RECHTBANK MIDDELBURG Sector Civiel recht Vonnis van 13 oktober 2004 in de zaak van: Rolnr: 04/187 eiser, wonende te Aardenburg, gemeente Sluis, eiser, procureur: mr. R.R.E. Nobus, tegen de onderlinge waarborgmaatschappij Onderlinge Verzekering Maatschappij ZLM U.A., gevestigd en kantoorhoudende te Goes, gedaagde, procureur: mr. J.C. van den Dries. 1. Het verdere verloop van de procedure Bij vonnis van deze rechtbank van 9 juni 2004 is een verschijning van partijen gelast. Deze zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2004. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. De zaak is verwezen naar de rol voor vonnis. 2. De feiten 2.1. Blijkens een Attest Verkeersongeval van de politie te Damme/Knokke-Heist (B) is eiser op 3 mei 2003 om 06.47 uur als bestuurder/eigenaar van een Mercesdes CLK 230 met nummerplaat (nummer), bouwjaar 1999, betrokken geraakt bij een ongeval op de (adres) te Knokke-Heist. Voor zover hier van belang heeft eiser tegenover de politie daarover het volgende verklaard: “Het is zo dat ik deze nacht de nacht heb doorgebracht bij m’n vriendin die te Maldegem woont, omdat ik de slaap niet kon vatten besloot ik volgens mij omstreeks 04.00 uur de woning van m’n vriendin te verlaten om iets te gaan drinken in een inrichting te Knokke. In dien verstande reed ik met mijn Mercedes op (adres) in de richting van Knokke. Volgens mij was het aan het regenen en was het wegdek nat en glad. Gekomen aan kilometerpaal (nummer) ben ik de controle over m’n stuur verloren, dit enerzijds door de gladheid van het wegdek en anderzijds door de snelheid die ik op dat moment had. Ik reed ongeveer een 120 à 130 kilometer per uur alwaar de maximum snelheid beperkt is tot 90 km/h. Vanaf dat moment weet ik eigenlijk niet veel meer. Alles gaat zodanig snel dat ik mij niks lijk te herinneren. Vanaf het moment dat m’n auto stilstond ben ik onmiddellijk uitgestapt, ik ben nog op zoek gegaan naar m’n boorddocumenten en identiteitspapieren maar ik heb deze op dat moment niet meer gevonden. Doordat ik in een shock was ben ik onmiddellijk naar de rijbaan (adres) richting Knokke gegaan en heb ik teken gedaan naar verschillende wagens met de bedoeling om één van deze te doen stoppen. Uiteindelijk is er één wagen gestopt en heb ik aan de bestuurder gevraagd om mij naar Maldegem te rijden naar m’n vriendin. Deze persoon heeft dat onmiddellijk gedaan. Wanneer ik terug bij m’n vriendin was heb ik een plaatsgenomen in de zetel en iets genuttigd om van de shock te bekomen. Ik heb een tweetal wisky’s gedronken. (…) 2.2. Een op die dag om 10.48 uur door de politie afgenomen ademtest wees uit, dat eiser op dat moment niet onder invloed van alcohol verkeerde (resultaat S). 2.3. Eiser was met zijn motorrijtuig casco verzekerd bij ZLM. 2.4. Eiser heeft op 5 mei 2003 telefonisch bij ZLM aangifte gedaan van voormeld schadevoorval van 3 mei 2003, dat zich volgens zijn opgave om 04.00 uur te Knokke (B) zou hebben voorgedaan met een door hem bestuurde personenauto Mercedes-Benz CLK 320, kenteken (nummer). Als toedracht heeft eiser daarbij opgegeven dat hij de macht over het stuur was verloren en tegen een boom was beland. Van het gebruik van alcohol was volgens deze aangifte geen sprake. Voormelde gegevens heeft eiser eveneens op 5 mei 2003 ingediend bij ZLM op een door hem ingevuld aanrijdings-formulier. 2.5. Bij brief van 14 mei 2003 heeft ZLM aan eiser medegedeeld dat uit het dossier was gebleken dat eiser ten tijde van het ongeval alcohol had gebruikt met het verzoek toe te lichten waarom hij bij de telefonische schademelding had aangegeven geen alcohol te hebben gebruikt en verder op te geven wat hij had gedronken vóór het ongeval, welke hoeveelheid en in welke tijdspanne. 2.6. Eiser heeft op 16 mei 2003 per fax aan ZLM geantwoord dat hij op 2 mei 2003 tussen 23.00 uur en 00.000 uur twee glazen bier had gedronken, waarna hij is gaan slapen. Toen hij de slaap niet kon vatten, is hij vervolgens om 04.00 uur naar Knokke gereden. Eiser heeft daarbij uitdrukkelijk medegedeeld dat hij op 3 mei 2003 tussen 00.000 uur en 04.00 uur niet heeft gedronken. 2.7. Bij brief van 20 mei 2003 heeft ZLM aan eiser medegedeeld dat aan hem geen dekking werd verleend voor het schadevoorval van 3 mei 2003. ZLM heeft daartoe met een beroep op de artikelen 5, 6 en 27 van het Reglement Motrorijtuigenverzekering aangevoerd dat eiser bij de telefonische schademelding had verzwegen alcohol te hebben gebruikt. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat eiser door de schade niet direct te melden bij de politie het haar onmogelijk heeft gemaakt een onderzoek te laten verrichten naar de directe omstandigheden rondom het ongeval. 2.8. De aangehaalde artikelen van het Reglement Motrorijtuigenverzekering luiden voor zover hier van belang: Artikel 5. UITSLUITINGEN De volgende schade is niet verzekerd: a. (…) b. (…) c. (…) d. (…) e. Schade waarvan verzekerde met opzet een onvolledige of onware opgave doet of waarbij hij zijn verplichtingen, die in dit reglement zijn vastgelegd, niet nakomt. f. (…) De uitsluitingen a. tot en met f. gelden niet als de verzekerde kan aantonen, dat: - de omstandigheden zich buiten zijn weten en tegen zijn wil hebben voorgedaan; - hem wat betreft de omstandigheden niets verweten kan worden. (…) Artikel 6. VERPLICHTINGEN VAN DE VERZEKERDE BIJ SCHADE a. Zodra een verzekerde op de hoogte is van een gebeurtenis die voor ons tot een uitkering kan leiden, dient hij: 1. (…) 2. (…) 3. ons zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van het schadegeval; 4. ons alle belangrijke gegevens te verstrekken en ons alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs kan worden verwacht; 5. (…) 6. (…) Artikel 27. UITSLUITINGEN Behalve de uitsluitingen in artikel 5, is ook de volgende schade van deze verzekering uitgesloten: a. (…) b. (…) c. (…) d. Schade die ontstaat, terwijl de bestuurder onder invloed is van alcoholhoudende drank of een bedwelmend of opwekkend middel. Dit geldt als de invloed zodanig is dat hij niet in staat geacht moet worden het motorrijtuig naar behoren te besturen of dat het besturen hem door de wet of door de overheid is of zou zijn verboden. Hiervan is ook sprake, als de bestuurder weigert mee te werken aan een ademtest, urine- of bloedproef of een soortgelijk onderzoek. e. (…) f. (…) 1.9. Een door ZLM ingeschakelde expert heeft de schade aan de auto van eiser, die volledig was vernield, vastgesteld op € 31.750,-- incl. BTW. 1.10. Eiser heeft in 1994, 1999, 2001 en 2002 meerdere, veelal eenzijdige aanrijdingen veroorzaakt. De laatste schademelding van 10 april 2001 was voor ZLM aanleiding om bij brief van 17 april 2001 het schadeverloop van polis 02882001 onder de aandacht van eiser te brengen, waarbij ZLM hem erop heeft gewezen dat dit schadeverloop afweek van het gemiddelde, omdat een bestuurder gemiddeld één keer in de vijf jaar bij een schadegeval wordt betrokken. ZLM heeft eiser daarbij laten weten dat zij de verzekering bij voortzetting van dit schadeverloop niet of niet onder dezelfde voorwaarden zal kunnen voortzetten. 3. Het geschil 1.1. Eiser vordert – kort samengevat – allereerst de veroordeling van ZLM tot betaling aan hem van € 31.750,--, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ad 10% van de hoofdsom en met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 17 juli 2003, althans vanaf de dag van de dagvaarding, tot de dag der voldoening, en voorts de veroordeling van ZLM tot vergoeding van de schade als gevolg van verhoogde verzekeringspremies, te begroten bij een schadestaat, met veroordeling van ZLM in de proceskosten. 1.2. Eiser legt aan het eerste onderdeel van de vorderingen naast voormelde feiten, voor zover door hem aangevoerd, ten grondslag dat ZLM ten onrechte tracht onder haar betalingsverplichting uit te komen, nu hij ten tijde van het verkeersongeval niet onder invloed van alcohol verkeerde (het alcoholonderzoek heeft dat volgens hem ook uitgewezen), terwijl hij ZLM ook niet onjuist heeft voorgelicht. Dat hij zich niet meteen tot de politie heeft gewend komt volgens eiser omdat hij na het ongeval in een shocktoestand verkeerde. Bovendien was bij hem kanker geconstateerd, waardoor hij destijds leed aan slaapstoornissen als gevolg van de narcose en therapieën. 1.3. Met betrekking tot het tweede onderdeel van de vordering stelt eiser dat hij schade lijdt vanwege het gegeven dat hij zijn auto ook niet elders kan verzekeren tegen aanvaardbare premies, omdat ZLM ervoor heeft gezorgd dat hij staat geregistreerd als iemand die onder invloed van alcohol heeft gereden. 1.4. Het verweer van ZLM met betrekking tot het eerste onderdeel van de vordering komt erop neer dat er geen schadeplichtigheid bestaat vanwege het bestaan van een aantal uitsluitingsgronden. 1.5. Allereerst stelt ZLM dat eiser bij de schadeaangifte tegenover haar het alcoholgebruik heeft verzwegen, zodat sprake is van een onvolledige of onware opgave in de zin van art. 5 aanhef en sub (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.