vonnis RECHTBANK MAASTRICHT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 140903 / HA ZA 09-669 Vonnis van 6 juli 2011 in de zaak van de vennootschap onder firma [eiseres], gevestigd te Beek, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. A.J.L.J. Pfeil te Maastricht, tegen 1. [gedaagde], wonende te [woonplaats], 2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats], gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. P.J.G. Goumans te Helmond. Partijen zullen hierna [eiseres] en – in mannelijk enkelvoud - [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 maart 2010, - de akte van [eiseres] van 21 april 2010, - de antwoordakte van [gedaagde] van 19 mei 2010, - het deskundigenbericht van 25 januari 2011, - de akte uitlating deskundigenbericht tevens houdende wijziging van eis in reconventie van [gedaagde] van 16 maart 2011, - de akte houdende het depot ter griffie van een brochure door [eiseres], - de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres] van 13 april 2011, - de akte van [gedaagde] van 25 mei 2011. 1.2 Vervolgens is vonnis bepaald op heden. De rechtbank heeft kennis genomen van de brief van mr. Peil van 30 mei 2011, waarin namens [eiseres] wordt verzocht haar toe te staan in antwoord op de akte van [gedaagde] van 25 mei 2011 een akte te nemen. Daartoe wordt aangevoerd dat in de akte van [gedaagde] wordt gereageerd op de conclusie na deskundigenbericht zijdens [eiseres], waar laatstgenoemde in die conclusie bewust niet heeft gereageerd op de eerder door [gedaagde] ingediende akte uitlating deskundigenbericht. De rechtbank constateert dat [gedaagde] in de akte van 25 mei 2011 ingaat op de eerst bij conclusie na deskundigenbericht door [eiseres] overgelegde producties, waartoe hem ook de gelegenheid tot het nemen van een akte is geboden, en overigens enkele stellingen uit zijn akte uitlating deskundigenbericht en eerdere processtukken herhaalt. Buiten de reactie op de producties voegt het daarmee niets toe aan het al eerder gevoerde debat en geeft het, ook het beginsel van hoor en wederhoor in acht nemend, geen aanleiding om [eiseres] toe te laten een nadere akte te nemen. Het verzoek zijdens [eiseres] wordt daarom afgewezen. 1.3 Wegens een herverdeling van zaken wordt dit vonnis gewezen door een andere rechter dan de rechter die voorheen met deze zaak belast was. 2. De verdere beoordeling in conventie en reconventie 2.1 De rechtbank volhardt bij het tussenvonnis van 24 maart 2010 en verwijst allereerst naar hetgeen daarin is overwogen. In het navolgende zal eerst het nog openstaande onderdeel van het geschil over het meerwerk worden besproken. Daarna zullen, met name aan de hand van het deskundigenbericht, de stellingen van [gedaagde] over het tekortschieten van [eiseres] in de nakoming van de met [gedaagde] gesloten overeenkomst worden besproken, alsmede de consequenties daarvan voor de vorderingen in conventie en reconventie. Meerwerk 2.2.1 Pas in de conclusie na het deskundigenbericht heeft [eiseres], op verschillende gronden, aangevoerd dat [gedaagde] te laat heeft geprotesteerd tegen de facturen. In de eerste plaats heeft te gelden dat de eisen van goede procesorde zich ertegen verzetten dat [eiseres] pas in een zo laat stadium haar reactie op het reeds lange tijd bekende verweer van [gedaagde] tegen het meerwerk van een nieuwe inhoudelijke onderbouwing voorziet. Alleen al om die reden kan daaraan voorbij worden gegaan. Ook op inhoudelijke gronden wordt het standpunt van [eiseres] niet gevolgd. Het beroep op artikel 6:89 BW faalt nu die bepaling enkel ziet op rechtsverlies als gevolg van niet tijdig klagen over een gebrek in een prestatie. Daaruit volgt dat de mogelijkheid tot het verweer tegen een factuur niet vervalt indien dat verweer niet is gegrond op een gebrek in de onderliggende prestatie maar – zoals hier het geval – op het ontbreken van een rechtsgrond. Het beroep op de redelijkheid en billijkheid, dat middels een verwijzing naar de artikelen 6:2 BW en 6:248 BW is gedaan, kan bij gebreke van enige nadere onderbouwing evenmin slagen. Datzelfde geldt voor het