RECHTBANK TE MAASTRICHT, SECTOR CIVIEL Zaaknummer : 84337 / KG ZA 03-203 Datum uitspraak: 26 juni 2003 (bij vervroeging) VONNIS IN HET KORT GEDING VAN: [Eiser], wonende te [woonplaats], eiser bij exploot van dagvaarding in kort geding van 19 juni 2003, procureur: mr. A.M. Holmes (toevoeging aangevraagd), tegen: De stichting HESTIA GROEP, gevestigd en kantoor houdende te Landgraaf, gedaagde, procureur: mr. T.J.A. Iding. 1. Het verloop van de procedure 1.1 Eiser ([R.]) heeft gedaagde (hierna: Hestia) gedagvaard in kort geding. 1.2 Op de dienende dag, 20 juni 2003, heeft [Eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding. Onder verwijzing naar een aantal op voorhand ingezonden producties heeft [Eiser] zijn vordering nader doen toelichten. 1.3 Hestia heeft aan de hand van pleitnotities verweer doen voeren. Daarbij heeft zij verwezen naar een op voorhand ingezonden productie. 1.4 Partijen hebben op elkaars stellingen gereageerd. 1.5 Vervolgens is ter beproeving van een regeling het geding voor enige tijd geschorst. 1.6 Na de hervatting hebben partijen om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden. 2. Het geschil 2.1 [Eiser] en zijn echtgenote huurden van Hestia de woning, staande en gelegen te [adres], laatstelijk tegen een huurprijs van € 295,55 per maand. 2.2 In de loop van 2001 is de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) op [Eiser] van toepassing verklaard. Destijds had [Eiser] reeds een huurachterstand (de precieze hoogte daarvan hebben partijen niet bekend gemaakt). In november 2001 is de schuldsanering omgezet in een faillissement. 2.3 Gedurende de schuldsanering resp. het faillissement is de huurachterstand verder opgelopen. 2.4 In november 2002 heeft [Eiser] met Hestia, door middel van een op een "rekening-courant"-overzicht gestelde handgeschreven akkoordverklaring, een afbetalingsregeling getroffen. Aldus verbond [Eiser] zich € 50,- per maand op de huurachterstand in te lopen. Op 10 januari 2003 is zulks nogmaals schriftelijk vastgelegd. 2.5 [Eiser] heeft zich aan de betalingsregeling gehouden. 2.6 Op 30 januari 2003 is het faillissement van [Eiser] wegens gebrek aan baten opgeheven. 2.7 Naar aanleiding hiervan heeft Hestia bij brief van 11 februari 2003 aan [Eiser] (en diens echtgenote) doen weten: "(…...) Deze stopzetting van de WSNP betekent voor u dat al onze vorderingen op u weer herleven. In het verleden hebben wij een betalingsregeling getroffen welke nu niet meer kan worden gehandhaafd, omdat de achterstand is gewijzigd. De huidige achterstand bedraagt € 2.225,93 tm 11 februari 2003. Gelet op de plotselinge wijziging in de achterstand verzoek ik u zich binnen 5 werkdagen te melden op het rayonkantoor voor het treffen van een betalingsregeling. (…...)" 2.8 Bij dagvaarding van 21 maart 2003 heeft Hestia [Eiser] en diens echtgenote gedagvaard voor de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Heerlen. [Eiser] en zijn echtgenote zijn niet verschenen. Bij verstekvonnis van 16 april 2003 heeft de kantonrechter de huurovereenkomst ontbonden met ontruiming van [Eiser] en echtgenote en veroordeling van laatstgenoemden tot betaling een huurachterstand van € 2.499,61 c.a.. 2.9 Voormeld vonnis is op 22 mei 2003 aan het woonadres van [Eiser] betekend. [Eiser], die sedert 28 januari 2003 in voorlopige hechtenis verblijft, heeft op 10 juni 2003 van het vonnis kennisgenomen. De ontruiming is aangezegd tegen 24 juni 2003. 2.10 De huidige huurachterstand beloopt € 2.025,93. 2.11 [Eiser] heeft op 19 juni 2003 verzet aangetekend tegen het verstekvonnis van 16 april 2003. 2.12 Stellende dat Hestia misbruik maakt van haar bevoegdheid om krachtens het verstekvonnis tot ontruiming over te gaan heeft [Eiser], na daartoe vruchteloos te hebben gesommeerd, gevorderd bij vonnis in kort geding, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut: primair Hestia te gebieden de executie van het vonnis van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Heerlen, met kenmerk 128496 CV EXPL 03-1252 tot ontruiming van de woning te [adres], te schorsen en geschorst te houden, voor onbepaalde tijd c.q. voor een termijn als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel, dat Hestia het te wijzen vonnis niet naleeft; subsidiair te bepalen dat de ontruimingstermijn bij afweging van de wederzijdse belangen op zes maanden wordt gesteld, met veroordeling van Hestia in de kosten van deze procedure. 2.12 Hestia heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 3. De beoordeling 3.1 Een voldoende spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak. 3.2 De stelling van [Eiser] dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid steunt op drie pijlers: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.