RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummer : 03.291501.23 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 januari 2026 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996, [adres] . 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 januari 2026. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gestelde raadsman, mr. R. Engwegen. De raadsman heeft ter terechtzitting kenbaar gemaakt niet bepaaldelijk gemachtigd te zijn de verdediging te voeren namens de verdachte. De officier van justitie heeft haar standpunten kenbaar gemaakt. [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij [benadeelde partij 1] is op zitting verschenen en namens hem is op de zitting gehoord [naam 1] , die waarneemt voor de gemachtigde [naam 2] . De benadeelde partij [benadeelde partij 2] is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld. 2De tenlastelegging De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: Feit 1: op 4 november 2023 heeft geprobeerd aan [benadeelde partij 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (primair), dan wel op 4 november 2023 [benadeelde partij 1] heeft bedreigd (subsidiair); Feit 2: op 4 november 2023 heeft geprobeerd aan [benadeelde partij 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (primair), dan wel op 4 november 2023 [benadeelde partij 2] heeft bedreigd (subsidiair); Feit 3: op 4 november 2023 72,47 liter diesel heeft gestolen van [tankstation] (primair), dan wel op 4 november 2023 72,47 liter diesel heeft verduisterd (subsidiair). 3De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 subsidiair wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Ten aanzien van feit 1 primair heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verdachte met het gaspedaal vol ingetrapt, frontaal op het dienstvoertuig van [benadeelde partij 1] is af gereden en dit met grote impact heeft geraakt. Van te voren was al meermalen geprobeerd de verdachte te laten stoppen waar hij geen gehoor aan heeft gegeven. Onder deze omstandigheden was er een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel en heeft de verdachte deze kans ook bewust aanvaard. Ten aanzien van feit 2 primair heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verdachte moet hebben gezien dat [benadeelde partij 2] aan het uitstappen was en dat de linkerhelft van haar lichaam buiten haar voertuig was. Desondanks reed de verdachte tegen het portier van de auto van [benadeelde partij 2] , waarbij [benadeelde partij 2] nog maar net op tijd haar been introk. De verdachte stopte niet en bleef met zijn auto doorrijden en duwen tegen de auto van [benadeelde partij 2] , waarna het portier dichtklapte. Als [benadeelde partij 2] haar been niet op tijd had ingetrokken, was de kans op zwaar lichamelijk letsel aannemelijk. De verdachte heeft deze kans ook bewust aanvaard. Ten aanzien van feit 3 subsidiair heeft de officier van justitie aangevoerd dat op de camerabeelden bij het tankstation te zien is dat de verdachte tankt, maar vervolgens niet naar binnen gaat om te betalen. Omdat er qua tijd een “gat” zit in de camerabeelden kan niet worden uitgesloten dat de verdachte wel gepoogd heeft om te betalen aan de pomp en dat dit niet lukte. Hij is daarna echter zonder te betalen weggereden. Zijn verklaring dat hij terug wilde komen met cashgeld acht de officier van justitie onaannemelijk, waarmee de verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft gehad van de brandstof die hij anders dan door een misdrijf onder zich had, aldus de officier van justitie. 