RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht zaaknr: 415448 EJ VERZ 11-31 typ: RW beschikking van 14 maart 2011 in de zaak van Zorgpunt Thuiszorg B.V., gevestigd te Maastricht, verzoekende partij, hierna te noemen: Zorgpunt, gemachtigden: mr. J.M. Wolfs en mr. S.L. Bruijns-Emons, advocaten te Maastricht tegen [verweerder], wonend te [woonplaats], verwerende partij, hierna te noemen: [verweerder], gemachtigde: mr. A.L. van den Bergh, advocaat te Maastricht. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Op 15 februari 2011 is een verzoekschrift met bijlagen ingekomen. Bij faxbericht van 21 februari 2011 is een verweerschrift ontvangen. Het originele verweerschrift met bijlagen is een dag later ontvangen. Op 22 februari 2011 is van de zijde van [verweerder] een faxbericht met bijlagen ontvangen. Bij twee faxberichten van 21 februari 2011 en bij faxbericht van 22 februari 2011 zijn namens Zorgpunt nog bijlagen overgelegd. Het verzoek is ter zitting gevoegd behandeld met de behandeling van het door [verweerder] aanhangig gemaakte kort geding (zaaknummer 414890 CV EXPL 11-793). Ter zitting is van de zijde van Zorgpunt de heer [voorzitter] (voorzitter van de raad van commissarissen van Zorgpunt) verschenen, bijgestaan door mr. Wolfs voornoemd. Voorts is [verweerder] verschenen, bijgestaan door mr. Van den Bergh voornoemd. Van het ter zitting verhandelde is door de griffier schriftelijk aantekening gehouden. Mr. Wolfs heeft een pleitnota overgelegd met betrekking tot de behandeling van het verzoekschrift. Partijen is gelegenheid geboden om binnen een termijn van een week tot onderlinge overeenstemming te komen. Bij faxbericht van 1 maart 2011 is de kantonrechter namens [verweerder] verzocht in de twee zaken vonnis te wijzen respectievelijk een beschikking te nemen. Vervolgens is beschikking bepaald op heden. MOTIVERING [verweerder], geboren op [1969], is sinds 1 september 2010 op grond van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst van Zorgpunt in de functie van Zorgmanager Regio Maastricht. Het overeengekomen loon bedraagt € 4.748,10 bruto exclusief 8% vakantiebijslag en overige emolumenten. Zorgpunt verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden tegen een zo vroeg mogelijke datum op grond van gewichtige redenen wegens primair een dringende reden en subsidiair veranderingen in de omstandigheden. In eerste instantie was de ontbinding verzocht voor zover de arbeidsovereenkomst niet reeds geëindigd is door een (door Zorgpunt aanvankelijk gestelde) opzegging door [verweerder]. Ter zitting heeft Zorgpunt dit voorwaardelijke karakter niet langer gehandhaafd en heeft zij nader verzocht om onvoorwaardelijke ontbinding. Zorgpunt onderbouwt haar verzoek (samengevat) als volgt. [verweerder] was voorheen als zogenoemde zzp’er werkzaam voor Zorgpunt. Dit bracht onduidelijkheden met zich, met name in de hiërarchische verhouding met [directeur] (hierna: [directeur]), de directeur van Zorgpunt. Vandaar dat partijen voornoemde arbeidsovereenkomst gesloten hebben. Al snel bleek dat [verweerder] zijn afspraken niet nakwam. Zo heeft hij, in strijd met hetgeen vastgelegd is in zijn persoonlijke ontwikkelingsplan, geweigerd zich te laten coachen/trainen. Eind december 2010 is [verweerder] door [journaliste] van Dagblad De Limburger geïnterviewd over de zorgverlening aan een cliënt van Zorgpunt. Ondanks het feit dat [directeur] [verweerder] heeft laten weten dat hij niet akkoord ging met plaatsing van het krantenartikel, is het toch gepubliceerd. Uit dit artikel