RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/325116 / HA ZA 23-528 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van KNULST VLOEREN B.V., gevestigd te Nunspeet, eisende partij, hierna te noemen: Knulst, advocaat: mr. D. Evers, tegen ROMAR-VOSS FLOOR SYSTEMS B.V., gevestigd te Roggel, gedaagde partij, hierna te noemen: Romar-Voss, advocaat: mr. A.A.M. Hoogveld. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 23 april 2025, - het deskundigenbericht, - de conclusies na deskundigenbericht van beide partijen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 2 oktober
- Is Romar-Voss tekort geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst(en)? (vervolg) 2.
- Knulst baseert haar vorderingen op tekortkoming in de nakoming door Romar-Voss van de koopovereenkomst(en). Knulst stelt kort gezegd dat Romar-Voss tekort is geschoten door een ondeugdelijk product te leveren dat niet geschikt bleek te zijn voor het aanbrengen van een deugdelijke gietvloer. In het tussenvonnis van 2 oktober 2024 heeft de rechtbank overwogen dat zij niet op grond van de rapportages van Jabjo (een) tekortkoming(en) aan de zijde van Knulst kan aannemen omdat er aanleiding bestaat om te twijfelen aan (een gedeelte van) de rapportages. De rechtbank heeft daarom overwogen voornemens te zijn om een deskundigenonderzoek te gelasten. Dat onderzoek is vervolgens bij vonnis van 23 april 2025 bevolen, waarbij de heer [deskundige], verbonden aan Technisch Bureau Afbouw (hierna: TBA) tot deskundige is benoemd. Bij deskundigenbericht, door de rechtbank ontvangen op 24 september 2025, heeft de deskundige aan de rechtbank gerapporteerd. Kan het rapport als uitgangspunt worden genomen? 2.
- Knulst stelt dat het rapport van TBA (in de huidige vorm) niet als uitgangspunt kan worden genomen bij de verdere beoordeling van de zaak. Knulst stelt in dat kader dat TBA: een onjuiste onderzoeksmethode heeft gebruikt; geen (gedegen) onderzoek heeft verricht naar alternatieve oorzaken/verklaringen voor de vastgestelde gebreken; 2.
- De rechtbank stelt voorop dat de bevindingen van een door de rechtbank benoemde deskundige in beginsel leidend zijn voor de verdere beoordeling van de zaak. De betreffende deskundige is immers ingeschakeld in verband met zijn specifieke expertise op het gebied van (giet)vloeren. Wel dient een door de deskundige opgesteld rapport op zorgvuldige wijze tot stand te zijn gekomen. De motivering en conclusies van de deskundige moeten deugdelijk zijn onderbouwd en voortvloeien uit de door hem in het rapport vermelde gegevens. Het uitgangspunt, dat het rapport leidend is voor de verdere beoordeling, kan uitzondering lijden indien die motivering ondeugdelijk is of indien er sprake is van andere zwaarwegende en steekhoudende bezwaren ten aanzien van de wijze van totstandkoming of de inhoud van het rapport. 2.
- De rechtbank is van oordeel dat het rapport als uitgangspunt kan worden genomen bij de verdere beoordeling van de zaak. De rechtbank overweegt dat het aan de deskundige is om te bepalen op basis van welke methode hij het onderzoek wenst te verrichten. Indien en voor zover Knulst van mening was dat het onderzoek enkel op basis van een bepaalde specifieke onderzoeksmethode kon plaatsvinden, had het op haar weg gelegen om dit al vóór de benoeming van de deskundige aan te kaarten. Verder volgt de rechtbank Knulst evenmin in haar stelling dat het rapport onbruikbaar is omdat geen gedegen onderzoek zou zijn gedaan naar alternatieve oorzaken/verklaringen van de vastgestelde gebreken. Onder 2.a. en 2.b. is de deskundige ingegaan op de alternatieve oorzaken. De rechtbank acht het rapport van de deskundige dan ook bruikbaar voor de verdere beoordeling van de zaak. Er bestaat geen aanleiding tot het benoemen van een nieuwe deskundige en/of het opvragen van aanvullende informatie. In tegenstelling tot wat Knulst aanvoert, heeft de deskundige de aan hem voorgelegde vragen in afdoende mate beantwoord. Het rapport is deugdelijk gemotiveerd en de conclusies van de deskundige volgen logisch uit de in het rapport vermelde informatie. Dat de deskundige daarin uit is gegaan van onjuiste aannames, volgt de rechtbank niet. De deskundige heeft in zijn reactie op het commentaar van Knulst op de concept-deskundigenrapportage in voldoende mate gereageerd. Geen tekortkoming in de nakoming 2.
- De rechtbank overweegt dat de conclusie van TBA duidelijk is: niet kan worden gesteld of aangetoond dat de door Romar-Voss geleverde producten gebrekkig zijn geweest. Het enkele feit dat de deskundige in de conceptrapportage per abuis de woonplaatsen van twee consumenten had verwisseld, doet niet af aan deze niet mis te verstane conclusie van de deskundige. De rechtbank volgt de conclusie van de deskundige en maakt die tot de hare. Daaruit volgt dat niet kan worden aangenomen dat Romar-Voss tekort is geschoten in de nakoming ten opzichte van Knulst. De vorderingen van Knulst moeten daarom worden afgewezen. Proceskosten 2.
- Knulst is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Romar-Voss worden begroot op: - griffierecht € 2.837,00 - salaris advocaat € 3.035,00 (2,5 punten × € 1.214,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 6.050,00 3De beslissing De rechtbank 3.
- wijst de vorderingen van Knulst af, 3.
- veroordeelt Knulst in de proceskosten van € 6.050,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met: € 92,00 plus de kosten van betekening als Knulst niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving is voldaan, 3.
- verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 11 februari
- ex artikel 6:74 BW r.o. 4.12