3.2 Het oordeel van de rechtbank De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair: In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde partij 2] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd: Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 03.15 uur, stopte ik bij het tankstation genaamd [tankstation] te Echt. Terwijl ik aan het tanken was, viel mij een voertuig op welke links van mij stil stond ter hoogte van de buitenste pomp, aan de binnenzijde. Ik zag dat dit voertuig een personenauto was, merk Chrysler, type Voyager voorzien van een Frans kentekenplaat. Na het afrekenen liep ik het tankstation uit. Terwijl ik naar buiten liep, zag ik dat de bestuurder van de Chrysler zijn voertuig schuin naar de parkeerplaatsen voor het tankstation stuurde. Hij had daarvoor twee parkeerplekken nodig. Vervolgens zag ik dat de bestuurder zijn Chrysler achteruit zette en terug reed in de richting van waar hij eerder vandaan kwam. Hij sloeg rechtsaf de toe rit richting de A2 op. Ik zag dat de bestuurder bij het insturen van deze toe rit met de rechterachterwielen over het trottoir van het tankstation reed. Door voornoemd (rij)gedrag werd mijn interesse in dit voertuig en de inzittenden getriggerd. Ik wilde dit voertuig volgen om te zien hoe het rijgedrag van de bestuurder was. Ik stapte in mijn dienstvoertuig en volgde genoemde Chrysler via de toe rit van het tankstation de A2 op in Noordelijke richting. Terwijl ik de toe rit opreed, zag ik dat de voornoemde Chrysler, ongeveer 100 meter voor mij reed, met zijn verlichting uit. Het viel me op dat de Chrysler het ene moment met 140 kilometer per uur over de A2 reed, en het andere moment weer terugzakte naar 80 kilometer per uur. Ik paste mijn snelheid hierop aan en bleef het voertuig op veilige afstand volgen. Ik zag dat het voertuig soms verlichting voerde en soms niet. Ik zag dat het voertuig soms gevarenlichten voerde en soms niet. Ik zag dat het voertuig diverse keren slingerend over de A2 reed, half over rijstrook 1 en dan weer terug naar rijstrook 2, terwijl er geen overig verkeer reed om in te halen. Ik was voornemens om de Chrysler een stopteken te geven. Ik belde mijn collega's van het bureau Echt om aan te sluiten. Zij gaven aan dat zij nog op het politiebureau van Echt waren en dat het even zou duren voordat zij konden aansluiten. Gezien het vorenstaande gaf ik mijn bevindingen aan het Operationeel Centrum door en hoorde dat er meerdere voertuigen aangestuurd werden, maar van [naam 10] moesten komen. Ik las het kenteken van het voertuig, zijnde [kenteken] . Ter hoogte van afrit Ittervoort, nam de Chrysler de afrit. Bovenaan de afrit reed de Chrysler door het rode verkeerslicht. Ik zag dat de bestuurder rechtdoor reed, vervolgens naar rechts stuurde en uiteindelijk naar links stuurde de N273 op in de richting van Maaseik. Op het moment dat de bestuurder door het rode verkeerslicht reed, zette ik mijn stoptransparant aan de voorzijde van mijn dienstvoertuig aan. Ik zette het optische blauwe licht van mijn dienstvoertuig aan om de bestuurder extra erop te attenderen dat hij moest stoppen en dat de politie achter hem reed. Op de Concordialaan te Ittervoort, zag ik dat de bestuurder zijn lichten doofde. Ik zag dat de snelheid van het voertuig wisselde van 30-, 40 kilometer per uur naar 60- a 70 kilometer per uur. De Chrysler reed linksaf via de Maubroekstraat de bebouwde kom van Neeritter in. Hij bleef rijden met gedoofde lichten, met snelheden van ongeveer 50 kilometer per uur. Hij reed via de Maubroekstraat, de Driessenstraat, Ringstraat, De Wal, Op den Heuvel het Zilleveld in. Ik zag aan het einde van het Zilleveld blauwe lichten afkomstig van een politievoertuig. Ik zag dat de Chrysler geen kant op kon en tussen het andere politievoertuig en mijn politievoertuig in kwam te staan. Ik zag dat de Chrysler probeerde te keren op de weg. Ik zag dat het achterste politievoertuig in de richting van de Chrysler reed. Ik reed dichter naar de Chrysler toe, ten einde hem de weg te versperren. De Chrysler stond dwars over de rijbaan en ik stond met de voorzijde van mijn politievoertuig ongeveer een meter van deze Chrysler vandaan. Ik opende mijn bestuurdersportier, ten einde de bestuurder aan te houden. Op het moment dat ik mijn bestuurdersportier opende en mijn linkerbeen buiten de auto bracht om uit te kunnen stappen, zag ik dat de bestuurder van de Chrysler naar links stuurde en zijn Chrysler tegen de linker voorzijde van mijn politievoertuig zette. Ik zette mijn linkerbeen tegen het linker portier van mijn dienstvoertuig aan