Rechtbank Limburg – ECLI:NL:RBLIM:2026:4499
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 26/947 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 mei 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [naam] , uit Heerlen, verzoeker (gemachtigde: mr. F.E.L. Teerling), en de Burgemeester van de gemeente Heerlen, de burgemeester (gemachtigde: mr. K. Ubags).
Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, hangende de bezwaarprocedure, tegen het besluit van de burgemeester van 17 april 2026 (het bestreden besluit) om de woning van verzoeker op grond van artikel 174a van de Gemeentewet met onmiddellijke ingang en voor de duur van één maand te sluiten vanwege een explosie bij de woning van verzoeker.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.
1.3.
Nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten nader toe te lichten, heeft de voorzieningenrechter het onderzoek ter zitting gesloten voor raadkameroverleg. De voorzieningenrechter heeft vervolgens het tijdstip voor het doen van mondelinge uitspraak bepaald op 15:15 uur. De voorzieningenrechter heeft op dat tijdstip mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing De voorzieningenrechter:
Motivering van de beslissing 2. De voorzieningenrechter geeft voor deze beslissing de volgende motivering. Voor een goed begrip van deze uitspraak is de uitspraak, zoals in de mondelinge uitspraak al aangekondigd, hieronder iets uitgebreider gemotiveerd. De aanleiding voor de sluiting is beschreven en er wordt verwezen naar het relevante wetsartikel.
Wat is de aanleiding voor de sluiting?
4.1.
Op 17 april 2026 heeft de burgemeester per e-mail informatie ontvangen van de politie waaruit een actuele dreiging naar voren kwam. Uit de beschikbare politie informatie blijkt namelijk dat in de nacht van 17 april 2026 de politie, na een melding van verzoeker, naar de woning is gegaan. Door verzoeker en zijn partner werd verklaard dat zich een explosie had voorgedaan, waarna brand was ontstaan aan de voorgevel van de woning. Uit onderzoek van de Forensische Opsporing bleek dat de brand aan de woning is veroorzaakt door het gebruik van een combinatie van vuurwerk en brandstof. In de betreffende e-mail geeft de politie aan dat op grond van de huidige stand van het onderzoek niet kan worden vastgesteld dat het gevaar voor het opnieuw plegen van strafbare feiten in, aan of rondom de genoemde woning is geweken. Ook is er grote kans op herhaling van een nieuw strafbaar feit in aan of rondom de woning aanwezig. De politie geeft de burgemeester in overweging om bestuurlijke maatregelen te treffen.
4.2.
Verzoeker en zijn partner hebben verklaard dat de ex-partner van de partner van verzoeker schulden schijnt te hebben in het criminele circuit. Niet lang geleden is deze ex-partner uit de gevangenis gekomen, waardoor de “schuldeisers” weer naar hem op zoek zouden zijn. De criminelen proberen druk uit te oefenen op de ex-partner door een dreiging te vormen richting zijn dochter (en dus de dochter van de partner van verzoeker). Deze problematiek speelt al langer en in het verleden zijn een aantal beschermingsmaatregelen getroffen ten behoeve van de partner van verzoeker en haar dochter.
4.3.
De burgemeester is op grond van het voorgaande gebleken dat de openbare orde en veiligheid in de omgeving van de woning van verzoeker ernstig is verstoord door ernstig geweld in de onmiddellijke nabijheid van - c.q. gericht tegen de woning in kwestie en dat er een vrees bestaat voor herhaling en dus voor een (verdere) ernstige verstoring van de openbare orde. De burgemeester heeft daarom de woning gesloten voor de duur van één maand. De burgemeester baseert het besluit op artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet.
Is er sprake van spoedeisend belang?
Is de burgemeester bevoegd?
Mocht de burgemeester gebruik maken van de bevoegdheid?
De voorzieningenrechter kan de burgemeester daarbij volgen in zijn standpunt dat minder ingrijpende maatregelen op dat moment onvoldoende garanties voor de veiligheid van verzoeker, diens familie en ook de buurt boden. Daarbij acht de voorzieningenrechter mede van belang dat een sluiting een duidelijk en zichtbaar signaal afgeeft aan de buitenwereld dat de woning niet langer bewoond is. Zonder de sluiting blijft het voor daders onduidelijk of het beoogde doelwit zich nog in de woning bevindt waardoor het risico op herhaling en verdere escalatie toeneemt. Daarom was de sluiting geschikt en ook noodzakelijk ter bescherming van de openbare orde, zeker ook omdat het gaat om een woning in een woonwijk waarbij ook de omwonenden risico lopen.
De sluiting was bovendien ten tijde van het nemen van het besluit evenwichtig omdat de burgemeester het belang van bescherming van de openbare orde en het voorkomen van herhaling zwaarder mocht laten wegen dan het belang van verzoeker om in de woning te kunnen blijven, temeer nu naar aanleiding van de sluiting in onderdak is voorzien voor verzoeker (en diens familie) in een safe house.
Hoewel de politie aangeeft dat er nog steeds sprake is van een dreiging is onhelder gebleven tot wie die dreiging zich richt, wat de stand van zaken is met betrekking tot het politieonderzoek, welke onderzoekshandelingen nog moeten plaatsvinden en hoeveel tijd dat in beslag zal nemen. Ook heeft de burgemeester niet gemotiveerd waarom er thans niet kan worden volstaan met minder ingrijpende middelen (zoals cameratoezicht) mocht er toch sprake zijn van een dreiging richting verzoeker en diens zoon. Gelet op het strenge karakter van artikel 174a van de Gemeentewet is de voorzieningenrechter dus van oordeel dat de burgemeester onvoldoende heeft onderbouwd dat de sluiting nog steeds noodzakelijk en evenwichtig is op dit moment.
Het bestreden besluit is in zoverre onrechtmatig.
Overige informatie 12. Zou de burgemeester over informatie beschikken die de voorzieningenrechter niet kent en die onderbouwt dat de openbare orde nog is verstoord, dan wel over feiten die aanleiding geven voor de vrees voor (verdere) ernstige verstoring van de openbare orde en van mening zijn dat deze informatie/feiten tot een ander oordeel zouden moeten leiden, dan kan de burgemeester om opheffing van de voorlopige voorziening vragen op grond van artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2026 door mr. N.J.J. Derks-Voncken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.G.G.M. van Buggenum, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 7 mei 2026 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.