blijkt volgens Zorgpunt dat [verweerder] doet alsof Zorgpunt zijn bedrijf is en dat hij geen “zeggenschap van hogerhand” duldt. Zorgpunt verwijt [verweerder] voorts dat hij geen acht geslagen heeft op de privacy van de betreffende cliënt van Zorgpunt. Zorgpunt is er van overtuigd dat [verweerder] regelmatig zijn uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende geheimhoudingsplicht geschonden heeft. Zo heeft de heer [stiefvader] (de stiefvader van [verweerder]) [directeur] medegedeeld dat hij de prijs per vierkante meter voor de geplande nieuwe bedrijfslocatie wel erg hoog vond en dat hij die informatie van [verweerder] had verkregen. [verweerder] heeft bovendien aan [stiefvader] het privéadres en telefoonnummer van [directeur] gegeven. [stiefvader] heeft [directeur] getracht telefonisch te bereiken en heeft een bezoek gebracht aan de woning van [directeur]. [directeur] en zijn gezin voelden zich hierdoor bedreigd. Op 22 januari 2011 heeft [verweerder] [directeur] telefonisch medegedeeld dat hij iemand kende die het te huren bedrijfspand wel wilde kopen. [verweerder] is toen door [directeur] medegedeeld dat hij zich diende te onthouden van inmenging in en bemoeienis met de onderhandelingen betreffende het nieuwe bedrijfspand. [directeur] heeft voorts naar aanleiding van dat telefonische onderhoud voor [verweerder] de toegang tot bedrijfsgevoelige informatie op de server van Zorgpunt afgesloten. Nadat [verweerder] dit ontdekt had, heeft hij daarover op 23 januari 2011 met [directeur] e-mailcontact gehad. [directeur] heeft hem vervolgens bericht dat hij dit de volgende dag zou toelichten. Nadien, zo stelt Zorgpunt, is gebleken dat [verweerder] op vrijdag 21 januari 2011 vier keer en op zondag 23 januari 2011 zeven keer heeft geprobeerd de bedrijfsgegevens van Zorgpunt te raadplegen. Op 24 januari 2011 heeft [directeur] [verweerder] geconfronteerd met het feit dat deze (naar het oordeel van [directeur] en Zorgpunt) doende was bedrijfsgevoelige informatie te raadplegen en door te spelen aan derden. [verweerder] verklaring dat hij gepoogd heeft het wachtwoord van de secretaresse op te zoeken omdat hij informatie wilde over de door hem gevraagde vakantieperiode, vindt Zorgpunt “absoluut ongeloofwaardig”. Voorts blijkt daaruit dat [verweerder] heeft willen frauderen met wachtwoorden. [verweerder] heeft in dat gesprek tegen [directeur] gezegd: “Ik heb er genoeg van. Ik stop er mee. Ik heb jou niet nodig. Ik hoef van jou niets meer. Ik lever mijn auto in. Ik lever mijn sleutels in van het kantoor.” [verweerder] heeft vervolgens de daad bij het woord gevoegd, aldus Zorgpunt. Na dit laatste incident zijn er volgens Zorgpunt ook andere zaken uit het verleden aan het licht gekomen en daaruit blijkt volgens haar van het disfunctioneren van [verweerder]. Zorgpunt stelt geen vertrouwen meer in [verweerder] te hebben en is van oordeel dat verdere samenwerking tussen [directeur] en [verweerder] niet meer mogelijk is. [verweerder] heeft aangevoerd dat het beginsel van hoor en wederhoor geschonden is, nu hij te weinig tijd heeft gehad om zich goed te kunnen verweren. Voorts beroept hij zich erop dat het verzoek verband houdt met een opzegverbod, aangezien [verweerder] zich op 24 januari 2011 ziek gemeld heeft. Ten aanzien van de door Zorgpunt aan zijn adres gerichte verwijten heeft [verweerder] (desondanks) uitvoerig inhoudelijk verweer gevoerd. [verweerder] is ervan overtuigd dat verdere samenwerking met [directeur] wel degelijk nog mogelijk is en dat er geen conflict is tussen