RECHTBANK MAASTRICHT Reg.nr.: AWB 03 / 1009 ZFW UITSPRAAK van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken in het geding tussen [A] te Eygelshoven, eiseres, en de Stichting Centrale Zorgverzekeraars Groep Ziekenfonds - Afdeling Juridische Zaken - , gevestigd te Tilburg, verweerster. Datum bestreden besluit: 5 juni 2003. Kenmerk: Relatienr. 391461842 23-06-1966. Behandeling ter zitting: 23 maart 2004. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING. Bij het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit van 5 juni 2003 heeft verweerster een door eiseres ingediend bezwaarschrift van 28 februari 2003 tegen een door verweerster genomen besluit van 18 februari 2003 ongegrond verklaard. Tegen eerstgenoemd besluit is door eiseres beroep ingesteld bij deze rechtbank. Bij brief van 8 augustus 2003 zijn de gronden waarop het beroep berust bij de rechtbank ingediend. De door verweerster ter uitvoering van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingezonden stukken zijn in kopie aan eiseres gezonden, evenals het door verweerster ingediende verweer-schrift. Het beroep is behandeld ter zitting van deze rechtbank op 23 maart 2004, alwaar eiseres niet is verschenen. Haar echtgenoot is wel ter zitting verschenen. Verweerster heeft zich ter zitting doen vertegen-woor-digen door haar gemachtigde mr. N.J.H. Dams-van der Heijden. II. OVERWEGINGEN. A. De feiten. De echtgenoot van eiseres heeft in het kader van de Ziekenfondswet (ZFW) bij verweerster een aan-vraag d.d. 23 januari 2003 ingediend, strekkende tot vergoeding van de kosten van een in-vitroferti-li-satiebehandeling (IVF-behan-deling) in de Itertalklinik in Aachen (Duitsland). Daarbij heeft hij aange-geven dat hij per 1 januari 2003 collectief verzekerd is bij CZ. Voorheen was hij verzekerd bij AXA. In 2002 zijn zijn echtgenote en hij in behandeling gegaan bij de Itertalklinik voor een IVF-behandeling. Aangezien de behandeling nog niet is afgesloten, vraagt hij toestemming voor de verdere behandeling in Aachen. De kliniek is een officieel erkende kliniek, die in het bezit is van alle vergunningen. Voor eiseres en haar echtgenoot is de Itertalklinik de dichtstbijzijnde kliniek met een heel hoog succesper-centage zonder wachtlijsten en gespecialiseerd in IVF. Eiseres was tot septem-ber 2002 verzekerd bij AXA, echter met terugwerkende kracht tot juli 2001 is zij thans (verplicht) verze-kerd bij verweerster. Bij besluit van 18 februari 2003 heeft verweerster voormelde aanvraag afgewezen. Als ziekenfonds-ver-zekerde heeft eiseres aanspraak op zorg, die door de ZFW als verstrekking wordt aangemerkt. IVF-behandelingen zijn niet opgenomen in het verstrekkingenpakket van de ZFW. Het betreft een subsi-dieregeling, waarbij is bepaald dat de behandeling alleen in één van de 13 door de overheid aange-wezen vergunninghoudende ziekenhuizen in Nederland mag plaatsvinden. Een behandeling in het buitenland valt daar niet onder. Tegen dit besluit is door eiseres bij brief van 28 februari 2003 bezwaar gemaakt. Daarbij is aange-voerd, dat eiseres voorheen particulier verzekerd was bij AXA. In het overzicht ver-goedingen zieken-fonds 2002 van verweerster staat bij de rubriek vruchtbaarheidsbevorderende behandelingen niet vermeld dat daar expliciet vooraf toestemming voor nodig is, terwijl in het vergoedingenoverzicht van de aanvullende verzekeringen bij een aantal rubrieken wel expliciet aangegeven wordt, dat toe-stem-ming van ver-weer-ster nodig is. In artikel 2.39.2 van verweersters polisvoorwaarden wordt vermeld, dat verweerster de kosten van IVF vergoedt in een ziekenhuis dat daarvoor een vergunning heeft. De kliniek in Duitsland waar eiseres de IVF-behandelingen wenst te ondergaan is een officieel erkende instantie in het bezit van alle vergunningen. Niemand heeft eiseres meegedeeld, dat de behandeling wordt gesubsidieerd door de Nederlandse overheid en dat die daarom alleen in Nederland mag plaatsvinden. Eiseres is in de gelegenheid gesteld om op 13 mei 2003 op het bezwaar te worden gehoord. Bij die gelegenheid is onder meer naar voren gebracht, dat de polisvoorwaarden niet duidelijk zijn. B. Het besluit. Verweerster heeft bij het bestreden besluit het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. Daaraan heeft verweerster het navolgende ten grondslag gelegd. Als ziekenfondsverzekerde heeft eiseres aanspraak op zorg, die door de wetgever als verstrekking is aangemerkt. De voorgenomen IVF-behandeling wordt echter nadrukkelijk uitgesloten als verstrekking. Een