Vonnis: 16 mei 2002 Rolnummer: 66304 / HA ZA 01-528 De rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van: 1.[eiser], en 2.[eiseres], beiden wonende te Heerlen, eisers, procureur mr. E.H.J.M. Dohmen; tegen 1.[gedaagde], en 2.[gedaagde], beiden wonende te Heerlen, gedaagden, procureur mr. C.H.M. Geraedts. 1. Het verloop van de procedure Eisers, verder gezamenlijk te noemen "[eiser] c.s.", hebben gedaagden, verder gezamenlijk te noe-men "[gedaagde] c.s.", gedagvaard om te ver-schij-nen voor deze recht-bank en heb-ben overeenkomstig die dag-vaar-ding gecon-clu-deerd voor eis. [gedaagde] c.s. hebben geconcludeerd voor antwoord. Op de voet van artikel 141a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een com-paritie na antwoord gelast. Bij brief van 7 september 2001 zijn ten behoeve daarvan door [eiser] c.s. stukken overgelegd. Van het ver-han-delde ter com-pa-ritie is pro-ces-ver-baal opge-maakt, dat zich bij de stuk-ken bevindt. [eiser] c.s. hebben daarop gerepliceerd, waar-na [gedaagde] c.s. hebben ge-du-pli-ceerd. Bij alle genoemde conclusies zijn door par-tijen pro-duc-ties overgelegd. Tenslotte hebben partijen de rechtbank verzocht te beslissen op het rechtbankdossier, waar-na de uit-spraak van het von-nis nader is be-paald op heden. 2. Het geschil 2.1 Op 4 augustus 2000 is tussen [eiser] c.s. als verkopers en [gedaagde] c.s. als kopers een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een woonhuis te Heerlen, gelegen aan de [adres], voor de prijs van f 332.000,- kosten koper. In de koopovereenkomst is - voor zover hier relevant - het volgende bepaald: Artikel 14 1. Bij niet of niet tijdige nakoming van de overeenkomst anders dan door niet toerekenbare tekortko-ming (overmacht) is de nalatige aansprakelijk voor alle daaruit voor de wederpartij ontstane schade met kosten en rente, ongeacht het feit of de nalatige in verzuim is in de zin van het volgende lid. 2. Indien één van de partijen, na bij deurwaardersexploit of middels aangetekend schrijven in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen tekortschiet in de nakoming van één of meer van haar verplich-tingen is deze partij in verzuim en heeft de wederpartij de al dan niet subsidiaire keus tussen: a. (…) b. de overeenkomst door een schriftelijke verklaring voor ontbonden te verklaren en betaling van een onmiddellijk opeisbare boete te vorderen van twintig procent van de koopprijs. 3. Betaalde of verschuldigde boete strekt in mindering op eventueel verschuldigde schadevergoeding met rente en kosten. (…) Artikel 15 1. Deze overeenkomst zal, mits met inachtneming van het navolgende, ontbonden (kunnen) worden in elk van de volgende gevallen: als koper niet vóór 15 september 2000 een toezegging heeft verkregen voor het aangaan van één of meer geldleningen ter financiering van het registergoed tot een totale hoofdsom van ten minste f 394.000,- onder de bij de grote geldverstrekkende instellingen gebruikelijke bepalingen. Koper zal ter verkrijging van de financiering al het hem mogelijke verrichten en kan op deze ontbindende voorwaarde alleen een beroep doen door aan verkoper ten minste twee schriftelijke afwijzingen over te leggen. 2. (…) 3. Op vervulling van een in lid 1 gemelde voorwaarde kan slechts koper zich beroepen. Dit beroep moet geschieden door middel van een schriftelijke mededeling aan de notaris. Deze mededeling dient schrif-telijk en gedocumenteerd uiterlijk op de eerste werkdag na de voor de desbetreffende voorwaarde in lid 1 genoemde datum in het bezit van de notaris te zijn. (…) 2.2 [gedaagde] c.s. hebben op 5 oktober 2000 aan de notaris twee schriftelijke afwijzingen overgelegd zoals hierboven bedoeld, derhalve later dan de in artikel 15 genoemde termijn nu de eerste werkdag na 15 september 2000 viel op 18 september van datzelfde jaar. Ver-volgens hebben [eiser] c.s. bij brief van 12 oktober 2000 jegens [gedaagde] c.s. aanspraak gemaakt op onder meer betaling van de contractuele boete van 20% ad f 66.400,- binnen veertien dagen, in welke brief volgens [eiser] c.s. evident ligt besloten dat de koopovereen-komst ontbonden is verklaard. 2.3 Gezien dit alles stellen [eiser] c.s. dat zij een opeisbare vordering op [gedaagde] c.s. hebben ten bedrage van f 226.404,50. Dit bedrag bestaat uit het verschil tussen de over-eengekomen koopprijs van f 332.000,- en de enige tijd later gerealiseerde koopprijs ad f 180.000,-, derhalve een bedrag van f 152.000,-. Voorts gaat het om de contractuele boete van f 66.400,-. Ook noemen [eiser] c.s. de bedragen van f 2.300,- aan extra woonlasten en energiekosten, alsmede f 3.403,50 aan meerkosten courtage, zijnde het verschil tussen de oorspronkelijke courtage ad f 3.320,- (1% koopsom) en de verschuldigde courtage van in totaal f 6.723,50. Bij dagvaarding geven [eiser] c.s. evenwel aan hun vordering te willen be-perken tot f 100.000,-, terwijl zij na eiswijziging bij repliek nog aanspraak maken op een be-drag van f 85.600,-. 