RECHTBANK MAASTRICHT Sector strafrecht parketnummer: 03/700625-11 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juli 2012 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboortegegevens verdachte], wonend te [adresgegevens verdachte], doch thans gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid, locatie “De Geerhorst” te Sittard. Raadsman is mr. J.J.M. Heuvelmans, advocaat te Simpelveld. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 juni 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte, die verder ook [verdachte] zal worden genoemd, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Voor zover in de tenlastelegging taalfouten, schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. In de voorlaatste regel van het onder 1 ten laste gelegde is achter de woorden “zwaar lichamelijk” het woord “letsel” weggevallen. De rechtbank heeft ook deze omissie verbeterd. [Verdachte] is door deze verbeteringen niet geschaad in de verdediging. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte]: Feit 1: samen met anderen heeft ingebroken in een winkel waarbij geweld is gepleegd; Feit 2: heeft geprobeerd samen met anderen in te breken in een winkel; Feiten 3 tot en met 5: samen met anderen heeft ingebroken in winkels. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde heeft begaan. 3.2 Het standpunt van de verdediging [verdachte] heeft ontkend alle hem ten laste gelegde feiten te hebben begaan. De raadsman heeft primair bepleit dat [verdachte] van alle feiten vrijgesproken moet worden. Volgens hem is er onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van [verdachte] bij deze feiten voorhanden. Zo zijn er geen voor [verdachte] belastende verklaringen afgelegd of hem belastende vingerafdrukken gevonden. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat [verdachte] bij feit 1 een leidende rol zou hebben gehad. Ook van betrokkenheid bij het plegen van het geweld tegen het slachtoffer, of het tevoren weten of vermoeden van een mogelijke geweldpleging, is niet gebleken, zodat ook niet uitgegaan kan worden van het willens en wetens door [verdachte] aanvaarden van dit geweld of enig aandeel daarin. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Inleiding In de nacht van vrijdag 18 november op zaterdag 19 november 2011 vonden er in een tijdsbestek van ongeveer een uur achtereenvolgens bij winkels in Elsloo (feit 1), Maastricht Amby (feit 2), Cadier en Keer (feit 3), Margraten (feit 4) en Banholt (feit 5) zogeheten snelkraken plaats. De toegang tot de winkels werd bij al deze, snel uitgevoerde inbraken verkregen door het verbreken van een ruit in of nabij de toegangsdeur van de winkel. Met uitzondering van de inbraak in Maastricht Amby waarbij niets werd weggenomen, bestond de buit telkens uit sigaretten. In een aantal gevallen werden ook andere zaken weggenomen. Getuigen van de diverse feiten meldden dat de daders gebruik maakten van een donkerkleurige auto van het model “SUV”/”Jeep” en enkele getuigen noteerden ook het kenteken van deze auto. Het betrof het Belgische kenteken [kenteken]. Later is gebleken dat dit kenteken toebehoort aan een op 17 november 2011 in Maasmechelen (België) gestolen Ford Kuga. Kort na de inbraak te Banholt (feit 5) trof de politie de Ford Kuga rijdend in Gronsveld aan. De Ford Kuga kwam uit de richting van Banholt. Een achtervolging ontstond en de Ford werd uiteindelijk achtergelaten aangetroffen op de [L.laan] in Mariadorp, gemeente Eijsden. In de Ford Kuga lagen onder andere pakjes rookwaar. Aan de hand van de aanwijzingen van getuigen konden die nacht drie verdachten worden aangehouden. In een tuinhuisje behorend bij het pand aan de [adres 1] te Eijsden werd verdachte [medeverdachte 4] aangetroffen en lopend op de Rijksweg te Eijsden werden de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] aangetroffen. Later, op 