RECHTBANK MAASTRICHT Sector strafrecht parketnummer: 03/700015-11 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 september 2012 in de strafzaak tegen [naam verdachte], geboren te [geboortegegevens verdachte], wonende te [adresgegevens verdachte]. Raadsvrouw is mr. C.H.C. Hocks, advocaat te Maastricht. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 12 april 2011 en van 27 augustus 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair: samen met een ander of anderen aan [naam slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door hem meerdere keren met kracht tegen het hoofd en het lichaam te schoppen en te slaan; subsidiair: samen met een ander of anderen heeft geprobeerd om aan [naam slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem meerdere keren met kracht tegen het hoofd en het lichaam te schoppen en te slaan; meer subsidiair: samen met een ander of anderen op de openbare weg openlijk geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] door hem meerdere keren met kracht tegen het hoofd te schoppen en te slaan. 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op grond van de aangifte, de verklaringen van de getuigen [naam getuige 1], [naam getuige 2], [naam getuige 3] en [naam getuige 4], en de medische verklaring. Uit de medische verklaring blijkt dat het slachtoffer [naam slachtoffer] een gebroken neus, een gebroken jukbeen, oogletsel en schouderletsel heeft opgelopen, hetgeen conform een redelijke uitleg en naar algemeen spraakgebruik zwaar lichamelijk letsel oplevert. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 2] bewust en nauw hebben samengewerkt. Voorts heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat niet duidelijk is wie van de daders het letsel heeft veroorzaakt, maar dat wel dient te worden geconcludeerd dat zowel verdachte als medeverdachte [naam medeverdachte 2] het voorwaardelijk opzet hebben gehad op het zwaar lichamelijk letsel dat het slachtoffer [naam slachtoffer] heeft opgelopen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw is van mening dat verdachte van de gehele tenlastelegging dient te worden vrijgesproken nu uit de bewijsmiddelen niet kan worden geconcludeerd dat verdachte het slachtoffer [naam slachtoffer] heeft geslagen en/of geschopt dan wel hierbij behulpzaam is geweest. Tevens heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, nu uit de medische verklaring niet blijkt dat het slachtoffer een gebroken kaak en/of een gebroken oogkas heeft opgelopen. Zij is van mening dat de lichte beschadiging van het hoornvlies en het feit dat de schouders van [naam slachtoffer] uit de kom zijn geweest geen zwaar lichamelijk letsel oplevert. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Inleiding In de vroege ochtend van 28 december 2010, op de parkeerplaats van discotheek [naam discotheek] te Heerlen, zijn het latere slachtoffer [naam slachtoffer] en verdachte met elkaar in conflict gekomen. Wat er precies is gebeurd en wat daartoe de aanleiding is geweest, is onduidelijk gebleven aangezien de lezingen hierover uiteenlopen. Naar het oordeel van de rechtbank staat in elk geval vast dat bij het conflict op de parkeerplaats door verdachte, medeverdachte [naam medeverdachte 2] en [naam slachtoffer] geweld is gebruikt. Na ingrijpen van de uitsmijters van [naam discotheek] heeft [naam slachtoffer] de parkeerplaats per auto verlaten. Korte tijd later is de auto met daarin [naam slachtoffer] en zijn beide medepassagiers (al dan niet noodgedwongen) tot stilstand gekomen bij een bushalte vlakbij [naam discotheek]. [naam slachtoffer] zag dat verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 2] zich in de auto achter hem bevonden. [naam slachtoffer], verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 2] zijn uit hun auto’s gestapt waarna er op straat wederom een vechtpartij heeft plaatsgevonden. Hierbij is [naam slachtoffer] door een aantal personen in elkaar geslagen en getrapt ten gevolge waarvan [naam slachtoffer] dusdanig letsel heeft opgelopen dat hij in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Vrijspraak ten aanzien van het primair tenlastegelegde Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het door het slachtoffer [naam slachtoffer] opgelopen letsel niet kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel. Uit de medische verklaring die zich in het dossier bevindt blijkt namelijk dat op 28 december 2010 in het ziekenhuis in Heerlen is vastgesteld dat er bij het slachtoffer [naam slachtoffer] sprake was van krasjes op het hoornvlies van zijn rechteroog evenals een neusfractuur. Ook was een schouder uit de kom. Uit deze verklaring blijkt niet dat sprake was van een gebroken kaak en/of een gebroken oogkas, zoals primair ten laste is gelegd. Opvallend genoeg is niet tenlastegelegd dat [naam slachtoffer] een gebroken neus heeft opgelopen. De rechtbank stelt voorop dat het letsel dat bewezen kan worden verklaard, een uit de kom zijnde schouder en oogletsel in de vorm van krasjes in het hoornvlies, ernstig letsel is dat voor het slachtoffer buitengewoon vervelend moet zijn geweest. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat dit letsel geen zwaar lichamelijk letsel oplevert. Gelet hierop zal verdachte van het primair tenlastegelegde, het medeplegen van zware mishandeling, worden vrijgesproken. De bewijsmiddelen met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde Op 28 december 2010 heeft [naam slachtoffer] in het ziekenhuis (Atrium medisch centrum) te Heerlen aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat hij op 27 december 2010 omstreeks 23.00 of 24.00 uur samen met zijn vriendin en haar vriendin de discotheek [naam discotheek] in Heerlen heeft bezocht. Na afloop van dit discotheekbezoek heeft hij op de parkeerplaats van [naam discotheek] ruzie gekregen met een Antilliaanse jongen, die is uitgemond in een vechtpartij, waarbij [naam slachtoffer] van twee andere mannen klappen in zijn gezicht heeft gekregen. Ook [naam slachtoffer] zelf heeft een klap terug gegeven. De uitsmijters van [naam discotheek] hebben aan deze vechtpartij een einde gemaakt , waarna [naam slachtoffer] samen met zijn vriendin en haar vriendin in de auto is weggereden. Op een gegeven moment werd hij gedwongen om te stoppen, aangezien een andere auto plotseling voor zijn auto ging rijden. Toen hij zijn voertuig tot stilstand had gebracht, zag hij het eerdergenoemde drietal bij zijn auto verschijnen. Bij dit drietal bevond zich één Antilliaanse jongen met een snor of licht ringbaardje. [naam slachtoffer] stapte direct uit, omdat hij vermoedde dat ze weer wilden gaan vechten. Op dat moment werd hij door drie tot vijf personen getrapt, geschopt en geslagen tegen zijn hoofd. Hij kwam ten val en probeerde te voet te vluchten. Na enkele meters werd hij van achteren onderuit geschopt en vervolgens werd hij wederom van alle kanten tegen zijn hoofd geschopt, getrapt en geslagen. Na een hernieuwde vluchtpoging gebeurde dit nog een keer. [naam slachtoffer] had dusdanig veel letsel opgelopen dat hij moest worden opgenomen in het ziekenhuis. In het Atrium medisch centrum is op 28 december 2010 vastgesteld dat het slachtoffer [naam slachtoffer] krasjes op het hoornvlies van zijn rechteroog heeft opgelopen evenals een neusfractuur. Ook is een schouder uit de kom. De getuige [naam getuige 4] heeft bij de politie verklaard dat hij op 28 december 2010 omstreeks 05.00 uur, na een bezoek aan discotheek [naam discotheek], samen met [naam getuige 3] naar de bushalte in de nabijheid van [naam discotheek] is gelopen. Toen zij daar stonden te wachten hoorde hij opeens geschreeuw. Hij zag dat er voor de bushalte een auto stil stond. Daarachter stond een andere auto. Uit de achterste auto stapten twee buitenlandse personen. Deze personen liepen naar het linker voorportier van de voorste auto. De bestuurder van de voorste auto stapte ook uit. ([naam getuige 4] had voorafgaande aan zijn getuigenverklaring vernomen dat deze laatste persoon [naam slachtoffer] heet.) Ook stapten er twee meisjes uit de voorste auto. [naam getuige 4] zag vervolgens dat de twee buitenlandse jongens op [naam slachtoffer] begonnen in te slaan. Zij sloegen met gebalde vuisten en trapten met geschoeide voet. [naam slachtoffer] werd tegen zijn hoofd geslagen. Het was duidelijk zichtbaar dat er met veel kracht geslagen en geschopt werd. [naam slachtoffer] werd namelijk, terwijl hij op de grond lag, van de ene naar de andere kant geschopt. Vervolgens zag [naam getuige 4] dat uit de auto, waar de twee buitenlandse