RECHTBANK MAASTRICHT Sector strafrecht parketnummer: 03/703206-09 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 oktober 2011 in de strafzaak tegen [naam verdachte], geboren te [geboortegegevens verdachte], wonende te [adresgegevens verdachte]. Raadsman is mr. R.J.H. Corten, advocaat te Sittard. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 september 2011, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte computers en een USB-stick met daarop 184 afbeeldingen van kinderporno in bezit heeft gehad. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Dit baseert hij op het aantreffen van de kinderpornografische afbeeldingen op twee computers en een USB-stick, de bevindingen dat verdachte in een korte periode verschillende kinderporno-websites heeft bezocht en de bekennende verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd. Verdachte heeft bij de politie onder meer verklaard dat hij - weleens naar kinderporno op internet heeft gekeken; - heeft ingelogd op websites met kinderporno; - bijlagen van e-mails, waaronder afbeeldingen van naakte kinderen, heeft opgeslagen op zijn computer. De verklaring die verdachte ter terechtzitting d.d. 23 september 2011 heeft afgelegd, inhoudende dat hij in het verleden bijlagen van e-mails, afkomstig van onbekenden, ongezien in een map op zijn computer plaatste en dan ook niet wist dat die map kinderpornografische afbeeldingen bevatte, acht de officier van justitie ongeloofwaardig. Maar zelfs als dat waar is, zou er sprake zijn van voorwaardelijk opzet op het bezit van kinderporno. Ter onderbouwing hiervan verwijst de officier van justitie naar een vonnis van de rechtbank Assen met vindplaats LJN BG9649 en een vonnis van de rechtbank Dordrecht met vindplaats LJN BJ5894. In reactie op het pleidooi van de raadsman brengt de officier van justitie naar voren dat er ten tijde van het binnentreden in en het doorzoeken van de woning van verdachte in 2009 nog altijd sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. Het gaat immers om een verdenking van bezit van kinderporno. Wanneer iemand in december 2006 doelbewust een kinderpornosite bezoekt en hier veel geld voor over heeft, dan gaat het om iemand die de weg kent en is dat niet een eenmalige actie. Ten aanzien van het verweer dat er sprake is van onrechtmatig binnentreden in de woning van verdachte, stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat uit het dossier niet blijkt dat er sprake is geweest van het overrompelen van verdachte. Verdachte heeft schriftelijk toestemming verleend om zijn woning te doorzoeken. Bovendien hadden de verbalisanten een machtiging tot binnentreden van verdachtes woning achter de hand. Gelet hierop stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat er niet is gehandeld in strijd met enige bepaling van het Wetboek van Strafvordering. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging voert aan dat: - van het verlenen van een rechtsgeldige toestemming tot een onderzoek in de woning geen sprake is geweest, nu niet aan de vereisten, dan wel de waarborgen, volgend uit de door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens behandelde zaken Scoppola tegen Italië en Pishchalnikov tegen Rusland, is voldaan; - gelet hierop de afbeeldingen, zoals aangetroffen op de inbeslaggenomen gegevensdragers van het bewijs uitgesloten dienen te worden; - niet gesteld kan worden dat er ten aanzien van verdachte sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit, nu uit niets is gebleken dat hij met zijn creditcard betalingen heeft gedaan om toegang te krijgen tot de kinderpornosite met de naam ‘[naam site]’ of andere vergelijkbare websites en nu er evenmin sprake is van andere mogelijk belastende informatie op grond waarvan hij als verdachte zou kunnen worden aangemerkt; - het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld meebrengt dat de verbalisanten de verdachte niet om toestemming tot doorzoeking van zijn woning hadden mogen vragen en dat dit dient te leiden tot bewijsuitsluiting van de inbeslaggenomen gegevensdragers. Hiertoe verwijst de verdediging naar een arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 24 mei 2011 met vindplaats LJN BQ5793; - er voor het overige onvoldoende wettig bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. De verdediging pleit er dan ook voor verdachte vrij te spreken van het hem tenlastegelegde feit. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Was er toestemming tot doorzoeking van de woning van verdachte? De rechtbank zal bij de beoordeling van het verweer van de verdediging, dat van het verlenen van een rechtsgeldige toestemming tot een onderzoek in de woning van verdachte geen sprake was, uitgaan van het volgende toetsingskader. Uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake het huisrecht valt af te leiden dat eerst van een inbreuk op het huisrecht sprake is wanneer wordt binnengetreden tegen de wil van degene die zich op dat recht beroept. Van een inbreuk op het huisrecht is derhalve geen sprake wanneer de rechthebbende toestemming voor het binnentreden heeft gegeven. In de zaak Scoppola tegen Italië (EHRM 17 september 2009, nr. 10249/03) overweegt het Europees Hof in rechtsoverweging 135 dat de tekst en strekking van art. 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) zich er niet tegen verzet dat een persoon vrijwillig, uitdrukkelijk of stilzwijgend, afstand kan doen van een hem/haar toekomend recht (‘waiver of rights’). Het doen van afstand moet echter uitdrukkelijk en ondubbelzinnig geschieden en moet omkleed zijn met minimum waarborgen corresponderend met de mate van importantie van het recht waarvan men afstand doet. Bovendien moet het doen van afstand niet tegen een belangrijk publiek belang indruisen. In de zaak Pishchalnikov tegen Rusland (EHRM 24 september 2009, nr. 7025/04) overweegt het Europees Hof in rechtsoverweging 69 dat de verdachte zich in het begin van de opsporing in een kwetsbare positie bevindt. In rechtsoverweging 77 voegt het Europees Hof aan de hiervoor weergegeven overweging in de zaak Scoppola nog toe, dat het doen van afstand van een recht een bewuste en doordachte handeling dient te zijn. Voorts neemt de rechtbank als uitgangspunt dat de toestemming dient te zijn gebaseerd op volledige en juiste informatie over de reden en het doel van het huisbezoek. Dit wordt ook aangeduid als ‘informed consent’. Uit het proces-verbaal van politie blijkt dat op 14 juli 2009 met toestemming van verdachte in zijn woning aan de [adresgegevens verdachte] werd binnengetreden ter inbeslagneming van computerapparatuur, overige digitale opslagmedia en bankbescheiden. De toestemming van verdachte blijkt uit de door verdachte ondertekende ‘Verklaring toestemming onderzoek woning (…)’, welke is te vinden op pagina 115 van het proces-verbaal van politie. In deze verklaring staat uitdrukkelijk vermeld dat verdachte aan de verbalisanten toestemming geeft tot doorzoeking van zijn woning en dat hij ‘er zich van bewust is dat deze toestemming inhoudt dat zijn volledige woning (alle ruimtes inclusief aanwezige kasten/laden/kluizen etc) als ook aan- en bijbouw, garage, schuurtjes e.d. alsmede zijn voertuigen door politieambtenaren wordt doorzocht en dat zonodig goederen in beslag worden genomen.’ Door het ondertekenen van deze toestemmingsverklaring heeft verdachte uitdrukkelijk en ondubbelzinnig beperkt – immers slechts met het oog op de doorzoeking en eventuele inbeslagneming – afstand gedaan van zijn huisrecht. Deze afstand is omkleed met minimumwaarborgen, corresponderend met de mate van importantie van het recht waarvan hij afstand deed, gegeven het feit dat verdachte in de gelegenheid is gesteld de toestemmingsverklaring door te lezen en vervolgens de keuze te maken of hij toestemming wilde geven. Voorts is niet gebleken dat het doen van afstand in dit geval heeft ingedruist tegen een belangrijk publiek belang. Ten slotte leidt de rechtbank uit de ondertekende toestemmingsverklaring af dat het doen van afstand door verdachte een bewuste en doordachte handeling is geweest. Hij heeft dan ook geweten waarvoor hij toestemming verleende. De verdediging heeft nog aangevoerd dat verdachte, die ten tijde van het binnentreden door de politie nauwelijks wakker zou zijn geweest, door de politie werd overrompeld en zich geïntimideerd voelde. Hij zou een papier hebben moeten ondertekenen, waarvan hij de strekking niet kende. Hij zou dan ook niet hebben geweten wat de gevolgen hiervan zouden kunnen zijn. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat verdachte de toestemmingsverklaring onder druk heeft ondertekend en dat hij niet wist wat hij ondertekende. Verdachte heeft hierover nimmer gerept, niet tegenover de politie en evenmin ter terechtzitting. Het enkel bij monde van de raadsman bij pleidooi ter sprake brengen van deze omstandigheden acht de rechtbank onvoldoende voor het aannemelijk worden ervan. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verbalisanten met toestemming van verdachte diens woning hebben doorzocht. Mocht de politie verdachte vragen om zijn woning te doorzoeken? De rechtbank deelt het oordeel van het gerechtshof Leeuwarden, dat het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld meebrengt dat verbalisanten een verdachte niet om toestemming tot het binnentreden en doorzoeken van diens woning mogen vragen, niet. In haar vonnis van 10 mei 2010 (vindplaats LJN BN0621) heeft deze rechtbank geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat er sprake zou zijn van misbruik van bevoegdheden niet meebrengt dat de resultaten van een daarna met toestemming van de bestuurder van een auto verricht onderzoek niet tot het bewijs zouden mogen worden gebezigd. In navolging van die uitspraak is de rechtbank van oordeel dat het de politie vrij stond om verdachte te vragen om toestemming voor het doorzoeken van zijn woning, ongeacht of hij op dat moment terecht als verdachte werd aangemerkt. Door het geven van toestemming was er sprake van een rechtmatige doorzoeking. Was er een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van verdachte? Gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen onder het voorgaande kopje, is het in deze zaak niet van belang of er op het moment van de doorzoeking sprake was van een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van verdachte. De rechtbank zal zich hierover dan ook niet uitlaten. Het bewijs Op 14 juli 2009 werd de woning van verdachte [naam verdachte], op het adres [adresgegevens verdachte], binnengetreden ter inbeslagneming van onder meer computerapparatuur en overige digitale opslagmedia. Aldaar werden onder verdachte [naam verdachte] inbeslaggenomen: - een computer van het merk [merknaam]; - een computer (laptop) van het merk [merknaam]; - een USB-stick. Nader onderzoek aan de computer van het merk [merknaam] wees uit dat op de harddisk van deze computer 95 kinderpornografische fotobestanden stonden. Nader onderzoek aan de computer (laptop) van het merk [merknaam] wees uit dat van de daarop aanwezige data 35 fotobestanden kinderpornografisch waren. Nader onderzoek aan de USB-stick wees uit dat deze 54 kinderpornografische fotobestanden bevatte. Deze 184 kinderpornografische afbeeldingen waren niet gewist. Ze waren geplaatst in mappen die handmatig waren aangemaakt in een mappenstructuur met namen als ‘nieuwe map’. Er was geen speciale of forensische software nodig om de opgeslagen beeldbestanden te benaderen. Een selectie van de aangetroffen kinderpornografische fotobestanden werd beschreven, met het volgende resultaat: - de kleurenfoto’s met de nummers 20[366738], 11[366669] en _011 tonen een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een vibrator in haar vagina; - de kleurenfoto’s met de nummers 109[366666] en _52 tonen een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een vibrator in haar anus; - de kleurenfoto met het nummer a53091dea5e9706ea16be39382f6377e.12[1] [1085172] toont een meisje in de leeftijd tussen 8 en 12 jaar, waarbij een man zijn penis in de vagina van het meisje heeft geduwd; - de kleurenfoto met het nummer 05437[1] toont een meisje in de leeftijd van 5 tot 8 jaar, waarbij zij de stijve penis van een man in haar mond heeft; - op de kleurenfoto met het nummer 7ff3b57bc333e0dc426d6b35bf1ca368[1] poseert