15 december 2011, werd verdachte [medeverdachte 3] aangehouden. [medeverdachte 4] [medeverdachte 4] heeft bij de politie zijn aandeel in de hem ten laste gelegde feiten bekend. Op 20 november 2011 verklaarde hij – zakelijk weergegeven – dat hij vrijdag 18 november 2011 met twee man whiskey had gedronken. Daarna, de rest van de avond, waren ze wat gaan rondrijden. Ze hadden daarbij een vierde man opgepikt. Ze reden met een zwarte Ford, jeepachtig model. Het rondrijden met de anderen eindigde in Eijsden/Gronsveld, alwaar ze de auto met kapotte banden achter moesten laten. Dit, na een achtervolging door de politie. Na het achterlaten van de auto waren ze met z'n allen te voet ervandoor gegaan. [medeverdachte 4] had zich verstopt in een schuurtje alwaar hij was aangetroffen. Hij was bij de inbraak in Elsloo geweest. Hij had daar sigaretten meegenomen. Ze waren wat aan het rondrijden en kwamen bij de [naam winkel 1] in Elsloo uit. Een van zijn mededaders gooide de ruit in van de entree van de [naam winkel 1]. Hij, [medeverdachte 4] was naar binnen gegaan en had de sigaretten in een vuilniszak gedaan. Hij had deze vuilniszak van huis meegenomen. Op een gegeven moment kwam er een man, die alleen gekleed was in een boxershort, en die had hij een duwtje gegeven. Daarna was hij weggegaan. Toen hij naar buiten wilde gaan, pakte de man hem vast. Hij, [medeverdachte 4], viel toen en riep. Een van de mededaders was hem komen helpen en de man had uiteindelijk losgelaten. Bij de [naam winkel 2] in Amby was ongeveer hetzelfde gebeurd. Ze hadden met zijn drieën tegen het raam getrapt. Een iemand bleef in de auto. De ruit ging kapot en [medeverdachte 4] was met iemand naar binnen gegaan. De ander (de derde man) stond op de uitkijk en de vierde zat achter het stuur. Ze waren dronken, verveelden zich en hadden geen geld. Zo kwamen ze op het idee om dit te doen. Bij de [naam winkel 3] in Cadier en Keer hadden ze de Ford met de achterkant tegen de ruit aangezet en toen achteruitgereden. Toen de ruit kapot ging, was hij, [medeverdachte 4], met nog iemand naar binnen gegaan en had hij de sigaretten gepakt. Een mededader hield de zak open. Deze mededader was dezelfde als bij de inbraak in Elsloo en Amby. De chauffeur en degene die op de uitkijk stond, waren ook dezelfden als in Elsloo en Amby. Bij de [naam winkel 4] in Margraten was het hetzelfde. Hij had de ruit naast de toegangsdeur kapotgegooid met een steen. De ruit ging in een keer kapot. Hij had er een paar stukken met zijn hand uitgehaald en was vervolgens naar de sigaretten gelopen. Deze keer waren ze met drie man binnengegaan. Degene die bij de andere inbraken op de uitkijk stond, was nu mee naar binnen gegaan. De bestuurder bleef in de Ford zitten. [medeverdachte 4] had met nog iemand het rolluik voor de sigaretten kapotgetrokken en had daarna de vuilniszak opengehouden die de twee anderen vulden met sigaretten. De [naam winkel 5] in Banholt was op dezelfde manier opengemaakt als in Cadier en Keer. De bestuurder tikte tegen de schuifdeur aan waardoor de ruit naast de schuifdeur kapotging. De bestuurder was dezelfde als bij alle andere inbraken. Ze waren dit keer weer met drie man naar binnen gegaan. Ze hadden het rolluik, dat toegang gaf tot de sigaretten, kapotgetrokken en zijn twee mededaders hadden de vuilniszak gevuld met sigaretten. Zelf had [medeverdachte 4] geprobeerd een kluisje onder de toonbank los te trekken. Dat was niet gelukt. Ze waren alle drie naar de auto gegaan, en wilden terug naar Maastricht rijden. Toen ze ongeveer 10 minuten aan het rijden waren, kwamen ze de politie tegen. De volgorde van de inbraken was Elsloo, Amby, Cadier en Keer, Margraten en Banholt. Feit 1 [naam winkel 1] te Elsloo Op 19 november 2011 heeft [slachtoffer 1], geboren op [geboortegegevens slachtoffer1] en eigenaar van [naam winkel 