2.4 Op grond van het bovenstaande vorderen [eiser] c.s. dat de rechtbank bij vonnis, uitvoer-baar bij voorraad: [gedaagde] c.s. zullen veroordelen, des dat de een betalend de ander zal zijn be-vrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hen te voldoen een bedrag van f 85.600,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2000, althans vanaf de dag der dagvaarding (21 mei 2001) tot aan de dag der algehele voldoe-ning, met veroordeling van [gedaagde] c.s. in de kosten van het geding. 2.5 [gedaagde] c.s. hebben de vordering gemotiveerd betwist. 3. De beoordeling 3.1 Omtrent de bij repliek gedane eisvermindering en de inhoud van de daaruit voortvloei-ende vordering overweegt de rechtbank allereerst het volgende. [eiser] c.s. lijken hun verminderde vordering enerzijds geheel te baseren op het door hen ge-stelde schadebedrag wegens minderopbrengst van f 152.000,- (zie onder 2.3) nu zij immers stellen slechts schade te vorderen voor zover deze de boete overstijgt, zodat zij - gelet op artikel 14, lid 3, van de koopovereenkomst - derhalve kennelijk het boetebedrag ter grootte van f 66.400,- op voormeld schadebedrag in mindering hebben gebracht. Anderzijds stellen [eiser] c.s., met verwijzing naar artikel 6:92, lid 2, Burgerlijk Wetboek (BW) alsmede een door hen overgelegd arrest van het Hof te 's-Hertogenbosch, dat over de verschuldigdheid van de boete geen plaats is voor verdere discussie. In de visie van de rechtbank zijn [eiser] c.s. het spoor hier blijkbaar enigszins bijster. Gezien hun opmerking over de verschuldigdheid van de boete en hun verwijzing naar voornoemd arrest, bedoelen zij hun (verminderde) vordering nu juist níet uitsluitend te baseren op de schade wegens minderopbrengst bij de latere verkoop van hun woonhuis, maar willen zij náást de boete van 20% ad f 66.400,- nog aanspraak maken op een bepaald bedrag (thans dus: f 19.200,-) wegens schade in de zojuist bedoelde zin, hetgeen blijkens de parlementai-re geschiedenis in afwijking van artikel 6:92, lid 2, BW, ook contractueel mag worden over-eengekomen en in artikel 14, lid 3, van de koopovereenkomst tussen partijen besloten ligt. De rechtbank zal de vordering dan ook in die zin verstaan. 3.2 Over de verschuldigdheid van de boete ten bedrage van f 66.400,- overweegt de recht-bank als volgt. Het staat vast dat [gedaagde] c.s. niet tijdig een beroep hebben gedaan op ontbinding van de overeenkomst wegens het niet kunnen verkrijgen van een financiering, een en ander zo-als bedoeld in artikel 15 van de koopovereenkomst. In beginsel hebben zij daarmee de con-tractuele boete verbeurd. [gedaagde] c.s. stellen zich evenwel primair op het standpunt dat, gelet op de feitelijke omstandigheden van het geval, het boetebedrag niet is verschuldigd, terwijl zij subsidiair van mening zijn dat de boete op nihil moet worden gesteld, althans (meer subsidiair) sterk behoort te worden gematigd. In dat verband merken [gedaagde] c.s. op dat de verkopend makelaar Signus B.V. op eigen initiatief aan hen heeft aangeboden te bemiddelen voor het verkrijgen van een hypothecaire lening en daartoe ook feitelijk werk-zaamheden heeft verricht, dat [eiser] c.s. wisten dat de kans zeer klein was dat zij ([gedaagde] c.s.) een adequate lening konden verkrijgen en wisten dat via Signus B.V. vóór de ex-piratiedatum van de ontbindende voorwaarde geen lening kon worden verkregen. Voor zo-ver Signus B.V. nalatig is geweest om tijdig de notaris schriftelijk te informeren (de recht-bank begrijpt dat zulks op 5 oktober 2000 is gebeurd), hoewel was toegezegd dat zij dit op zich zou nemen, ligt dit in de risicosfeer van [eiser] c.s., aldus [gedaagde] c.s. Door [eiser] c.s. wordt deze gang van zaken overigens betwist. 3.3 Ter adstructie van hun stelling dat de niet tijdige melding aan de notaris door Signus B.V. in de risicosfeer van [eiser] c.s. ligt hebben [gedaagde] c.s. zich beroepen op een arrest van het Hof te Arnhem (NJ 1998/842). Met [eiser] c.s. is de rechtbank van oordeel dat dit be-roep evenwel niet opgaat. Weliswaar is juist dat het in beginsel niet is uitgesloten dat han-delingen van de verkopende makelaar in verband met diens optreden voor de koper(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.