IVF-behandeling kan derhalve niet worden aangemerkt als medisch-specialistische zorg, als be-doeld in haar ziekenfondsverzekering. Het is wel mogelijk om een of meer via de betreffende subsi-dieregeling gefinancierde IVF-behandelingen te ondergaan in een ziekenhuis, dat speciaal daarvoor een vergunning heeft. Het vergunninghoudende ziekenhuis past IVF toe op basis van de Richtlijn “Indicaties voor IVF” van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie 1998. De aanvraag van eiseres kan in het licht van de subsidieregeling niet gehonoreerd worden. Ten eerste vindt de behandeling niet plaats bij een door de overheid aangewezen ziekenhuis. Eiseres stelt dat het ziekenhuis in Duitsland een erkende kliniek is, maar dat is niet wat wordt bedoeld met een door de overheid aangewezen instelling voor vruchtbaarheidsbevorderende behandelingen. Het vergoe-dingenoverzicht staat niet op zichzelf. Onderaan staat dat aan de inhoud van deze vergoedingenlijst geen rechten kunnen worden ontleend en dat bij een eventueel geschil alleen een beroep kan worden gedaan op de verzekeringsvoorwaarden. In artikel 13 van het Reglement Ziekenfonds en AWBZ staat dat de aanspraken worden geregeld bij of krachtens de ZFW en AWBZ en het Reglement. Krachtens het bepaalde in artikel 1p, eerste lid, van de ZFW kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat, en onder welke voorwaarden, het College voor zorgverzekeringen (Cvz) ten laste van de Algemene Kas dan wel ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten overeenkomstig in die rege-ling gestelde regels subsidies verstrekt. Aangezien IVF expliciet in de ZFW als aanspraak is uitge-sloten, heeft het Cvz op grond van dit artikel de eerder genoemde Subsidieregeling buitenbaar-moe-derlijke bevruchting vastgesteld. In deze regeling staan alle voorwaarden waaraan een ziekenfonds-verzekerde dient te voldoen om een vergoeding krachtens deze regeling te kunnen krijgen. Bij of krachtens haar zieken-fonds-verzekering kan eiseres geen aanspraak maken op vergoeding van IVF-behandelingen in de door haar gekozen Duitse kliniek, welke niet in de Subsidieregeling buiten-baarmoederlijke bevruchting van het Cvz is aangewezen. Het van de kant van eiseres genoemde artikel 2.39.2 heeft betrekking op particuliere verzekeringsprodukten. C. Het beroep. Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen. Daartoe is in beroep aangevoerd, dat zij en haar echtgenoot reeds met de IVF-behandeling in Duitsland waren begonnen, alvorens zij verplicht verzekerd werd bij verweerster met terugwerkende kracht tot juli 2001. Voorheen waren zij verzekerd bij AXA, die de IVF-behandeling in Duitsland goedgekeurd had. Verweerster vermeldt in de herover-weging: “gelet op het advies van de medisch adviseur”, terwijl er in opdracht van verweerster nooit een medisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Verweerster stelt dat aan de polisvoorwaarden geen rechten ontleend kunnen worden. Op deze manier kan verweerster de polisvoorwaarden naar eigen uitleg toepassen. Dit staat in absolute contradictie met de polisuitleg, die eiseres kreeg van de buiten-dienstmedewerker van verweerster. Verweerster gaat in het geheel voorbij aan de emotionele kant van het geheel. Op deze manier gaat heel veel kostbare tijd verloren. Het persoonlijk belang en het mogelijk belang van het kind staan bij verweerster helaas niet voorop. Eiseres heeft nog een voorstel gedaan om de kosten te delen, maar daar wilde verweerster niet op ingaan. Eiseres is onvrijwillig verzekerd geworden bij verweerster. Als eiseres bij haar oude verzekeringsmaatschappij had kunnen blijven, dan had zij deze problemen niet gehad. D. Het verweer. In het verweerschrift heeft verweerster naar voren gebracht, dat een medisch onderzoek bij een aanvraag voor vergoeding van IVF niet zinvol is en daarom niet heeft plaatsgevonden. Het “advies van de medisch adviseur” waarover in de beslissing wordt gesproken doelt op het overleg dat met de medisch adviseur is gevoerd naar aanleiding van deze zaak. De polisvoorwaarden voor de particuliere verzekeringspakketten zijn niet van toepassing op de ziekenfondsverzekering en ook geen onderwerp van de onderhavige beroepsprocedure. Daarnaast is de vergoedingsmogelijkheid van IVF op basis van de subsidieregeling geen onderdeel van het verstrekkingenpakket van de ziekenfondsverzeke-ring. De voorwaarden voor vergoeding op basis van deze subsidieregeling staan in de ministeriële regeling, die voor iedereen toegankelijk