1], aangifte gedaan van een in zijn aan het [adres winkel 1] te Elsloo gelegen winkel gepleegde inbraak. Hij verklaarde daarbij – in woorden en weergave van de rechtbank – dat, nadat hij op 18 november naar bed was gegaan hij een doffe klap hoorde, waarna het alarm afging. Zijn woning is gelegen boven zijn winkel, in hetzelfde pand. Hij was kort daarop, gekleed in een onderbroek en onderhemd, naar beneden gegaan en trof daar twee personen in zijn winkel. Hij had een van de personen vastgepakt, waarna er geweld tegen hem was gebruikt. Hij was door een dader geschopt en heeft daardoor een of twee ribben gebroken. Hij heeft letsel onder zijn beide voeten door het lopen in het glas en heeft glassplinters in beide knieën. Ook heeft hij een snee in zijn rechterelleboog van 7 a 8 centimeter lang en 3,5 centimeter diep. Er waren sigaretten en kleingeld weggenomen. Blijkens de op 13 december 2011 opgemaakte geneeskundige verklaring was er bij [slachtoffer 1] sprake van fracturen van de tweede en derde linkerrib en is er letsel aan de “n. ulnaris”, hetgeen de rechtbank begrijpt als de nervus ulnaris: de elleboogzenuw. De duur van de genezing werd geschat op enkele weken tot maanden. Op 2 februari 2012 deelde [slachtoffer 1] desgevraagd aan de politie mee dat hij nog steeds geen gevoel had in zijn rechterpink en rechterringvinger en dat hij op 12 juni 2012 andermaal voor controle/onderzoek naar het ziekenhuis moet. Het natuurlijk herstel van het letsel zou mogelijk in totaal 2 jaar gaan duren. De aan het [adres winkel 1] wonende [getuige 1] heeft een getuigenverklaring afgelegd. Zakelijk weergegeven verklaarde ze daarbij dat ze op 18 november 2011 omstreeks 23:55 uur enkele doffe klappen hoorde en een alarm hoorde afgaan. Ze had uit het raam van haar woning gekeken en zag toen iemand voor de ingang van de naastgelegen [naam winkel 1] staan. Ze was naar buiten gerend en had daarbij een wandelstok meegenomen. Toen ze buiten kwam, zag ze een persoon buiten staan en zag ze twee andere personen in de winkel met de kassa bezig. Ze had met haar wandelstok twee keer naar die persoon geslagen. Die persoon reageerde daar niet op. Daarna zag ze dat vanaf het plein een auto op haar af kwam. Ze was daarop terug naar haar woning gegaan. De auto had het kenteken [kenteken]. Van het voorval zijn beelden gemaakt door in de winkel van [slachtoffer 1] hangende beveiligingscamera’s. De tijdsnotering van de beelden liep 17 minuten voor op de werkelijke tijd. Op deze, door diverse verbalisanten bekeken beelden, herkenden de verbalisanten de verdachten [medeverdachte 4], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3]. Wanneer deze herkenningen worden gelezen in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van het uitkijken van de beelden, dan is op de beelden te zien dat er (op de door de beelden aangegeven tijd) om 00:06.34 uur een voertuig aan komt rijden. Dit voertuig stopt voor de sigarenzaak. Drie personen stappen uit. Om 00:07.10 wordt de sigarenzaak betreden. [medeverdachte 4] trapt hierbij tegen de ruit van de zaak, waardoor er een gat ontstaat en de ruit losschiet. [medeverdachte 4] betreedt als eerste de zaak. Hij is gekleed in een donkere spijkerbroek en een zwarte jas met capuchon die voorzien is van bont. Hij draagt schoenen die wit en donkergekleurd zijn en hij houdt een vuilniszak in zijn gehandschoende handen. [medeverdachte 1] betreedt direct hierna de zaak. Hij is gekleed in een spijkerbroek en een donkere jas met capuchon. Onder deze capuchon draagt hij een petje. Hij draagt schoenen met een witte zool en de bovenzijde is wit met donkere vlakken. Hij draagt ook handschoenen en heeft ook een vuilniszak bij. Ook hij draagt handschoenen en ook hij heeft een vuilniszak bij zich. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] springen over de toonbank en halen goederen uit de schappen die ze in de vuilniszakken doen. [medeverdachte 3] betreedt om 00:07.27 uur de zaak. Hij draagt een petje en handschoenen. Ook hij draagt een vuilniszak. Hij pakt de kassa van de toonbank en probeert deze mee te nemen. Hij struikelt echter daarbij en laat de kassa uit zijn handen vallen. Om 00:07.47 uur loopt een persoon in een witte broek en donkere jas voor de sigarenzaak langs en kijkt door de voordeur naar binnen. Deze persoon heeft kennelijk een stok in zijn handen en steekt deze naar binnen. Om 00:07.59 verlaat [medeverdachte 3] de zaak en wordt geconfronteerd met deze persoon. Om 00:08:19 staat een oudere man gekleed in ondergoed in de zaak en gooit kennelijk met schoenen naar [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] maakt een slaande beweging met een gevulde vuilniszak naar de oudere man. [medeverdachte 4] duwt de man weg en vervolgens verlaat eerst [medeverdachte 1] en daarna [medeverdachte 4] de zaak via de kapotte ruit van de voordeur. De oudere man pakt [medeverdachte 4] om zijn middel als laatstgenoemde net buitenstaat. De oudere man komt ten val en valt met zijn lichaam op de kapotte deur/ruit. [medeverdachte 1] komt terug en slaat de oudere man die nog op zijn knieën zit met gebalde vuist met kracht in het gezicht. De oudere man probeert op te staan en weg te lopen. Hij staat met zijn rug naar de deur. Terwijl de oudere man wegloopt wordt hij door een vierde persoon in zijn linkerzij geschopt. Blijkens het daaromtrent opgemaakte proces-verbaal van bevindingen droeg deze, hier als vierde aangeduide, persoon kleding die overeenkomt met de kleding die [verdachte] bij zijn aanhouding droeg. Feit 2 [naam winkel 2] te Maastricht Amby Op 19 november 2011 kregen verbalisanten omstreeks 00:10 uur de opdracht om te gaan naar het [S.plein] te Maastricht. Daar was zojuist bij de [naam winkel 2] een ramkraak gepleegd. De verbalisanten gingen ter plaatse, spraken daar kort met getuigen [getuige 2] en [getuige 3] en spraken ook met de eigenaar van de supermarkt [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] liet aan de verbalisanten de beelden van de beveiligingscamera zien. Het zijn camera's die automatisch starten zodra er beweging is binnen het bereik van de camera's. De beelden startten om 00:04 uur. Op de beelden is de winkelruimte dan geheel verduisterd. Er is een lichtschijnsel aan de buitenzijde van de winkel nabij de toegangsdeur. Er valt een lange smalle balk de winkel binnen. Het licht gaat automatisch aan in de winkel. Twee mannen komen uit de richting van de toegangsdeur de winkel binnen. Deze rennen naar de meest rechts gelegen kassa. Deze kassa is voorzien van een achterwand waar sigaretten liggen opgeslagen. Beide personen houden grote groene plastic zakken in hun handen. De personen verlaten de kassaruimte en gaan naar buiten. Persoon A is blank, heeft een smal postuur en is gekleed in een kort zwart glimmend donsjack met een van een bontrand voorziene capuchon. Hij draagt zwart-witte sportschoenen vermoedelijk van het merk Nike of Puma. Hij draagt een handschoen met op de pols een lichtkleurig plaatje en een lichte bies langs de zijde van de vingers. Hij draagt ook een petje. Persoon B is blank, heeft een smal postuur en is gekleed in een matzwarte gladde zomerjas voorzien van capuchon. Hij draagt zwart-witte sportschoenen van het merk Nike. Op zaterdag 19 november bleek het de verbalisanten om 04:00 uur, en dat na de aanhouding van twee personen op de Rijksweg te Eijsden, dat persoon B [medeverdachte 1] moet zijn. Bij een vergelijking van deze camerabeelden met de camerabeelden van feit 1, werd persoon A door de verbalisanten herkend als [medeverdachte 4]. [slachtoffer 2] heeft op 19 november 2011 aangifte gedaan van een poging tot inbraak in de hem in eigendom toebehorende [naam winkel 2] aan het [S.plein] te