RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht zaaknr: 331380 CV EXPL 09-1876 typ: MO vonnis van 16 december 2009 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE MEERSSEN, zetelend te Meerssen, eisende partij in conventie, verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie, verder te noemen: de gemeente, gemachtigde: mr. J.J.M. Goumans, advocaat te Maastricht tegen [gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie], wonend te [woonplaats], gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie, verder te noemen: [gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie], gemachtigde: mr. J.L.E. Marchal, advocaat te Maastricht (toevoeging [nummer]). VERLOOP VAN DE PROCEDURE Verwezen wordt naar het op 4 november 2009 in deze zaak tussen partijen gewezen tussenvonnis, waarbij – onder meer – de gemeente uitgenodigd is zich uit te laten over een in het vooruitzicht gestelde vergoeding ten gunste van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie]. De gemeente heeft van deze gelegenheid gebruikgemaakt en heeft op 17 november 2009 een akte genomen. Hierna is wederom uitspraak bepaald. MOTIVERING in conventie Bij tussenvonnis van 4 november 2009 is overwogen dat er een wettelijke grond aanwezig is voor het eindigen van de huur en voor vaststelling van een tijdstip waarop de onderhavige huurovereenkomst zal eindigen, met de veroordeling van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie] tot ontruiming van de tot dusver gehuurde standplaats. Tevens is het voornemen kenbaar gemaakt om een door de gemeente te betalen financiële tegemoetkoming van € 5.000,00 aan de ontruiming te verbinden bij wijze van tegemoetkoming in de verhuis- en (her)inrichtingskosten van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie]. In verband met dit laatste is aan de gemeente op grond van art. 7:275 BW een termijn gegund om de huuropzegging desgewenst in te trekken. De gemeente heeft vervolgens bij akte te kennen gegeven de huuropzegging niet in te trekken en bereid te zijn de vergoeding van € 5.000,00 te betalen. De kantonrechter zal het tijdstip waarop de onderhavige huurovereenkomst eindigt en waarop de standplaats dient te zijn ontruimd, vaststellen op 1 april 2010, met toekenning aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie] van een ten laste van de gemeente komende financiële tegemoetkoming van € 5.000,00 voor verhuis- en inrichtingskosten. De gevorderde dwangsom wordt toegewezen tot een in totaal te verbeuren maximaal bedrag van € 10.000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.