← Nederland

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0149

RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht zaaknummer: 320215 CV EXPL 09-108 typ: MO vonnis van 12 augustus 2009 in de zaak van Lindorff Purchase B.V., voorheen genaamd Transfair Purchase B.V., statutair gevestigd te Zwolle, verder ook te noemen: Lindorff, eisende partij, gemachtigden: F.G.C. Vaessen en J.A.P.M. Kerckhoffs, deurwaarders te Sittard-Geleen, tegen [gedaagde], wonend te [adres], verder ook te noemen: [gedaagde], gedaagde partij, gemachtigde: mr. M.M.F. Starmans, advocaat te Heerlen (toevoeging [nummer]). VERLOOP VAN DE PROCEDURE Lindorff heeft bij dagvaarding van 17 december 2008 een vordering ingesteld tegen [gedaagde]. Aan het exploot van dagvaarding was een bijlage gehecht die noch van een geautoriseerde verwijzing, noch van een inhoudelijke toelichting was voorzien. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. Lindorff heeft vervolgens voor repliek geconcludeerd, waarbij alsnog een omvangrijke set producties (in fotokopievorm) is ingebracht. Bedoelde conclusie, die wel aan Lindorff is toegerekend, was afkomstig van een nimmer als gemachtigde aangemelde derde (“mw. E.G. Boenink”). Hoewel zij daartoe naar behoren in de gelegenheid is gesteld, heeft [gedaagde] – na gevraagd en verkregen uitstel – hier niet meer op gereageerd (ook niet in de vorm van een verzoek om verder uitstel). Hierna is uitspraak bepaald. MOTIVERING [gedaagde] is door de griffier bij een niet-geretourneerde dienstbrief van 18 juni 2009 uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld mondeling en/of schriftelijk te reageren op de conclusie van repliek van de wederpartij. [gedaagde] heeft echter nagelaten te reageren en heeft evenmin verder uitstel voor een dergelijke reactie verzocht. Het aanvankelijk gevoerde verweer is in de repliek gemotiveerd weersproken en de vordering is daarbij door Lindorff, mede aan de hand van producties, nader onderbouwd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat aan het oorspronkelijke verweer, als [gedaagde] dit al heeft willen handhaven, moet worden voorbijgegaan. Het had op de weg gelegen van [gedaagde] – die zich immers van rechtsbijstand door een deskundig te achten advocaat had voorzien – om gedetailleerd in te gaan op de conclusie van repliek, nu de inhoud daarvan zeker tot aanvullende stellingname of tot toespitsing van het verweer aanleiding gaf. Met name heeft [gedaagde] aldus de mogelijkheid voorbij laten gaan nader in te gaan op inhoudelijke kwesties als de cessie, de overeenkomsten met T-Mobile Netherlands B.V. (Ben Nederland B.V.) die op haar naam zijn gesteld, de toepasselijkheid en de bindendheid van specifieke algemene voorwaarden, inhoud, omvang en ontvangst van (bepaalde) facturen, het intreden van betalingsverzuim, de ontbinding en de deswege verschuldigde (althans in rekening gebrachte) schadevergoeding en de vraag of en – zo ja – welke vermogensschade op de voet van artikel 6:96 lid 2 aanhef en sub c BW op haar kan worden verhaald. De oorspronkelijke vordering wordt in het geheel toegewezen, met verwijzing tevens van [gedaagde] als in het ongelijk gestelde partij in de aan de zijde van Lindorff gevallen proceskosten. Ten aanzien van die kosten ziet de kantonrechter zich door de wijze van procederen genoodzaakt Lindorff slechts een aanzienlijk gereduceerd gemachtigdesalaris toe te scheiden: door terstond bij exploot haar vordering op behoorlijke wijze te substantiëren en van bewijs(-indicaties) te voorzien, had zij [gedaagde] en haar gemachtigde veel eerder inzicht in opbouw en grondslagen van de vordering kunnen en moeten verschaffen. BESLISSING Veroordeelt [gedaagde] om aan Lindorff tegen bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 1.783,23 met de bedongen rente over een bedrag van € 1.278,37 vanaf 17 december 2008 tot de datum van algehele voldoening. Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Lindorff tot de datum van dit vonnis begroot op € 372,59, waarin begrepen een bedrag van € 100,= aan salaris gemachtigde. Wijst het meer of anders gevorderde af. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter te Maastricht, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken ter zitting van woensdag 12 augustus 2009.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.