beroep op artikel 3 onder d van de algemene voorwaarden waarin staat dat “(v)oor transacties waarvoor geen opdrachtbevestiging is verzonden, (…) de factuur geacht (wordt) de overeenkomst juist en volledig weer te geven, behoudens reclame binnen 8 dagen na factuurdatum”. Dit artikel kan, wat daar verder ook van zij, alleen van toepassing zijn indien er al een afspraak geldt (die dan weliswaar niet is bevestigd) maar kan niet een voorheen niet bestaande overeenkomst doen ontstaan. Het beroep op artikel 10 onder b van de algemene voorwaarden baat [eiseres] evenmin. Daarin staat weliswaar dat reclames binnen 8 datum na factuurdatum moeten worden ingediend, maar aan het verstrijken van die termijn wordt geen consequentie verbonden. 2.2.2 In de factuur van 25 juli 2008 (productie 8 zijdens [eiseres]) wordt (aanvullend) 30 m3 korrelmix in rekening gebracht alsook, naar de rechtbank begrijpt, 8 uren arbeid voor de verwerking daarvan. In de offerte die ten grondslag ligt aan de overeenkomst tussen partijen (productie 1 zijdens [eiseres]) is de levering van 28 m3 korrelmix vermeld. [eiseres] heeft gesteld dat later is gebleken dat in totaal 58 m3 korrelmix nodig was en derhalve is aangevoerd, hetgeen [gedaagde] niet heeft betwist. Desalniettemin betwist [gedaagde] dat hij gehouden is om de kosten van en in verband met de aanlevering van de extra korrelmix als meerwerk te voldoen. Hij stelt dat [eiseres] voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst het bouwterrein uitvoerig heeft kunnen inspecteren, zodat het achteraf nodig zijn van extra korrelmix het gevolg is van een inschattingsfout van [eiseres] waarvoor [gedaagde] niet hoeft op te komen. Ook ontkent hij dat er sprake is van een door hem gewenste toevoeging of verandering van het overeengekomen werk, zoals bedoeld in artikel 7:755 BW. [eiseres] heeft niet gesteld dat het aanleveren van de extra korrelmix is geschied op basis van een aparte opdracht van [gedaagde]. Verder in aanmerking nemend dat in de offerte geen voorziening is opgenomen voor het eventueel nodig zijn van het aanleveren van extra korrelmix – waar voor andere mogelijke kosten wel een voorbehoud is gemaakt – ontbeert de vordering van [eiseres] voor dit onderdeel een rechtsgrond. 2.2.3 Eveneens in de factuur van 25 juli 2008 wordt € 163,00 inclusief BTW in rekening gebracht voor het gebruik van een ‘Japanner’, kennelijk een graafmachine. In de akte na tussenvonnis stelt [eiseres] dat deze is gebruikt voor het graven van de sleuven waarvan [gedaagde] erkend heeft dat dit tot het opgedragen meerwerk behoort. [gedaagde] stelt dat de machine is aangewend voor het verwerken van de extra korrelmix. Gelet op de door partijen gevoerde discussie had het op de weg van [eiseres] gelegen om, bijvoorbeeld aan de hand van het meerwerkoverzicht dat aan de meerwerkfactuur ten grondslag heeft gelegen (productie 4 zijdens [eiseres]), meer precies te duiden waaruit blijkt dat het voor de Japanner opgevoerde bedrag enkel ziet op het graven van de sleuven, zeker nu dat overzicht voor het overige grotendeels op (het aanleveren van) de extra korrelmix betrekking heeft. Het standpunt van [eiseres] wordt daarom niet gevolgd, nu het onvoldoende onderbouwd is in het licht van het verweer. 2.2.4 In de factuur van 6 oktober 2008 wordt in totaal € 26,78 inclusief BTW gevorderd voor de afvoer van puin. [eiseres] merkt op dat in de offerte is opgenomen dat dergelijke kosten voor rekening komen van [gedaagde]. Door [gedaagde] is echter betwist dat [eiseres] met haar werkzaamheden verband houdend puin heeft afgevoerd. Onder deze omstandigheden had [eiseres] ter onderbouwing van haar vordering meer concreet moeten aangeven wat er wanneer zou zijn afgevoerd. Bij gebreke daarvan wordt haar standpunt ter zake niet gevolgd. 2.2.5 De in de factuur van 6 oktober 2008 in rekening gebrachte Ardennersplit (€446,25 inclusief BTW) houdt verband met het door [gedaagde] erkende meerwerk rondom de aanleg van een grindstrook. [gedaagde] stelt echter dat een gedeelte van de grindstrook, met een lengte van circa 4 meter, niet door [eiseres] is uitgevoerd, zodat er minder in rekening moet worden gebracht. [gedaagde] had echter dienen te stellen hoeveel minder er is gelegd en tot welke prijsvermindering dat had moeten leiden. Door dat na te laten heeft hij zijn verweer onvoldoende onderbouwd. 