RECHTBANK MAASTRICHT Sector Kanton Locatie Maastricht Zaaknummer 454508 CV EXPL 11-5228 Vonnis van 25 januari 2012 in de zaak de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZIGGO B.V., gevestigd te Utrecht, verder ook te noemen: Ziggo, eisende partij, gemachtigde: een ongenoemd gelaten natuurlijke persoon ten kantore van ‘de Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders’ (LAVG) te Roermond tegen [gedaagde], wonend te [adres], verder ook te noemen: [gedaagde], gedaagde partij, gemachtigde: P.L.M. van Gemert, juridisch adviseur te Nijmegen VERLOOP VAN DE PROCEDURE Ziggo heeft [gedaagde] bij dagvaarding van 17 november 2011 in rechte betrokken ter zake van een vordering als omschreven in het exploot van dagvaarding, tegelijk waarmee drie ongenummerde, aan het exploot gehechte kopiebrieven betekend zijn (onder achterlating van een afschrift van het exploot plus ‘bijlage’ in de brievenbus van het woonadres van [gedaagde]). [gedaagde] heeft, na gevraagd en verkregen uitstel, schriftelijk geantwoord. Hierna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op vandaag gesteld is. MOTIVERING a. het geschil Ziggo vordert de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van € 578,47, te vermeerderen met de wettelijke rente over een daarvan deel uitmakend bedrag van € 493,50 vanaf 26 oktober 2011 tot de voldoening en onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten (‘de kosten naar de Wet’). Subsidiair beperkt Ziggo volstrekt onnodig het totaal van haar vorderingen per datum dagvaarding door te stipuleren dat ‘een en ander een bedrag ad EURO 25.000,00 niet te bovengaande’ mag zijn. Ziggo baseert haar vorderingen, althans voor wat betreft de ‘(pro resto) opeisbaar te vorderen gekregen’ hoofdsom van € 493,50, op ‘in opdracht en voor rekening van gedaagde door eiseres, althans haar rechtsvoorganger, aan gedaagde geleverde diensten, zoals nader gespecificeerd op de door eiseres aan gedaagde verstrekte facturen’. Die facturen zijn niet bijgevoegd, maar voor drie facturen die onbetaald gebleven zijn, wordt de inhoud door Ziggo in het exploot in trefwoorden, cijfers en getallen samengevat. Het gaat om in rekening gebrachte bedragen van € 142,65, € 102,78 en € 248,78. Aan wettelijke rente acht Ziggo [gedaagde] tot 26 oktober 2011 een bedrag van € 9,97 verschuldigd ‘vanaf de vervaldata van de facturen’, die niet nader geduid of verantwoord zijn. Op een bedrag van € 75,00 aan ‘incassoprovisie’ meent Ziggo verder recht te kunnen doen gelden ‘aangezien gedaagde niet tijdig aan zijn/haar verplichtingen voldeed’ (na ‘aangemaand’ te zijn) en omdat ‘eiseres de vordering ter incasso uit handen gegeven’ heeft en daarvoor ‘aan haar gemachtigde c.q. incasso-intermediair’ die ‘provisie’ verschuldigd is. Zij voegt daar nog aan toe dat ‘een aantal (minimaal 3) door gemachtigde verzonden aanmaningen als bijlage aan de dagvaarding gehecht zijn’ en dat ‘tussen de eerste sommatie en laatste aanmaning een termijn van meer dan 30 dagen gehanteerd’ is. Uit een en ander wordt de conclusie getrokken dat de inspanningen en de daarmee gemoeide kosten aangemerkt moeten worden als te zijn gericht op / bestemd voor andere zaken dan de voorbereiding van gedingstukken en instructie van de zaak. Omdat zij zichzelf als “repeatplayer” aanmerkt, verzocht Ziggo in het licht van de vordering en het ‘te verwachten rendement van een comparitie van partijen, en de verhouding tot de daarmee gepaard gaande kosten’ om schriftelijke voortzetting van de procedure zonder comparitie. Namens [gedaagde] heeft haar gemachtigde mr. Van Gemert de vordering primair op formele gronden weersproken en daarbij gehamerd op het feit dat Ziggo haar stelplicht niet naleefde, zodat zonder schriftelijke voortzetting van het debat eindvonnis gewezen moet worden. Verwezen is naar de artikelen 21, 85 en 111 Rv. Bovendien merkt [gedaagde] elders in haar antwoord op dat zij zich door het uitblijven van het noodzakelijke - door Ziggo te verschaffen - inzicht niet naar behoren (‘adequaat’) kan verweren. Subsidiair betwist [gedaagde] ‘nadrukkelijk’ het bestaan van een overeenkomst met Ziggo tot het leveren van enige diensten. Zij betwist ‘zelf’ ooit ‘contact’ daarover met Ziggo gehad te hebben en ooit betalingen aan Ziggo verricht te hebben. Naar ‘haar woonadres’ zijn nimmer facturen of herinneringen (van of namens Ziggo) gestuurd. Zonder contract verbaast de tenaamstelling van (mogelijke) facturen haar ‘ten zeerste’. Meer subsidiair vraagt [gedaagde] zich af of de gevorderde bedragen in redelijkheid bepaald zijn, stellende dat ‘het voor Ziggo gebruikelijk’ is ‘om kosten, boetes of een afkoopsom in haar nota’s te verwerken’ (onduidelijk is of [gedaagde] zich op eigen ervaring beroept of dat haar gemachtigde hier aan het woord is met een eigen opinie). In ieder geval is uit de gegeven ‘specificaties’ weinig op te maken, ook niet hoe het zo kan zijn dat [gedaagde] voor diverse overlappende pakketten gefactureerd wordt. Zij ‘begrijpt er daadwerkelijk niets van’. Ten aanzien van in het bijzonder de post buitengerechtelijke kosten merkt [gedaagde] op dat deze niet op algemene voorwaarden gebaseerd kunnen worden die niet ter hand gesteld zijn en zij vraagt akte van een deswege ingeroepen vernietiging van alle bedingen waarop Ziggo zich (eventueel) beroept. Subsdiair is zij op dat onderdeel van oordeel dat in redelijkheid geen kosten (in de gestelde omvang) gemaakt zijn (dat zij niet voldoen aan de dubbele redelijkheidtoets) en meer subsidiair dat deze kosten in aanmerking komen voor matiging. b. de beoordeling [gedaagde] heeft gelijk: het exploot van dagvaarding d.d. 17 november 2011 voldoet niet aan de minimumnormen die gegeven worden door beginselen van behoorlijke procesvoering en fair trial, nader ingevuld door de eisen van de artikelen 21, 85 en 111 (lid 3) Rv en de regel van artikel 150 Rv. Het inleidende processtuk dient immers door de eisende partij zodanig ingericht te zijn, dat de wederpartij en de om een oordeel gevraagde kantonrechter een zo volledig en waarheidsgetrouw mogelijk beeld verschaft wordt van concrete feiten, begeleidende omstandigheden, ter onderbouwing aangehaalde of geïmpliceerde documenten en/of andere stukken, buiten rechte geleverde verweren met daartoe aangevoerde gronden en overigens beschikbare bewijsmiddelen/getuigen, alles voor zover relevant in het licht van de ingestelde vordering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.