ten einde het portier open te kunnen houden. Ik hoorde dat de bestuurder van de Chrysler meer gas gaf en zag dat de Chrysler steeds verder tegen mijn portier aan reed. Ik voelde de druk van de Chrysler tegen het portier en tegen mijn linkerbeen oplopen. Ik hoorde via de portofoon mijn collega [naam 3] , bestuurder van het andere politievoertuig zeggen, " [benadeelde partij 2] niet uitstappen". Ik voelde dat de druk van de Chrysler tegen mijn portier zo groot werd dat ik voelde dat ik mijn been in moest trekken om zo mogelijk letsel bij mezelf te voorkomen. Net toen ik mijn been introk, gaf de bestuurder van de Chrysler gas bij en reed mijn portier dicht waardoor hij zijn vluchtweg vrij maakte en zijn weg verder kon vervolgen. Ik realiseer me nu dat indien mijn collega [naam 3] niet tegen mij geroepen had: " [benadeelde partij 2] niet uitstappen." en ik de keuze had gemaakt om toch uit te stappen, dit mij mijn been of nog erger had kunnen kosten. Ik wil niet nadenken over wat er allemaal nog meer had kunnen gebeuren. Terwijl de bestuurder gas bij gaf en mijn portier dichtreed keek hij mij zeer intens en doordringend aan. Het leek alsof hij geen boodschap aan mij had, maar enkel oog had voor zichzelf en zijn vluchtweg. Ik voel mij hierdoor bedreigd en krijg rillingen als ik hier aan terug denk. Via de portofoon hoorde ik dat de achtervolging verder ging via Thorn. Ik ben zelf niet meer aangesloten bij deze achtervolging. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam 3] en [naam 4] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd: Op zaterdag 4 november 2023 omstreeks 03.20 uur, hoorden wij dat collega [benadeelde partij 2] , achter een Frans voertuig aanreed op de A2 in Noordelijke richting. Toen wij bij waren getrokken werden wij door de dienstdoende centralist van het operationeel centrum gepositioneerd op de kruising Ringstraat/Zilleveld. Wij zagen een voertuig met gedoofde lichten op ons af komen waarna ik, verbalisant [naam 3] , ons voertuig midden op Zilleveld neerzette ter hoogte van perceelnummer 2 om de weg te blokkeren. Wij zagen dat het voertuig met gedoofde verlichting probeerde te keren en dwars op de weg kwam te staan. Ik, verbalisant [naam 3] , reed het dienstvoertuig met zeer langzame snelheid tegen de bijrijderszijde van het voertuig. Ik, verbalisant [naam 4] , stapte uit en trok mijn stroomstootwapen in de richting van de bijrijder. Ik, verbalisant [naam 4] , zag dat er twee personen in het voertuig zaten. Ik, verbalisant [naam 4] , zag dat de bijrijder zijn middelvinger naar mij opstak. Wij, verbalisanten [naam 3] en [naam 4] , zagen dat het voertuig zich langs het voertuig van collega [benadeelde partij 2] probeerde te manoeuvreren. Wij hoorden dat de banden van het voertuig met de gedoofde lichten hard piepten en zagen rook van de achterwielen afkomen. Wij hoorden dat de bestuurder van het genoemde voertuig hard het gaspedaal intrapte. Wij, verbalisanten [naam 3] en [naam 4] , riepen met luide stem en over onze portofoons naar collega [benadeelde partij 2] dat zij niet moest uitstappen omdat zij anders overreden zou kunnen worden door het genoemde voertuig. Wij, verbalisanten [naam 3] en [naam 4] , zagen dat het voertuig langs het dienstvoertuig van collega [benadeelde partij 2] was en wegreed. Wij zette de achtervolging voort en waren op dat moment het eerst volgende voertuig. Wij zette de stoptransparant aan de voorzijde van ons dienstvoertuig en de optische en geluidssignalen aan. Wij zagen dat het voertuig nog steeds geen verlichting voerde. Wij zagen dat het voertuig rakelings langs geparkeerde auto's afreed. Wij zagen dat het voertuig linksaf de Driessenstraat in reed in de richting van Ittervoort. Het voertuig bleef rechtdoor zijn weg vervolgen over de Margarethastraat richting Thorn. Wij zagen dat het voertuig bij de kruising met de N273 al spookrijdend de kruising opreed en licht boog naar links. Wij zagen dat het voertuig vervolgens rechtdoor de Thornerstraat inreed. Ons voertuig werd op de kruising ingehaald door een ander dienstvoertuig