Verval van erfdienstbaarheid, redelijkheid en billijkheid. Erfdienstbaarheid (voetpad) gevestigd in 1911. Voetpad in de loop der jaren verschoven en op ander perceel terechtgekomen. Is daarmee erfdienstbaarheid vervallen? In strikte zin wel, echter beroep op verjaring (3:106BW) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Recht van voetpad nog op oude oorspronkelijke perceel. RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht Vonnis van 8 mei 2002 in de zaak van: rolnr: 612/01 de besloten vennootschap Ecoparks Vastgoed B.V., gevestigd te Noordwelle, gemeente Schouwen-Duiveland, eiseres in conventie, gedaagde in (voorwaardelijke) reconventie, procureur: mr. H. van Pijkeren, tegen: [gedaagden], beiden wonende te [woonplaats], gedaagden in conventie, eisers in (voorwaardelijke) reconventie, procureur: mr. H.S. Memelink. 1. Het verloop van de procedure Bij beslissing van 18 september 2001 is op verzoek van eiseres overeenkomstig artikel 145 (oud) Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaald dat in deze zaak geen gelegenheid zal worden gegeven tot het nemen van conclusies van repliek en dupliek. De volgende processtukken zijn gewisseld: - Conclusie van eis overeenkomstig de dagvaarding tevens houdende akte overlegging producties; - Conclusie van antwoord in conventie tevens eis in (voorwaardelijke) reconventie; - Conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie. Zowel eiseres, hierna te noemen Ecoparks als gedaagden, hierna in enkelvoud te noemen [gedaagde], hebben producties in het geding gebracht. 2. De feiten 2.1. Bij notariële akte van 6 september 1911 is een erfdienstbaarheid gevestigd, welke luidt: "de k[naam koper]] krijgt ten behoeve van zijn gekochte, recht van voetpad over de zuidzijde langs de grens van het aan den verkoper [naam [verkoper]) in eigendom gebleven gedeelte van geno[huisnummer] nummer [straatnaam + huisnummer]. Bedoeld bij deze bedongen recht van voetpad wordt bij deze gevestigd als zakelijk recht van erfdienstbaarheid ten behoeve van het bij deze verkochte en ten laste van dat gedeelte van voormeld nummer [huisnummer] dat aan de verkoper in eigendom blijft." 2.2. Het gedeelte van perceel [perceelnummer] dat vanaf 1911 aan [naam koper] in eigendom toebehoorde is uiteindelijk in of omstreeks 1964 door het Kadaster vernummerd tot perceelnummer [perceelnummer]. Het gedeelte van perceel [perceelnummer] dat eigendom van [verkoper] bleef is uiteindelijk in of omstreeks 1964 door het Kadaster vernummerd tot perceelnummer [perceelnummer]. 2.3. [gedaagde] heeft sinds 1985 het perceel, kadastraal bekend [naam gemeente] sectie [perceelnummer], aan de [adres + woonplaats]e in eigendom. 2.4. Ecoparks heeft sinds 1997 van de ambachtsheerlijkheid [plaatsnaam] het naast de woning van [gedaagde] gelegen perceel, kadastraal bekend [naam gemeente] sectie [perceelnummer], in erfpacht. Daarnaast heeft Ecoparks het perceel, kadastraal bekend [naam gemeente] [perceelnu[perceelnummer], in eigendom. 2.5. De bestrating die op de strook lag waarop de erfdienstbaarheid is gevestigd ([perceelnummer]) is in 1972 verlegd door de heer [naam voormalige eigenaar], de toenmalige eigenaar van de percelen [perceelnummer] en [perceelnummer]. Het aldus ontstane bestrate pad is vanaf dat moment door (de rechtsvoorgangers van) [gedaagde] gebruikt. Ecoparks heeft in september 2000 op het bestrate voetpad een ijzeren hekwerk en een betonnen schutting geplaatst waardoor [gedaagde] daarvan geen gebruik meer kon maken. 3. Het geschil in conventie 3.1. Ecoparks vordert een verklaring voor recht dat er geen geldende erfdienstbaarheid, bestaande uit een recht van voetpad, bestaat ten gunste van het heersende erf, perceel [perceelnummer], dat eigendom is van [gedaagde] en ten laste van het perceel [perceelnummer], toebehorend aan de ambachtsheerlijkheid [plaatsnaam] en waarvan Ecoparks erfpachter is. Tevens vordert Ecoparks een verklaring voor recht dat er geen erfdienstbaarheid (recht van voetpad) bestaat ten gunste van voornoemd heersend erf en ten laste van het haar in eigendom toebehorende perceel [perceelnummer] en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Zij stelt hiertoe onder verwijzing naar een door haar overgelegde kadastrale opmeting dat het betreffende voetpad niet over het perceel [perceelnummer] maar over het perceel [perceelnummer] loopt en er ten aanzien van laatstgenoemd perceel geen recht van erfdienstbaarheid bestaat noch is ontstaan door verlegging van de uitoefening van de erfdienstbaarheid dan wel middels verjaring. Indien er nog sprake zou zijn geweest van een recht van voetpad over perceel [perceelnummer], is dat volgens Ecoparks gelet op het overgangsrecht vanaf 1 januari 1993 vervallen, nu dat recht vanaf 1972 onmogelijk is gemaakt en er vanaf dat moment een met het recht van voetpad strijdige toestand als bedoeld in artikel 3:106 BW bestond. 