RECHTBANK MAASTRICHT Sector Civiel Vonnis : 29 september 2003 Zaaknummer: 86237 / KG ZA 03-320 De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis in kort geding gewezen in de zaak van: 1. [Eiser sub 1], wonende te [woonplaats], eiser sub 1, procureur mr. J.J.H.S. Thomassen; 2. [Eiseres sub 2] wonende te [woonplaats], eiseres sub 2, procureur mr. J.J.H.S. Thomassen; tegen: [Gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, geen procureur gesteld hebbende. 1. Het verloop van de procedure 1.1 Eisers hebben gedaagde gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 17 september 2003, hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, waarna zij hun vordering met verwijzing naar op voorhand ingezonden producties nader hebben doen toelichten. 1.2 Gedaagde heeft verweer gevoerd, daarbij verwijzend naar enkele ter zitting overgelegde stukken. 1.3 Partijen hebben op elkaars stellingen gereageerd. 1.4 Ten slotte hebben partijen om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden. 2. Het geschil 2.1 Eiser sub 1 en eiseres sub 2 zijn respectievelijk een broer en een zus van gedaagde. Zij zijn deelgenoten in de onverdeelde nalatenschap van hun vader, de heer [R. ] welke op 29 juni 1999 is overleden. Partijen in die nalatenschap, waaronder zich nog twee andere personen bevinden, zijn er tot op heden niet in geslaagd om tot een verdeling van de boedel te geraken. 2.2 Tot de gemeenschap behoort onder meer het woonhuis [gelegen te Y. ]. Gedaagde staat ingeschreven aan dat adres, maar woont feitelijk aan het adres [X.]. 2.3 Aan het adres [Y.] wordt sedert "vele jaren" wordt post besteld, welke gericht is aan: - eisers, - mevrouw [R. ], zijnde de echtgenote van eiser sub 1, - wijlen [R. ] - de erven [R. ], - De Tonger B.V. en Barber Colman Textile Machinery B.V., waarvan, aldus eisers, "de juridische eigendom van de aandelen wellicht in de boedel valt, doch de economische eigendom in handen van eiser sub 1 is". 2.4 Op 17 juli 2003 heeft gedaagde buiten medeweten en instemming van de overige deelgenoten het slot van de toegangsdeur van het pand aan het [adres Y.] doen vervangen. Alleen gedaagde heeft sedertdien toegang tot het pand. Hiertegen komen eisers thans op. 2.5 Stellende voorts dat gedaagde sinds kort post welke niet aan hem, maar aan de genoemde (rechts-) personen is geadresseerd, uit de woning aan het [adres Y.] ophaalt en meeneemt naar zijn woonhuis aan [adres X.] en aldaar zonder recht of titel onder zich houdt, hebben eisers gevorderd bij vonnis, voor zover de wet toelaat uitvoerbaar bij voorraad (onderstreping procureur): gedaagde te gebieden om binnen twee dagen na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis aan eisers de in zijn bezit zijnde en voor eisers, alsmede mw. [R. ], de erven [R. ], [R. ] en de besloten vennootschappen "De Tonger B.V." en "Barber Colman Textile Machinery B.V." bestemde post ter beschikking te stellen, en om gedaagde te gebieden om binnen twee dagen na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis het door gedaagde verwijderde slot van de voordeur van het pand aan het [adres Y.] te Maastricht te herplaatsen, althans om een sleutel van het nieuw geplaatste slot aan eisers ter beschikking te stellen, en te verbieden om de post, welke bezorgd wordt aan het adres [Y.] te Maastricht, en die bestemd is voor eisers, wijlen [R. ] de erven [R. ], de besloten vennootschappen "De Tonger B.V." en "Barber Colman Textile Machinery B.V.", en mw. [R. ], weg te nemen en/of te openen en/of onder zich te houden, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat gedaagde daarmee in gebreke is, zulks met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding. 2.6 Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 3. De beoordeling 3.1 Een voldoende spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak 3.2 Waarom gedaagde op 17 juli 2003 eigenmachtig is overgegaan tot vervanging van het slot van het gemeenschappelijke pand [Y.] te Maastricht heeft hij aan de hand van een ter zitting overgelegd stuk aldus toegelicht: "Nu kan er niet meer gemanipuleerd worden met post, welke kans van nieuwe rechtzaken verkleint." en "Huis kan onderhouden worden, stop: wegnemen gijser, douchkranen, afsluiten en openbreken van sloten, afsluiten van kamers die in 50 jaar nooit zijn afgesloten, afsluiten van kachels en het storten van puin, opruimen kleren papa die meer dan 4 jaar dood is, schande vreemden in huis, mijn bezittingen steeds weg." 3.2 Wat gedaagde hier nauwkeurig probeert tot uitdrukking te brengen is niet terstond duidelijk. Welwillende lezing brengt mee dat, kort gezegd, gedrag van eisers en/of overige erfgenamen hem in het verkeerde keelgat is geschoten. Hoe dit zij, eisers hebben de (aan hen?) gemaakte verwijten als onjuist bestreden. Bij gebreke van enig ander ondersteunend bewijsmateriaal moet dit verweer van gedaagde dan reeds als niet aannemelijk worden gepasseerd. 3.3 Het gaat hier om (het verschaffen van toegang tot) een gemeenschappelijk pand waarop de bepalingen van titel 7 van boek 3 BW van toepassing zijn. Ingevolge artikel 3: 169 BW is, een hier niet relevante uitzondering daargelaten, "iedere deelgenoot bevoegd tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is." In dit licht valt niet in te zien dat het gebruik van het pand aan de overige deelgenoten mag worden onthouden. Aldus behoort eisers toegang te worden verleend. Dat brengt met zich dat de vordering tot herplaatsing van het oude slot, althans het ter beschikking stellen van een sleutel voor het nieuwe slot, toegewezen kan worden. 3.4 Eisers hebben verder gesteld dat gedaagde niet voor hem bestemde post onder zich neemt en houdt, waardoor zij onder meer bij de belastingdienst in de problemen (dreigen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.