← Nederland

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX5641

RECHTBANK MAASTRICHT OPHEFFING VOORLOPIGE HECHTENIS. Parketnummer: 03/700488-12 De rechtbank te Maastricht; Gezien het verzoekschrift ingediend op 20 augustus 2012 strekkende tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis van: [Naam verdachte] geboren [geboortedatum-en plaats] wonende [adresgegevens] verblijvende in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard. Gezien de processtukken, waaronder onder andere een bevel gevangenhouding d.d. 13 juli 2012. Gelet op het verhandelde ter zitting, zoals bij daarvan afzonderlijk opgemaakt proces-verbaal vermeld; Overwegende dat door de raadsman van verdachte een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd gedaan op grond van de omstandigheid dat door de politierechter op 13 juli 2012, het bevel tot gevangenhouding werd gegeven voor 30 dagen. Het onderzoek op de terechtzitting werd in het belang van de verdediging aangehouden voor onbepaalde tijd. De raadsman geeft aan dat er geen vordering tot verlenging van de gevangenhouding werd gedaan, dat het bevel tot gevangenhouding inmiddels was verlopen en dat verdachte onrechtmatig van zijn vrijheid was beroofd. De rechtbank heeft kennis gekregen van de invrijheidstelling van verdachte met ingang van 22 augustus 2012 en wel gelet op de toepasselijkheid van artikel 67 a lid 3 Sv. Uit dien hoofde dient het verzoek van verdachte tot opheffing van de voorlopige hechtenis - vanwege het ontbreken van belang - niet-ontvankelijk te worden verklaard. De rechtbank merkt op dat naar het oordeel van de rechtbank verdachte - voorafgaande aan zijn invrijheidstelling op 22 augustus 2012 - niet onrechtmatig van zijn vrijheid werd beroofd nu het verweer van de raadsman niet slaagt. De rechtbank verwijst hiertoe naar het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 november 2007 (LJN: BC7867). De rechtbank is van oordeel dat daar waar de duur van de voorlopige hechtenis uit de wet (art. 66 Sv.) zelf voortvloeit, er voor de zittingsrechter geen plaats is voor het bevelen dan wel verlengen van bevelen tot voorlopige hechtenis voor bepaalde tijd. De rechtbank merkt op dat dit anders had kunnen zijn indien de zittingsrechter expliciet de bepaalde tijd zou hebben gegrond op de mogelijke toepasselijkheid van artikel 67a lid 3 Sv. Nu aan het bevel voor bepaalde tijd door de zittingsrechter geen motivering werd toegevoegd, dient het gegeven bevel voor de termijn van 30 dagen voor wat betreft de termijn als een kennelijke misslag te worden aangemerkt; Overwegende dat nu het bevel tot voorlopige hechtenis is gebaseerd op de verdenking van diefstal van twee blikjes cola en twee croissants en verdachte niet voldoet aan de criteria van "frequente recidive (LOVS oriëntatiepunten)" is de rechtbank van oordeel dat gelet op artikel 67a lid 3 Sv de voorlopige hechtenis ten aanzien van verdachte dient te worden opgeheven; Gelet op artikel 67a en 69 Wetboek van Strafvordering; BESCHIKKENDE: Heft op de voorlopige hechtenis. Verklaart het verzoekschrift van de verdachte niet-ontvankelijk. ------------------------------------------------------------------------------- Aldus gedaan op 23 augustus 2012 door mr. E.H.A.F.M. Krol, rechter in tegenwoordigheid van E.H.M. Bisscheroux-Heijnens, griffier. De officier van justitie brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte en beveelt diens onmiddellijke invrijheidsstelling. Maastricht, 23 augustus 2012 De officier van justitie, Gezien op De Directeur van het Huis van Bewaring,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.