3.2. [gedaagde] heeft de vordering van Ecoparks bestreden. Hij stelt primair dat er ondanks de gedeeltelijke verschuiving van het voetpad in 1972 door de toenmalige eigenaar van de percelen [perceelnummer] en [perceelnummer] nog steeds sprake is van de in 1911 gevestigde erfdienstbaarheid, nu ook gedeeltelijk gebruik van het voetpad (namelijk voor het gedeelte van perceel [perceelnummer] dat nog steeds belopen wordt) inhoudt dat van de erfdienstbaarheid van voetpad gebruik wordt gemaakt. De erfdienstbaarheid van voetpad over perceel [perceelnummer] ten gunste van perceel [perceelnummer] kan volgens [gedaagde] derhalve ook niet verjaard zijn. Subsidiair stelt [gedaagde] dat een erfdienstbaarheid van voetpad over perceel [perceelnummer] en [perceelnummer] door bestemming is verkregen, nu het voetpad, dat er enkel ten behoeve van perceel [perceelnummer] lag en ook niet door eigenaren van andere percelen werd gebruikt, feitelijk parallel aan het oude pad is verschoven waardoor er sprake is van een uiterlijke kenbaarheid gebaseerd op de feitelijk bestaande situatie. Meer subsidiair stelt [gedaagde] dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid van Ecoparks. in (voorwaardelijke) reconventie 3.3. [gedaagde] vordert een verklaring voor recht dat er nog steeds sprake is van een erfdienstbaarheid van voetpad ten laste van perceel [perceelnummer] en ten gunste van perceel [perceelnummer], welke loopt op de wijze als omschreven in de akte van 6 september 1911, met veroordeling van Ecoparks om alle fysieke belemmeringen (waaronder in ieder geval een betonnen muur) die de erfdienstbaarheid van voetpad frustreren, binnen 36 uur na betekening van het te wijzen vonnis te verwijderen op straffe van een dwangsom en veroordeling van Ecoparks in de proceskosten. Hij stelt daartoe onder verwijzing naar zijn verweer in conventie dat er nog steeds sprake is van een erfdienstbaarheid van voetpad ten gunste van perceel [perceelnummer] en ten laste van [perceelnummer], welke nog steeds door hem wordt gebruikt. 3.4. Ecoparks heeft de vordering van [gedaagde] bestreden. Zij stelt dat het recht van voetpad, zoals dat thans wordt uitgeoefend, vrijwel geheel loopt over het perceel [perceelnummer] en wel zodanig dat zonder gebruikmaking van het voetpad over perceel [perceelnummer] geen (effectief) recht van voetpad meer bestaat. De vordering tot herstel in de oude toestand is volgens Ecoparks verjaard omdat die "oude toestand" al sinds 1972 niet meer bestaat. 4. De beoordeling van het geschil in conventie 4.1. Vast staat dat de bestrating die op de strook lag waarop de erfdienstbaarheid is gevestigd in 1972 is verlegd door de toenmalige eigenaar van de percelen [perceelnummer] en [perceelnummer]. De rechtbank gaat er gelet op de bij de conclusie van eis en bij de conclusie van antwoord overgelegde kaartjes van het kadaster en de stellingen van partijen van uit dat deze bestrating door deze verschuiving voor het grootste deel op het perceel [perceelnummer] terecht is gekomen en voor een klein deel op perceel [perceelnummer] is blijven liggen. Door deze verlegging van de tegels die op het pad lagen is het recht van erfdienstbaarheid van voetpad als zodanig niet verschoven. Gelet op de omschrijving van die erfdienstbaarheid in de akte van vestiging hield deze namelijk niet in dat er recht bestond op een door bestrating verhard voetpad. Door de feitelijke verlegging van de verharding van het pad is de oorspronkelijk gevestigde erfdienstbaarheid van voetpad derhalve niet teniet gegaan noch verlegd. 4.2. Beoordeeld moet worden of het recht van voetpad door verjaring is komen te vervallen zoals Ecoparks met een beroep op artikel 3:106 BW heeft gesteld. Daarvan zou sprake kunnen zijn indien [gedaagde] of zijn rechtsvoorganger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.