RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12013802 \ CV EXPL 25-5646 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SOMMER HEALTHCARE B.V., te Maastricht, eisende partij, hierna te noemen: Sommer Healthcare B.V., gemachtigde: Flanderijn, tegen [gedaagde partij] , te gemeente [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- Sommer Healthcare B.V. vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 1.495,05, vermeerderd met rente en kosten. 2.
- Ter onderbouwing van haar vordering voert Sommer Healthcare B.V. (samengevat) het volgende aan. Sommer Healthcare B.V. heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde partij] geneeskundige zorg verleend en/of medicatie verstrekt. Hiervoor is [gedaagde partij] een bedrag van € 1.179,66 verschuldigd aan Sommer Healthcare B.V.. Voorts stelt Sommer Healthcare B.V. dat [gedaagde partij] aan haar een vergoeding van € 214,11 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw verschuldigd is. Daarnaast maakt zij aanspraak op betaling van de wettelijke rente. Sommer Healthcare B.V. berekent deze rente tot datum dagvaarding (= 9 december 2025) op € 101,
- 2.
- [gedaagde partij] erkent de vordering. Zij dacht dat de zorgverzekering de openstaande bedragen betaald had. Zij is bereid om in termijnen te betalen. 2.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3De beoordeling Ambtshalve toetsing: informatieverplichtingen 3.
- De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen een zorgverlener en [gedaagde partij] als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat niet door partijen wordt gevraagd, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. 3.
- Toetsing van de informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een medische behandelovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van de betreffende afdeling uit het BW. Inhoudelijke beoordeling 3.
- Uit het antwoord van [gedaagde partij] is de kantonrechter gebleken dat de vordering ten aanzien van de hoofdsom niet althans onvoldoende wordt betwist, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt. Ambtshalve toetsing: algemene voorwaarden 3.
- De behandelovereenkomst is gesloten met een consument, zodat ambtshalve toetsing aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht moet plaatsvinden, in het bijzonder aan de Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen). 3.
- Sommer Healthcare B.V. vordert betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als Sommer Healthcare B.V. in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:69) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971). 3.
- Op de behandelovereenkomst zijn de Algemene voorwaarden Parkwegkliniek Sommer/versie 1/geldig tot en met 31-12-2026 (hierna: algemene voorwaarden) van toepassing. 3.
- De kantonrechter heeft beoordeeld of in voormelde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval. Rente 3.
- Gelet op het onbetaald laten van de facturen en het uiteindelijk in verzuim raken van [gedaagde partij] , is ook de gevorderde wettelijke rente toewijsbaar. Buitengerechtelijke incassokosten 3.
- Sommer Healthcare B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Sommer Healthcare B.V. heeft aan [gedaagde partij] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 214,11 worden toegewezen. Conclusie 3.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom - rente tot 9 december 2025 - buitengerechtelijke incassokosten €€€ 1.179,66101,28214,11 + Totaal € 1.495,05 Proceskosten 3.
- [gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Sommer Healthcare B.V. worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 340,00 - salaris gemachtigde € 204,00 (1 punt × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 792,14 Verzoek betalingsregeling 3.
- Voor het eventueel treffen van een betalingsregeling moet [gedaagde partij] zich tot (de gemachtigde van) Sommer Healthcare B.V. wenden. De kantonrechter kan daarin niet bemiddelen. Ook kan de kantonrechter Sommer Healthcare B.V. instemming met een dergelijke regeling niet opleggen. Het initiatief voor het treffen van een betalingsregeling moet van [gedaagde partij] uitgaan; de beslissing daarover is aan Sommer Healthcare B.V. voorbehouden.
- De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde partij] om aan Sommer Healthcare B.V. te betalen een bedrag van € 1.495,05, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 1.179,66, met ingang van 9 december 2025, tot de dag van volledige betaling, 4.
- veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 792,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.