Maastricht. Op de beelden van de beveiligingscamera heeft hij gezien dat twee personen zijn winkel binnenkwamen en naar kassa 1 liepen. Hij zag dat beide personen zich bukten en trachtten om een rolluik waarachter sigaretten liggen omhoog te duwen. Hij zag dat hen dat niet lukte. Hij zag ook dat een lade was opengetrokken. [getuige 2] heeft als getuige een verklaring afgelegd over dit feit. Hij verklaarde zakelijk weergegeven dat hij op zaterdag 19 november 2011 omstreeks middernacht bij zijn auto stond op de parkeerplaats waaraan ook de [naam winkel 2] gelegen is. Hij zag toen een auto tegen de pui aanrijden van de [naam winkel 2]. Hij was teruggelopen naar het buurthuis Ambyerhoof om daar melding van de ramkraak te maken en 112 te bellen. Toen hij buiten kwam, zag hij de auto weer wegrijden. [getuige 3] die vanuit zijn woning goed en onbelemmerd zicht heeft op de [naam winkel 2], heeft op 19 november 2011 om 11:00 uur tegen een verbalisant verteld dat hij de afgelopen nacht om 00:03 uur voor de tv zat en toen een harde klap hoorde, waarna hij naar buiten keek. Hij zag toen een donkerkleurige auto met de achterzijde tegen de gevel van de supermarkt staan. Hij heeft daarop 112 gebeld. Tijdens het bellen zag hij een man via de gebroken ruit uit de supermarkt komen. Deze had een zwarte plastic zak in zijn handen. De man liep naar het bijrijdersportier en de auto reed vervolgens met gedoofde verlichting weg. Feit 3 [naam winkel 3] te Cadier en Keer [slachtoffer 3] heeft op zaterdag 19 november 2011 aangifte gedaan van een inbraak in de drogisterij van haar en haar medevennoot. Het betreft [naam winkel 3] aan het [R.plein] te Cadier en Keer. Ze werd op zaterdag 19 november 2011 omstreeks 00:00 uur wakker gebeld door [getuige 4] die schuin boven de drogisterij woont. Deze deelde haar mede dat er een ramkraak had plaatsgevonden op haar drogisterij. Toen ze ter plaatse kwam, zag ze dat de grote etalageruit links naast de toegangsdeur kapot was. Er waren twee zwarte plastic bakken met daarin diverse soorten pakjes sigaretten weggenomen. [echtgenoot slachtoffer 3], de echtgenoot van [slachtoffer 3], is medevennoot van [naam winkel 3]. Hij werd op 21 november gehoord als aangever. Hij verklaarde dat uit zijn winkel ongeveer 500 pakjes sigaretten waren gestolen. Bij dit verhoor werd [echtgenoot slachtoffer 3] geconfronteerd met een in de Ford Kuga aangetroffen rol stickers "retour afzender" van TNT post. Deze rol was volgens [echtgenoot slachtoffer 3] zeer waarschijnlijk uit zijn zaak afkomstig. Een in de Ford Kugao aangetroffen boekje "90 jaar fanfare Sint Blasius 1921-2011" was volgens [echtgenoot slachtoffer 3] zeker uit zijn zaak afkomstig. Dit boekje werd alleen in zijn zaak weggegeven. Ook de in de Ford Kuga aangetroffen Verona-enveloppen werden door hem herkend als enveloppen die in zijn zaak verkocht worden. [getuige 4] heeft op 19 november 2011 een getuigenverklaring afgelegd. Hij verklaarde dat hij in zijn slaapkamer was toen hij een flinke klap hoorde. Hij was opgestaan en had vanuit het keukenraam naar buiten gekeken. Hij zag toen dat een auto met de achterzijde richting drogisterij stond. Hij was vervolgens het balkon opgelopen en zag toen een persoon naast de auto staan. Er zat ook nog een persoon in de auto. Hij had zich verdekt opgesteld om niet op te vallen. Hij zag de auto wegrijden en hij noteerde van de auto het Belgische kenteken [kenteken]. De auto was een zwarte SUV. [getuige 5] heeft als getuige verklaard dat zij op 19 november 2011 omstreeks 00:10 uur in bed tv lag te kijken toen ze een harde klap hoorde. Daarna hoorde ze een alarm. Ze zag een auto met de achterkant richting [naam winkel 3] staan. Ze had, zo ziet ze in haar telefoon, om 00:17 uur 112 gebeld. [getuige 4] is haar vriend. [getuige 4] had al een verklaring afgelegd en het kenteken doorgegeven. Feit 