RECHTBANK MAASTRICHT Sector Bestuursrecht Procedurenummer: AWB 05 / 223 VEROR HEM Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken, in het openbaar gehouden te Maastricht op 3 november 2005, inzake Stichting Enci Stop, gevestigd te Maastricht, eiseres, tegen het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Maastricht (Publieks- en Bestuursdienst), gevestigd te Maastricht, verweerder. Datum bestreden besluit: 21 december 2004 Kenmerk: 2004-22680 Behandeling ter zitting: 3 november 2005 Tegenwoordig zijn: mr. R.J.G.H. Seerden, rechter, en mr. E.W Seylhouwer, griffier. Eiseres is verschenen bij gemachtigde mevr. J. Smeets, bijgestaan door haar raadsvrouwe mr. A.M. Nijboer, advocate te Amsterdam. Verweerder is verschenen bij gemachtigden de heer mr. P. van den Dijck, medewerker van de Publieks- en Bestuursdienst, alsmede de heer R. Wijsen, medewerker van de dienst Stadsbeheer en Facilitaire Zaken. Vergunninghouder is verschenen bij gemachtigde dhr. P. Mergelsberg, bijgestaan door zijn advocaat mr. J. Stoop. De rechter geeft een korte samenvatting van de zaak. Vervolgens stelt de rechter partijen in de gelegenheid hun visie te geven omtrent de vraag of eiseres, gelet op het bepaalde in artikel 8 van de Bomenverordening gemeente Maastricht, thans nog een procesbelang heeft. Desgevraagd verklaart de raadsvrouwe van eiseres dat nog niet met de kap is gestart. Dit wordt bevestigd namens de andere partijen. De gemachtigde van verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de verleende vergunning nog niet is vervallen, omdat wordt gewacht tot het moment dat de vergunning onherroepelijk is geworden. Pas dan begint de termijn van één jaar te lopen. In de praktijk doen Burgemeester en Wethouders dit zo. De raadsman van vergunninghouder is van mening dat de uitleg van verweerder reëel is. De strekking en bedoeling van artikel 8 van de Bomenverordening gemeente Maastricht wijzen hier ook op. Tenslotte stelt de gemachtigde van verweerder dat het vaste bestuurspraktijk is dat wordt gewacht totdat de vergunning onherroepelijk is geworden. De rechter merkt dienaangaande op dat deze bestuurspraktijk van Burgemeester en Wethouders de door de gemeenteraad opgestelde wettekst niet zomaar opzij kan zetten. Bovendien leidt een dergelijke praktijk tot rechtsonzekerheid, aangezien dit steeds een andere vervaltermijn met zich brengt. Het onderzoek wordt door de rechter gesloten. De rechter doet met toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) als volgt mondeling uitspraak.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.