RECHTBANK MAASTRICHT Sector Civiel Datum uitspraak: 30 december 2008 Zaaknummer: 136122 / OT RK 08-2086 De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven in de zaak met betrekking tot de minderjarige: [de minderjarige], geboren te [geboorteplaats minderjarige] op [dag] december 2008, kind van: [moeder minderjarige], en [vader minderjarige], beiden wonende te [adres ouders minderjarige], beiden advocaat mr. S.X.J. Zuidema. 1. Verder verloop van de procedure Op 21 december 2008 heeft de kinderrechter, naar aanleiding van een telefonisch verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te Maastricht, verder te noemen: de raad, de voorlopige ondertoezichtstelling uitgesproken voor de duur van drie maanden en machtiging verleend tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarige voor de duur van 24 uur. Op 22 december 2008 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarige verlengd tot en met 30 januari 2009 in een accommodatie van een zorgaanbieder voor geïndiceerde jeugdzorg en de beslissing ten aanzien van het resterende gedeelte van de termijn van drie maanden aangehouden. Op 23 december 2008 heeft de advocaat van de ouders een brief aan de rechtbank gestuurd. Op 30 december 2008 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord op de verzoeken en de genomen beslissingen. 2. Beoordeling De raad heeft ter zitting het verzoek toegelicht. Reeds voor de geboorte van [de minderjarige] is er een melding van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (verder te noemen: AMK) gekomen om onderzoek te doen naar de toekomstige leef- en opvoedingssituatie. Daarnaast hebben de ouders een verstandelijke beperking en een belaste voorgeschiedenis. Er is een familievete gaande, waarbij er veel agressie is tussen [de biologische vader van de moeder] aan de ene kant en de stiefvader en de oma aan de andere kant. Er is thans onvoldoende aanleiding om te concluderen dat de veiligheid van [de minderjarige] is gewaarborgd. Eerst zou er onderzoek gedaan moeten worden naar de nieuwe woonsituatie van de ouders, waar nu nog geen zicht op bestaat. De advocaat van de ouders heeft ter zitting verwezen naar zijn brief van 23 december 2008. Verder heeft hij namens de ouders aangevoerd dat de melding vele onjuistheden bevat. Er gaat geen agressie uit van [de biologische vader van de moeder] en de vader. Wel is het zo dat de vader impulsief kan reageren, maar inmiddels neemt de vader zijn medicatie weer. Vanaf 3 oktober 2008 wonen de ouders bij[de biologische vader van de moeder] en zijn partner in huis. In dit gezin zijn vijf kinderen opgevoed en worden de ouders constant gecontroleerd. Alles is in orde gemaakt om [de minderjarige] in dit gezin op te kunnen vangen. De ouders stemmen in met een ondertoezichtstelling, maar vinden de uithuisplaatsing volstrekt onbegrijpelijk. Deze maatregel is een veel te zwaar middel en enkel gebaseerd op vermoedens. Er is geen acuut ernstig en dreigend gevaar. Indien de raad nu eerst onderzoek gaat doen naar de thuissituatie, dan wordt de weg verkeerd om bewandeld. Het recht op family life dient immers te prevaleren. De ouders hebben ter zitting nog aangegeven dat de kwestie van huiselijk geweld speelde toen zij nog contact hadden met de stiefvader en de biologische moeder van de moeder, maar dat deze contacten inmiddels zijn verbroken. Op grond van het voorgaande hebben de ouders verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing in te trekken, althans de duur daarvan te bekorten tot 30 december 2008. De kinderrechter overweegt als volgt. Ten tijde van het nemen van de beschikkingen van 21 en 22 december 2008 bestond er gelet op de op dat moment voorhanden zijnde informatie, voldoende aanleiding om aan te nemen dat [de minderjarige] niet in een voor hem veilige, gestructureerde en stabiele leefsituatie terecht zou komen. Vooral de door de raad gestelde agressieve sfeer baarde de kinderrechter zorgen, zodat hij [de minderjarige] in zijn belang voorlopig onder toezicht heeft gesteld en een machtiging uithuisplaatsing heeft verleend teneinde de veiligheid van [de minderjarige] te kunnen waarborgen. De kinderrechter begrijpt de essentie van de bezwaren van de ouders aldus dat de raad geen rekening heeft gehouden met de wijziging die zich in hun situatie heeft voorgedaan sinds zij op 3 oktober 2008 bij [de biologische vader van de moeder] en diens partner zijn ingetrokken. De kinderrechter volgt de ouders in dit betoog en overweegt daartoe het volgende. Zoals hiervoor al is vermeld, is de aanleiding tot het verzoek van de raad gelegen in een op 19 november 2008 gedateerde schriftelijke melding van het AMK, welke melding op haar beurt was gebaseerd op een open melding van de psycholoog van de ouders, de heer L., werkzaam bij Huize Maasveld. Huize Maasveld verzorgde tot het moment waarop de ouders bij [de biologische vader van de moeder] en diens partner introkken de begeleiding van de ouders. In navolging van het AMK maakt de raad in zijn verzoek melding van het feit dat de ouders licht verstandelijk gehandicapt zijn en dat de moeder ten gevolge van huiselijk geweld tussen haar moeder en stiefvader een belaste voorgeschiedenis heeft. De grootste zorgen van de raad betreffen evenwel de vader, die volgens de raad snel gefrustreerd raakt, primair reageert en de hem in verband hiermee voorgeschreven medicijnen niet inneemt. Ook zouden de ouders de hun geboden hulp weigeren. De raad maakt voorts melding van een grote familievete tussen enerzijds [de biologische vader van de moeder] en de vader en anderzijds de grootmoeder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.