← Nederland

ECLI:NL:RBLIM:2026:993

RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11862820 \ CV EXPL 25-3682 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van de naamloze vennootschap N.V. UNIVÉ SCHADE, te Assen, eisende partij, hierna te noemen: Univé Schade, gemachtigde: Likifin, tegen [gedaagde partij] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde partij] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. Univé Schade is een schadeverzekeringsbedrijf. Zij biedt schadeverzekeringen aan. [gedaagde partij] is consument. 2.
  4. [gedaagde partij] heeft via de website van Univé een autoverzekering afgesloten. 2.
  5. Univé Schade heeft aan [gedaagde partij] per post een welkomstbrief gestuurd met daarbij de verzekeringspolis en een eerste premienota. 2.
  6. [gedaagde partij] was vanaf de datum dat de verzekering is ingegaan maandelijks premie verschuldigd aan Univé Schade. [gedaagde partij] heeft een machtiging voor automatische incasso afgegeven, maar de betaalde premiebedragen laten terugstorten. 2.
  7. De ontstane vordering betreft de maandelijkse premiebedragen over de periode 30 december 2024 tot 21 april 2025 voor een totaalbedrag van € 376,
  8. 2.
  9. Univé Schade heeft aan [gedaagde partij] op 8 april 2025 een schriftelijke ingebrekestelling gestuurd om de openstaande vordering van € 376,81 binnen veertien dagen te betalen. Bij het niet tijdig betalen zou de openstaande vordering worden verhoogd met een bedrag van € 48,40 aan incassokosten. Ook daarna heeft Univé Schade meerdere herinneringen per e-mail aan [gedaagde partij] gestuurd om het inmiddels openstaande bedrag van € 425,21 te betalen. 2.
  10. Univé Schade heeft de autoverzekering van [gedaagde partij] per 21 april 2025 beëindigd. 3Het geschil 3.
  11. Univé Schade vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 425,21, vermeerderd met kosten. Dit bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 376,81 en € 48,40 aan incassokosten. 3.
  12. [gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot afwijzing van de vordering. 3.
  13. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter wijst de vordering van Univé Schade voor een bedrag van € 425,21 toe. Hieronder licht de kantonrechter dit toe. 4.
  15. Univé Schade legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] de maandelijkse premie over de periode van 30 december 2024 tot 21 april 2025 niet heeft betaald. Zij onderbouwt haar stelling door aan te geven dat [gedaagde partij] via haar website een autoverzekering heeft afgesloten. Weliswaar heeft [gedaagde partij] gekozen voor betaling via automatische incasso, maar heeft hij de premiebedragen laten storneren. Univé Schade heeft [gedaagde partij] meerdere malen per brief en e-mail verzocht om het bij haar openstaande bedrag te betalen, maar [gedaagde partij] heeft tot op heden niet betaald. Univé Schade betwist dat [gedaagde partij] de overeenkomst (binnen de bedenktermijn) heeft opgezegd. Dit maakt dat [gedaagde partij] haar een bedrag van € 425,21 verschuldigd is. 4.
  16. [gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] voert aan dat hij de autoverzekering bij Univé Schade telefonisch en binnen de wettelijke opzegtermijn heeft opgezegd en hij geen gebruik heeft gemaakt van de verzekering. [gedaagde partij] had namelijk op dat moment twee autoverzekeringen lopen bij verschillende maatschappijen. Eén van die verzekeringen was voor hem aanzienlijk goedkoper. [gedaagde partij] heeft daarom met Univé Schade telefonisch contact opgenomen en de autoverzekering bij hen opgezegd. [gedaagde partij] is ervan uitgegaan dat hij de autoverzekering bij Univé Schade correct heeft beëindigd en er geen betalingsverplichting is. De afschrijving die daarna door Univé Schade is gedaan, heeft [gedaagde partij] direct laten terugboeken. 4.
  17. De kantonrechter oordeelt dat het verweer van [gedaagde partij] niet slaagt. Univé Schade heeft betwist dat de overeenkomst telefonisch door [gedaagde partij] is opgezegd. [gedaagde partij] heeft hierop verder niet gereageerd. Het had op de weg van [gedaagde partij] gelegen om zijn stellingen te onderbouwen. Nu [gedaagde partij] zijn stellingen niet onderbouwd heeft, kan niet worden vastgesteld dat er telefonisch is opgezegd door [gedaagde partij] . Wat betreft de stelling van [gedaagde partij] dat hij de verzekering niet heeft gebruikt overweegt de kantonrechter dat de prestatie die Univé Schade moet verrichten bestaat uit het afdekken van risico, en het dragen van de schade als een verzekerd risico zich manifesteert. Ook als er twee verzekeringen ten aanzien van hetzelfde object zijn afgesloten draagt Univé Schade in beginsel risico, al was het maar omdat op voorhand niet zeker is welke verzekering [gedaagde partij] zou hebben aangesproken als zich een verzekerd risico had gemanifesteerd. Dit alles maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat [gedaagde partij] de openstaande vordering voor een bedrag van € 376,81 aan Univé Schade moet betalen. Buitengerechtelijke incassokosten 4.
  18. Univé Schade vordert betaling van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over dit gevorderde onderdeel en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971). 4.
  19. De kantonrechter stelt vast dat er in de algemene voorwaarden geen bepaling is opgenomen over de betaling van buitengerechtelijke incassokosten. 4.
  20. Vervolgens moet de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Univé Schade heeft op 8 april 2025 aan [gedaagde partij] een schriftelijke ingebrekestelling gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. [gedaagde partij] wordt veroordeeld in de proceskosten 4.
  21. [gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van N.V. Univé Schade worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 174,00 (2 punten × € 87,00) - nakosten € 43,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 498,64 5De beslissing De kantonrechter 5.
  22. veroordeelt [gedaagde partij] om aan Univé Schade te betalen een bedrag van € 425,21 (inclusief € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten), 5.
  23. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 498,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  24. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.