4 [naam winkel 4] te Margraten Op 19 november 2011 kregen verbalisanten rond 00:30 uur de opdracht om te gaan naar de [naam winkel 4] die gelegen is aan het [adres winkel 4] te Margraten. Aldaar zou een ramkraak gepleegd zijn. Ter plaatse werd door de verbalisanten gesproken met twee getuigen: [getuige 6] en [getuige 7] en ook werd gesproken met de eigenaar van de winkel [slachtoffer 4]. Er werd gezien dat de ruit van de linker toegangsdeur vernield was, dat beide schuifdeuren ontzet waren, dat er in de winkel een aparte balie was voor de verkoop van sigaretten, tijdschriften en loten en dat het rolluik dat de kast met sigaretten afsluit verbroken was. Er lagen pakjes sigaretten op de vloer in de winkel en er lag een aantal pakjes tabak op het [A.plein] ter hoogte van de [naam winkel 4]. [slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van diefstal door middel van braak uit zijn winkel: de [naam winkel 4] aan het [A.plein] te Margraten. Hij werd op zaterdag 19 november 2011 omstreeks 00:30 uur gebeld door de meldkamer van het beveiligingsbedrijf met de mededeling dat er een alarmmelding was van zijn winkel. Toen hij bij zijn winkel kwam, trof hij daar twee politiepatrouilles. Van de dubbele schuifdeuren was het bovenste gedeelte van de linkerdeur kapot. Er zat een gat in het glas. In de winkel was het rolluik van het sigarettenrek naar boven geschoven. Het rolluik was daardoor ontzet. Uit dit rek werd een aantal pakjes shag en sigaretten ontvreemd. Op de camerabeelden waarop de diefstal te zien was, zag hij in totaal drie daders. [getuige 7] heeft een getuigenverklaring afgelegd. Ze zat op 19 november 2011 omstreeks 00:30 uur met haar man in haar woning, gelegen aan het [A.plein] te Margraten, toen ze harde klappen tegen een raam hoorde. Ze liep haar balkon op en zag toen voor de [naam winkel 4] die onder haar appartement ligt, een man staan. Ook zag ze een grote zwarte auto. Alle vier de deuren en de kofferklep van de auto waren open. Ze zag vier mensen. Tegen de man die voor de [naam winkel 4] stond te wachten, zei haar man dat hij de politie ging bellen. Ze zag drie andere personen vanuit de [naam winkel 4] naar de auto lopen. Deze gooiden grote kartonnen dozen in de auto. De vier stapten in en reden weg. [getuige 6] heeft ook een getuigenverklaring afgelegd. Hij zat op 19 november 2011 omstreeks 00:25 uur in zijn woning aan het [A.plein] te Margraten, toen hij zijn vrouw hoorde zeggen dat zij iets hoorde bonken onder hun woning. Hij was het balkon opgelopen en zag toen een personenauto, een zogenoemde MPV, voor de [naam winkel 4] staan. Deze auto had het Belgische kenteken [kenteken]. Feit 5 [naam winkel 5] te Banholt [slachtoffer 5] heeft op zaterdag 19 november 2011 aangifte gedaan van een inbraak in haar winkel: [naam winkel 5] te Banholt. Ze kreeg op 19 november 2011 omstreeks 01:00 uur een telefoontje van buurvrouw [naam buurvrouw] dat er was ingebroken in haar bedrijf. Ze was gaan kijken en zag dat de voorpui van het pand volledig vernield was. De schuifdeuren waren naar binnen gebogen en het glas was vernield. Het naastgelegen raam was volledig uit het kozijn gebroken en het kozijn was verbogen en verbroken. De kassa en de toonbank waren omgegooid. Achter de toonbank is een rolluik met daarachter tabak. Het rolluik was vernield en de tabak was weggenomen. Er waren camerabeelden van de inbraak. Deze beelden zal ze bezorgen bij de politie. Blijkens de camerabeelden, die bekeken en beschreven zijn door een verbalisant, werd de toegang tot de winkel verkregen door tweemaal met een donkere auto tegen de toegangsdeur van de [naam winkel 5] te rijden. Toen een van de daders de kofferbak opende om voorwerpen in de kofferbak te gooien, werd gezien dat de kofferbak van de ramauto vol lag met kleine goederen. Op een lamel van het vernielde rolluik is bloed