jongens uit waren gestapt, nog een buitenlandse jongen stapte. Die jongen liep naar de twee buitenlandse jongens toe die [naam slachtoffer] in elkaar aan het slaan waren. [naam getuige 4] zag op een gegeven moment, nadat [naam slachtoffer] was gevallen, dat alle drie de buitenlandse jongens op [naam slachtoffer] aan het inschoppen waren. [naam slachtoffer] lag op de grond en werd over zijn hele lichaam geschopt. Ook werd hij tegen zijn hoofd geschopt. Een aantal malen heeft hij geprobeerd om op te staan. Wanneer hij dat probeerde, werd [naam slachtoffer] door middel van trappen weer neergehaald. Dit schoppen dan wel trappen werd door de drie daders gedaan. Soms trapte/schopte er een persoon, maar er waren ook momenten dat ze alle drie samen op [naam slachtoffer] aan het inschoppen waren. [naam getuige 4] had tijdens het vechten gezien dat een van de drie jongens een ringbaardje had. Toen de portiers van [naam discotheek] aan kwamen rennen, stopten de drie buitenlandse jongens met schoppen en slaan. De getuige [naam getuige 3] heeft bij verhoor door de politie verklaard dat hij op 28 december 2010 omstreeks 05.00 uur samen met [naam getuige 4] het terrein van [naam discotheek] af is gelopen. Ter hoogte van de bushalte zag hij twee auto’s op de rijbaan staan. [naam slachtoffer] was de bestuurder van de voorste auto. De achterste auto was van drie Marokkanen die op [naam slachtoffer] aan het schelden waren. Op een gegeven moment liepen twee Marokkanen, die voor de voorzijde van hun auto stonden, op [naam slachtoffer] af en namen een dreigende houding aan. Daarna sloegen beiden meerdere keren met gebalde vuisten op [naam slachtoffer] in. Beiden raakten hem in het gezicht. Ook de derde Marokkaan stapte uit de auto en liep op het drietal af. [naam slachtoffer] rende weg over de middenberm in de richting van de andere rijbaan. De drie Marokkanen renden achter hem aan. De middenberm lag vol sneeuw en [naam slachtoffer] struikelde. Hij viel en zat op zijn knieën. Door een van die personen werd [naam slachtoffer] naar de grond geduwd. Ze schopten hem met de wreef van de voet en met de onderkant van de voet tegen het gezicht. Ook pakten zij zijn hoofd beet en gaven hem knietjes tegen het gezicht. Tevens sloegen ze hem met gebalde vuisten. Dit deden ze om beurten. Op een gegeven moment hadden de Marokkanen in de gaten dat er drie uitsmijters aan kwamen rennen. Daardoor stopten zij met slaan en schoppen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij, nadat hij korte tijd daarvoor op de parkeerplaats van [naam discotheek] met [naam slachtoffer] in conflict was geraakt, aanwezig is geweest bij de vechtpartij die heeft plaatsgevonden in de vroege ochtend van 28 december 2010 bij de bushalte in de nabijheid van [naam discotheek] en dat hij op dat moment een ringbaardje had. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij zag dat de auto van [naam slachtoffer] voor zijn auto stond en dat hij is uitgestapt. Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij tegen [naam slachtoffer] geweld heeft gebruikt. Hij heeft verklaard dat hij bij de bushalte heeft gezien dat anderen [naam slachtoffer] sloegen en schopten. Hij heeft toen tegen deze personen gezegd dat ze [naam slachtoffer] met rust moesten laten. Over het incident bij de bushalte heeft verdachte verklaard dat hij degene was die de auto bestuurde, dat hij was uitgestapt omdat hij [naam slachtoffer] wilde manen door te rijden en dat hij vervolgens zelf door [naam slachtoffer] werd geslagen. De rechtbank overweegt met betrekking tot de ontkennende verklaring van verdachte het volgende. [naam slachtoffer] heeft in zijn aangifte verklaard dat de Antilliaanse jongen, die volgens hem een snor had of een licht ringbaardje, deel uitmaakte van het drietal, met wie hij korte tijd daarvoor op de parkeerplaats had gevochten en dat bij de bushalte bij zijn auto was verschenen om hem aan te vallen. De getuige [naam getuige 4] heeft verklaard dat [naam slachtoffer] is geslagen en geschopt door drie personen die uit de auto waren gestapt die zich achter de auto van [naam slachtoffer] bevond. Deze personen waren “buitenlandse” jongens (de rechtbank begrijpt dat hiermee wordt bedoeld dat de personen geen blanke huidskeur hadden) en dat één van deze jongens