RECHTBANK MAASTRICHT Sector Bestuursrecht Voorzieningenrechter Procedurenummer: AWB 10 / 234 Uitspraak in het geding tussen [verzoeker], wonend te Maastricht, verzoeker, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, verweerder. Datum bestreden besluit: 5 januari 2010 Kenmerk: 2009-50086 1. Procesverloop Verzoeker heeft bezwaar gemaakt bij verweerder tegen het in de aanhef van deze uitspraak vermelde besluit. Verzoeker heeft ten aanzien van dit besluit bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ingediend. Met toepassing van artikel 8:26, eerste lid, van de Awb heeft de rechtbank Bread & Delicious V.O.F. (hierna: Bread & Delicious) in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen, van welke gelegenheid zij gebruik heeft gemaakt. Verweerder heeft de stukken die op de zaken betrekking hebben aan de rechtbank gezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2010. Verzoeker is in persoon verschenen, vergezeld van zijn echtgenote, en bijgestaan door zijn gemachtigde F.H. Eijmaal, advocaat te Maastricht. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegen¬woordigen door M.E.J.M. Vorstermans-Rompelberg, J.H.A. Rulkens en J.J.H.L. Segers, allen werkzaam voor de gemeente Maastricht. Namens Bread & Delicious is verschenen E. Beek, bijgestaan door J.J.M. Goumans, advocaat te Maastricht. 2. Overwegingen In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat, indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover de toetsing aan het in dit artikel neergelegde criterium meebrengt, dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voor¬lopig karakter en is dat niet bindend in die procedure. De voorzieningenrechter ziet geen beletsel verzoeker in zijn verzoek ex artikel 8:81 van de Awb te ontvangen. Ook de vereiste spoed acht de voorzieningenrechter in genoegzame mate aangetoond. Tot het treffen van een voorlopige voorziening zal in het algemeen slechts aanleiding bestaan indien op grond van de beschikbare gegevens moet worden geoordeeld dat zonder die voorziening het voor verzoeker uit het bestreden besluit voortkomend nadeel onevenredig is in verhouding tot het met dat besluit te dienen belang. Nu de voorzieningenrechter aan de zijde van verzoeker een bepaald spoedeisend belang aanwezig acht en derhalve niet reeds op voorhand kan worden geconcludeerd dat hij zonder enig nadeel een beslissing op bezwaar kan afwachten, is het antwoord op de vraag of sprake is van enig nadeel dat behoort te worden voorkomen door het treffen van een voorlopige voorziening in belangrijke mate mede afhankelijk van een voorlopig oordeel omtrent de vraag of het bestreden besluit als zodanig in een eventuele hoofdzaak zal kunnen worden gehandhaafd. Dienaangaande wordt overwogen als volgt. Naar aanleiding van een ingediend initiatief bouwplan door Bread & Delicious voor het starten van een brood- en banketbakkerij met horeca-activiteiten in het pand [adres] te Maastricht, heeft verweerder bij brief van 29 mei 2009 aan Bread & Delicious medegedeeld dat het plan strijdig is met het geldende bestemmingsplan “Sint Maartenspoort-Wyck”. Verweerder heeft voorts aangegeven niet voornemens te zijn om een ontheffingsprocedure op grond van artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) te volgen. Verweerder heeft met name bedenkingen tegen de horeca-activiteiten. Bovendien dienen de koelinstallaties op het dak te voldoen aan redelijke eisen van welstand en qua geluidproductie aan het Activiteitenbesluit en zijn de installaties bouwvergunning¬plichtig. Verweerder heeft voorts aangegeven dat hij de koelinstallaties niet kan toetsen wegens gebrek aan informatie. Op 1 juli 2009 is Bread & Delicious begonnen met zijn bedrijf. Bij een controle door ambtenaren van verweerders gemeente op 1 juli 2009 is onder meer geconstateerd dat zonder de vereiste bouwvergunning airco units, koelinstallaties en uitmondingen van rookgas zijn gebouwd. Bij brief van 9 juli 2009 – verzonden 13 juli 2009 – heeft verweerder een voornemen tot last onder dwangsom aan Bread & Delicious toegezonden ten aanzien van het strijdige gebruik van het pand met het geldende bestemmingsplan. Bij brief van 1 juli 2009 – verzonden 31 juli 2009 – is aan Bread & Delicious het voornemen kenbaar gemaakt om een last onder dwangsom op te leggen ten aanzien van het bouwen zonder vergunning. Vervolgens heeft verzoeker bij brief van 10 augustus 2009 verweerder verzocht om handhavend op te treden ten aanzien van het gebruik van het pand [adres]. Volgens verzoeker zijn zowel de bakkerij-activiteiten als de horeca-activiteiten in voornoemd pand in strijd met het geldende bestemmingsplan. Daarnaast voldoen naar de mening van verzoeker de installaties op het dak niet aan de redelijke eisen van welstand. Verzoeker geeft aan geluid-, geur- en lichtoverlast te ondervinden door de bakkerij-activiteiten. Bij brieven van 27 augustus 2009 en 23 september 2009 en een emailbericht van 14 oktober 2009 is van de zijde van verzoeker verzocht om een inhoudelijke reactie op zijn verzoek om handhaving. Bij brief van 19 oktober 2009 heeft verweerder verzoeker op de hoogte gesteld over de stand van zaken ten aanzien van zijn handhavingsverzoek. Verweerder heeft in voornoemde brief aangegeven dat de gemeente bezig is met een legalisatie-onderzoek. Bij brief van 30 november 2009 heeft verzoeker een bezwaarschrift ingediend tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag. Bij het thans bestreden besluit van 5 januari 2010 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op verzoekers verzoek om handhaving en dit verzoek afgewezen. Verweerder heeft alle belangen tegen elkaar afgewogen en zich op het standpunt gesteld dat het belang van Bread & Delicious (het voortzetten van hun bedrijfsactiviteiten) dient te prevaleren boven het belang van verzoeker. De volgende elementen spelen volgens verweerder bij de belangenafweging een rol: “- er is weliswaar geen concreet zicht op legalisering doch de mogelijkheid van legalisering is reëel aanwezig: er is een positief advies van de werkgroep horeca en voor de milieuoverlast zijn oplossingsrichtingen aangedragen; - de strijdigheid met het bestemmingsplan is niet gelegen in de (hinder veroorzakende) bakactiviteiten maar in het gebruik voor horecadoeleinden; - het belang van bezwaarmaker om gevrijwaard te zijn van stank- en geluidsoverlast is een te respecteren belang; - het pand heeft altijd een bedrijfsfunctie gehad (ovens e.d. waren aanwezig); - de belangen van Bread & Delicious bij het kunnen voortzetten van hun bedrijfsactiviteiten zijn groot. Hun bereidheid bij het legaliseren van de situatie en het doorvoeren van wijzigingen (bijvoorbeeld ten aanzien van de airco’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.