RECHTBANK MAASTRICHT AFWIJZING VORDERING OPHEFFING SCHORSING VOORLOPIGE HECHTENIS parketnummer: 03/702537-11 De rechtbank te Maastricht; Gezien de vordering van de officier van justitie ingediend op 23 augustus 2012 strekkende tot opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis van [naam verdachte], geboren [geboortedatum-en plaats], Gezien de processtukken, waaronder onder andere een bevel gevangenhouding d.d. 30 juni 2011 en een bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis d.d. 22 mei 2012 Gelet op het verhandelde ter zitting, zoals bij daarvan afzonderlijk opgemaakt proces-verbaal vermeld; Overwegende, dat door de rechtbank de voorlopige hechtenis is geschorst, onder de voorwaarden als vermeld in het bevel van de rechtbank d.d. 22 mei 2012; Overwegende dat blijkens de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis en de daarbij gevoegde bijlagen verdachte zich niet zou hebben gehouden aan de schorsingsvoorwaarden met betrekking tot de dagelijkse meldplicht en met betrekking tot het niet plegen van misdrijven. De rechtbank zal onderstaand op beide aspecten ingaan: m.b.t. de dagelijkse meldplicht: verdachte is de verplichting opgelegd om zich iedere dag om 12.00 uur te melden aan het politiebureau te Heerlen. Verdachte ontkent dat hij zich op de in het proces-verbaal van 22 augustus 2012 genoemde data niet zou hebben gemeld. M.b.t. het tijdstip heeft verdachte verklaard dat het juist is dat hij zich niet elke dag om precies 12.00 uur heeft gemeld, maar dat de politie hem heeft gezegd dat het niet uitmaakt op welk tijdstip hij zich zou melden. Uit de stukken blijkt niet dat er een sluitend registratiesysteem m.b.t. de meldplicht is, hetwelk zodanig is opgesteld dat meldingsplichtigen een bewijs krijgen wanneer zij zich hebben gemeld. Bij het ontbreken van een dergelijk systeem en gelet op het feit dat de bij de politie gevoerde registratie niet als bijlage werd gevoegd, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte/meldingsplichtige het voordeel van de twijfel moet worden gegeven. Overigens merkt de rechtbank op dat het de rechtbank bevreemdt dat niet terstond actie werd ondernomen op eerdere - kennelijke- overtredingen van de dagelijkse meldingsplicht. Blijkens het proces-verbaal zou verdachte zich immers al op 5 juli 2012, 13 dan wel 14 juli 2012, 21 juli 2012 en op 3 augustus 2012 in het geheel niet hebben gemeld aan het politiebureau te Heerlen; m.b.t. de nieuwe misdrijven: de rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende sprake is van objectieve feiten en/of omstandigheden die wijzen op de betrokkenheid van verdachte bij enig nieuw misdrijf; De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering tot opheffing van de schorsing dient te worden afgewezen; Gezien de artt. 82 en 86 van het Wetboek van Strafvordering; ------------------------------------------------------------------------------- BESCHIKKENDE: Wijst af de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Aldus gedaan op 23 augustus 2012 door mrs. E.H.A.F.M. Krol, voorzitter, G. Dijkshoorn-Sleebe, rechter, J.M.E. Kessels, rechter, in tegenwoordigheid van E.H.M. Bisscheroux-Heijnens, griffier. De officier van justitie brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte. Maastricht, 23 augustus 2012 De officier van justitie,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.