waarna wij als tweede voertuig aansloten. Wij zagen dat het voertuig rechtdoor Meers opreed en ter hoogte van het woonwagenkamp abrupt remde. Terwijl het voertuig abrupt remde, reed het voertuig over een deel van de groenstrook naar het fietspad gelegen aan de kant van het woonwagenkamp. Vervolgens stuurde het voertuig naar links waardoor het voertuig met de voorkant in de tegengestelde richting kwam te staan. Hierna reed het voertuig het fietspad op aan de andere kant van de weg. Wij zagen het voertuig frontaal op het dienstvoertuig van de landelijke eenheid gebotst was. Ik, verbalisant [naam 4] , rende uit ons dienstvoertuig en zag dat er rook onder beide motorkappen van de gebotste voertuigen vandaan kwam. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde partij 1] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd: Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 03.20 uur, hoorde ik via het Operationeel Centrum van Limburg dat er een achtervolging gaande was in Ittervoort. Ik bevond mij op dat moment in Venlo, maar gezien ik in een Snel Interventie Voertuig (SIV) reed besloot ik richting Ittervoort te rijden om te assisteren bij de achtervolging. Ik ben een gecertificeerde SIV bestuurder. Ik ben getraind om in te boxen. Dit is een aangeleerde methode om voertuigen tot stoppen te dwingen. Ik heb veel ervaring met betrekking tot achtervolgingen. Ik hoorde de collega's via het Operationeel Centrum zeggen dat ze achter een zwart voertuig aan zaten, met een Frans kenteken [kenteken] . Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 03.35 uur, reed ik op de Eind in Thorn. Ik zag de collega's en het vluchtende voertuig op de Meers in Thorn rijden, in de richting van Wessem. Ik sloot achter de achtervolgende collega's aan. Ik gaf via mijn portofoon door aan de rest van de collega's dat ik hen in kwam halen omdat ik in de SIV reed. Ik haalde meerdere achtervolgende collega's in op de Meers in Thorn. Ik zag dat het vluchtende voertuig, een zwarte Chrysler, besloot te keren. Ik zag dat de bestuurder van de Chrysler het fietspad op reed en terugreed in de richting van Thorn. Ik zag dat de bestuurder van de Chrysler over het fietspad bleef rijden. Ik reed met mijn dienstvoertuig het fietspad op om de Chrysler te blokken, hier met de gedachte dat de bestuurder van de Chrysler nu wel zou stoppen. Ik besloot deze actie in te zetten, omdat ik niet meer wilde dat het verder zou escaleren en dat er geen collega's gewond zouden raken. Ik remde en minderde snelheid op het fietspad. Ik zag dat de bestuurder van de Chrysler door bleef rijden en recht op mij af kwam. Ik zag en voelde dat ik op dit moment geen kant meer op kon. Ik zag het gezicht van de bestuurder van de Chrysler. Ik zag dat hij met een staal gezicht door bleef rijden. Ik zag dat de verdachte ontzettend grote ogen had. Ik zette mij schrap omdat ik wist dat de bestuurder van de Chrysler door bleef rijden en ik niet weg kon komen. Ik zag geen mogelijkheid meer om een botsing te voorkomen of om te vluchten. Ik zag en voelde dat de Chrysler enorm hard op mijn dienstvoertuig klapte. Ik voelde een harde klap en klapte met mijn gezicht tegen de airbag van mijn dienstvoertuig aan. Ik voelde op dat moment direct pijn aan mijn neus. Ik voelde mij na de klap een beetje draaierig. Ik zat enkele seconden in shock in mijn voertuig. Ik kan me herinneren dat ik veel snelheid minderde voor de klap. Ik stond voor mijn gevoel bijna stil voor de klap. Ik stapte uit het voertuig en ik zag dat de overige collega's de verdachten hadden aangehouden. Ik zag dat mijn dienstvoertuig en de Chevrolet begonnen te branden. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam 5] en [naam 6] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd: Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 03.20 uur, hoorden wij via de Operationele meldkamer dat collega [benadeelde partij 2] een voertuig trachtte te controleren, maar dit voertuig negeerde het gegeven stopteken. Wij hoorden dat er vervolgens een achtervolging ontstond met dit Franse voertuig met kenteken [kenteken] in de omgeving van Ittervoort en Neeritter. Er werden meerdere eenheden gekoppeld. Wij, 1503 werden tevens gekoppeld aan dit incident. Hierop reden wij in de richting van Neeritter. In Neeritter ter hoogte van de Luciastraat hoorden en zagen wij [naam 6] en [naam 5] , een drietal politieauto's met het Franse voertuig rijden in de richting van Margarethastraat te Ittervoort. De opvallende politieauto's inclusief wijzelf reden met optische en geluidsignalen. Wij zagen dat het Franse voertuig reed met gedimde lichten. Wij sloten hierop aan en achtervolgde het Franse voertuig samen met de andere opvallende politieauto's. Wij reden als laatste auto in de rij. Onze snelheid en dus de snelheid van de andere voertuigen bleef tijdens de achtervolging rond de 70 kilometer per uur. Wij zagen dat het Franse voertuig ons probeerde te ontkomen door op de tegengestelde rijbaan te gaan rijden. In Thorn reden wij nog een rondje door Thorn via Trippaardstraat, Casino, en vervolgens naar Meers in de richting van Wessem. Wij zagen dat het Franse voertuig ter hoogte van het huisnummer 24 het voertuig via de rechterzijde van de rijbaan over het fietspad aan de rechterzijde van de weg reed. Kort daarop zagen wij dat dit voertuig ineens overstak naar de linker rijbaan en het voertuig keerde weer terug in de richting van Thorn. Ondanks dat het voertuig deze manoeuvre maakte was de snelheid van het Franse voertuig ongeveer 40 a 50 kilometer per uur. Ik [naam 5] , stuurde onze politieauto in de richting van de Franse auto. Ik zag dat het Franse voertuig aan ons probeerde te ontkomen. Wij zagen dat het voertuig van ons vandaan probeerde te rijden weer terug in de richting van Thorn. Hierop reed ik, [naam 5] met onze politieauto tegen de linkerzijkant van de Franse auto aan. Dit deed ik met de bedoeling om het Franse voertuig te doen laten stoppen. Wij zagen dat het voertuig vervolgens verder reed. Ik , [naam 6] zag dat het voertuig met de voorzijde tegen het voertuig van de Landelijke Eenheid aanreed. Ik, [naam 6] zag dat door deze aanrijding beide voertuigen tot stilstand kwamen. Ik, [naam 6] , zag dat het voertuig van de landelijke eenheid bijna stil stond ten tijde van de aanrijding met het Franse voertuig. In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 8] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd: Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 14.00 uur, was ik, verbalisant [naam 8] , belast met het onderzoek in een in beslag genomen voertuig, naar aanleiding van een poging doodslag. Ik zag dat aan de linkerkant van de kentekenplaat de landcode F stond. Ik zag dat er iets handmatig aan het kenteken was aangepast. Ik zag dat er een zwart horizontaal plakkertje in de '0' van het kenteken zat. Hierdoor leek het alsof het kenteken [kenteken] betrof. Dit kenteken was afgegeven voor een Renault Clio. Zonder het horizontale plakkertje betrof het kenteken [kenteken] . Ik bevroeg dit kenteken in het politiesysteem en zag dat dit kenteken voor een Chrysler, type Grand Voyager, was afgegeven. In het proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse (VOA) staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd: Voertuig 1 Merk: Chrysler Type: Grand Voyager Kenteken: [kenteken] (Frans) In verband met het onderzoek heb ik, op 13 november 2023, veiliggesteld uit de in beslag genomen Chrysler: een Airbag Controle Module nrT12JF25970074Fa Ik beoordeel het event geregistreerd door de ACM als passend bij de voertuigbewegingen en de schade aan de voorzijde van de Chrysler. Bij een indicatieve berekening van de afstand die werd afgelegd in de laatste 5 seconden voor de botsing waarbij een gemiddelde snelheid van 18 kilometer per uur werd aangenomen, zijnde 5 meter per seconde werd er in totaal ongeveer 25 meter afgelegd. Toedracht oorzaak en gevolg: De bestuurder van de Chrysler remde af op het fietspad rechts van de Meers en stuurde naar links om de rijbaan over te steken en via het fietspad links van de Meers in de richting van Thorn te gaan. Hierbij gaf de bestuurder