2.2.6 Onder verwijzing naar overweging 4.3 van het tussenvonnis van 24 maart 2010 en het hiervoor overwogene wordt vastgesteld dat het in de factuur van 25 juli 2008 opgenomen meerwerk voor € 2.124,52 moet worden aanvaard. Het hiervoor niet besproken meerwerk in de factuur van 6 oktober 2008 wordt door [gedaagde] niet (langer) betwist. Het totaal daarin opgevoerde meerwerk bedraagt in totaal € 1.667,19, zodat de aanspraak van [eiseres] wordt gehonoreerd tot (1.667,19 -/- 26,78 =) € 1.640,41. Dit betekent dat [eiseres] ter zake van de door haar verrichte werkzaamheden in beginsel toekomt: Offerte: € 8.700,00 (grondwerk) € 24.850,00 (bestrating) € 2.013,00 (6% algemene kosten) ------------- Subtotaal offerte € 35.563,00 Meerwerk: € 2.124,52 (factuur 25 juli 2008) € 1.640,41 (factuur 6 oktober 2008) Minderwerk: € 384,85 (factuur 6 oktober 2008) ------------- Totaal: € 38.943,08 Deskundigenbericht 2.3.1 In antwoord op de aan hem gestelde vragen bericht de deskundige, voor zover thans van belang en kort gezegd, dat het werk van [eiseres] op een aantal punten niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Hij meldt daarover het volgende. Vragen 2c en 2d: Het tegelwerk is niet uitgevoerd conform de adviezen van de producent/leverancier ervan en de technische normen (o.a. DIN 18318). De aansluiting tussen de betonelementen (lees: tegels) varieert van bijna voegloos tot een voegbreedte van meer dan 10 mm. De bestrating heeft (aldus) geen gelijkmatig voegenbeeld. De verschillende voegbreedtes zijn niet aanvaardbaar en zijn het gevolg van het onzorgvuldig plaatsen van de tegels. De plaatsing ervan dient te geschieden door ervaren stratenmakers zodat de tegels onderling perfect aansluiten. Het gebruik van een koevoet of spade is niet toegestaan. Vraag 2e: De specie kantopsluitingen zijn niet overeenkomstig goed en deugdelijk vakmanschap. Het betreft geen optimale technische oplossing. De kantopsluiting is (ook) slordig aangebracht zonder voldoende fundering. Door weersinvloeden, bevuiling en begroeiing zal het verweringsproces snel toenemen waardoor de kantopsluiting zal wegzakken. Vragen 2g en 2i: Op enkele plaatsen is het afschot van de bestrating/terrassen niet goed uitgevoerd. Verwezen wordt naar een als bijlage bij het rapport gevoegde inmeting van Brouwers Geodesie B.V. Het betreft het klinkerpad rechts langs de garage, het terras aan de linker achterzijde en het terras aan de linkerzijde. De laatste tegelrij van laatstgenoemd terras is verzakt als gevolg van een onvoldoende fundering. Vraag 2j: Van de grote elementen (tegels) is 15% beschadigd, van de elementen (klinkers) is 20% beschadigd. De beschadigingen zijn veroorzaakt door het onzorgvuldig en ruw verwerken van de tegels en klinkers en mogelijk ook door het wrikken met een spade of koevoet. Vraag 3: De deskundige meldt dat het verhelpen van de gebreken dient te geschieden door de bestrating geheel opnieuw te leggen, met vernieuwing van de beschadigde elementen De kosten worden begroot op € 17.085,00 inclusief BTW. 2.3.2 In haar conclusie na deskundigenbericht verwijst [eiseres] naar haar al eerder ingenomen standpunt, inhoudende dat het werk reeds in 2008 geacht moet zijn te zijn opgeleverd. In de omstandigheid dat [gedaagde] [eiseres] toentertijd middels zijn advocaat heeft laten weten dat het werk wat hem betreft niet gereed was voor oplevering, kan dat standpunt, gelet op het bepaalde in artikel 7:758 BW, niet worden aanvaard. [eiseres] verwijst nog naar de artikel 11a en 11b van de algemene voorwaarden, waarin echter niets staat over oplevering. 