RECHTBANK MAASTRICHT Sector strafrecht parketnummer: 03/700212-10 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 juli 2010 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats/datum], wonende te [adres], thans gedetineerd in P.I. Limburg Zuid – De Geerhorst te Sittard. Raadsman is mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat te Maastricht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 juli 2010, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: heroïne en cocaïne heeft vervoerd; Feit 2: samen met anderen heroïne, cocaïne, MDMA en metamfetamine aanwezig heeft gehad; Feit 3: samen met anderen hennep en hasjiesj aanwezig heeft gehad; Feit 4: samen met anderen een wapen en munitie voorhanden heeft gehad. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting een kopie overgelegd van een brief van het Openbaar Ministerie aan de raadsman, waarin is uitgelegd dat hulpofficier van justitie [J.C.] gedurende een bepaalde periode, onder meer ten tijde van de aanhouding van verdachte, niet bevoegd was in deze functie. Naar de mening van de officier van justitie heeft dit geen gevolgen voor het door deze hulpofficier gegeven bevel tot onderzoek aan het lichaam of de kleding van verdachte. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht verdachte integraal vrij te spreken, nu de hulpofficier van justitie ten tijde van het geven van het bevel tot onderzoek aan lichaam en kleding als bedoeld in artikel 56 van het Wetboek van Strafvordering, onbevoegd was. De doorzoeking in de woning van verdachte heeft plaatsgevonden op grond van hetgeen in de kleding van verdachte is aangetroffen. Alle verdovende middelen en het wapen en de munitie zijn daardoor onrechtmatig verkregen en dienen te worden uitgesloten van het bewijs. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Op 13 april 2010 zagen verbalisanten [L.] en [V.] verdachte, die hen ambtshalve bekend is als verkoper van verdovende middelen, met zijn auto vertrekken bij een pand dat hen –eveneens ambtshalve– bekend is als “drugspand”. De verbalisanten volgden verdachte in een onopvallende dienstvoertuig, zagen dat hij elders contact legde met een (verder onbekend gebleven) persoon en daarna weer verder reed met zijn auto. Daarop hebben verbalisanten verdachte een stopteken gegeven, waaraan verdachte voldeed. De verbalisanten hebben verdachte aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet en hebben vervolgens een onderzoek ingesteld in het voertuig en aan de kleding van verdachte. Daarbij zijn geen verdovende middelen aangetroffen. Diezelfde dag heeft inspecteur van politie [J.C.], tevens hulpofficier van justitie (maar naar thans blijkt op dat moment dus niet bevoegd), op het politiebureau bepaald dat verdachte aan zijn lichaam en kleding werd onderzocht. Daarbij zijn in de onderbroek van verdachte verdovende middelen aangetroffen. Deze ontdekking was, zo blijkt uit het proces verbaal van bevindingen van de verbalisanten [H.] en [V.] d.d. 15 april 2010, de grond voor een doorzoeking in de woning van verdachte. De spoedzoeking vond plaats op 13 april 2010 en daarbij zijn grote hoeveelheden verdovende middelen, een vuurwapen en munitie aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat artikel 56 van het Wetboek van Strafvordering geen ruimte biedt aan een ander dan de officier van justitie of de hulpofficier van justitie om een onderzoek aan het lichaam of de kleding van een verdachte te bevelen. Nu de hulpofficier van justitie, die in deze zaak dit bevel heeft gegeven, onbevoegd hiertoe was, is het bij verdachte aangetroffen bewijs van bezit van verdovende middelen onrechtmatig verkregen. Nu op grond van dit onrechtmatig verkregen bewijs vervolgens de spoedzoeking heeft plaatsgevonden in de woning van verdachte, waarbij al het overige bewijs voor de ten laste gelegde feiten is gevonden, dient ook dit gekwalificeerd te worden als onrechtmatig verkregen bewijs. Al het bewijsmateriaal in deze zaak is derhalve door een onherstelbaar verzuim van vormen verkregen en dient naar het oordeel van de rechtbank te worden uitgesloten van het bewijs. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van alle aan hem ten laste gelegde feiten. 4 Het beslag De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen met de nummers 1, 2, 34, 37 en 38 verbeurd te verklaren en de nummers 3 tot en met 33, 35, 36 en 39 te onttrekken aan het verkeer. De raadsman heeft verzocht de in beslag genomen voorwerpen met de nummers 1, 2 en 34 aan verdachte terug te geven. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank overweegt als volgt. Nu verdachte zal worden vrijgesproken van alle aan hem ten laste gelegde feiten, zal de rechtbank de verdovende middelen (nr. 3 tot en met 33, 35 en 36), de weegschaal (nr. 34), de toilettas (nr. 37) en de doos (nr. 38) onttrekken aan het verkeer op grond van het bepaalde in artikel 13a van de Opiumwet. De rechtbank heeft bij haar beslissing deze voorwerpen als een gezamenlijkheid van voorwerpen opgevat, waarop het voorgaande van toepassing is. Bij gelegenheid van het onderzoek naar het misdrijf waarvoor de verdachte is vervolgd, zijn een wapen en munitie (nr. 39) in beslag genomen. Zij behoren aan de verdachte toe, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Uit de aard van de voorwerpen volgt dat zij kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven. Deze voorwerpen zullen aan het verkeer worden onttrokken. De in beslag genomen voorwerpen met de nummers 1 en 2 behoren verdachte toe en kunnen aan hem worden teruggegeven. 5 De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten; - heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden; Beslag - verklaart aan het verkeer onttrokken de voorwerpen die op de als bijlage II aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 3 tot en met 39; - gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de bijlage II aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.