een ringbaardje had. De jongen achter het stuur omschrijft [naam getuige 4] als “Antilliaans/Somalisch (neger). Ook de getuige [naam getuige 3] heeft verklaard dat [naam slachtoffer] bij de bushalte in elkaar is geslagen en getrapt door drie personen, die hij omschrijft als “Marokkanen”, waarmee hij kennelijk, zo begrijpt de rechtbank, eveneens personen bedoelt die geen blanke huidskeur hebben. Immers in zijn verklaring van 15 juli 2011 bij de rechter-commissaris spreekt [naam getuige 3] niet meer over Marokkanen, maar over “buitenlanders”, hij omschrijft daar een van hen als iemand met een dun baardje dat loopt van zijn kaaklijn tot over zijn bovenlip. Verdachte, een Antilliaanse man, was blijkens zijn verklaring ter terechtzitting aanwezig bij de vechtpartij bij de bushalte, terwijl hij vlak daarvoor met [naam slachtoffer] ruzie had gehad op de parkeerplaats van [naam discotheek]. Verdachte heeft voorts ter terechtzitting verklaard dat hij bij de bushalte uit zijn auto was gestapt, omdat de auto van [naam slachtoffer] vóór zijn auto stond en hij wilde doorrijden. Tevens blijkt uit zijn verklaring ter terechtzitting dat hij op dat moment een ringbaardje had. De aangifte en de verklaringen van de getuigen [naam getuige 4] en [naam getuige 3] in onderlinge samenhang bezien leiden de rechtbank tot het oordeel dat verdachte een van de drie personen is geweest die bij de bushalte op [naam slachtoffer] geweld heeft uitgeoefend. Daarbij neemt de rechtbank bovendien in aanmerking dat [naam slachtoffer] enkele dagen na de vechtpartij verdachte heeft herkend op een door hem en zijn vriendin op internet gevonden foto, die op de avond van 28 december 2010 in [naam discotheek] genomen is. Verdachte heeft erkend dat hij op deze foto te zien is. Het feit dat het hier niet om een officiële fotoherkening gaat, zoals die bij de politie zou moeten worden uitgevoerd, doet niet af aan het gegeven dat [naam slachtoffer] op deze foto verdachte herkent als “de hoofddader waar alles mee is begonnen”. De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting, zal derhalve als ongeloofwaardig terzijde worden geschoven voor zover deze inhoudt dat verdachte weliswaar bij de vechtpartij aanwezig is geweest, maar geen geweld jegens [naam slachtoffer] heeft uitgeoefend. Tussen verdachte en zijn mededaders is sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking. Immers blijkt uit de verklaringen van de getuigen [naam getuige 4] en [naam getuige 3] dat [naam slachtoffer] door zowel verdachte als zijn beide mededaders is geslagen en/of geschopt. Verdachte dient dan ook als medepleger te worden aangemerkt met als gevolg dat alle gepleegde geweldshandelingen aan verdachte en zijn mededaders in even grote mate worden toegerekend. Dat het slaan/stompen en het trappen/schoppen met zeer veel kracht is gebeurd blijkt niet alleen uit de aangifte en de verklaringen van de getuigen [naam getuige 4] en [naam getuige 3], maar eveneens uit het ontstane letsel dat is beschreven in de medische verklaring. Dat verdachte het bloot opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan niet worden vastgesteld. Verdachte en/of zijn mededaders hebben [naam slachtoffer] echter meerdere keren met kracht geslagen/gestompt en getrapt/geschopt tegen het lichaam en het hoofd, een zeer kwetsbaar deel van het lichaam. Zodoende hebben zij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [naam slachtoffer] daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Aldus hebben verdachte en zijn mededaders wel het voorwaardelijk opzet gehad om aan [naam slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Op grond van de aangifte, de verklaringen van de getuigen [naam getuige 4] en [naam getuige 3] die zij direct na de vechtpartij op 28 december 2012 hebben afgelegd, de medische verklaring en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, bezien in samenhang met het hiervoor overwogene, acht de rechtbank het susbsidiair tenlastegelegde, het medeplegen van een poging tot zware mishandeling, dan ook wettig en overtuigend bewezen. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte subsidiair op 28 december 2010 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hij en/of zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.