← Nederland

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0179

RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht zaaknummer: 330538 CV EXPL 09-1758 typ: MO vonnis van 12 augustus 2009 in de zaak van RWE Obragas N.V., statutair gevestigd te Helmond, verder ook te noemen: RWE, eisende partij, gemachtigde: J.A.P.M. Kerckhoffs, deurwaarder te Sittard-Geleen; tegen [gedaagde], wonend te [adres], verder ook te noemen: [gedaagde], gedaagde partij, in persoon procederend. VERLOOP VAN DE PROCEDURE RWE heeft bij dagvaarding van 6 april 2009 een vordering ingesteld tegen [gedaagde] en heeft aan het exploot van dagvaarding een niet toegelichte “specificatie” gehecht. In het exploot is op twee plaatsen een ongeautoriseerde (handgeschreven) toevoeging geplaatst. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord onder overlegging van een productie. RWE heeft vervolgens via een niet als zodanig aangemelde “gemachtigde” (een zekere mr. P.I. Bol) voor repliek geconcludeerd onder toevoeging van een meervoudige productie (die verder niet of nauwelijks is toegelicht). Bedoeld processtuk zal wel aan RWE worden toegerekend. [gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd. Hierna is uitspraak bepaald. MOTIVERING VAN DE BESLISSING [gedaagde] is door de griffier bij een niet-geretourneerde dienstbrief van 17 juni 2009 uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld mondeling en/of schriftelijk te reageren op de conclusie van repliek van de wederpartij. [gedaagde] heeft echter nagelaten te reageren en heeft evenmin uitstel voor een dergelijke reactie verzocht. Het aanvankelijk gevoerde verweer is in de repliek gemotiveerd weersproken en de vordering is daarbij door RWE, mede aan de hand van producties, nader onderbouwd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat aan het oorspronkelijke verweer, als [gedaagde] dit al heeft willen handhaven, moet worden voorbijgegaan. Het had op de weg gelegen van [gedaagde] om gedetailleerd in te gaan op de conclusie van repliek, nu de inhoud daarvan zeker tot aanvullende stellingname of tot toespitsing van het verweer aanleiding gaf. De oorspronkelijke vordering wordt voor wat betreft de hoofdsom en de rente toegewezen, met veroordeling tevens van [gedaagde] als grotendeels in het ongelijk gestelde partij tot betaling van de aan de zijde van RWE gevallen proceskosten. Afgewezen wordt echter de post “buitengerechtelijke kosten” ad € 150,=, omdat deze volstrekt ondeugdelijk en ontoereikend is gepresenteerd. De in het geheel onbesproken gelaten bijlage van het exploot dient buiten beschouwing te worden gelaten, omdat daarnaar in het exploot geen behoorlijke verwijzing heeft plaatsgevonden. Mede daarom heeft RWE omtrent aan de procedure voorafgegane werkzaamheden en daarmee gemoeide kosten onvoldoende (gespecificeerd en gemotiveerd) gesteld om daaruit te kunnen concluderen dat werkzaamheden zijn verricht en kosten zijn gemaakt die de normale voorbereiding van een gerechtelijke procedure te buiten gaan. Daarmee is niet komen vast te staan dat de door eisende partij bedoelde werkzaamheden en kosten verder strekten dan de verrichtingen en kosten waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv. een voorziening geven. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden afgewezen. BESLISSING Veroordeelt [gedaagde] om aan RWE tegen bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 1.352,43 met de verdere wettelijke rente over een bedrag van € 1.252,35 vanaf 6 april 2009 tot de datum van algehele voldoening. Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van RWE tot de datum van dit vonnis begroot op € 582,64, waarin begrepen een bedrag van € 300,= aan salaris gemachtigde. Wijst het meer of anders gevorderde af. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter te Maastricht, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken ter zitting van woensdag 12 augustus 2009.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.