RECHTBANK MAASTRICHT Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 12/764 Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiser], te Sittard, eiser (gemachtigden: ir. J.G.J. Frissen en mr. R.J.P. Schobben), en de heffingsambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen, verweerder (gemachtigden: J.M. Hermans en mr. R.M.M. Duits). Procesverloop Verweerder heeft bij besluit van 31 januari 2011 op grond van de Wet waardering onroerende zaken de waarde van de onroerende zaak [adres] te Sittard (onroerende zaak) per 1 januari 2010 vastgesteld op [bedrag x] Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 7 februari 2012 (bestreden besluit) heeft verweerder, beslissend op eisers bezwaar tegen het besluit van 31 januari 2011, de waarde verlaagd naar [bedrag y] Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De zaak is op 27 september 2012 ter zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen 1.Eiser is eigenaar van de onroerende zaak. 2.Bij het bestreden besluit heeft verweerder de waarde verlaagd en het verzoek om proces¬kostenvergoeding voor door een derde verleende rechtsbijstand en de vergoeding van de kosten van een deskundigenrapport afgewezen. 3.Eiser heeft in beroep primair aangevoerd dat verweerder ten onrechte geen proceskosten¬vergoeding wegens verleende rechtsbijstand heeft toegekend. Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat geen vergoeding is toegekend omdat gemachtigde Frissen geen professionele rechtsbijstandverlener is, vanwege het ontbreken van juridische scholing. Subsidiair heeft eiser aangevoerd dat in bezwaar deskundigenkosten van de gemachtigde Frissen vergoed hadden moeten worden 4.Voor vergoeding komen op grond van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) in aanmerking kosten die betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze rechtsbijstandverlener moet een persoon zijn voor wie het verlenen van rechtsbijstand tot zijn beroepsmatige taak behoort, dat wil zeggen dat deze werkzaamheid een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van een inkomen gerichte taakuitoefening. Noch uit de wet en de wetsgeschiedenis, noch uit de jurisprudentie volgt dat beroepsmatig verrichte rechtsbijstand alleen door juristen of anderen met een juridische opleiding kan worden verleend. 5.De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde Frissen sinds 19 februari 2010 staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met zijn eenmanszaak “WOZ kwadraat”, met de bedrijfsomschrijving “Advisering van particulieren, bedrijven en gemeenten over het vaststellen van de WOZ-waarde van woonruimten”. Onweersproken is dat de omvang van de werkzaamheden van voornoemde gemachtigde vanaf 2010, zoals ter zitting aangegeven, ongeveer een 30-tal WOZ-zaken betreft. Op grond daarvan moet ervan worden uitgegaan dat deze gemachtigde als derde beroepsmatig rechtsbijstand verleent als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Bpb. 6.Eiser heeft voorts in beroep aangevoerd dat verweerder een proceskostenvergoeding had moeten toekennen voor het opstellen van het bezwaarschrift door zijn gemachtigde en het bijwonen van de hoorzitting. Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat eisers gemachtigde geen proceshandelingen heeft verricht. 7.Een – forfaitaire – tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand wordt vergoed op basis van de verrichte proceshandelingen. Anders dan eiser stelt, komen slechts de door de gemachtigde zelf verrichte proceshandelingen voor vergoeding in aanmerking. De indiening van het bezwaarschrift door eiser komt daarom niet voor vergoeding in aanmerking, ook al heeft gemachtigde dit opgesteld. Met het reactieformulier ten behoeve van de hoorzitting heeft eiser op 14 oktober 2011 aan verweerder meegedeeld dat de heer Frissen hem zal vertegenwoordigen. Uit het verslag van de hoorzitting van 28 februari 2012 blijkt dat eisers gemachtigde is verschenen op de hoorzitting. Dit levert voor de berekening van de proceskostenvergoeding één punt op met een waarde van € 218,-, te vermenigvuldigen met de wegingsfactor. 8.De wegingsfactor wordt bepaald naar gelang het gewicht van de zaak. Bij een zaak van gemiddeld gewicht bedraagt de wegingsfactor
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.