van de Chrysler merendeels vol gas, waarbij de ESP gezien de krappe bochtstraal en de beperkte grip van de banden in de berm ingreep. De Chrysler reed op het moment van de botsing met ongeveer 18 kilometer per uur. Namens [tankstation] heeft [naam 9] aangifte gedaan en zakelijk weergegeven het volgende verklaard: Ik doe aangifte van tanken zonder te betalen (diefstal) gepleegd bij de [tankstation] gelegen aan de A2 in Echt. Dit heeft plaats gevonden op zaterdag 4 november 2023 omstreeks 03:14 uur. Op zaterdag 4 november 2023 omstreeks 15:00 uur werd een medewerkster van het tankstation gebeld door de politie met de mededeling dat zij bezig waren met een onderzoek en dat er in de loop van die nacht mogelijk getankt zou zijn zonder te betalen. Het voertuig zou een Frans kenteken voeren welke vermoedelijk vervalst zou zijn. Dit bleek na controle ook te kloppen. Die nacht, zaterdag 4 november 2023, is er één voertuig geweest welke om 03:14 uur voor een bedrag aan 148,49 euro aan diesel heeft getankt en vervolgens het tankstation heeft verlaten zonder te betalen. Dit betrof een zwarte personenauto voorzien van het kenteken [kenteken] . Het tanken vond plaats bij pomp 2. Op de [naam 11] getuigenverklaring doorrijder (bijlage 1 bij aangifte [naam 9] ) staat zakelijk weergegeven het volgende vermeld: Kenteken: [kenteken] Is de persoon aan de kassa geweest? Nee Heeft de klant gemeld aan de kassa dat hij/zij getankt heeft? Nee Bedrag incl. BTW €148,49 Datum 04-11-2023 Tijdstip 03:20 Brandstof Diesel Liters 72,47 In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 10] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd: De verdachte [verdachte] werd na een achtervolging, waarin hij optrad als bestuurder van een Chrysler Voyager, voorzien van het vervalste Franse kenteken [kenteken] , aangehouden nadat er een opzettelijke aanrijding had plaats gevonden met een dienstvoertuig van de politie. Tijdens het verhoor verklaarde [verdachte] dat hij bij tankstation [tankstation] aan de A2 in Echt getankt had, maar op dat moment geen middelen had om te betalen. Naar aanleiding van voorstaande bevindingen nam ik, verbalisant [naam 10] , op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 15:00 uur, telefonisch contact op met de [tankstation] . Desgevraagd deelde een medewerkster mij mede dat er die afgelopen nacht, omstreeks 03:14 uur, een voertuig had getankt zonder te betalen. Dit betrof een zwarte personenauto voorzien van het kenteken [kenteken] welke voor een bedrag van 148,49 euro aan diesel had getankt. Hierop vorderde ik mondeling de betreffende camerabeelden van het tankstation ten behoeve van het onderzoek. Op zondag 5 november 2023, omstreeks 15:30 uur, ben ik gestart met het uitkijken en het beschrijven van de gevorderde camerabeelden. Ik zag dat er van één camera beelden waren verstrekt beginnend op 04-11-2023 te 03.06 uur en eindigend op 04-11-2023 te 03:29 uur welke daadwerkelijke (lokale) tijd betrof. Ik zag dat op 04-11-2023 omstreeks 03:08 uur de eerder in dit proces-verbaal genoemde Chrysler aan kwam rijden en stopte bij een bezinepomp van het tankstation. Ik zag dat de bestuurdersportier geopend werd en dat een persoon enige meters van zijn voertuig wegliep. Ik zag dat hij naar de rechterachterzijde van de personenauto liep en ging tanken. Ik zag dat de bestuurder van de Chrysler vervolgens in zijn auto stapte. Ik zag dat de Chrysler vervolgens wegreed. Ik zag dat de Chrysler doorreed waarbij deze rechts uit beeld verdween van de camera. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, waarop het, gelet op zijn inhoud, betrekking heeft. De bewijsmotivering ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 primair Aan de hand van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte in de nacht van 4 november 2023 gedrag vertoonde bij het tankstation in Echt wat de aandacht trok van verbalisant [benadeelde partij 2] , die op dat moment daar aan het tanken was. Zij reed achter hem aan en zag dat hij afwisselend (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.