RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht zaaknr: 334867 CV EXPL 09-2364 typ: MO vonnis van 11 november 2009 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ORANGE NL BREEDBAND B.V., voorheen h.o.d.n. WANADOO NEDERLAND B.V., gevestigd en kantoorhoudend te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: Orange, gemachtigden: J.H.L. Sinkiewicz, deurwaarder te Maastricht en mr. P.L.J.M. Guineé, adviseur te Den Haag (ten kantore van Intrum Justitia Nederland B.V.) tegen [gedaagde] wonend te [adres], gedaagde partij, verder te noemen: [gedaagde], in persoon procederend. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Orange heeft bij dagvaarding van 15 mei 2009 een vordering ingesteld tegen [gedaagde] en heeft zich daarvoor mede beroepen op een aan het exploot van dagvaarding gehechte productie. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. Orange heeft voor repliek geconcludeerd onder verwijzing naar twee (deels meervoudige) producties. [gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd. Hierna is uitspraak bepaald. MOTIVERING Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert Orange de veroordeling van [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 841,48, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2009 tot de dag van algehele voldoening, onder verwijzing van [gedaagde] in de kosten van het geding. De vordering is als volgt opgebouwd: € 643,02 hoofdsom (niet-betaalde facturen ter zake telecommunicatie) € 48,46 vervallen wettelijke rente tot 1 mei 2009 € 150,00 vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Ter onderbouwing van haar vordering voert Orange aan dat [gedaagde] “zich heeft aangemeld” om tegen betaling gebruik te maken van diensten van Orange, bestaande in het verlenen van toegang tot het internet en tot enige door of namens Orange te leveren informatiediensten. Op deze overeenkomst acht Orange de ‘algemene voorwaarden Orange Nederland Breedband B.V.’ van toepassing. [gedaagde] heeft ondanks diverse betalings-herinneringen nagelaten de achterstanden in de betaling van de facturen te voldoen. Orange vordert naast de hoofdsom wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] erkent bij antwoord (impliciet) dat hij met Orange een overeenkomst betreffende telecommunicatie is aangegaan. Hij betwist echter de verschuldigdheid van de abonnements-kosten, omdat hij deze overeenkomst heeft ‘opgezegd’. [gedaagde] stelt dat hij na deze opzegging een abonnement bij een andere provider heeft aangevraagd, omdat hij ervan uitging dat het abonnement met Orange niet meer bestond. [gedaagde] voert aan dat hij niet op de correspondentie van Orange heeft kunnen reageren, omdat hij regelmatig in het ziekenhuis heeft gelegen. In voortgezet debat betwist Orange dat [gedaagde] de overeenkomst (telefonisch) heeft opgezegd en legt ter onderbouwing van deze betwisting een “registratie” van abonnee-contacten over, waarin geen melding van een dergelijke opzegging wordt gemaakt. Orange onderbouwt haar vordering vervolgens met facturen en specificaties. Orange betoogt dat een deel van de vordering in hoofdsom ziet op niet-betaalde gesprekskosten. Het overige deel van de hoofdsom ziet op vergoeding van de na ontbinding van de overeenkomst “resterende abonnementstermijnen” ter compensatie van de schade die Orange stelt door de ontbinding te hebben geleden. [gedaagde] is door de griffier bij een niet-geretourneerde dienstbrief van 17 september 2009 uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld mondeling en/of schriftelijk te reageren op de conclusie van repliek van de wederpartij. [gedaagde] heeft echter nagelaten te reageren en heeft evenmin uitstel voor een dergelijke reactie verzocht. Vaststaat dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen en enige tijd heeft bestaan. Beiden partijen hebben aangevoerd dat deze overeenkomst op enig moment is beëindigd. [gedaagde] heeft echter niet gepreciseerd, laat staan onderbouwd, dat, wanneer (eerder dan de datum waarop Orange de overeenkomst heeft ontbonden) en ten opzichte van wie hij de overeenkomst heeft opgezegd. Uit de facturen en de specificaties blijkt dat [gedaagde] gedurende de maanden oktober, november en december 2007 gebruik heeft gemaakt van de telefoondiensten van Orange. [gedaagde] heeft erkend dat hij “correspondentie van Orange” heeft ontvangen en heeft niet van de mogelijkheid gebruikgemaakt om bij dupliek de inhoud van de door Orange overgelegde facturen te betwisten. [gedaagde] is derhalve de abonnementskosten over deze maanden (gefactureerd op respectievelijk 1 november 2007, 1 december 2007 en 1 januari 2008) voor een totaalbedrag van € 126,07 verschuldigd. Wat betreft de gevorderde hoofdsom resteert dan ter beoordeling nog een bedrag van € 516,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.