RECHTBANK MAASTRICHT Sector Civiel Datum uitspraak : 13 maart 2007 Zaaknummer : 117501 / KG ZA 07-69 De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort-gedingvonnis gewezen inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ORACLE NEDERLAND B.V., gevestigd te De Meern, eiseres, procureur mr. J.A.M.G. Vogels, advocaten mr. O.L. Andriesse en mr. J.I. Steenvoorden te Amsterdam; tegen: de publiekrechtelijke organisatie, met eigen rechtspersoonlijkheid op grond van artikel 1.13 van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ACADEMISCH ZIEKENHUIS MAASTRICHT, gevestigd te Maastricht, gedaagde, procureur mr. H.A.J. Kalsbeek, advocaat mr. R. van der Horst te Rotterdam. 1. Het verloop van de procedure Eiseres, hierna te noemen: “Oracle”, heeft gedaagde, hierna te noemen: “AZM”, gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 8 maart 2007, heeft Oracle haar eis vermeerderd en voor het overige gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, waarna zij haar vordering met verwijzing naar op voorhand toegezonden producties nader heeft doen toelichten. AZM heeft verweer gevoerd, daarbij eveneens verwijzend naar op voorhand toegezonden producties. Tegen de eisvermeerdering heeft zij geen bezwaar gemaakt. Partijen hebben daarna op elkaars stellingen gereageerd. Ten slotte hebben partijen om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden. 2. Het geschil 2.1 Oracle heeft op 6 december 2006 een aanbieding gedaan inzake een door AZM uit-geschreven Europese niet-openbare aanbesteding voor de levering en implementatie van “ERP-software”. Het gunningscriterium was de economisch voordeligste aanbieding. Oracle was een van de twee overgebleven aanbieders bij deze aanbesteding. AZM heeft besloten de aanbestedingsopdracht te gunnen aan de andere aanbieder, namelijk Sap Nederland B.V., hierna te noemen: “SAP”. 2.2 Oracle is van mening dat het onderhavige gunningsbesluit in strijd met de regels en beginselen van het aanbestedingsrecht tot stand is gekomen, meer in het bijzonder met het non-discriminatiebeginsel, en derhalve onrechtmatig is. Op grond daarvan heeft Oracle, na vermeerdering van eis, gevorderd dat het de voorzieningenrechter moge behagen om bij wege van voorlopige voorziening, uitvoerbaar bij voorraad: a. primair, AZM te verbieden de opdracht voor de levering en implementatie van ERP-software (UTP.AZM.2006.ICT.RVD.95) te gunnen aan anderen dan aan Oracle; b. subsidiair, voor zover gunning van het werk toch al mocht hebben plaatsgevonden, AZM gebiedt om binnen 7 dagen na het in deze te wijzen vonnis de overeenkomsten met deze derden op te zeggen en te verbieden de opdracht voor de levering en implementatie van ERP-software (UTP.AZM.2006.ICT.RVD.95) te gunnen aan anderen dan aan Oracle; c. meer subsidiair, AZM te gebieden de volledige opdracht voor de levering en imple-mentatie van ERP-software (UTP.AZM.2006.ICT.RVD.95) opnieuw aan te besteden met inachtneming van het in deze te wijzen vonnis; zowel a, b als c op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000,- per overtreding. 2.3 AZM heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dat verweer wordt - voor zover van belang - hierna ingegaan. 3. De beoordeling 3.1 Alvorens tot inhoudelijke bespreking van de zaak over te gaan, dient bij het beroep van AZM op niet-ontvankelijkheid van Oracle in haar vorderingen te worden stilgestaan. 3.2 AZM heeft betoogd dat Oracle heeft nagelaten in de dagvaarding haar bewijsmiddelen te specificeren en voorts zou Oracle haar producties te laat hebben overgelegd. Dit verweer wordt verworpen. Oracle heeft zich door te verwijzen naar de bijgevoegde producties zoals zij heeft gedaan, van haar bewijsaandraagplicht voldoende gekweten. En weliswaar heeft zij haar producties rijkelijk laat en in strijd met het daaromtrent bepaalde in het door de recht-bank uitgevaardigde procesreglement ingediend, maar de voorzieningenrechter vermag niet in te zien dat AZM hierdoor onredelijk in haar belangen is getroffen. Immers is zij er ge-noegzaam in geslaagd de betreffende producties bij haar betoog te betrekken. De voor-zieningenrechter gaat daarom ook voorbij aan het verzoek van AZM om de door Oracle overgelegde producties buiten beschouwing te laten. 3.3 Oracle zou voorts niet-ontvankelijk zijn omdat zij de procedure te laat aanhangig gemaakt zou hebben. Ook dit verweer treft geen doel. Afgewezen inschrijvers hebben er, zo brengt de zogenaamde Alcatel-jurisprudentie mee, in het licht van onder meer het trans-parantiebeginsel, recht op nauwkeurig te weten wat hun (rechts-)positie is en waarom hun aanbieding ten faveure van een andere aanbieding is gepasseerd. Dit is noodzakelijk om te waarborgen dat inschrijvers die een rechtsmiddel willen aanwenden tegen de gunnings-beslissing effectief 15 dagen de tijd hebben, en bijvoorbeeld niet een gedeelte van deze termijn kwijt zijn aan het achterhalen van de gronden van de gunningsbeslissing. De Alcatel-termijn moet indachtig dit criterium in casu geacht te zijn gaan lopen op 9 februari 2007, de dag waarop AZM Oracle de antwoorden op de bij haar levende vragen heeft verschaft. De op 15 februari 2007 uitgebrachte dagvaarding van Oracle moet tegen deze achtergrond als tijdig worden aangemerkt, eerdere termijnstellingen van AZM ten spijt. Overigens moet Oracle ook bij een, zoals AZM kennelijk voorstaat, strikte toepassing van de in het bestek opgeno-men Alcatel-termijn geacht worden tijdig gedagvaard te hebben. Een redelijke uitleg van de betreffende passage uit het bestek brengt mee dat als “formele” gunning moet worden aangemerkt het moment van daadwerkelijk gunning aan de winnaar, en volgens het schrijven van AZM d.d. 12 februari 2007 was dat 9 februari 2007 om 17.00 uur. 3.4 De voorzieningenrechter komt dan aan inhoudelijke behandeling van de zaak toe. Oracle legt aan haar stelling dat - kort gezegd - gunning aan SAP onrechtmatig is ten grondslag dat: a. AZM door inschrijvers te vragen cv’s aan te leveren van de in te zetten medewerkers, een selectiecriterium in plaats van een gunningscriterium heeft gehanteerd in de gunningsfase; b. er tussentijds contact is geweest tussen AZM en SAP, als gevolg waarvan de reeds ingediende aanbieding van SAP is gewijzigd; c. AZM de score van SAP tussentijds naar boven heeft bijgesteld en de score van Oracle naar beneden, wat tot gevolg had dat niet Oracle, maar SAP de hoogste score kreeg en daarmee onterecht de opdracht gegund heeft gekregen; d. AZM vragen heeft gesteld aan SAP om onduidelijkheden in de aanbieding van SAP weg te nemen, terwijl AZM heeft nagelaten om Oracle gelegenheid te bieden de onduidelijkheden in haar aanbieding en onjuiste veronderstellingen op grond van haar aanbieding weg te nemen; e. SAP een voorbehoud heeft gemaakt op een zogeheten knock-outvraag, wat uitsluiting van de aanbesteding tot gevolg zou moeten hebben, hetgeen niet is gebeurd; 3.5 AZM zou (ad
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.