RECHTBANK MAASTRICHT Sector Civiel Datum uitspraak: 25 oktober 2012 Zaaknummer: 173425 / OT RK 12-1193 BESCHIKKING OP VERZOEK ONDERTOEZICHTSTELLING De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven met betrekking tot de minderjarige: [Minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [1999], verder te noemen [de minderjarige], kind van: Martha Maria GERRITS, wonende op een geheim adres, verder te noemen: de moeder, advocaat mr. B.M.A. Jegers en Servaas BRINK, geen belanghebbende, verder te noemen: de vader. Wederom gezien de stukken, waaronder de beschikking van de kinderrechter van 23 augustus
- Het verdere verloop van de procedure De Raad voor de Kinderbescherming te Arnhem, verder te noemen: de raad, heeft bij brief van 28 september 2012 nadere informatie verstrekt. De zaak is behandeld ter zitting van 25 oktober
- De standpunten van de belanghebbenden 2.1 De raad heeft in zijn brief van 28 september 2012 het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor [de minderjarige] ingetrokken. De raad persisteert bij zijn verzoek tot ondertoezichtstelling. De hulpverlening moet gecontinueerd worden. Door de ambivalente houding van de moeder is het noodzakelijk dat er wel ingegrepen kan worden op de momenten dat de moeder afhaakt. 2.2 De advocaat heeft namens de moeder aangevoerd dat er geen bezwaar is tegen een ondertoezichtstelling. Het is van het grootste belang dat, nu het goed gaat met [de minderjarige], hij samen met de moeder bij Scivias in Kerkrade kan blijven. Die verblijfplek komt echter in gevaar nu er een probleem ontstaat in de financiering van deze verblijfplaats. [de minderjarige] heeft ter zitting aangegeven dat het hem prima bevalt bij Scivias. Bij monde van zijn advocaat heeft [de minderjarige] aangevoerd dat het van groot belang is dat zijn verblijf bij Scivias wordt voortgezet. Hiertoe is noodzakelijk dat bureau jeugdzorg een indicatiebesluit ter bekostiging van dit verblijf afgeeft. Onder verwijzing naar de beschikking van deze rechtbank van 19 april 2012 (nrs. 159209 / FA RK 11-238) en 165071 / FA RK 11-1210) heeft de advocaat namens [de minderjarige] verzocht bureau jeugdzorg opdracht te geven een indicatiebesluit te verstrekken. De ter zitting aanwezige medewerkers van Scivias hebben dit verzoek ondersteund.
- De beoordeling Uit de stukken en uit de verklaringen ter zitting blijkt dat aan de gronden voor ondertoezichtstelling is voldaan. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Met betrekking tot het verzoek bureau jeugdzorg opdracht te geven tot het nemen van een indicatiebesluit ter financiering van de voortzetting van het verblijf van [de minderjarige] bij Scivias stelt de kinderrechter voorop dat dit verzoek betrekking heeft op de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Daarmee heeft de kinderrechter in beginsel geen bemoeienis. De door de advocaat van [de minderjarige] aangehaalde beschikking heeft betrekking op een regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als bedoeld in artikel 1: 253a lid 2 BW. De opdracht tot indicatiestelling is in dat geval mede gebaseerd op de jurisprudentie van het Europese hof voor de rechten van de mens (EHRM) – als voorbeeld werd verwezen de uitspraak van 23 juni 2005, zaaknr. 45842/990, Zawadka t. Polen – waaruit blijkt dat de staat, om het omgangsrecht ten uitvoer te leggen, al het mogelijke moet doen wat in de omstandigheden kan worden verwacht. Volgens het EHRM ligt in de praktijk een belangrijk deel van deze verplichting op de rechter, die alle middelen moet inzetten die met het oog op de omstandigheden van het geval te realiseren zijn om het omgangsrecht ten uitvoer te leggen. De door de advocaat aangehaalde beschikking ziet dus op een specifieke situatie, waarin het EHRM een concrete verplichting aan de rechter oplegt om de uitvoering van het omgangsrecht te bevorderen. Deze beschikking biedt geen basis om het algemene uitgangspunt dat de rechter geen bemoeienis heeft met de uitvoering van de ondertoezichtstelling te doorbreken.
- De beslissing Stelt voornoemde minderjarige met ingang van 25 oktober 2012 onder toezicht van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg voor de termijn van een jaar. Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. R.E. Bakker, kinderrechter, en in het openbaar op 25 oktober 2012 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier. LF Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.