2.3.3.1 [eiseres] voert verder aan dat de deskundige een onjuiste maatstaf hanteert door uit te gaan van hetgeen van een bekwaam en ervaren statenmaker of wegenbouwer mag worden verwacht. [eiseres] is hovenier en moet aldus worden beoordeeld, aldus [eiseres]. [eiseres] wordt in deze stelling niet gevolgd. Met [gedaagde] is zij overeengekomen dat er bestratingwerkzaamheden zouden worden verricht. Dat daarbij tussen partijen een andere kwaliteitsnorm zou gelden dan die dat het werk moet overeenstemmen met hetgeen van een bekwame stratenmaker mag worden verwacht, is onaannemelijk en door [eiseres] niet deugdelijk onderbouwd. De stelling dat zij een hovenier is, is daartoe onvoldoende. Nog afgezien van het feit dat zij haar activiteiten ook zelf niet omschrijft als hovenierswerk maar als ‘complete garden design’, onder vermelding van: tuinarchitectuur, aanleg en onderhoud, laat zij na om te duiden op welke onderdelen of op welke wijze de door de deskundige gehanteerde norm te hoog zou zijn. 2.3.3.2 [eiseres] stelt daarnaast dat de gelegde tegel blijkens de door de producent daarvan ter beschikking gestelde informatie ‘van nature’ maatafwijkingen kent. Het geconstateerde onregelmatige voegenbeeld is daarom niet te vermijden, zo stelt zij. Ook verwijst zij naar de ter griffie gedeponeerde brochure van de producent van de tegels en de daarin opgenomen foto’s. Daarop zijn volgens [eiseres] ook maat- en voegverschillen te zien. [eiseres] verwijt de deskundige verder dat hij (NEN en DIN) normen toepast zonder dat hij aangeeft wat die normen inhouden. Ook meldt [eiseres] dat de deskundige niet aangeeft op welke schaal het probleem van de voegen zich voordoet. Blijkens zijn rapport heeft de deskundige rekening gehouden met de bijzondere eigenschappen van de gebruikte tegel alsook met de door de producent daarvan aanbevolen voegbreedte. Aan dat advies en de volgens de deskundige in de professie gehanteerde normen voldoet het werk van [eiseres] op dit punt niet, aldus de deskundige. De door [eiseres] overgelegde brochure, die kennelijk niet aan de deskundige is getoond, kan in deze kwestie geen rol spelen omdat aan de hand van de, verder niet toegelichte, foto’s daarin geen oordeel kan worden gevormd over het concreet voorliggend geval. In het (concept) rapport zijn de door de deskundige gehanteerde normen genoemd, zodat [eiseres] de gelegenheid is geboden om de mededelingen van de deskundige op juistheid te onderzoeken en zich vervolgens inhoudelijk daarover uit te laten, hetgeen hij heeft nagelaten. In de omstandigheid dat de deskundige is gevraagd naar een oordeel over het totale werk en hij antwoordt dat de voegbreedte op vele plaatsen niet juist is uitgevoerd, geeft hij daarmee weldegelijk aan op welke schaal het probleem zich voordoet. 2.3.3.3 In het licht van het feit dat het nog te leggen gazon de tegels ‘op natuurlijke wijze’ zou opsluiten, is de specie kantopsluiting wel afdoende, zo stelt [eiseres]. In de brochure van de producent van de tegels is ook nergens een kantopsluiting anders dan door specie te zien, zo stelt [eiseres]. De deskundige stelt vast dat en waarom de kantopsluitingen niet voldoen (zie 2.3.1 hierboven). Hetgeen [eiseres] aanvoert, mede aan de hand van de kennelijk niet aan de deskundige verstrekte brochure (waarin de rechtbank overigens wel betonnen kantopsluitingen meent te zien), kan daaraan niet afdoen. 2.3.3.4 [eiseres] meldt dat [gedaagde] opdracht heeft gegeven tegels te leggen ‘buiten het cunet’, met alle risico’s voor verzakkingen van dien alsook opdracht heeft gegeven tegels op de pakken en te herleggen, met alle risico van beschadigingen van dien. Volgens [eiseres] wordt het gebruik van een clip (?) of spade niet afgewezen. [eiseres] miskent dat het zijn verantwoordelijkheid is om het werk zonder verzakking of beschadigingen uit te voeren. Indien de wijze waarop de werkzaamheden haar zijn opgedragen daaraan in de weg stond, had het op haar weg gelegen dat te melden aan [gedaagde]. Niet is gesteld dat zij dat heeft gedaan. 2.3.3.5 Ten aanzien van het afschot merkt [eiseres] op dat het op een plek zeer gering is en dat “ook in de tegel zelf al een soort afschot (zit), door de ongelijke bol- en holheid daarvan (met marges tot 4 mm)”. Over het pad aan de zijkant wordt opgemerkt dat het “zodanig (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.