Rechtbank Maastricht – ECLI:NL:RBMAA:2010:BP1630
RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht Zaaknummer 393671 CV EXPL 10-4396 Vonnis van 22 december 2010 in de zaak van [eiser] en [eiseres], beiden wonend te Hendrik-Ido-Ambacht, verder ook te noemen: [eisende partij], eisende partij, gemachtigde: mr. R.A. Rila, medewerker ARAG-Nederland te Amsterdam / Leusden tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOMESTICUS LIMBURGENSIA HOLDING B.V., tevens handelend onder naam EURO TRAVEL CLUB, gevestigd en kantoorhoudend te (6271 BL) Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem, aan de Dorpsstraat 16, verder ook te noemen: ETC, gedaagde partij, in rechte verschenen (althans via correspondentie) bij [contactpersoon gedaagde partij].
VERLOOP VAN DE PROCEDURE [eisende partij] hebben ETC bij dagvaarding van 15 september 2010 in rechte betrokken voor een vordering zoals omschreven in het exploot van dagvaarding, tegelijk waarmee negen producties betekend zijn.
Namens ETC is ter eerst dienende datum door (kennelijk de heer) [contactpersoon gedaagde partij] schriftelijk geantwoord (bij het antwoord was geen schriftelijke machtiging gevoegd en [contactpersoon gedaagde partij] openbaarde ook niet zijn positie binnen ETC / Domesticus; er moet echter van worden uitgegaan dat hij tot antwoorden namens ETC bevoegd was).
Vervolgens hebben [eisende partij] gerepliceerd, waarop ETC niet meer gereageerd heeft (er is geen dupliek ingediend, noch is om uitstel verzocht).
Hierna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op vandaag gesteld is.
MOTIVERING a. het geschil [eisende partij] vorderen de veroordeling van ETC - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van € 1.114,96, nog te vermeerderen met de wettelijke rente over beide samenstellende bestanddelen van deze som vanaf 24 november 2009 tot de voldoening, onder verwijzing van ETC in de proceskosten.
Zij gronden de vorderingen - samengevat - op een vakantieboeking voor Egypte in de zomer van 2009, ter zake waarvan ETC te hunnen opzichte zodanige ‘fouten’ gemaakt heeft, dat zij haar aansprakelijk houden voor geleden materiële en immateriële schade tot een totaalbedrag van € 936,46, nog te vermeerderen met kosten van buitengerechtelijke werkzaamheden van de gemachtigde tot een forfaitair bedrag van € 178,50 en met wettelijke rente vanaf 24 november 2009, de datum waartegen zij ETC in gebreke gesteld hebben. [eisende partij] weerspreken in voortgezet debat gemotiveerd de tegenwerpingen van ETC zoals deze bij antwoord geformuleerd zijn.
Het verweer - in slechts één procesronde – komt erop neer dat de heer [contactpersoon gedaagde partij] namens ETC aansprakelijkheid afwijst omdat de bewuste reis ‘verzorgt’ is door ‘STALION travel te Egypte’ en ETC slechts bemiddeld heeft. Hij verwees hiertoe naar de voorwaarden (Algemene voorwaarden Euro Travel Club), met name artikel 11. Als de heer [werknemer gedaagde partij] ten aanzien van [eisende partij] toezeggingen gedaan heeft, was dit ‘uit persoonlijke titel’ dan wel slechts bedoeld als aanbod tot bemiddeling in de richting van ‘STALION’, zodat eisers in [contactpersoon gedaagde partij] opvatting dan maar contact met [werknemer gedaagde partij] zouden moeten opnemen. b. de feiten en omstandigheden Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, althans niet of ondeugdelijk weersproken, en mede op basis van de inhoud van in dit opzicht onbetwist gebleven producties staat tussen partijen het navolgende vast.
In de tweede plaats beroept zij zich ten onrechte op een bepaling in haar algemene voorwaarden die de reisorganisator ETC beoogt te vrijwaren van enigerlei aansprakelijkheid. Zoals [eisende partij] terecht bij repliek aangevoerd hebben, sluit artikel 7:513 BW een succesvol beroep op een dergelijke vrijwaring uit, omdat niet ten nadele van de reiziger van de hoofdregel van artikel 7:507 BW afgeweken mag worden (hetgeen de bewuste bepaling in de algemene voorwaarden vernietigbaar maakt en verzekert dat ETC er zich niet met vrucht op kan beroepen). In de derde plaats heeft ETC nagelaten in twijfel te trekken dat deze twee reizigers van de reis niet ‘ontvangen’ hebben wat zij redelijkerwijs mochten verwachten (de twee andere reizigers die kennelijk op basis van dezelfde boeking de reis meegemaakt hebben, zijn verder buiten beeld gebleven).
