RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht zaaknr: 327156 CV EXPL 09-1239 Vonnis van 5 augustus 2009 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eisende partij], gevestigd en kantoorhoudend te [woonplaats], eisende partij, verder te noemen [eisende partij], gemachtigde: mr. I. Isenborghs, D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Roermond, tegen: [gedaagde partij], wonend te [adres], gedaagde partij, verder te noemen [gedaagde partij], gemachtigde: mr. M.M.A. Straatman-Selij, advocaat te Maastricht. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Door partijen zijn achtereenvolgens de navolgende processtukken gewisseld: -exploot van dagvaarding d.d. 19 februari 2009 met producties; -conclusie van antwoord; -conclusie van repliek met producties; -conclusie van dupliek. Daarna is vonnis bepaald, op heden. MOTIVERING [eisende partij] vordert veroordeling van [gedaagde partij] om, aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen: 1. een bedrag van € 5.000,--; 2. de wettelijke rente over genoemd bedrag vanaf 5 september 2008 tot de dag van algehele voldoening; 3. een bedrag van € 714,-- voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten; 4. de kosten van het geding. Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, mede aan de hand van de overgelegd producties, het navolgende vast. [gedaagde partij] is van 22 april 2002 tot 22 september 2008 bij [eisende partij] in dienst geweest in de functie van onderhoudsschilder tegen een bruto uurloon van laatstelijk € 14,86. Deze arbeidsovereenkomst is met ingang van 22 september 2008 geëindigd. Op 29 augustus 2008 hebben partijen twee overeenkomsten ondertekend. In een overeenkomst verklaren beide partijen: “Werknemer heeft in de periode van 5 april 2008 tot 13 augustus 2008 onrechtmatig gebruik gemaakt van de bestelauto van de zaak welke hem ter beschikking is gesteld door werkgever. Bovendien is uit de rittenregistratie onomstotelijk komen vast te staan dat er regelmatig minder is gewerkt dan op de werkstaten is ingevuld.” Werknemer en werkgever komen heden overeen dat mocht een van genoemde feiten nogmaals worden geconstateerd door werkgever er direct ontslag op staande voet volgt.” In de andere overeenkomst komen partijen overeen: “De heer [gedaagde partij], geboren op [1978] en wonende [adres] hierna te noemen de schuldenaar Verklaart wegens onrechtmatig verkregen loon / niet gewerkte uren en privé gebruik bedrijfsauto schuldig te zijn aan: [eisende partij], gevestigd [adres] hierbij vertegenwoordigd door de directeur de heer [eisende partij], hierna te noemen schuldeiser De som van € 5.000,-- zegge vijfduizend euro. Over de hoofdsom is de wettelijke rente verschuldigd indien betaling niet binnen 1 week na heden plaatsvindt.” [eisende partij] vordert thans nakoming van [gedaagde partij] van genoemde overeenkomst (“schuldbekentenis”). [gedaagde partij] daarentegen stelt dat zowel de vaststellingsovereenkomst als de schuldbekentenis van 29 augustus 2008 tot stand zijn gekomen “doordat hij zich bedreigd voelde vanwege het aangezegde onmiddellijke ontslag bij niet-ondertekenen dan wel door misbruik van omstandigheden” omdat hij zich ten opzichte van de overige gesprekspartners op 29 augustus 2008 in een volstrekt afhankelijke situatie bevond en op grond van zijn onervarenheid is bewogen om de litigieuze stukken te ondertekenen. [eisende partij] stelt daartegenover in voorgezet debat dat er van een dreigende houding of anderszins het onder druk zetten van [gedaagde partij] tijdens het onderhoud op 29 augustus 2008 geen sprake is geweest. Voorts voert [eisende partij] nog aan dat door [gedaagde partij] ook niet wordt onderbouwd dat de overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.