RECHTBANK MAASTRICHT Sector strafrecht parketnummer: 03/703087-10 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 maart 2011 in de strafzaak tegen [naam verdachte], geboren te [geboortegegevens verdachte], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, postadres: [adresgegevens verdachte]. Raadsman is mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 februari 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander of anderen uit een of meer betaalautomaten van Q-Park Beheer B.V. een of meer geldcassettes met geld heeft gestolen. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het feit bewezen. De officier van justitie heeft in dit verband gewezen op de aangifte van Q-Park Beheer B.V., het feit dat op de camerabeelden van Q-Park te zien is dat een diefstal wordt gepleegd en het feit dat in de nabijheid van de parkeerplaats de gestolen geldcassettes zijn aangetroffen en tevens een auto die toebehoort aan de zus van één van de medeverdachten. In de middenconsole van deze auto werd een bijna vol blikje Red Bull aangetroffen en het daarop aangetroffen speeksel is geïdentificeerd op het DNA-profiel van de verdachte. Daarnaast werd in de kofferbak van de auto soortgelijk papier aangetroffen als waarmee de bewakingscamera van Q-Park was afgeplakt. Op het papier waarmee de bewakingscamera was afgeplakt werd een vingerafdruk aangetroffen en dactyloscopisch onderzoek wees uit dat deze vingerafdruk afkomstig was van verdachte. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Het in de auto aangetroffen DNA-materiaal op een blikje Red Bull en het eveneens in de auto aangetroffen dactyspoor op het papier kunnen noch afzonderlijk, noch in samenhang aan een bewezenverklaring bijdragen. Over het DNA-materiaal en de aangetroffen vingerafdruk heeft de raadsman onder meer betoogd dat niet is komen vast te staan dat deze sporen dadersporen zijn en dat het ook niet zeker is of het DNA-materiaal en de vingerafdruk wel van verdachte afkomstig zijn. Als al zou worden aangenomen dat deze sporen van verdachte afkomstig zijn, dan is nog volstrekt niet duidelijk of deze sporen in Maastricht kort voor het delict zijn achtergelaten, daarmee de conclusie rechtvaardigend dat verdachte ook ter plaatse is geweest. Deze sporen kunnen evengoed op een eerder moment en elders zijn achtergelaten. Verdachte kende immers één van de medeverdachten en verkeerde in dezelfde kringen. Ook is van belang dat de vingerafdruk niet is aangetroffen op de tape waarmee de bewakingscamera is afgeplakt. Daarnaast heeft de raadsman gewezen op het feit dat er op de camerabeelden drie personen te zien zijn en uiteindelijk ook drie personen in elkaars buurt en in de buurt van de auto van één van de medeverdachten zijn aangehouden. Van betrokkenheid van een vierde persoon is niet gebleken. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Op 11 januari 2011 omstreeks 03.29 uur werd een politiepatrouille gestuurd naar de parkeerplaats van Q-Park, gelegen aan de Cabergerweg te Maastricht, omdat op bewakingscamera’s gezien was dat drie mannen een betaalautomaat aan het openbreken waren. In de directe nabijheid van de parkeerplaats trof de politie drie mannen aan die geknield achter een personenauto zaten. Deze personen zijn alle drie weggerend. In de loop van de nacht zijn door de politie uiteindelijk drie personen aangehouden op verdenking van het plegen van dit feit. Verdachte was daar niet bij. De personenauto waar deze personen zich achter schuil hielden bleek eigendom te zijn van de zus van een van de medeverdachten. In de middenconsole van de personenauto werd een bijna vol blikje Red Bull aangetroffen. Het blikje werd bemonsterd en door het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht op de aanwezigheid van speeksel. Van het celmateriaal in de bemonstering werd een DNA-mengprofiel verkregen waarin de DNA-kenmerken zichtbaar waren van minimaal twee personen, waaronder minimaal één man. Uit dit DNA-mengprofiel is geen DNA-profiel van een individuele persoon af te leiden. Uit de vergelijking van dit DNA-mengprofiel met de DNA-profielen die zijn opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken is gevonden dat dit DNA-mengprofiel matcht met het DNA-profiel van het celmateriaal van een onbekende man C en met de DNA-profielen die geregistreerd zijn onder DNA-profielcluster
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.