is. Bij aanvragen van ziekenfondsverzekerden voor vergoe-ding van een IVF-behandeling zal het ziekenfonds altijd toetsen aan de voorwaarden van die subsidie-regeling. Deze vergoedingsmogelijkheid is dan ook niet opgenomen in het verstrekkingenoverzicht van de ziekenfondsverzekering. Subsidie is een geldbedrag en de ziekenfondsverzekering is een naturaverzekering en geeft aanspraak op verstrekkingen in natura. De voorwaarden voor subsidie voor IVF worden niet door het ziekenfonds opgesteld, maar door de minister. De subsidie wordt door het Cvz verstrekt op basis van het aantal kandidaten dat volgens het ziekenfonds aan de subsidie-voorwaarden voldoet. In deze subsidievoorwaarden staat expliciet aangegeven bij welke klinieken de IVF dient plaats te vinden, wil de subsidie van toepassing zijn. De door eiseres gekozen kliniek in Duitsland behoort daar niet toe. E. De beoordeling. De rechtbank dient in dit geding te beoordelen, of het bestreden besluit in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel dan wel met enig algemeen rechtsbeginsel. Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de ZFW hebben de verzekerden, voor zover daarop geen aanspraak bestaat ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, ter voorziening in hun genees-kundige verzorging aanspraak op onder meer de navolgende verstrekking(en): a. medisch-specialistische zorg, verleend door of vanwege een ziekenhuis, al dan niet gepaard gaande met opneming gedurende het etmaal of een deel daarvan, verpleging, verzorging, paramedische hulp of farmaceutische hulp. Ingevolge artikel 8, derde lid, van de ZFW kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de inhoud en omvang van de aanspraken nader worden geregeld en kunnen voor het tot gelding brengen van de aanspraken voorwaarden worden gesteld. Deze algemene maatregel van bestuur is het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering. Ingevolge artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsver-zekering omvat medisch-specialistische zorg, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de ZFW, genees-, heel- en verloskundige zorg, naar de omvang bepaald door hetgeen in de kring der beroeps-genoten gebruikelijk is. Ingevolge artikel 12, derde lid, van dat besluit kan bij ministeriële regeling de omvang van de in het eerste lid, onder a, bedoelde zorg worden beperkt en kan de aanspraak daarop afhankelijk worden gesteld van daarbij te stellen voorwaarden. In de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet wordt aan het voorgaande nader inhoud gegeven. Ingevolge artikel 4 van deze Regeling omvat medisch-specialistische zorg niet zorg, die gericht is op het buiten het lichaam tot stand brengen van menselijke embryo's en de implantatie van een of meer van die embryo's in de baarmoeder van de verzekerde. Artikel 1p van de ZFW luidt als volgt: 1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Cvz ten laste van de Algemene Kas dan wel ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten overeenkomstig in die regeling gestel-de regels subsidies verstrekt: a. voor voorzieningen, ten aanzien waarvan het voornemen bestaat deze te doen opnemen in de aanspraken ingevolge deze wet of de AWBZ; b. =; c. =; d. =; e. =; f. =. 2. In een regeling, als bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat daarbij aan te wijzen bevoegdheden met betrekking tot de verstrekking van subsidies worden uitgeoefend door een of meer door het Cvz aan te wijzen rechtspersonen, als bedoeld in artikel 14 van deze wet of artikel 16 van de AWBZ. 3. In een regeling, als bedoeld in het eerste lid, kan aan het Cvz worden opgedragen nadere regels te stellen. De nadere regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van de volksgezondheid. 4. =. Ingevolge artikel 14 van de ZFW kan ten aanzien van het verlenen van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen verstrekkingen van verpleging en behandeling een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen deel van de administratie en de controle worden uitgeoefend door de door Onze Minister aan te wijzen rechts-personen, welke deze taak voor het gehele land of voor een gedeelte van het land dan wel voor groepen van ziekenfondsen vervullen, overeenkomstig door het Cvz vast te stel-len beleidsregels. Het Cvz regelt tevens de wijze, waarop de kosten, voortvloeiende uit de werkzaam-heden van de aangewezen rechtspersonen, worden gedekt uit de Algemene Kas. Ter uitvoering van het voorgaande is de Regeling Subsidies AWBZ en Ziekenfondswet (hierna: de Regeling) vastgesteld. In Afdeling 3.2 (Subsidies ten laste van de Algemene Kas, op grond van artikel 1p, eerste lid, onder a, Ziekenfondswet) is de volgende regeling opgenomen in § 3.2.3 (Buitenbaarmoederlijke bevruchting). Artikel 3.2.3.1 In deze paragraaf wordt onder in-vitrofertilisatiebehandeling verstaan: het buiten het lichaam tot stand brengen van menselijke embryo's volgens de in-vitrofertilisatiemethode, inhoudende: a. het door hormonale behandeling bevorderen van de rijping van eicellen in het lichaam van de vrouw; b. het afnemen van eicellen; c. de bevruchting van eicellen en het kweken van embryo's in het laboratorium; d. de implantatie van een of meer in de fase, bedoeld onder c, ontstane embryo's in de baarmoeder-holte teneinde zwangerschap te doen ontstaan. Artikel 3.2.3.2 1. Ziekenfondsen komen in aanmerking voor een projectsubsidie die is bestemd voor het vergoeden van in-vitrofertilisatiebehandelingen van hun verzekerden met inachtneming van deze regeling. 2. Artikel 1.1.3, eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing. Artikel 3.2.3.3 In afwijking van artikel 1.6.1 wordt de subsidie aan het ziekenfonds ambtshalve verleend. Artikel 3.2.3.4 1. Een in-vitrofertilisatiebehandeling wordt door het ziekenfonds slechts vergoed indien: a. de in artikel 3.2.3.1, onder c, vermelde fase plaats heeft in een ziekenhuis dat beschikt over een ingevolge artikel 2 van de Wet op bijzondere medische verrichtingen vereiste vergunning; b. voor de behandeling een medische indicatie geldt; en c. reeds een behandeling heeft plaatsgevonden, niet ten laste van deze paragraaf. 2. Per te realiseren zwangerschap neemt het ziekenfonds maximaal drie in-vitrofertilisatiebehande-lingen in aanmerking, met inbegrip van de eerste behandeling, bedoeld in het eerste lid, onder c. Voor de toepassing van de eerste volzin geldt een afgebroken in-vitrofertilisatiebehandeling als een volledige in-vitrofertilisatiebehandeling. Artikel 3.2.3.5 In afwijking van artikel 1.3.1: a. worden de kosten van geneesmiddelen in de fase, bedoeld in artikel 3.2.3.1, onder a, niet in aanmerking genomen; b. wordt per volledige in-vitrofertilisatiebehandeling een bedrag tot maximaal het rechtsgeldig daarvoor in rekening gebrachte tarief in aanmerking genomen; c. worden bij een afgebroken in-vitrofertilisatiebehandeling de tot dat moment doorgemaakte fasen in aanmerking genomen tot maximaal het totaal van de daarvoor rechtsgeldig in rekening gebrachte deeltarieven. Artikel 3.2.3.6 Het ziekenfonds verleent de vergoeding voor de in-vitrofertilisatiebehandeling op declaratiebasis aan het ziekenhuis dat de behandeling heeft uitgevoerd. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de ZFW wendt de verzekerde, die zijn aanspraak op een ver-strek-king geldend wil maken, zich daartoe, behalve in gevallen, genoemd in de algemene maatregel van bestuur krachtens het tweede lid van artikel 8, tot een persoon of een instelling, met wie of welke het ziekenfonds, waarbij hij is ingeschreven, tot dat doel een overeenkomst heeft gesloten, een en ander behoudens het bepaalde in het vierde lid. Ingevolge artikel 9, vierde lid, van de ZFW kan een ziekenfonds, in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, aan een verzekerde toestemming verlenen zich voor het geldend maken van zijn recht op een verstrekking te wenden tot een andere persoon of instelling in Nederland, indien zulks voor zijn geneeskundige verzorging nodig is. Onze Minister kan bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden aan een verzekerde ook toestemming kan worden verleend zich voor het geldend maken van zijn recht op een verstrekking te wenden tot een persoon of inrichting buiten Nederland. Hieraan is uitvoering gegeven in de Regeling hulp in het buitenland ziekenfondsverzekering. In artikel 1 van deze Regeling worden als gevallen, waarin een ziekenfonds aan een verzekerde toestemming kan verlenen zich voor het geldend maken van zijn recht op een verstrekking te wenden tot een persoon of inrichting buiten Nederland, aangewezen de gevallen waarin het ziekenfonds heeft vastgesteld dat zulks voor de geneeskundige verzorging van die verzekerde nodig is. Ingevolge artikel 22, eerste lid, van de EG-Verordening 1408/71 heeft de werknemer of zelfstandige, die aan de door de wettelijke regeling van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, eventueel met inachtneming van artikel 18, en:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.