in deze nalatenschap nog niet is verworpen ! Daartoe dienen verzoekers zich zo spoedig mogelijk met deze beschikking tot de Belgische autoriteit te wenden of een verklaring af te leggen bij de (Centrale Balie van de) rechtbank Limburg, locatie Roermond. Daarvoor moet een apart formulier ‘Verklaring nalatenschap’ worden ingevuld waarbij een kopie van deze machtiging van de kantonrechter moet worden bijgevoegd. Verzoekers wordt aangeraden deze verklaring zo spoedig mogelijk af te leggen. Daarna dienen verzoekers de Belgische autoriteit die bevoegd is om uitspraak te doen over de erfopvolging, binnen de termijn die daarvoor in het Belgische recht is bepaald, ervan in kennis dient te stellen dat inschrijving in het boedelregister van de rechtbank Limburg locatie Roermond heeft plaatsgevonden. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- verleent verzoekers machtiging om ten behoeve van hun minderjarige kinderen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hun aandeel in de nalatenschap van de heer [de overledene] , te verwerpen. Deze beschikking is gegeven door mr. Piette en in het openbaar uitgesproken op 13 januari
- Zie HvJ EU 19 april 2018, C-565/16, ECLI:EU:C:2018:265 Zie artikel 1 lid 2 sub e en artikel 2 sub 7 van die verordening Zie artikel 21 en 22 van de Erfrechtverordening. Zie artikel 1:12 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Zie www.rechtspraak.nl zie preambule 32 van de Europese erfrechtverordening en tevens het arrest van het EHvJ van 2 juni 2022, ECLI:EU:C:2022:426, rov. 48 en 49