hem en [directeur]. De kantonrechter is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat het beginsel van hoor en wederhoor geschonden is. Weliswaar is de termijn die [verweerder] heeft gehad om zijn verweerschrift in te dienen aan de krappe kant geweest, maar ter zitting zijn door [verweerder] geen concrete stellingen van Zorgpunt genoemd die hij door tijdgebrek onvoldoende heeft kunnen bestrijden. Daarbij komt dat [verweerder] ten volle op bespreking en behandeling van het geschil geprepareerd geacht moet worden te zijn geweest vanaf het moment dat hij zelf de daad bij het woord gevoegd had door Zorgpunt op 14 februari 2011 in kort geding te dagvaarden. Na ziekmelding d.d. 24 januari 2011 acht [verweerder] zich arbeidsongeschikt “wegens” of “ten gevolge van” ziekte. Hij is daarna door de bedrijfsarts weer arbeidsgeschikt verklaard. In een second opinion van het UWV met dagtekening 16 februari 2011 - aangevraagd door [verweerder] op 8 februari 2011 - spreekt verzekeringsarts [verzekeringsarts] per datum 14 februari 2011 als zijn oordeel uit dat (ook) op 21 februari 2011 sprake is (zal zijn) van arbeidsongeschiktheid. Hij refereert hierbij aan het conflict en “de houding van de werkgever” die het “weer oppakken van zijn werkzaamheden” niet mogelijk zouden maken. In het deskundige oordeel wordt al met al niet gezegd dat de arbeidsongeschiktheid haar oorzaak vindt in ziekte. Hoewel derhalve zelfs twijfelachtig is of het opzeggingsverbod van artikel 7:670 lid 1 BW (dat ziet op de arbeidsongeschiktheid “wegens ziekte”) enige relevantie voor het onderhavige geschil heeft (langs de weg van reflexwerking), moet geconcludeerd worden dat er in ieder geval geen sprake is van enig verband tussen het ontbindingsverzoek en het feit dat [verweerder] zich ziek gemeld heeft en nog steeds “ziek” acht: met het verzoek wordt slechts getracht de impasse te doorbreken in de verhouding tussen Zorgpunt ([directeur]) en [verweerder]. Ten aanzien van de door Zorgpunt aan het adres van [verweerder] gemaakte verwijten wordt als volgt overwogen. Dat [verweerder] zich in strijd met daarover gemaakte afspraken niet heeft laten coachen/begeleiden, is niet komen vast te staan. [verweerder] betwist dit namelijk en Zorgpunt heeft verder ook niets concreets dienaangaande aangevoerd. Ten aanzien van het gewraakte krantenartikel staat vast dat [directeur] vóór de publicatie daarvan [verweerder] verzocht heeft het artikel niet te laten plaatsen. [verweerder] heeft de journaliste [journaliste] echter, ondanks een poging daartoe, niet van publicatie kunnen weerhouden. Welke rol [directeur] in de aan de publicatie voorafgaande fase heeft gehad, is onduidelijk gebleven, temeer daar [directeur] zelf niet ter zitting aanwezig was en daarover geen uitsluitsel heeft kunnen geven. Wat verder ook [directeur] rol daarin geweest is, het verwijt van Zorgpunt dat [verweerder] de privacy van de in het artikel genoemde cliënt geschonden heeft en dat hij in het interview ten onrechte gerept heeft van “zijn bedrijf” en “zijn werknemers”, is op zichzelf genomen terecht. Dat daaruit kan worden geconcludeerd dat [verweerder] moeite heeft met de hiërarchie binnen Zorgpunt, zou alleen gerechtvaardigd kunnen zijn als Zorgpunt deze stelling met meer voorbeelden kan staven. De door Zorgpunt overgelegde bijlage 15 is een dergelijk voorbeeld, nu daaruit blijkt dat [verweerder] namens Zorgpunt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur met [X] ondertekend heeft op 13 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.