RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11863526 \ CV EXPL 25-3699 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van STICHTING WOONWENZ, te Venlo , eisende partij, hierna te noemen: Woonwenz, gemachtigde: Zuyd Groep, tegen [huurder] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder] , gemachtigde: mr. B.C.A. Reijnders. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - het bericht van 5 januari 2026 met productie(s) van Woonwenz- de mondelinge behandeling van 15 januari
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [huurder] huurt van Woonwenz de woning aan [adres] in [plaats] . 2.
- De inmiddels ex-partner heeft bij de buren van [huurder] de voordeur vernield. Woonwenz heeft de vernielde voordeur vervangen en de kosten daarvan ad € 4.379,15 bij factuur van 12 september 2024 bij [huurder] in rekening gebracht. [huurder] heeft niet betaald. 3Het geschil 3.
- Woonwenz vordert - samengevat - veroordeling van [huurder] tot betaling van € 5.060,28, vermeerderd met rente en kosten. 3.
- [huurder] voert verweer. [huurder] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Woonwenz, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Woonwenz, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Woonwenz in de kosten van deze procedure. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- In deze procedure gaat het om de vraag of [huurder] de schade die Woonwenz heeft geleden als gevolg van het vernielen van de voordeur door haar ex-partner moet betalen. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval. Hierna zal hij dit toelichten. 4.
- In de eerste plaats geldt dat in de dagvaarding geen duidelijke grondslag voor de vordering wordt vermeld. Woonwenz kan hier niet volstaan met te stellen dat [huurder] de kosten van de herstellingen moet betalen op grond van de algemene huurvoorwaarden die deel uitmaken van de huurovereenkomst dan wel op grond van de wet. Dit is onvoldoende concreet. Woonwenz had hierbij aan moeten geven welk beding uit de algemene voorwaarden dan wel wetsartikel geschonden is. 4.
- Op de mondelinge behandeling heeft Woonwenz verklaard dat het [huurder] te verwijten is dat haar ex-partner de schade heeft veroorzaakt. Volgens Woonwenz waren er al eerder meldingen van overlast veroorzaakt door de ex-partner. [huurder] wist of had daarom op de hoogte moeten zijn van het gewelddadig handelen van de ex-partner en hem niet meer tot de woning moeten toelaten. Woonwenz heeft voornoemde stellingen echter niet aan haar vordering ten grondslag gelegd, terwijl deze ook niet zijn onderbouwd. Bewijs van eerdere overlastmeldingen is niet overgelegd. Mocht verder al wel vast staan dat de ex-partner overlast heeft veroorzaakt, dan is het de kantonrechter niet duidelijk op welke grond [huurder] aansprakelijk is voor de schade die haar ex-partner heeft veroorzaakt. Volgens de wet is [huurder] weliswaar aansprakelijk voor schade toegebracht door derden die in haar woning verblijven, maar het moet daarbij wel gaan om schade aan het gehuurde. Dat is in deze zaak niet aan de orde omdat de schade is ontstaan aan het gehuurde van de buren van [huurder] . 4.
- Woonwenz is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [huurder] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Woonwenz niet worden veroordeeld tot betaling van de betekeningskosten. De proceskosten van [huurder] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten × € 360,00) - nakosten € 144,00 Totaal € 864,00 5De beslissing De kantonrechter 5.
- wijst de vorderingen van Woonwenz af, 5.
- veroordeelt Woonwenz in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 11 februari
- Artikel 7:219 BW