RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht Vonnis van 26 maart 2003 in de zaak van: rolnr: 526/99 [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident ], wonende te Noordwelle, gemeente Schouwen-Duiveland, eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident, procureur: mr. M.W. Dieleman, tegen: de openbare burgerlijke maatschap, h.o.d.n. Gebroeders [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident ], gevestigd en kantoorhoudende te Lewedorp, gemeente Borsele, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, procureur: mr. J.B. de Meester. 1. Het verloop van de procedure De volgende processtukken zijn gewisseld: conclusie van eis overeenkomstig de dagvaarding; conclusie van antwoord; incidentele conclusie tot vrijwaring; conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident; conclusie van repliek, tevens houdende vermindering van eis; conclusie van dupliek. Bij vonnis van deze rechtbank van 7 juni 2000 is de vrijwaring toegestaan. Op 5 december 2001 is pleidooi gehouden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Partijen hebben producties in het geding gebracht. 2. De feiten 2.1. Eind 1996, begin 1997 heeft [G.] plantuien (maat 8 – 21) gekocht van gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, verder te noemen: [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident], voor een totaalbedrag van f. 9.700,-- inclusief BTW. Het betreft twee partijen, te weten één van 2500 kg à f. 1,-- per kg en één van 9000 kg à f. 0,80 per kg. De betreffende factuur dateert van 7 april 1997. 2.2. In het voorjaar van 1997 heeft eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident, verder te noemen: [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident], van [G.] 4400 kg plantuien gekocht voor een bedrag van f. 0,80 per kg, in totaal f. 3.520,--. De betreffende factuur dateert eveneens van 7 april 1997. 2.3. De geleverde plantuien waren voorzien van een keuringscertificaat van de Stichting Naktuinbouw (Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw) voorheen NAKG, verder te noemen Naktuinbouw. 2.4. In juli 1997 is uit onderzoek door Naktuinbouw gebleken dat de uien besmet waren met “ditylenchus dipsaci” ofwel het “stengelaaltje”. 2.5. Op 31 juli 1999 is een akte van cessie opgemaakt tussen [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] en [G.]. Artikel 1 van deze akte luidt: “[G.] draagt bij deze over aan [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] zijn vordering op maatschap Gebroeders [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident ] ter zake van de levering van de ondeugdelijke partij plantuitjes voor zover het betreft het aan [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] doorgeleverde gedeelte van 4.400 kg.” Artikel 2 luidt: “[eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] verleent aan [G.] algehele kwijting ter zake van zijn eventuele vordering op [G.] wegens de doorlevering van de ondeugdelijke partij plantuitjes van 4.400 kg.” 3. Het geschil 3.1. [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] stelt dat hij als gevolg van de besmetting van de plantuien schade heeft geleden en lijdt. Hij vordert - na vermindering van eis bij repliek - vergoeding van deze schade, door hem begroot op een totaalbedrag van f. 66.736,--, vermeerderd met wettelijke rente, alsmede veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] tot betaling van buitengerechtelijke kosten ad f. 2.618,-- en de kosten van de procedure. 3.2. [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] stelt dat de door hem gekochte plantuien afkomstig zijn van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident]. [G.] heeft de uien gekocht als onmiddellijke vertegenwoordiger van [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident], althans heeft, voor het geval hij is aan te merken als middellijke vertegenwoordiger van [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident], zijn vordering ter zake gecedeerd aan [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident]. [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] voert aan dat hij door deze cessie de contractuele positie van [G.] jegens [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] heeft overgenomen. [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] stelt zich primair op het standpunt dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] plantuien heeft geleverd met een Naktuinbouw-keuringscertificaat, hetgeen is aan te merken als een garantie. [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] stelt voorts dat de plantuien besmet waren op het moment van levering en dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] derhalve niet heeft geleverd hetgeen [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] is derhalve tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst. Aangezien deze tekortkoming aan [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] krachtens rechtshandeling, krachtens wet, en in ieder geval krachtens verkeersopvattingen kan worden toegerekend, is [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] gehouden de schade die [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] geleden heeft te vergoeden. De door [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] gevorderde schade bestaat uit een bedrag van f. 44.341,-- wegens het waardeloos worden van de oogst, in welk bedrag tevens de koopprijs van f. 3.520,-- is begrepen, en een bedrag van f. 22.395,-- wegens noodzakelijke ontsmettingsmaatregelen en het feit dat het perceel gedurende langere tijd niet geschikt is voor teelt van uien en andere bepaalde gewassen. Ter onderbouwing heeft [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] een door De Landbouw Voorlichting opgesteld rapport overgelegd. [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] stelt tenslotte de overeenkomst met [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] te hebben ontbonden in verband met de tekortkoming van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident]. