RECHTBANK MAASTRICHT Sector strafrecht parketnummer: 03/702727-11 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 juli 2011 in de strafzaak tegen [naam verdachte], geboren te [geboortegegevens verdachte], wonende te [adresgegevens verdachte]. Raadsman is mr. R.W.P. Krijnen, advocaat te Heerlen. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is behandeld op de zittingen van 1 juni 2011 en 11 juli 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: leerlingen en leerkrachten van een basisschool en passanten heeft bedreigd door met een wapen te zwaaien en daarbij te schreeuwen; Feit 2: een alarmpistool, behorende tot categorie III van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. Door op het balkon van zijn woning, tegenover een basisschool met een pistool dat verdachte voorhanden had te zwaaien, voelden de scholieren en leerkrachten zich bedreigd. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman acht feit 1 weliswaar wettig en overtuigend bewezen, maar vraagt partiële vrijspraak voor de bedreigende bewoordingen, aangezien voor deze bewoordingen te weinig bewijs is. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, aangezien een wapen van categorie III is ten laste gelegd. Een gasdrukpistool valt echter onder een andere categorie van de Wet wapens en munitie valt, waardoor dit feit niet bewezen kan worden. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Feit 1 Op 17 februari 2011 zag [naam getuige 1] dat op het balkon van de flat gelegen aan de [K. straat] te Landgraaf een man met een vuurwapen stond te zwaaien. Hij zag dat de man een ontbloot bovenlijf en een pistool in zijn handen had. De man had dit pistool in de hand, met gestrekte arm voor zich uit en zwaaide van links naar rechts met het pistool. Ook zag de getuige de man een beweging maken die erop leek alsof hij het pistool doorlaadde. De getuige hoorde de man schreeuwen, maar kon niet horen wat er precies geschreeuwd werd. De getuige denkt dat er twee of drie personen op straat liepen en gaf aan dat aan de overzijde van het flatgebouw een basisschool ligt waar op dat moment nog alle scholieren aanwezig waren. [naam getuige 2], leerkracht van de basisschool “[naam school]” gelegen aan de Haaselt te Landgraaf, zag op 17 februari 2011 aan de overkant van de straat een man met ontbloot bovenlichaam op het balkon van de bovenste etage van een flat aan de [K. straat] staan. De leerkracht gaf op dat moment les aan een klas met kinderen. Het balkon waarop de man stond, bevond zich op ongeveer 15 meter van dit klaslokaal. Hij zag door de raam van het klaslokaal dat de man een zwart, op een pistool gelijkend voorwerp in zijn handen had. Dit pistool richtte de man naar de overzijde van de [K. straat] en hij maakte een handeling met zijn handen, waarvan de leerkracht de indruk kreeg dat hij zijn wapen aan het laden was. Ook zag de leerkracht dat hij met zijn mond pratende bewegingen maakte. De man maakte met het pistool zwaaiende bewegingen met gestrekte armen in de richting van de school. Verschillende kinderen in de klas riepen: “een pistool” en “die man schiet op ons”. Na overleg met de directeur heeft de leerkracht toen 112 gebeld. [naam getuige 3], eveneens leerkracht van de basisschool “[naam school]” te Landgraaf hoorde op 17 februari 2011 een leerling zeggen: “Hij zwaait met een pistool”. [naam getuige 3] keek naar buiten en zag tegenover het klaslokaal een man staan met ontbloot bovenlijf op het rechter bovenste balkon tegenover de school. Hij zag dat de man met een zwart pistool aan het zwaaien was en dat die man het pistool ging laden. [naam getuige 3] zag dat de kinderen erg verbaasd en angstig keken en dat er paniek bij de kinderen onstond. Toen de politie ter plaatse kwam, troffen zij op de [K. straat] een man aan met ontbloot bovenlichaam, die voldeed aan het signalement. Deze man bleek verdachte te zijn. Verdachte verklaarde tegen de politie dat hij op het balkon van zijn woning had gestaan en had staan schreeuwen naar de mensen op straat. Nadat verdachte is aangehouden, trof de politie in de woning van verdachte een op een vuurwapen gelijkend gasalarmpistool aan. Uit de verklaringen van de getuigen [naam getuige 1], [naam getuige 2] en [naam getuige 3], blijkt dat verdachte op zijn balkon met een pistool stond te zwaaien in de richting van basisschool “[naam school]”, die tegenover zijn appartement ligt. Verdachte was daarbij aan het schreeuwen. In de woning van verdachte is vervolgens een gasdrukpistool aangetroffen. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met een wapen zowel leerlingen en leerkrachten van de basisschool heeft bedreigd. Welke bewoordingen verdachte heeft geschreeuwd, kan de rechtbank aan de hand van het dossier niet vaststellen. De rechtbank zal daarom bewezen verklaren dat verdachte onverstaanbaar heeft geschreeuwd en verdachte partieel vrijspreken van de zinsnede: “Het liefst wilde ik jou vermoorden en/of Ik maak jullie allemaal kapot en/of Ik schiet jullie allemaal kapot”, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking. Feit 2 Uit het proces-verbaal onderzoek vuurwapens en munitie blijkt dat het bij verdachte aangetroffen gasdrukpistool sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen. Aangezien het gasdrukpistool niet is voorzien van een goed functionerende CO-2 capsule die voor de gasdruk zorgt wanneer een kogeltje met het wapen wordt afgeschoten, valt het wapen onder artikel 2, lid 1, categorie I, onder 7e van de Wet wapens en munitie. Er is echter tenlastegelegd dat verdachte een wapen van categorie III van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad. Nu het aangetroffen pistool onder een andere categorie van de Wet wapens en munitie valt, kan dit feit niet wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken voor feit 2. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat: hij op 17 februari 2011 in de gemeente Landgraaf leerlingen en leerkrachten van basisschool “[naam school]” heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een wapen gezwaaid met gestrekte arm en met het wapen in zijn handen naar links en rechts bewogen en een beweging gemaakt, er op lijkende dat hij het wapen doorlaadde en onverstaanbaar geschreeuwd. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De strafbaarheid Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op: feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 5 De strafoplegging 5.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2½ maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, zodat het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact op te leggen, ook indien dit inhoudt urinecontrole, het verplicht innemen van medicatie, behandeling bij de Verslavingszorg (ook indien dit klinisch
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.