In de vierde plaats heeft ETC de diverse aangevoerde schadeposten naar aard en omvang niet aangevochten, zodat deze in beginsel toewijsbaar zijn, nu de aansprakelijkheid van ETC buiten twijfel staat.
Het voorgaande ontslaat de kantonrechter echter niet van de verplichting de afzonderlijke schadeposten summierlijk op gerechtvaardigdheid na te lopen en ook de onbetwist gebleven nevenvorderingen aan een marginale toets op rechtmatigheid en globale naleving van de gemotiveerde stelplicht te toetsen. Alsdan blijkt dat [eisende partij] de materiële schade naar behoren verantwoorden (bijbetaling excursies € 195,00 per persoon; taxikosten € 20,00; telefoonkosten € 26,46), maar dat zij het ‘derven van reisgenot’ wel heel zwaar aanzetten door daarvoor € 500,00 aan immateriële schade in rekening te brengen. In de brief van 10 november 2009 heeft ARAG het missen van enig vakantiegenot nog alleen aan de heer [eiser] (‘cliënt’) en niet aan mevrouw [eiseres] toegeschreven.
Dat rechtvaardigt niet, laat staan zonder meer, om ervan uit te gaan dat beiden (dat wordt in het exploot immers gesuggereerd) ‘twee vakantiedagen niet naar eigen invulling hebben kunnen besteden’. Verder is in het exploot noch de repliek uitgelegd waarom contacten met Nederland over al dan niet beschikbare en/of geschikte hotelaccommodatie en transfers van het ene hotel naar het andere twee hele dagen in beslag genomen hebben. Al met al is dus het waarderen van enig ongemak en vertraging in het betrekken van een hotelkamer bij vooral één van de twee reizigers op een schadebedrag van € 500,00 sterk overtrokken, mede in relatie tot de reissom van (omgerekend) € 744,50 per persoon voor veertien dagen.
De kantonrechter zal deze schadepost op de voet van artikel 6:97 BW schatten op een veel reëler te achten bedrag van € 250,00. Aldus wordt aan de twee reizigers een schadevergoeding van € 686,46 toegewezen.
Omdat tegen 24 november 2009 gesommeerd is onder aanzegging van de verschuldigdheid van rente, is de wettelijke rente vanaf die datum overeenkomstig het gevorderde toewijsbaar.
Afgewezen worden echter een post vergoeding van buitengerechtelijke kosten en a fortiori de rente daarover. [eisende partij] hebben niet aannemelijk gemaakt dat meer ondernomen is dan het (bij herhaling) versturen van een zelfde sommatie, het verrichten van een enkel telefoontje en het aanleggen van een summier dossier, hetgeen niet rechtvaardigt om een redelijke noodzaak tot het verrichten van incassowerkzaamheden aanwezig te achten met daarop betrekking hebbende kosten in een zodanige omvang, dat van vermogensschade in de zin van artikel 6:96 lid 2 aanhef en sub c. BW gesproken kan worden. Hetgeen verricht is, dient als procesvoorbereiding gekwalificeerd te worden en de daarop betrekking hebbende kosten moeten tot uitdrukking komen in de proceskostenveroordeling (zie hieronder).
Daarenboven is al helemaal niet gesteld dat een kostenpost als deze rentedragend is.
ETC moet wel als grotendeels (althans in aanmerkelijke mate) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten verwezen worden. Die worden aan de zijde van [eisende partij] bepaald op een bedrag van € 445,93.
BESLISSING ETC wordt veroordeeld om aan [eisende partij] tegen bewijs van kwijting een bedrag van in totaal € 686,46 te voldoen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2009 tot de datum van algehele voldoening.
ETC wordt verder veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eisende partij] tot de datum van dit vonnis begroot op een totaalbedrag van € 445,93, waarin begrepen bedragen van € 87,93 aan explootkosten, € 158,00 aan vastrecht en € 200,00 aan salaris gemachtigde.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter te Maastricht, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.