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] is volgens hem verplicht de koopprijs terug te betalen. 3.3. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ontkent dat sprake is van een garantie ten aanzien van de door haar geleverde plantuien. Zij ontkent voorts plantuien te hebben verkocht aan [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] en ontkent tevens plantuien te hebben verkocht aan [G.], waarbij deze optrad als bemiddelaar voor [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident]. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] stelt dat zij slechts plantuien heeft verkocht aan [G.] zelf. Er is volgens [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] geen sprake van een contractuele verhouding tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] en [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident], zodat derhalve geen sprake kan zijn van een tekortkoming in de nakoming van contractuele verplichtingen door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] jegens [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident]. Dientengevolge kan [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] niet aansprakelijk zijn voor de beweerdelijk door [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] geleden schade, aldus [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident]. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] betwist daarnaast dat de besmette plantuien van [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] afkomstig zijn van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident]. Verder voert [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] aan dat de akte van cessie tussen [G.] en [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] geen grond kan vormen voor de contractuele vorderingsrechten zoals door [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] gesteld. Indien de door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] aan [G.] geleverde partij plantuien al niet deugdelijk zou zijn en dienaangaande op [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] een aansprakelijkheid zou rusten, dan ziet de aansprakelijkheid uitsluitend op de schade die door [G.] geleden zou zijn. Die schade bedraagt maximaal f. 3.520,-- (de koopprijs c.q. doorverkooprijs). [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] stelt zich verder op het standpunt dat, indien de plantuien van [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] al afkomstig zouden zijn van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident], in casu dan geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident]. Ten eerste is er volgens [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] geen sprake van een tekortkoming. De plantuien die zij geleverd heeft voldeden volledig aan van overheidswege gestelde eisen. Herhaalde keuringen door Naktuinbouw en Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek B.V. (BGGL) - de daarvoor van overheidswege voorgeschreven instanties - hebben uitgewezen dat de geleverde plantuien vrij waren van stengelaaltjes. Indien het in het verkeer brengen van de beweerdelijke plantuien zou kunnen worden beschouwd als een tekortkoming dan geldt volgens [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] dat geen sprake is van toerekenbaarheid. Gelet op hetgeen is opgemerkt omtrent de verrichte keuringen, treft [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] geen enkel verwijt. Indien al sprake is van een tekortkoming kan deze noch krachtens rechtshandeling, noch krachtens wet of in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] komen. Evenmin is sprake van onrechtmatig handelen door [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident], althans contractuele toerekenbaarheid. Dit is door [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ook niet gesteld. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] heeft verder de omvang van de door [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] gestelde schade en het causaal verband tussen de schade en de handelingen en/of gedragingen van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] gemotiveerd betwist. [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] stelt voorts dat indien al grond zou bestaan voor aansprakelijkheid, toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Tenslotte betwist [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] de omvang van de buitengerechtelijke kosten. 4. De beoordeling van het geschil 4.1. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident], dat de plantuien van [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] niet afkomstig zijn van haar wordt als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd gepasseerd. De facturen van de levering van de uien van [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] aan [G.] en de levering van de uien van [G.] aan [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] zijn van dezelfde datum, 7 april 1997. Dit duidt erop dat (een deel van) de uien die [G.] bij [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] heeft gekocht direct zijn doorgeleverd aan [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident]. Bovendien moet worden aangenomen dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ervan op de hoogte is welke andere teler(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.