RECHTBANK MAASTRICHT Sector Civiel Datum uitspraak: 27 oktober 2010 Zaaknummer : 153321/KG RK 10-672 De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake [VERZOEKSTER], wonende te Amstenrade, verzoekster, advocaat mr. P.M.G. Lardinois (Heerlen); tegen: 1.SNS BANK N.V., gevestigd te Utrecht, verweerster sub 1, advocaat mr. D.M. Brinkman (Utrecht), en 2.[VERWEERDER2], wonende te Landgraaf, verweerder sub 2, advocaat mr. C.J.M. Coch; Het verloop van de procedure De advocaat van verzoekster heeft bij de griffie van deze rechtbank een verzoek ingediend tot termijnstelling op de voet van artikel 545 Rv voor de SNS-bank als hypotheekhouder met betrekking tot de onroerende zaak: het woonhuis met aanhorigheden, staande en gelegen te Landgraaf, aan de [adres]. Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling. Mr. Coch heeft een verweerschrift en producties ingediend. Ter zitting zijn verschenen: -namens verzoekster: mr. Lardinois, -namens verweerster sub 1: de heer [[X]], accountmanager bij verweerster en tevens gemachtigde (machtiging ter zitting overgelegd) en mr. Brinkman, -verweerder sub 2 in persoon en mr Coch. Mr. Coch pleit overeenkomstig het door haar ingediende verweerschrift. Mr. Brinkman legt ter zitting een verweerschrift over en pleit dienovereenkomstig. Partijen hebben over en weer gereageerd op elkaars stellingen, waarna de voorzieningenrechter de uitspraak heeft bepaald op heden. De beoordeling In deze zaak moet van het volgende worden uitgegaan. De SNS-bank, hypotheekhouder van de onroerende zaak, heeft de executie van die zaak van de beslaglegger [[verzoekster]] overgenomen middels een brief d.d. 21 april 2010. Nadat de SNS-bank de onroerende zaak had laten taxeren – waaruit bleek van een actuele onderhandse verkoopwaarde van slechts € 425.000,-- tegenover een vordering van circa € 490.000,-- - heeft zij [[verzoekster]] bij brief d.d. 27 juli 2010 laten weten bij nader inzien de executie niet door te zetten. Daarbij heeft de SNS-bank naast het taxatierapport laten meewegen dat haar schuldenaar [verweerder2] aan zijn financiële verplichtingen waarvoor het hypotheekrecht is verleend, is blijven voldoen. In diezelfde brief wijst de SNS-bank erop dat openbare verkoop van de onroerende zaak de beslaglegger [[verzoekster]] geen enkel uitzicht op verhaal biedt van haar vordering en dat zelfs bij een onderhandse verkoop tegen de getaxeerde vrije verkoopwaarde de vordering van de SNS-bank tot een substantieel bedrag niet kan worden voldaan. De juistheid van de feiten die de SNS-bank aan haar keuze om “thans geen verdere stappen (te) ondernemen om tot uitwinning over te gaan” ten grondslag heeft gelegd, heeft [[verzoekster]] niet bestreden. Met de SNS-bank en [verweerder2] is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen rechtens te respecteren belang aan de zijde van [[verzoekster]] aanwezig is met betrekking tot het door haar ingediende verzoek ex artikel 545 WvBRv. Toewijzing van het verzoek geeft in redelijkheid geen enkel uitzicht op korte(re) of lange(re) – mede gezien de in het slop geraakte huizenverkoopmarkt - op enige geldelijke uitkering van een mogelijke verkoopopbrengst van de onroerende zaak aan [[verzoekster]]. [[verzoekster]] heeft ook haar belang niet met andere feiten en omstandigheden onderbouwd. De slotsom moet zijn dat [[verzoekster]] in haar verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. [[verzoekster]] wordt in de kosten aan de zijde van de andere partijen verordeeld. De beslissing De voorzieningenrechter: Verklaart Donkerlsoot in haar verzoek ex artikel 545 WvBRv niet-ontvankelijk; Veroordeelt [[verzoekster]] in de proceskosten van deze procedure aan de zijde van zowel de SNS-bank als [verweerder2] gevallen en begroot deze kosten tot aan deze beschikking op respectievelijk € 555,-- aan de zijde van de SNS-bank en € 555,-- aan de zijde van [verweerder2] (telkens € 103 aan griffierechten en € 452 aan salaris advocaat); Verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Frénay, voorzieningenrechter, en op 27 oktober 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier .
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.