aangetroffen. Dit bloed kan afkomstig zijn van [medeverdachte 4]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard. Na afloop van feit 5… Zoals al in de inleiding werd opgemerkt, komt na het feit in Banholt de politie de Ford Kuga op het spoor. Deze werd rijdend aangetroffen in Gronsveld, komend uit de richting van Banholt. Een achtervolging ontstond en de Ford werd achtergelaten aangetroffen op de [L.laan] in Mariadorp, gemeente Eijsden. De auto had met name aan de achterzijde veel schade. De achterbak van het voertuig lag vol met pakjes sigaretten en tevens lag er een aantal blauwe plastic zakken in het voertuig. Aan de hand van de aanwijzingen van getuigen, die o.a. meldden dat verdachten via achtertuinen zijn weggevlucht, konden drie verdachten worden aangehouden. In een tuinhuisje op het adres [adres 1] werd [medeverdachte 4] aangetroffen en aangehouden. Lopend op de Rijksweg te Eijsden werden [medeverdachte 1] en [verdachte] aangetroffen. [medeverdachte 1] en [verdachte] werden door getuige [getuige 8] herkend als de personen die hij op 19 november 2011 over de [R.K.laan] te Eijsden had zien rennen. Hij zag deze mannen rennen juist nadat hij een rare klap had gehoord. Beide mannen sprongen over het tuinhek van de woning aan de [E.laan]. Later heeft hij gezien dat een persoon werd aangehouden in de tuin van de [adres 1]. Dat was niet een van de personen die hij eerder had zien rennen. Die personen heeft hij later wel weer gezien. Hij heeft toen, om 03:02 uur, 112 gebeld. Hij zag toen na 2 minuten de politie komen. Naar schatting zo’n 5 minuten later stond de politie bij hem onder het raam van zijn woning. Hij heeft toen een verklaring afgelegd over hetgeen hij gezien had. Hij verklaarde bij die gelegenheid, tegenover de politie, dat hij de aangehouden personen herkende als de personen die hij eerder over de [R.K.laan] had zien rennen. Blijkens de uitdraai van Google Maps die in het dossier op blz. 754 steekt, zijn de [W.K. laan], de [L.laan], de [R.K.laan] en de [L.laan] zijstraten van de Rijksweg te Eijsden. In de achtertuin van het adres [W.K.laan] te Eijsden zijn een petje en een paar handschoenen veiliggesteld en in beslag genomen. Het petje en de handschoenen zijn bemonsterd. Uit de bemonsteringen zijn DNA-profielen verkregen. Zowel aan de binnenzijde van de linkerhandschoen als aan de binnenzijde van de rechterhandschoen is een zogeheten DNA-hoofdprofiel aangetroffen, hetgeen de rechtbank begrijpt als een in een DNA-mengprofiel, meest aanwezige DNA-profiel. Het DNA van het hoofdprofiel kan afkomstig zijn van verdachte [medeverdachte 3]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard. Aan de rand van het petje is ook een DNA-hoofdprofiel aangetroffen. Ook dit DNA van dit hoofdprofiel kan afkomstig zijn van verdachte [medeverdachte 3]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard. Het is op basis van deze in onderling veband en samenhang beziene bewijsmiddelen dat de rechtbank bewezen oordeelt dat [verdachte] de hem ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan. De rechtbank oordeelt daarbij ook bewezen dat [verdachte] geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1]. [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hadden de winkel al verlaten, toen [slachtoffer 1] werd getrapt door een vierde dader. Die dader moet [verdachte] geweest zijn. De feiten zijn immers telkens door dezelfde vier daders gepleegd, drie van die vier daders (te weten: [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4]) hadden zich al uit de voeten gemaakt, waardoor alleen [verdachte] overblijft als mogelijke dader. Daarbij komt dat de dader die [slachtoffer 1] trapte dezelfde kleren droeg als [verdachte] bij zijn aanhouding. 3.4 de bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte]:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.