een meisje, jonger dan 12 jaar, waarbij door het camerastandpunt, te weten een close-up tussen de benen van het meisje, nadrukkelijk de ontblote schaamlippen, de venusheuvel en de onderbuik in beeld worden gebracht en waarop te zien is dat over de schaamlippen, de venusheuvel en de onderbuik kennelijk een zaadlozing heeft plaatsgevonden; - de kleurenfoto met het nummer 934994290c9264a[1] toont een meisje in de leeftijd tussen 5 en 10 jaar, waarbij een stijve penis tegen de lippen van het meisje is gedrukt en onder haar kin een andere stijve penis is gedrukt en waarbij over de wangen en kin van het meisje resten van een zaadlozing te zien zijn; - de kleurenfoto met het nummer 78[366792] toont een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar, zittend op haar knieën op de zitting van een stoel, met haar hoofd in de richting van de rugleuning. Aan haar enkels zijn riemen vastgemaakt. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina en anus nadrukkelijk in beeld komen; - de kleurenfoto met het nummer 19[366731] toont een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een tennisbal in haar mond, welke met plakband is vastgeplakt. Haar armen houdt ze achter haar rug. Haar benen zijn gespreid en licht opgetrokken. Aan haar enkels zijn riemen vastgebonden. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina en borstjes nadrukkelijk in beeld komen; - de kleurenfoto met het nummer 72[366772] toont een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een tennisbal in haar mond, welke met plakband op zijn plaats wordt gehouden. Het meisje zit gehurkt met gespreide benen op een stoel. Ze zit met haar voeten op de armleuningen. Haar enkels zijn stevig omwikkeld met riemen. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina nadrukkelijk in beeld komt; - de kleurenfoto met het nummer_00 toont een geheel naakt meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een tennisbal in haar mond, welke vast zit met plakband. Dit meisje zit op haar hurken op een stoel. Ze heeft haar bovenbenen gespreid. Te zien is dat haar enkels stevig omwikkeld zijn met riemen. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina nadrukkelijk in beeld komt; - de kleurenfoto met het nummer _43 toont een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een tennisbal in haar mond. Dit meisje staat voorover gebukt. Haar hoofd rust op de zitting van een stoel. Haar benen heeft ze gespreid. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina en anus nadrukkelijk in beeld komen; - de kleurenfoto met het nummer _34 toont een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar dat op haar knieën voor een stoel zit met banden vastgebonden aan haar enkels. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina en anus nadrukkelijk in beeld komen; - de kleurenfoto met het nummer _32 toont een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een tennisbal in haar mond welke vastzit met plakband. Dit meisje zit op een stoel met haar armen achter haar rug. Haar enkels zijn met riemen vastgebonden aan de armleuningen van de stoel, waardoor haar benen uit elkaar worden gedrukt. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina nadrukkelijk in beeld komt; - de kleurenfoto met het nummer_74 toont een close-up van het onderlichaam van een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar. Om haar enkels zijn riemen vastgemaakt. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina en anus nadrukkelijk in beeld komen; - de kleurenfoto met het nummer_16 toont een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met in haar mond een tennisbal. Dit meisje zit op een stoel met haar armen achter haar rug. Aan haar beide enkels zijn riemen vastgemaakt. De foto wekt de indruk dat haar benen door de riemen uit elkaar getrokken worden. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina nadrukkelijk in beeld komt; - de kleurenfoto met het nummer 1044[1] is een close-up van een naakt onderlichaam van een meisje in de leeftijd tussen 2 en 4 jaar. Op haar venusheuvel zijn twee gele smiley-stickers geplakt. Het standpunt van de camera is zo dat de venusheuvel en de vagina nadrukkelijk in beeld komen; - de kleurenfoto met het nummer 068[1] toont een meisje in de leeftijd tussen 10 en 14 jaar, zittend op haar zitvlak, met haar rechterbeen achter haar lichaam gebogen en haar linkerbeen licht opgetrokken. Het meisje draagt alleen een riem en laarzen met hoge hakken. Het standpunt van de camera is zo dat haar vagina en borstjes nadrukkelijk in beeld komen; - de kleurenfoto met het nummer 2.[366733] toont een geheel naakt meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een tennisbal in haar mond, welke met plakband op zijn plaats wordt gehouden. Het meisje zit op een stoel en heeft haar armen achter haar rug. Verder is te zien dat dit meisje ter hoogte van haar middel met een riem aan de stoel is vastgebonden. Voorts is te zien dat haar beide onderbenen met een riem aan elkaar zijn gebonden; - de kleurenfoto met het nummer 14[366718] toont een meisje in de leeftijd tussen 11 en 14 jaar met een tennisbal in haar mond, welke met plakband is vastgeplakt. Het meisje zit in kleermakerszit op een stoel. Aan haar enkels zijn riemen vastgebonden. Voorts is uit onderzoek aan de computer (laptop) van het merk [merknaam] gebleken dat: - de foto met nummer 05437[1] werd gedownload op 28 januari 2009; - de foto’s met de nummers 7ff3b57bc333e0dc426d6b35bf1ca368[1], 1044[1], 934994290c9264a[1] en 068[1] werden gedownload op 20 mei 2009; - de foto met nummer a53091dea5e9706ea16be39382f6377e.12[1] [1085172] werd gedownload op 13 juli 2009. Tegenover de politie heeft verdachte onder meer verklaard dat hij in een map op zijn computer van het merk [merknaam] bijlagen van e-mails heeft opgeslagen, waaronder naaktfoto’s van kinderen. De 54 kinderpornografische afbeeldingen op de USB-stick heeft hij er via zijn computer opgezet. Voorts heeft verdachte verklaard dat het kan kloppen dat hij in 2009 met regelmaat kinderpornografische afbeeldingen heeft bekeken. Hij kreeg veel e-mails met bijlagen van onbekenden. Als hij deze opende, waren het veelal kinderpornografische afbeeldingen. Ten slotte heeft verdachte verklaard dat het kan kloppen dat hij op 13 juli 2009 een kinderpornografische afbeelding heeft bekeken. Conclusie Gelet op: - het aantreffen van kinderpornografische afbeeldingen op twee computers en een USB-stick van verdachte; - het feit dat deze afbeeldingen bewust in een speciale map en op genoemde USB-stick zijn geplaatst; - het feit dat deze afbeeldingen eenvoudig te benaderen waren; - de hierboven weergegeven bekennende verklaring van verdachte; is de rechtbank van oordeel dat verdachte deze gegevensdragers met kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 23 september 2011, inhoudende dat: - hij in 2006 een map heeft aangemaakt waarin hij bijlagen van e-mails opsloeg zonder deze te bekijken; - hij de e-mails zelf vervolgens verwijderde; - hij de map met de bijlagen uit het oog is verloren en op een gegeven moment niet meer wist van het bestaan ervan; - hij dan ook niet wist dat deze map kinderpornografisch materiaal bevatte; acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig, nu deze aantoonbaar niet klopt. Verdachte heeft immers nog in 2009 verschillende keren kinderpornosites bezocht en kinderporno-grafische afbeeldingen gedownload. De rechtbank acht het tenlastegelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 28 januari 2009 tot en met 14 juli 2009 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, gegevensdragers, te weten twee computers en een USB stick, bevattende in totaal 184 afbeeldingen, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen een seksuele gedraging zichtbaar is, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer - het vaginaal penetreren (met een penis) door een ander van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (een kleurenfoto a53091dea5e 9706ea16be39382f6377e.12[1] [1085172]) en - het vaginaal penetreren (met een vibrator) door zichzelf of door een ander van het lichaam van (een) perso(o)n(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.