← Nederland

ECLI:NL:RBMAA:2009:BK6873

RECHTBANK MAASTRICHT Sector strafrecht Parketnummer : 03/702619-09 Datum uitspraak : 16 december 2009 Tegenspraak Uitspraak ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de rechtbank Maastricht, meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen: [naam verdachte], geboren te [geboortegegevens verdachte], wonende te [adresgegevens verdachte].

  1. De vordering De officier van justitie heeft ontneming gevorderd van € 1.484.853,-.
  2. Onderzoek van de zaak Het onderzoek heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 december
  3. De officier van justitie heeft ter zitting de vordering gematigd tot een bedrag van € 1.397.823,-. Van de zijde van [naam verdachte], voornoemd, bijgestaan door mr. J.W.E.M. Guzik, advocaat te Roermond is afwijzing van de vordering bepleit, nu er geen sprake is van enig wederrechtelijk verkregen voordeel, subsidiair wegens het ontbreken van enige draagkracht. De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het vonnis van de rechtbank Roermond d.d. 16 december 2009 in de zaak met parketnummer 03/702619-09, waarbij [naam verdachte] voornoemd is veroordeeld kort gezegd wegens verduistering en valsheid in geschrift.
  4. Beoordeling van de vordering De rechtbank overweegt dat de strafzaak, met de onderhavige ontnemingsvordering, verband houdt met een civiele kwestie tussen [naam verdachte] en [E.]. Uit het dossier is gebleken dat er al een aantal civiele procedures is gevoerd en dat thans een bodemprocedure aanhangig is tussen voornoemde partijen. In deze civiele kwestie stellen beide partijen over en weer op elkaar vorderingen te hebben. Daarnaast is intussen het deurwaarderskantoor [naam deurwaarderskantoor], waarvan [naam verdachte] enig directeur/aandeelhouder was, in staat van faillissement verklaard en is de curator doende om de boedel in kaart te brengen en af te wikkelen. Er is derhalve grote onzekerheid over de uiteindelijke financiële uitkomst van procedures met betrekking tot de vorderingen over en weer en het faillissement, waardoor de rechtbank op basis van de vordering die thans aan haar voorligt niet tot een reële en rechtens aanvaardbare schatting kan komen, zodat het wederrechtelijk voordeel moet worden gesteld op nihil. Beslissing De rechtbank stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op nihil. Deze uitspraak is gegeven door L.J.A. Crompvoets, M.B.T.G. Steeghs en E.A.M. van Oorschot, rechters, van wie M.B.T.G. Steeghs voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.W.G. Roebroek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december
  5. RECHTBANK MAASTRICHT Aanvulling van de bewijsmiddelen inzake de uitspraak ex artikel 36e , lid 1, van het Wetboek van strafrecht in de zaak tegen: [naam verdachte], geboren te [geboortegegevens verdachte], wonende te [adresgegevens verdachte]. Aangevuld door de rechtbank en ondertekend door de voorzitter. Datum: M.B

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.