← Nederland

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK6805

RECHTBANK MAASTRICHT Sector Civiel Datum uitspraak: 16 december 2009 Zaaknummer: 127955 / S RK 08-349 De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake: [naam verzoekster], verzoekster, verder te noemen: de vrouw, [woonplaats vrouw], advocaat mr. R.F. Cohen, en: [naam wederpartij], wederpartij, verder te noemen: de man, [woonplaats man], geen advocaat. Wederom gezien de stukken, waaronder thans ook een door deze rechtbank tussen partijen gegeven en op 28 januari 2009 uitgesproken beschikking.

  1. Verder verloop van de procedure Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank de beslissing over de verdeling van de door de vrouw gestelde huwelijksgemeenschap aangehouden in afwachting van nadere informatie van de vrouw. De vrouw heeft hiertoe op 6 maart 2009 een aanvullend verzoekschrift ingediend dat op 11 maart 2009 is betekend aan de man. Door de man is geen verweerschrift ingediend.
  2. Verdere beoordeling De rechtbank verwijst naar wat in voormelde beschikking is overwogen en beslist. De rechtbank dient dus nog te beslissen over het nevenverzoek tot bevel verdeling van de door de vrouw gestelde huwelijksgemeenschap tussen partijen. Allereerst dient de rechtbank te onderzoeken welk recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime van partijen. Partijen zijn gehuwd op 26 oktober
  3. Het toepasselijke recht op het huwelijksgoederenregime wordt daarom beheerst door het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978, hierna te noemen het Verdrag. Op grond van artikel 4 lid 2 sub a van dit Verdrag wordt het huwelijksvermogensregime van echtgenoten met dezelfde nationaliteit beheerst door het interne recht van de Staat van hun gemeenschappelijke nationaliteit, indien die Staat niet partij is bij het Verdrag, terwijl volgens zijn internationaal privaatrecht zijn interne recht van toepassing is en de echtgenoten hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk vestigen in een staat die de in artikel 5 bedoelde verklaring heeft afgelegd. Partijen hebben beiden de Griekse nationaliteit. Griekenland is niet aangesloten bij het Verdrag. Naar Grieks internationaal privaatrecht (artikel 14 juncto 15 Grieks Burgerlijk Wetboek) worden de vermogensrechtelijke betrekkingen tussen echtgenoten beheerst door het recht dat hun persoonlijke betrekkingen direct na het huwelijk regelt. Nu partijen bij het huwelijk en nog steeds beiden de Griekse nationaliteit hebben, worden hun vermogensrechtelijke betrekkingen naar Grieks internationaal privaatrecht beheerst door Grieks recht. Nederland is aangesloten bij het Verdrag en heeft de in artikel 5 van het Verdrag bedoelde verklaring afgelegd. Nederland hanteert daarmee het nationaliteitsbeginsel wat inhoudt dat de aanknoping in het huwelijksvermogensrecht primair door de nationaliteit van de echtgenoten plaatsvindt. De vrouw heeft ten slotte bij aanvullend verzoekschrift gesteld dat het eerste huwelijksdomicilie van partijen in Nederland is gelegen. Volgens de vrouw zijn partijen slechts naar Griekenland gegaan voor de huwelijkssluiting. De man heeft deze stelling van de vrouw niet weersproken. Hoewel uit de overgelegde uittreksels van de gemeentelijke basisadministratie niet is gebleken dat partijen zich direct na het huwelijk in Nederland hebben gevestigd, zal de rechtbank gezien het onweersproken standpunt van de vrouw ervan uitgaan dat het eerste huwelijksdomicilie van partijen in Nederland gelegen is. Uit het bovenstaande concludeert de rechtbank dat de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk van partijen worden beheerst door Grieks recht. Op het verzoek van de vrouw tot bevel verdeling is daarom Grieks recht van toepassing. Volgens het Griekse recht ontstaat er door huwelijk geen huwelijksgemeenschap tussen partijen. De rechtbank acht het echter wel aannemelijk dat partijen tijdens het huwelijk door gemeen-schappelijke aankoop gemeenschappelijke goederen hebben verkregen. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook toewijzen voor zover er gemeenschappelijke goederen aanwezig zijn.
  4. Beslissing De rechtbank: Beveelt de verdeling van de aan partijen gemeenschappelijk toebehorende goederen, voor zover aanwezig, welke verdeling dient te geschieden ten overstaan van een notaris. Benoemt, indien partijen geen andere notaris zijn overeengekomen, mr. H.A.G.G. Knops te Heerlen, dan wel zijn plaatsvervanger als die ten overstaan van wie de verdeling zal plaatsvinden, zulks op tijd en plaats als door de gekozen, respectievelijk benoemde notaris te bepalen. Benoemt mr. S.J.H. Koonen, kandidaat-notaris te Heerlen, tot onzijdig persoon om de man bij de verdeling te vertegenwoordigen, indien deze zou weigeren of in gebreke zou blijven voor de notaris te verschijnen of medewerking aan de verdeling te verlenen. Verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. W.M.A.E. Cornuit, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2009 in tegenwoordigheid van de griffier. VH/PA

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.